GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Leeuwarden nummers 14/01118 en 14/01119 uitspraakdatum: 9 juni 2015 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X] , wonende te [Z] (hierna: belanghebbende), tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 23 september 2014, nummers AWB LEE 14/863 en 14/864, in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Groningen (hierna: de Inspecteur). 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 2010 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 26.634. Tevens is een bedrag van € 279 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.2. Aan belanghebbende is voor het jaar 2010 een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw) opgelegd naar een bijdrage-inkomen van € 5.142. Daarbij is een bedrag van € 2 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.3. De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 29 januari 2014 beide aanslagen gehandhaafd. 1.4. Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen. De rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank) heeft bij uitspraak van 23 september 2014 de beroepen ongegrond verklaard. 1.5. Belanghebbende heeft bij brief van 23 oktober 2014, ingekomen bij het Hof op 24 oktober 2014, tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. 1.6. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.7. Belanghebbende heeft nadere stukken ingediend. 1.8. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 mei 2015 te Leeuwarden. De zaken met de nummers 14/01118 en 14/01119 zijn gezamenlijk behandeld. Belanghebbende is verschenen, vergezeld door zijn zoon [A]. Namens de Inspecteur zijn verschenen mr. [B] en [C]. 1.9. Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd. 1.10. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht. 2Feiten 2.1. Belanghebbende is geboren [in] 1948 en is gehuwd met [D], geboren [in] 1951. 2.2. Belanghebbende was het gehele jaar 2010 in dienstbetrekking werkzaam bij [E]. 2.3. Belanghebbendes echtgenote heeft vanaf 2000 te kampen met lichamelijke beperkingen, waaronder reuma. Aan haar is voor het jaar 2010 een persoonsgebonden budget (PGB) toegekend voor de inkoop van zorg. 2.4. Belanghebbende heeft in 2010 zijn echtgenote verzorgd en heeft daarvoor een bedrag van € 5.142 ontvangen uit het PGB. 2.5. In 2010 heeft belanghebbende bij zijn werkgever verlof- en compensatie-uren opgenomen voor de begeleiding van zijn echtgenote naar medische instanties (hierna: verlofuren). Dit betrof opgebouwde uren voor het jaar 2010, alsmede niet-opgenomen uren van voorgaande jaren. Belanghebbende heeft in 2010 geen extra uren gekocht. 2.6. De Inspecteur heeft in afwijking van de aangifte bij de aanslagregeling een resultaat uit overige werkzaamheden van € 5.142 in aanmerking genomen, alsmede specifieke zorgkosten ten bedrage van € 8.093. De aanslag is opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 26.634 en is als volgt vastgesteld: Aangegeven inkomen voor persoonsgebonden aftrek € 29.585 Bij: resultaat uit overige werkzaamheden 5.142 Gecorrigeerd inkomen voor persoonsgebonden aftrek 34.727 Aangegeven aftrek zorgkosten € 13.844 Niet aftrekbaar: Verlofuren ivm verzorging echtgenote 5.659 Hulpmiddelen en supplementen 80 Correctie op drempel 12 Gecorrigeerde aftrek zorgkosten -/- 8.093 Belastbaar inkomen box 1 26.634 2.7. De Rechtbank heeft geoordeeld dat het inkomen uit het PGB ten bedrage van € 5.142 terecht is belast als resultaat uit overige werkzaamheden en dat de waarde van de opgenomen verlofuren ten bedrage van € 5.659 niet als zorgkosten in aftrek komen. 3Geschil 3.1. In geschil is of het inkomen uit het PGB ten bedrage van € 5.142 terecht tot belanghebbendes inkomen is gerekend en of de waarde van de opgenomen verlofuren ten bedrage van € 5.659 terecht niet als zorgkosten in aftrek zijn gekomen. 3.2. Belanghebbende beantwoordt voornoemde vragen ontkennend, de Inspecteur bevestigend. 3.3. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, tot vernietiging van de uitspraken van de Inspecteur en tot vermindering van de aanslagen IB/PVV 2010 en Zvw 2010. 3.4. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank. 4Overwegingen Inkomen uit PGB 4.1. Niet in geschil is dat de door belanghebbende genoten inkomsten uit het PGB in beginsel tot het belastbare inkomen van belanghebbende moeten worden gerekend. 4.2. Belanghebbende heeft echter aangevoerd dat het vertrouwensbeginsel is geschonden omdat informatie op de website van de Belastingdienst bij hem het gerechtvaardigde vertrouwen heeft gewekt dat de inkomsten uit het PGB niet belast zouden zijn. Belanghebbende wijst in dat verband op de volgende passage en in het bijzonder op het zesde onderdeel van de opsomming: “Niet aftrekbare kosten Niet-aftrekbare kosten zijn bijvoorbeeld: kosten van een werkruimte en de inrichting ervan in de woning die u niet als zakelijk aanmerkt; U mag deze kosten wel onder bepaalde voorwaarden aftrekken. telefoonabonnementen voor telefoonaansluitingen in de woonruimte kleding, met uitzondering van werkkleding kosten van persoonlijke verzorging ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen, premies Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en inkomensafhankelijke bijdragen Zorgverzekeringswet een vergoeding voor het werk van uw partner als die lager is dan € 5.000; Als de vergoeding € 5.000 of hoger is, dan is het hele bedrag aftrekbaar. kosten van muziekinstrumenten, geluidsapparatuur, gereedschappen, computers, beeldapparatuur en dergelijke; Dit geldt als deze horen bij uw privévermogen of als u deze privé hebt gehuurd. standsuitgaven, zoals lidmaatschap van een serviceclub of de Rotary kosten van vaartuigen voor representatieve doeleinden geldboetes die een Nederlandse strafrechter heeft opgelegd en geldsommen om strafvervolging te voorkomen boetes en verhogingen die zijn opgelegd bij de heffing van belastingen en premies boetes opgelegd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA)” 4.3. Voornoemde uitlatingen – en dus ook de door belanghebbende aangehaalde passage bij het zesde onderdeel van de opsomming – hebben geen betrekking op zorgkosten, maar op kosten die bij het bepalen van de ondernemingswinst van aftrek zijn uitgesloten. Naar het oordeel van het Hof had belanghebbende dit redelijkerwijs moeten beseffen, zodat het beroep op het vertrouwensbeginsel reeds hierom niet kan slagen. 4.4. Bovendien zijn voornoemde uitlatingen op de website van de Belastingdienst aan te merken als voorlichting. Met het oog op het belang dat de Belastingdienst zijn voorlichtende taak onbelemmerd kan vervullen, moet worden aanvaard dat onjuiste voorlichting door de Belastingdienst in de regel niet voor diens rekening komt. De Inspecteur is dan ook in de regel niet gebonden aan de door dergelijke voorlichting gewekte verwachtingen (vgl. HR 26 september 1979, nr. 19.250, BNB 1979/311; HR 24 september 2010, nr. 08/03539, ECLI:NL:HR:2010:BM1206). Een uitzondering op genoemde regel kan worden aangenomen indien belanghebbende niet alleen de wettelijk verschuldigde belasting heeft te betalen maar daarenboven ook schade heeft geleden doordat hij, afgaande op de onjuiste voorlichting, enige handeling heeft verricht of nagelaten (vgl. HR 3 januari 1990, nr. 26.325, BNB 1990/148; HR 24 september 2010, nr. 08/03539, ECLI:NL:HR:2010:BM1206). Belanghebbende heeft ter zitting verklaard dergelijke schade niet te hebben geleden. Belanghebbendes beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt ook daarom niet. 4.5. Gelet op het vorenstaande heeft de Inspecteur terecht de door belanghebbende genoten inkomsten uit het PGB ten bedrage van € 5.142 aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden. Voorts heeft de Inspecteur terecht een aanslag Zvw opgelegd naar een bijdrage-inkomen van € 5.142. Aftrek verlofuren 4.6. Belanghebbende betoogt dat de waarde van de bij zijn werkgever opgenomen verlofuren ten bedrage van € 5.659 als specifieke zorgkosten in aftrek komen. 4.7. Om uitgaven in aanmerking te kunnen nemen als specifieke zorgkosten wegens ziekte of invaliditeit
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.