← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2015:353

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.157.902/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 2760216 \ CV EXPL 14-610) arrest van de eerste kamer van 20 januari 2015 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats], appellant, hierna te noemen: [appellant], in eerste aanleg: eiser in conventie, verweerder in reconventie, advocaat: mr. M. El Ahmadi, kantoorhoudend te Utrecht, tegen Unigarant N.V., gevestigd te Hoogeveen, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna: Unigarant, advocaat: mr. D.D. Markvoort, kantoorhoudend te Hoogeveen. 1Het geding in eerste instantie 1.1 In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 1 juli 2014 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Assen (hierna: de kantonrechter). 2Het geding in hoger beroep 2.1 Bij exploot van 30 september 2014, hersteld bij exploot van 3 oktober 2014, is door [appellant] hoger beroep ingesteld van voormeld vonnis, zowel in conventie als in reconventie, met dagvaarding van Unigarant tegen de zitting van 21 oktober

  1. In de appeldagvaarding wordt geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis van de kantonrechter van 1 juli 2014 en tot het alsnog toewijzen van de vorderingen van [appellant] en tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van Unigarant, met veroordeling van Unigarant in de kosten van het geding in beide instanties. 2.2 Voor de procedure in hoger beroep is appellant een griffierecht verschuldigd van € 704,-. Hiervan is € 396,- in debet gesteld, aangezien appellant met een toevoeging procedeert. Het door appellant per saldo verschuldigde griffierecht van € 308,- is niet voldaan. 2.3 [appellant] heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om zich ter rolle van 16 december 2014 bij akte uit te laten over het niet tijdig voldoen van het griffierecht. 2.4 Bij akte van 16 december 2014 heeft Unigarant laten weten geen incidenteel appel in te stellen tegen het bestreden vonnis van de kantonrechter van 1 juli
  2. 2.5 Ten slotte is een datum voor arrest bepaald, te wijzen op het griffiedossier. 3De beoordeling 3.1 Ingevolge art. 127a lid 2 Rv, in samenhang met art. 353 Rv, ontslaat de rechter de gedaagde van de instantie indien de eiser het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, met veroordeling van de eiser in de kosten. Op grond van art. 127a lid 3 Rv laat de rechter toepassing van het tweede lid geheel of ten dele buiten toepassing indien hij van oordeel is dat de toepassing van die bepaling, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 3.2 [appellant] heeft zich niet uitgelaten over het niet betalen van het griffierecht. Bij het hof zijn hierdoor geen omstandigheden bekend die met toepassing van de in art. 127a lid 3 neergelegde hardheidsclausule mogelijk tot het geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten van art. 127a lid 2 Rv aanleiding hadden kunnen geven. 3.3 Met toepassing van art. 127a lid 2 Rv zal Unigarant dan ook van de instantie worden ontslagen en zal [appellant] worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: ½ punt in tarief III). De beslissing Het gerechtshof: ontslaat Unigarant van de instantie (de procedure in hoger beroep); veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van Unigarant tot aan deze uitspraak vast op € 579,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat en op € 1.920,- aan verschotten. Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. M.E.L. Fikkers en mr. L. Groefsema, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 20 januari 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.