← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2015:4465

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001298-15 Uitspraak d.d.: 25 juni 2015 TEGENSPRAAK Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 19 februari 2015 met parketnummer 18-830452-13 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], ingeschreven staand te [woonplaats], [woonadres], thans verblijvende in PI Noord, gevangenis De Marwei te Leeuwarden. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 juni

  1. Het hof heeft kennisgenomen van hetgeen door de advocaat-generaal, door verdachte en door zijn raadsman, mr. R.J. Mesland, naar voren is gebracht. Beslissingen op onderzoekswensen De verdediging heeft aanvankelijk – per appelschriftuur en aanvullend per e-mailbericht d.d. 3 juni 2015 – zes onderzoekswensen geformuleerd. Ter terechtzitting van het hof is gebleken dat één onderzoekswens – het horen van Prof. Dr. J.W.M. Niessen – niet door de verdediging wordt gehandhaafd. Voorts is gebleken dat één andere onderzoekswens – het toevoegen van het proces-verbaal in de geseponeerde zaak tegen verdachte met nummer 18/048623-15 aan het onderhavige strafdossier – reeds is ingewilligd door het openbaar ministerie. Derhalve zal het hof op deze voormalige onderzoekswensen geen beslissing meer nemen. Aangaande de overige vier onderzoekswensen overweegt het hof het navolgende. 1Horen medeverdachte [medeverdachte] De verdediging heeft aangegeven medeverdachte [medeverdachte] te willen horen als getuige in de strafzaak tegen verdachte, teneinde – kort gezegd – haar verklaringen op hun betrouwbaarheid te kunnen toetsen. [medeverdachte] is in eerste aanleg reeds door de rechter-commissaris gehoord, maar heeft zich ten overstaande van de rechter-commissaris (grotendeels) op haar verschoningsrecht beroepen. Het hof wijst dit verzoek van de verdediging toe en bepaalt dat medeverdachte [medeverdachte] door de raadsheer-commissaris opnieuw zal worden gehoord.
  2. Benoemen gedragsdeskundige om te rapporteren omtrent betrouwbaarheid verklaringen medeverdachte [medeverdachte] Voorts heeft de verdediging het verzoek gedaan om een gedragsdeskundige te benoemen die dient te rapporteren omtrent de betrouwbaarheid van de verklaringen die zijn afgelegd door medeverdachte [medeverdachte]. De raadsman heeft daartoe ter terechtzitting van het hof voorgesteld dat dit onderzoek zou kunnen worden verricht door rechtspsycholoog dr. R. Horselenberg. De gedragsdeskundige zou dan ook de beschikking dienen te krijgen over de videobeelden van de politieverhoren, aldus de raadsman. Het hof wijst dit verzoek van de verdediging, toetsend aan het noodzakelijkheidscriterium, af. De beoordeling van de betrouwbaarheid van een getuige is bij uitstek een taak die toekomt aan de rechter. Het hof ziet in de onderhavige zaak geen omstandigheden die aanleiding geven om omtrent de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte] een deskundigenadvies in te winnen en acht zich in staat om de verklaringen van [medeverdachte] op hun betrouwbaarheid te toetsen. Gelet hierop is de verzochte aanvullende rapportage niet noodzakelijk. 3Laten uitvoeren contra-expertise door dr. D. Spendlove De verdediging heeft verzocht om dr. D. Spendlove een contra-expertise te laten uitvoeren naar de mogelijke oorzaken van het overlijden van [slachtoffer]. Het hof wijst dit verzoek van de verdediging, toetsend aan het noodzakelijkheidscriterium, af. In dit verband acht het hof het relevant dat verdachte ter terechtzitting van het hof weliswaar heeft aangegeven dat hij bereid is om – anders dan in eerste aanleg – in hoger beroep een verklaring af te leggen over zijn gedragingen, maar dat verdachte hierbij tevens heeft aangegeven dat hij vasthoudt aan zijn verklaring (het scenario) dat [slachtoffer] van de trap is gevallen. Dit scenario is in eerste aanleg reeds onderworpen geweest aan een contra-expertise door de deskundige F.R.W. van de Goot. Het hof is de noodzaak voor nog een contra-expertise, welke uitgevoerd zou moeten worden door dr. D. Spendlove, niet gebleken 4Observatie verdachte in het Pieter Baan Centrum De verdachte heeft aangegeven thans wel bereid te zijn mee te werken aan een observatie in het Pieter Baan Centrum en de verdediging heeft het verzoek gedaan om verdachte opnieuw in het Pieter Baan Centrum te laten observeren. Het hof wijst dit verzoek van de verdediging toe. Weliswaar is de verdachte in een eerder stadium reeds door het PBC geobserveerd, maar doordat verdachte niet zijn medewerking heeft verleend aan dit onderzoek, hebben de onderzoekers niet alle onderzoeksvragen (volledig) kunnen beantwoorden. Verdachte heeft toegezegd thans aan alle onderzoeken mee te willen werken en heeft geen bezwaren meer tegen het benaderen van referenten door de onderzoekers. Gelet op de gewijzigde opstelling van verdachte zal het (aanvullend) rapporteren omtrent verdachte zijn meerwaarde hebben. Het hof verwijst de zaak naar de raadsheer-commissaris teneinde verdachte (opnieuw) te laten observeren in het PBC teneinde aanvullend te rapporteren omtrent verdachte. BESLISSING Het hof: Heropent het onderzoek. Stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof teneinde medeverdachte [medeverdachte] als getuige te horen en teneinde verdachte ter observatie te doen opnemen in het Pieter Baan Centrum, ter fine als voormeld. Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting. Om de klemmende redenen dat het zittingsrooster van het hof een eerdere behandeling van de zaak niet toelaat en de onderzoekshandelingen naar verwachting niet binnen een maand zullen zijn voltooid, zal het onderzoek langer dan een maand, maar niet langer dan drie maanden worden geschorst. Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van de verdachte. Aldus gewezen door mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. A. Dijkstra, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. S.G.H. van Krugten, griffier, en op 25 juni 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. J.A.A.M. van Veen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.