Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-008865-13 Uitspraak d.d.: 22 oktober 2015 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 15 november 2013 met parketnummer 05-720787-12 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1965] , wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 oktober 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar, met aan de proeftijd verbonden bijzondere voorwaarden zoals deze door de rechtbank waren opgelegd, alsmede tot een taakstraf van 240 uren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij deels niet-ontvankelijk wordt verklaard en deels wordt afgewezen. De vordering van de advocaat-generaal is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. K. Kok, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: 1:zij op of omstreeks 09 mei 2012 te [plaats] [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend meermalen, althans eenmaal, met een mes in de buik van die [slachtoffer 1] te prikken en/of een mes tegen de buik van die [slachtoffer 1] te zetten en vervolgens die [slachtoffer 1] in een hoek te duwen en/of een mes voor die [slachtoffer 1] heen en weer te bewegen en/of de punt van een mes in de nek van die [slachtoffer 1] te duwen en/of een mes tegen de nek van die [slachtoffer 1] te zetten en/of vervolgens die [slachtoffer 1] in de richting van de telefoon te duwen en te zeggen dat hij, die [slachtoffer 1] , zijn kinderen moet bellen. 2 primair:zij op of omstreeks 10 mei 2012 te [plaats] , ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf opzettelijk een ontploffing teweeg brengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was, vier gaspitten van het gasfornuis in de woning op het adres [plaats] heeft opengedraaid en/of (vervolgens) een aansteker in haar hand heeft genomen en/of gehouden, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning en/of de goederen in of nabij de woning op het adres [plaats] en/of de aangrenzende woningen en/of de goederen in of nabij de aangrenzende woningen te duchten was en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel van de personen die zich bevonden in de aangrenzende woningen, althans die zich bevonden in de nabijheid van de woning op het adres [plaats] , te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 2 subsidiair:zij op of omstreeks 10 mei 2012 te [plaats] hoofdagent van politie [slachtoffer 2] en/of hoofdagent van politie [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk dreigend een aansteker heeft vastgehouden en heeft gedreigd deze te gebruiken en/of (daarbij) voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Als jullie de woning binnenkomen dan blaas ik de boel op", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. 3:zij in of omstreeks de periode van 9 mei 2012 tot en met 10 mei 2012 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een televisietoestel en/of een digitale ontvanger en/of kleding uit een raam van de woning op het adres [plaats] heeft gegooid, en aldus dat televisietoestel en/of die digitale ontvanger en die kleding, in elk geval enig goed of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs van het onder 1 tenlastegelegde De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken van het haar onder 1 tenlastegelegde, omdat zij niet de intentie had om aangever te bedreigen. Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende. Het ten aanzien van feit 1 door de verdediging gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Voor de bewezenverklaring gaat het hof uit van de verklaring van aangever, nu deze verklaring door het hof geloofwaardig wordt geacht en door verschillende bewijsmiddelen wordt ondersteund. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1:zij op of omstreeks 09 mei 2012 te [plaats] [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend meermalen, althans eenmaal, met een mes in de buik van die [slachtoffer 1] te prikken en/of een mes tegen de buik van die [slachtoffer 1] te zetten en vervolgens die [slachtoffer 1] in een hoek te duwen en/of een mes voor die [slachtoffer 1] heen en weer te bewegen en/of de punt van een mes in de nek van die [slachtoffer 1] te duwen en/of een mes tegen de nek van die [slachtoffer 1] te zetten en/of vervolgens die [slachtoffer 1] in de richting van de telefoon te duwen en te zeggen dat hij, die [slachtoffer 1] , zijn kinderen moet bellen. 2 primair:zij op of omstreeks 10 mei 2012 te [plaats] , ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf opzettelijk een ontploffing teweeg brengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was, vier gaspitten van het gasfornuis in de woning op het adres [plaats] heeft opengedraaid en/of (vervolgens) een aansteker in haar hand heeft genomen en/of gehouden, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning en/of de goederen in of nabij de woning op het adres [plaats] en/of de aangrenzende woningen en/of de goederen in of nabij de aangrenzende woningen te duchten was en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel van de personen die zich bevonden in de aangrenzende woningen, althans die zich bevonden in de nabijheid van de woning op het adres [plaats] , te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 3:zij in of omstreeks de periode van 9 mei 2012 tot en met 10 mei 2012 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een televisietoestel en/of een digitale ontvanger en/of kleding uit een raam van de woning op het adres [plaats] heeft gegooid, en aldus dat televisietoestel en/of die digitale ontvanger en die kleding, in elk geval enig goed of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat zij daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: bedreiging met zware mishandeling. Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op: poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Het onder 3 bewezen verklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. Verweren strekkende tot ontslag van alle rechtsvervolging De verdediging heeft met betrekking tot het onder 1 bewezenverklaarde aangevoerd dat verdachte heeft gehandeld vanuit zelfverdediging, zodat zij zich kan beroepen op noodweer. Verdachte stelt dat aangever haar wilde slaan en dat zij zich daartegen heeft mogen verdedigen op de wijze zoals zij heeft gedaan. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep op noodweer dient te worden verworpen, omdat niet aannemelijk is geworden dat verdachte zich moest verdedigen tegen enige wederrechtelijke aanranding. Het hof overweegt het volgende. Het hof acht niet aannemelijk dat verdachte zich tegen enige ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van aangever moest verdedigen. De feitelijke toedracht, zoals die door de verdediging ten verwere is aangevoerd, is naar het oordeel van het hof niet aannemelijk geworden. Het verweer wordt daarom verworpen. Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde stelt de verdediging dat verdachte heeft gehandeld vanuit psychische overmacht, zodat zij dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Er was sprake van een van buiten komende drang waaraan verdachte geen weerstand kon en hoefde te bieden, namelijk een telefoongesprek met aangever, waarin aangever zou hebben gezegd dat hij met zijn familie naar verdachte toe zou komen. Hierdoor vreesde verdachte voor haar leven. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep op psychische overmacht dient te worden verworpen. De voorwaarden voor aanvaarding van psychische overmacht zijn houden in dat sprake moet zijn van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. Geen rechtsregel staat er aan in de weg de persoonlijkheid van de verdachte te betrekken bij de beantwoording van de vraag of die verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden aan de ten verwere aangevoerde drang (HR 6 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR1146). Het hof is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat er sprake was van enige dreiging door aangever waardoor verdachte moest vrezen voor haar leven laat staan dat gezegd kan worden dat zij daardoor redelijkerwijs niet anders kon handelen dan zij heeft gedaan. Daarom kan niet worden gesteld dat er sprake was van een van buiten komende drang waartegen weerstand redelijkerwijs niet kon worden gevergd. Het beroep op psychische overmacht wordt verworpen. Strafbaarheid van de verdachte Het hof heeft kennis genomen van de verschillende rapportages betreffende de persoonlijkheid van verdachte, in het bijzonder van de rapportages die zijn opgemaakt in het kader van het hoger beroep in deze zaak, te weten een psychologische rapportage (Pro Justitia) opgesteld door [naam 1] , klinisch psycholoog, van 4 maart 2015, en een psychiatrische rapportage (Pro Justitia), opgesteld door [naam 2] , psychiater, van 20 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.