GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.138.577 (zaaknummer rechtbank Gelderland, locatie Nijmegen: 873549) arrest van de derde civiele kamer van 2 juni 2015 in de zaak van 1 [appellant sub 1], 2. [appellante sub 2], beiden wonende te [plaatsnaam], appellanten, hierna: [appellanten], advocaat: mr. M.A. Wellen, tegen: de stichting Stichting Portaal, gevestigd te Utrecht, geïntimeerde, hierna: Portaal, advocaat: mr. F.A.M. Knüppe. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep. 1.1 Voor het verloop tot aan het tussenarrest van 11 februari 2014 verwijst het hof naar dat arrest. 1.2 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: ■ de memorie van grieven, ■ de memorie van antwoord. 1.3 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 2De vaststaande feiten 2.0 Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.8 van het vonnis van 27 september 2013. De rechtsoverwegingen worden hieronder weergegeven. Rechtsoverweging 2.4.1 is een toevoeging van het hof aan de vaststaande feiten. Aan de rechtsoverwegingen 2.5 en 2.6 zijn enkele zinnen toegevoegd. 2.1 [appellanten] huren sinds 1990 van Portaal en haar rechtsvoorgangers de woning aan de [adres 1] te [plaatsnaam] (verder te noemen: de woning), destijds tegen een huurprijs van ƒ 568,25 per maand inclusief een voorschot ad ƒ 12,80 voor bijkomende leveringen en diensten. 2.2 In een brief van 15 februari 2007 aan Portaal hebben [appellanten] meegedeeld dat de woning circa dertig jaar geleden voor het laatst gerenoveerd is, een groot aantal problemen en gebreken aan de woning opgesomd en verzocht om een oplossing daarvoor. 2.3 Portaal heeft bij brief van 27 maart 2007 aan [appellanten] laten weten dat het jaar 2007 wordt gebruikt om het complex waartoe hun woning behoort “onder de loep te nemen” en dat zij verwacht voor december 2007 hun meer duidelijkheid te kunnen geven over het onderhoud dan wel mogelijke verkoop van de woningen. 2.4 Portaal heeft vervolgens op 8 december 2007 aan [appellanten] geschreven, voor zover hier van belang: “Hierbij ontvangt u onze brief waarin ik de afspraken heb vermeld die wij hebben gemaakt tijdens ons telefoongesprek in oktober. De afspraken hebben allen betrekking op ons aanbod ten aanzien van de renovatie van de binnenzijde van uw woning. Aanbod Op uw verzoek, om de woning weer te laten voldoen aan uw wensen als bewoners, stelt Portaal het volgende voor: 1. Uitvoeren van werkzaamheden in opdracht en op kosten van Portaal Op uw verzoek wil Portaal de woning in goede staat brengen. Dat betekent dat de technische staat van de binnenzijde van uw woning op het basisniveau wordt gebracht en het esthetische niveau wordt verhoogd. 2. Uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van Portaal en op kosten van u als bewoner Op uw verzoek kunnen er ook werkzaamheden uitgevoerd worden die niet tot ons basisniveau behoren maar die wel degelijk een meerwaarde hebben voor de woning of voor u als bewoner. De kosten van deze werkzaamheden worden aan u doorberekend middels een huurprijsverhoging of middels een eenmalige betaling. Tevens kunt u ervoor kiezen om de werkzaamheden zelf uit te (laten) voeren. In de meeste gevallen betaalt Portaal u dan een vergoeding voor deze zelf aangebrachte voorziening (ZAV). Voor alle zekerheid stuur ik u ook de ZAV folder toe zodat u over dit ontwerp nog het een en ander terug kunt lezen.” 2.4.1 Portaal heeft aan [appellanten] drie keuzes voor de omvang van de werkzaamheden gegeven, te weten een basis aanpak, een basis aanpak+ en een basis aanpak++. Portaal zou de kosten van de basis aanpak voor haar rekening nemen en zou de kosten van de extra werkzaamheden doorberekenen in de huur. Een overzicht van Portaal van de werkzaamheden luidt als volgt: “ Basis Aanpak: Meest in het oog springende veranderingen: Nieuw keukenblok en nieuwe wandtegels keuken (…) Nieuwe wand- en vloertegels douche (…) Nieuwe wand- en vloertegels toilet (…) Stucwerk (schuurwerk) wanden boven nieuwe wandtegels in toilet en keuken Sauswerk plafond keuken Nieuw sanitair te weten: toiletpot + reservoir (spaar), en wastafel Nieuw garnituur douche Aanpassen groepenkast elektra Basis aanpak+: Werkzaamheden zie boven aangevuld met: Nieuw plafond in woonkamer (stucplafond) Nieuwe binnendeuren gehele woning Schakelmateriaal en wandcontactdozen vernieuwen Wandtegels achter wastafel (spatscherm) slaapkamer vernieuwen Enkelglas wordt isolatieglas inclusief aanpassingen en vernieuwen ramen Tochtwand in hal inclusief deur (portiekje) Basis aanpak++: Zie voorgaande met als extra: Woonkamer aanbrengen vloerplaat (zacht/hardboard) Uitbreiding aantal wandcontactdozen o.a. in woonkamer en keuken Slaapkamer 2e verdieping wordt slaapkamer nieuwe badkamer (douche/bad/toilet) Compleet tegelwerk vloer en wand tot plafondhoogte (…) Cv ketel wordt verplaatst naar zolder incl alle aanpassingen hiervoor Extra trap naar zolder inclusief hekwerk (bestaande douche wordt trapopgang)”. 2.5 [appellanten] hebben gekozen voor de basis aanpak++. Op 26 mei 2009 hebben [appellanten] per e-mail aan [betrokkene 1] en de [betrokkene 2] en [betrokkene 3], allen functionaris van Portaal, onder meer het volgende meegedeeld: “Allereerst een bericht voor de [betrokkene 3] over de laatste details van de verbouwing. Na het laatste bezoek aan ons huis met de aannemer hebben Fridy en ik het volgende besloten: -graag willen wij ingaan op het aanbod in de offerte om een vaste trap te plaatsen naar de zolderverdieping; -tevens zouden wij de oude badkamer op de overloop van de tweede verdieping geheel verwijderd willen zien; -verder willen wij (zo nodig) graag gebruik maken van het aanbod van de aannemer om onze woonkamer te gebruiken als opslag van onze meubels en andere spullen, voorzover we die niet meenemen naar een wisselwoning.” 2.6 Vanaf augustus 2009 heeft Portaal werkzaamheden in en aan de woning uitgevoerd. [appellanten] hebben gedurende vier maanden in een wisselwoning aan de [adres 2] te [plaatsnaam] verbleven. [appellanten] hebben de huur en de energie- en waterkosten van de woning doorbetaald en verder de energie- en waterkosten van de wisselwoning betaald. [appellanten] hebben zelf gezorgd voor de verhuizing naar en van de wisselwoning en hebben hun inboedel deels in de woning achtergelaten en deels meeverhuisd. Partijen hebben overeenstemming bereikt over verhoging van de huur met € 145,- per maand (van € 466,82 naar € 611,82). 2.7 Tot de verrichte werkzaamheden behoren het aanbrengen van dubbele beglazing en de plaatsing van een trap naar de zolderverdieping. 2.8 [appellanten] hebben Portaal op 5 september 2011 per e-mail onder meer bericht dat zij aanspraak maken op de verhuis- en inrichtingsvergoeding € 5.264,28 als bedoel in artikel 11g Besluit Beheer Sociale Huursector zoals dat in 2009 gold, thans artikel 7:220 leden 5 en 6 BW. 3De motivering van de beslissing in hoger beroep 3.1 Het gaat in deze zaak in essentie om de vraag of [appellanten] aanspraak hebben op de forfaitaire verhuiskostenvergoeding van € 5.264,28 op basis van artikel 11g Besluit beheer sociale-huursector, zoals dat destijds gold (hierna: artikel 11g Bbsh (oud)). Op 27 februari 2010 is de in artikel 11g Bbsh (oud) neergelegde regeling met inwerkingtreding van de Wet van 4 februari 2010 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek (opneming verhuiskostenvergoeding bij renovatie), Staatsblad 2010, 90 (hierna: de Wet) overgeheveld naar de leden 5, 6 en 7 van artikel 7:220 BW. Gelet op artikel II van de Wet is artikel 11g Bbsh (oud) op de rechtsverhouding tussen [appellanten] en Portaal van toepassing. Artikel 11g Bbsh (oud) bepaalt dat de toegelaten instelling bijdraagt in de kosten van de verhuizing van haar woongelegenheden indien die verhuizing noodzakelijk is in verband met de voorgenomen renovatie van de woongelegenheid als bedoeld in artikel 7:220 lid 2, derde volzin BW. In de bedoelde volzin staat dat onder renovatie zowel sloop met vervangende nieuwbouw als gedeeltelijke vernieuwing door verandering of toevoeging wordt verstaan. 3.2 Loth heeft in deze procedure de forfaitaire verhuiskostenvergoeding gevorderd. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis van 27 februari 2013 de betwisting door Portaal dat er sprake was van renovatie verworpen, beslist dat de renovatie bestond uit het aanleggen van een vaste trap naar de zolder en het aanbrengen van dubbele beglazing, dat daarvoor geen verhuizing noodzakelijk was en voorts dat deze twee vernieuwingen de huurverhoging rechtvaardigden. Nadat hij had overwogen dat niet van belang is dat de werkzaamheden op verzoek van [appellanten] zijn uitgevoerd, heeft hij de vordering afgewezen. 3.3 [appellanten] zijn van dit vonnis in appel gekomen onder aanvoering van vijf grieven. De grieven 1, 2 en 3 bestrijden het oordeel van de kantonrechter dat de renovatie louter de dubbele beglazing en de aanleg van een vaste trap naar zolder betrof en dat die werkzaamheden de huurverhoging rechtvaardigden. Grief 4 richt zich tegen de impliciete aanname van de kantonrechter dat nagegaan moet worden welke werkzaamheden moeten worden beschouwd als dringende werkzaamheden in de zin van artikel 7:220 lid 1 BW (waarvoor volgens de kantonrechter geen verhuiskostenvergoeding bestaat) en welke als renovatie in de zin van artikel 7:220 lid 2 BW (waarvoor volgens hem wel een verhuiskostenvergoeding bestaat). Grief 5 betoogt dat bij herstel van gebreken en uitvoering van dringende werkzaamheden de verhuurder verplicht is tot schadevergoeding aan de huurder op grond van artikel 7:220 lid 1 BW. 3.4 Portaal heeft in haar memorie van antwoord aangevoerd dat zij op verzoek van [appellanten] in 2009 in de woning naast het plegen van groot onderhoud in de zin van artikel 7:220 lid 1 BW enkele het woongerief verbeterende veranderingen of toevoegingen heeft aangebracht, waaronder het verplaatsen van de badkamer en het aanbrengen van een vaste trap naar de zolder (nrs. 9-10 MvA). In hoger beroep geeft Portaal aan dat er meer renovatiewerkzaamheden zijn uitgevoerd dan de beglazing en de trap (nr. 84 MvA). Portaal heeft de grieven van [appellanten] bestreden. Zij heeft primair aangevoerd dat de huurder geen aanspraak heeft op de verhuiskostenvergoeding als hij zelf om renovatie verzoekt (nr. 39 e.v. MvA), waarmee zij aangeeft haar stelling op dit punt niet prijs te geven, ondanks het andersluidende oordeel van de kantonrechter. Subsidiair stelt zij dat alle werkzaamheden zijn te kwalificeren als groot onderhoud in de zin van artikel 7:220 lid 1 BW. Meer subsidiair stelt zij dat [appellanten] ermee hebben ingestemd dat de verhuiskosten voor eigen rekening zouden komen. Volgens haar staat de wettelijke regeling het toe dat de huurder afstand doet van zijn aanspraak op de verhuiskostenvergoeding (nrs. 66-69 MvA). 3.5 Portaal beroept zich ook nog op rechtsverwerking (nr. 64 MvA), de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid (nr. 65 MvA), dwaling (nr. 65 MvA), ongerechtvaardigde verrijking (nrs. 30-32 CvA e.v., nr. 65 MvA) en verrekening met het voordeel dat [appellanten] hebben gehad met hun onderdak in de wisselwoning (nr. 75 MvA). 3.6 Partijen vragen het hof om een aantal beslissingen te nemen, waarover in rechtspraak en literatuur controverses bestaan. De aanspraak op de forfaitaire verhuiskostenvergoeding van artikel 11g Bbsh (oud)/artikel 7:220 leden 5 en 6 BW is met regelmaat onderwerp van geschil tussen verhuurders en huurders, vooral als, zoals ook in dit geval, onderhoudswerkzaamheden worden gecombineerd met renovatiewerkzaamheden. In verband met het beperkte financieel belang van deze categorie zaken ligt het instellen van beroep in cassatie weinig voor de hand, met als gevolg dat de bedoelde controverses onbeslist blijven, ten koste van de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Het hof zal daarom op de voet van artikel 392 Rv een aantal prejudiciële vragen aan de Hoge Raad stellen. 3.7 Vooruitlopend daarop beslist het hof dat de in de woning uitgevoerde werkzaamheden zo ingrijpend waren dat verhuizing door [appellanten] en hun twee kinderen noodzakelijk was. Portaal heeft niet betwist dat de uitvoerder van de aannemer en de opzichter van Portaal [appellanten] vóór het begin van de werkzaamheden dringend hebben geadviseerd niet in de woning te blijven wonen tijdens de werkzaamheden (nr. 5 inleidende dagvaarding, p. 2 p-v van comparitie van 3 april 2014 en nr. 7 MvG). De werkzaamheden hebben een lange periode in beslag genomen (ruim vier maanden) en zijn deels uitgevoerd in koude maanden, terwijl gas, elektriciteit en water regelmatig zijn afgesloten. Keuken en sanitair zijn geheel vernieuwd, de badkamer op de etage is verplaatst, de eerste-verdiepingsvloer is vervangen en geïsoleerd, de ramen en glazen zijn vervangen, de binnendeuren zijn vervangen, het stucwerk is vervangen, leidingen zijn in de bakstenen binnenmuren gefreesd, de cv-ketel is vervangen en verplaatst en radiatoren zijn vervangen en er is een vaste trap naar zolder aangelegd. Deze werkzaamheden zijn zo ingrijpend dat [appellanten] terecht het dringende advies van Portaal en haar hulppersoon hebben opgevolgd en gebruik hebben gemaakt van een wisselwoning. 1. Renovatie op verzoek van de huurder 3.8 Artikel 7:220 BW is opgenomen in afdeling 7.4.3 BW (De verplichtingen van de huurder). Reden daarvoor is dat de huurder een - primaire - gedoogplicht heeft voor de uitvoering van op initiatief van de verhuurder ondernomen dringende werkzaamheden of renovatiewerkzaamheden. De verplichting van de verhuurder tot vergoeding van de verhuiskosten is een secundaire verplichting die onlosmakelijk is verbonden met de gedoogplicht (MvT, Kamerstukken II (2007-08) 31 528 nr. 3 p. 6). Een voorstel om huurders een soort initiatiefrecht te geven tot het uitvoeren door de verhuurder van dringende of renovatiewerkzaamheden heeft het in het parlement niet gehaald, met de gedachte dat een redelijke verhuurder zich zal laten overhalen door zijn huurder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.