GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.143.605/01 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 2361906 MC EXPL 13-9955) arrest van de eerste kamer van 16 juni 2015 in de zaak van [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: [appellant], advocaat: mr. J.H. Tuit, kantoorhoudend te Almere, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats], geïntimeerde, in eerste aanleg: eiser, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. W.F. Wienen, kantoorhoudend te Almere. 1Het geding in eerste aanleg In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 6 november 2013 van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere (hierna: de kantonrechter). 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure is als volgt: - de dagvaarding in hoger beroep d.d. 5 februari 2014, - de memorie van grieven (met producties), - de memorie van antwoord (met producties). 2.2 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 2.3 De vordering van [appellant] luidt: "(…) bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, [geïntimeerde] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, althans hem deze te ontzeggen, de uitspraak van de kantonrechter van 6 november 2013 te vernietigen en opnieuw rechtdoende te oordelen zoals hiervoor aangegeven, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties met de bepaling dat [geïntimeerde] tevens de nakosten verschuldigd is zijnde een bedrag ad € 131,- zonder betekening een bedrag ad € 199,- met betekening alsmede de ter bepaling dat [geïntimeerde] de wettelijke rente is verschuldigd over de proceskosten vanaf acht dagen na dagtekening van het arrest." 3De beoordeling 3.1 Het hof stelt vast dat [geïntimeerde] bij zijn memorie van antwoord stukken in het geding heeft gebracht. [appellant] heeft op die stukken nog niet kunnen reageren. Het hof zal [appellant] daarom in de gelegenheid stellen een akte uitlating producties te nemen. [appellant] dient zich in deze akte te beperken tot een bespreking van de overgelegde producties. Hij mag geen nieuwe producties in het geding brengen, tenzij na uitdrukkelijke toestemming van de rolraadsheer. De beslissing Het gerechtshof: alvorens nader te beslissen: verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 14 juli 2015 voor akte uitlating producties aan de zijde van [appellant]; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mr. H. de Hek, mr. L. Groefsema en mr. R.E. Weening en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 16 juni 2015.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.