GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.164.166/01 (zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/158179/FA RK 14-1477) beschikking van de familiekamer van 16 juni 2015 inzake [verzoekster], voorheen wonende te [A], thans wonende te [B], verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. R.H. Broeksema, kantoorhoudend te Zwolle, tegen [verweerder] , wonende te [A], verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. K.M. Ten Voorde, kantoorhoudend te Zwolle. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 30 december 2014, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 5 februari 2015, is de moeder in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. De moeder verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende te bepalen dat zij vervangende toestemming krijgt om met [de minderjarige1], [de minderjarige2] en [de minderjarige3] te verhuizen naar [B] en dat zij vervangende toestemming krijgt om [de minderjarige1], [de minderjarige2] en [de minderjarige3] als zij vier jaar is, in te schrijven op de OBS [C] te [B] en [de minderjarige1] na afloop van de basisschoolperiode in te schrijven op het [D] Lyceum in [E]. 2.2 Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 19 maart 2015, heeft de vader het verzoek in hoger beroep van de moeder bestreden. 2.3 Ter griffie van het hof zijn binnengekomen: - op 13 februari 2015 een brief van 12 februari 2015 van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad) met als bijlagen een raadsrapportage van 13 november 2014 en de reactie van de moeder daarop; - op 6 maart 2015 een journaalbericht van 5 maart 2015 namens mr. Broeksema met bijlagen; - op 1 mei 2015 een journaalbericht van 30 april 2015 van mr. Ten Voorde met bijlagen; - op 12 mei 2015 een journaalbericht van 11 mei 2015 namens mr. Broeksema met bijlagen. 2.4 De mondelinge behandeling heeft op vrijdag 22 mei 2015 plaatsgevonden. De ouders zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de raad is in het kader van zijn adviserende taak verschenen mevrouw [F]. Mr. Broeksema heeft pleitnotities overgelegd. 2.5 De moeder heeft ter zitting te kennen gegeven, dat haar hoger beroep zich niet alleen richt tegen de afwijzing van het verzoek tot vervangende toestemming om te verhuizen, maar ook bedoeld heeft te appelleren tegen de wijziging van het hoofdverblijf van de kinderen, en het hof leest haar appelschrift ook als zodanig. De moeder heeft alsnog verzocht om het hoofdverblijf bij haar te bepalen. De vader heeft daar geen bezwaar tegen gemaakt. Nu de vader niet onredelijk wordt bemoeilijkt in de mogelijkheid verweer te voeren, zal worden beslist dit verzoek van de vrouw in hoger beroep. 3De vaststaande feiten 3.1 Uit het [in] 2014 door echtscheiding ontbonden huwelijk van partijen zijn geboren - [de minderjarige1] (hierna te noemen [de minderjarige1]) [in] 2005, - [de minderjarige2] (hierna te noemen [de minderjarige2]) [in] 2008 en - [de minderjarige3] (hierna te noemen [de minderjarige3]) [in] 2011. Partijen zijn gezamenlijk met het gezag over de kinderen belast. 3.2 Bij de echtscheiding zijn partijen een ouderschapsplan overeengekomen, inhoudende onder meer dat de kinderen hun hoofdverblijf bij de moeder hebben en dat de vader een zorgregeling met de kinderen heeft van drie weekenden per vier weken van school/BSO tot maandag bij aanvang van de school, alsmede een woensdagmiddag in de vier weken van school tot 19.00 uur, met een verdeling van de schoolvakanties en de feestdagen bij helfte. 3.3 Op 23 juni 2014 heeft de moeder een verzoek ingediend tot vervangende toestemming om met de kinderen naar [B] te verhuizen. Bij de behandeling ter zitting op 12 augustus 2014 heeft de rechtbank voorlopig geoordeeld dat de moeder die toestemming niet krijgt en de beslissing verder aangehouden. In week 33 van 2014 is de moeder met de kinderen verhuisd naar [B]. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis in kort geding van voornoemde rechtbank van 22 augustus 2014, bekrachtigd bij, hersteld, arrest van dit hof van 13 januari 2015, is door de voorzieningenrechter, zakelijk weergegeven, bepaald dat de kinderen voorlopig bij de vader wonen, met bevel aan de moeder tot afgifte van de kinderen op dezelfde dag op straffe van verbeurte van een dwangsom en is aan de vader toestemming gegeven de kinderen in te schrijven op de basisschool [G] in [A]. De voorzieningenrechter heeft daarbij om een raadsonderzoek in de hoofdzaak verzocht. Sindsdien heeft de moeder een zorgregeling waarbij [de minderjarige1] en [de minderjarige2] eenmaal per veertien dagen vrijdag uit school (waarbij ze door de moeder worden opgehaald) tot zondag 16.00 uur (waarbij ze door de vader worden opgehaald) bij haar zijn en [de minderjarige3] afwisselend een week bij de vader en een week bij de moeder verblijft, waarbij [de minderjarige3] alle weekenden samen is met [de minderjarige1] en [de minderjarige2]. 3.4 De vader heeft ter zitting van de rechtbank van 20 november 2014 verzocht om het hoofdverblijf van de kinderen bij hem te bepalen. 3.5 Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader bepaald en met ingang van de datum van de beschikking een zorgregeling tussen de moeder en de kinderen vastgesteld, inhoudende: - [de minderjarige1] en [de minderjarige2] en [de minderjarige3] vanaf haar vierde levensjaar zijn eenmaal per veertien dagen vrijdag uit school (waarbij ze door de moeder worden opgehaald) tot zondag 16.00 uur (waarbij ze door de vader worden opgehaald) bij de moeder en - [de minderjarige3] is tot haar vierde levensjaar afwisselend een week bij de vader en een week bij de moeder, waarbij [de minderjarige3] alle weekenden samen is met [de minderjarige1] en [de minderjarige2]. Het verzoek van de moeder tot het verlenen van vervangende toestemming om te mogen verhuizen en de kinderen in te schrijven op een andere basisschool, is daarbij door de rechtbank afgewezen. 4De motivering van de beslissing * Horen minderjarige 4.1 De moeder heeft aangegeven dat de raad niet inhoudelijk met de kinderen heeft gesproken en dat [de minderjarige1] nog gehoord wil worden en wel door het hof, ook al is ze nog geen twaalf jaar. 4.2 Gelet op de leeftijd van de minderjarige [de minderjarige1] - thans tien jaar oud - heeft het hof geen aanleiding gezien haar in deze procedure te horen, zoals de moeder heeft verzocht. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen maakt het hof gebruik van zijn bevoegdheid, bedoeld in artikel 809 Rv, om een minderjarige jonger dan twaalf jaar te horen. Dergelijke uitzonderlijke omstandigheden doen zich hier niet voor. Daarenboven heeft de raad in het kader van zijn onderzoek met [de minderjarige1] gesproken en is dat gesprek, voor iedereen kenbaar, in het rapport weergegeven. Het hof oordeelt het in [de minderjarige1] belang om haar verder zoveel mogelijk buiten de strijd tussen de ouders waaronder deze procedure te houden. 4.3 De moeder heeft subsidiair geopperd een bijzondere curator te benoemen zodat [de minderjarige1] op die wijze haar mening kenbaar kan maken. 4.4 Ingevolge artikel 1:250 BW kan de rechter op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve een bijzondere curator benoemen over een minderjarige als er een wezenlijk conflict bestaat tussen de minderjarige en degene die als wettelijk vertegenwoordiger met zijn verzorging en opvoeding is belast. De wetgever heeft daarbij gedacht aan concrete problemen (Hoge Raad 4 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4850). De rechter mag slechts tot benoeming van een bijzondere curator overgaan, indien dit in het belang van minderjarige noodzakelijk is, mede gezien de aard van de belangenstrijd tussen de minderjarige en de gezaghebbende ouder(s). 4.5 Een geschil over het hoofdverblijf van de kinderen of over een verhuizing of een inschrijving op een school, zijn veelvoorkomende geschillen die in het algemeen gesproken niet de benoeming van een bijzondere curator noodzakelijk maken. Het hof is van oordeel dat in deze niet is gebleken van een situatie, waarin het in het belang van [de minderjarige1] noodzakelijk is dat zij, in verband met een tegenstrijdigheid van belangen, vertegenwoordigd dient te worden door een bijzondere curator. Gesteld, noch voldoende is gebleken dat er sprake is van een strijd of een (belangen)conflict tussen (een van) de ouders enerzijds en [de minderjarige1] anderzijds. Het zijn de ouders die sinds de echtscheiding met elkaar strijden en weliswaar zal [de minderjarige1] daarvan (mogelijk) last hebben en wellicht daardoor in een loyaliteitsconflict zijn gekomen of alsnog komen, echter,de benoeming van een bijzondere curator lost dat probleem (voor zover dat er
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.