Afdeling strafrecht Parketnummer: 24-002805-10 Uitspraak d.d.: 11 augustus 2015 TEGENSPRAAK Promis Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 24 november 2010 met parketnummer 07-172373-10 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 9 juni 2011, 12 december 2011, 9 juli 2014 en 28 juli 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal ter terechtzitting, strekkende tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en veroordeling van de verdachte tot een geldboete van € 1.000,- en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van negen maanden. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. D.L.A.M. Pluijmakers, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 26-08-2010 in de gemeente Almere als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 825 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging omtrent het bewijs Anders dan de raadsman acht het hof het niet geloofwaardig dat iemand anders dan de verdachte de Volkswagen Touran op 26 augustus 2010 heeft bestuurd. Het hof overweegt daartoe dat de verdachte zelf korte tijd na het ongeval, namelijk op 27 augustus 2010 om 00.50 uur, tegenover de politie heeft verklaard dat hij de auto heeft bestuurd. Het hof ziet geen enkele reden deze verklaring van de verdachte niet voor het bewijs te gebruiken, zoals door de raadsman is verzocht. Door verbalisant [verbalisant] is ter terechtzitting van 9 juni 2011 verklaard dat er twee mannen aanwezig waren op de plaats van het ongeval en dat de verdachte bevestigde dat hij de bestuurder was van de Volkswagen. Door de bestuurder van de auto met wie de verdachte in botsing is gekomen, [betrokkene 1], is ter terechtzitting van 12 december 2011 verklaard dat hij geen andere mensen uit de auto heeft zien stappen, terwijl hij de auto voortdurend in het zicht heeft gehad. Hij heeft verklaard dat hij de verdachte aan de bestuurderszijde van de auto heeft zien uitstappen. De twee Poolse mannen, namelijk [betrokkene 2] en [betrokkene 3], die volgens de verdachte bij hem in de auto zaten en waarvan laatstgenoemde de bestuurder zou zijn geweest, hebben beiden zowel voor de Poolse rechter als voor de raadsheer-commissaris verklaard op 26 augustus 2010 niet in Nederland te zijn geweest en al helemaal niet bij een auto-ongeval betrokken te zijn geweest. De handgeschreven verklaringen waarin wordt aangegeven dat dit wel het geval was en dat [betrokkene 3] degene is geweest die de auto zou hebben bestuurd, zijn - gelet op de door voornoemde Poolse getuigen tegenover de raadsheer-commissaris afgelegde verklaringen en ook gezien de duidelijk waarneembare verschillen tussen het handschrift waarin die verklaringen zijn geschreven en de handschriften waarmee die verklaringen zijn ondertekend - kennelijk niet door henzelf opgesteld. Het hof acht het aan de verdachte ten laste gelegde feit mitsdien wettig en overtuigend bewezen. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 26-08-2010 in de gemeente Almere als bestuurder van een voertuig, personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 825 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.