← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2015:8889

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.172.649/01 (zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/171290 / KG ZA 15-156) rolbeschikking van 24 november 2015 in de zaak van 1 [appellant] , wonende te [woonplaats] , hierna: [appellant],

  1. [appellante], wonende te [woonplaats] , hierna: [appellante], appellanten in principaal appel, verweerders in incidenteel appel, in eerste aanleg: eisers, hierna gezamenlijk: [appellanten], advocaat: mr. Ph.J.N. Arnoudse, kantoorhoudend te Deventer, tegen Woonstichting De Marken, gevestigd te Schalkhaar, geïntimeerde in principaal appel, appellante in incidenteel appel, in eerste aanleg: gedaagde, hierna te noemen: De Marken, advocaat: mr. M.H.J. Mühlstaff, kantoorhoudend te Deventer. 1Het geding in eerste aanleg 1.1 In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het tussenvonnis van 19 mei 2015 en het eindvonnis van 26 mei 2015 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, locatie Zwolle (hierna: de voorzieningenrechter). 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure is als volgt: - de dagvaarding in hoger beroep en de conclusie van eis van 22 juni 2015, waarin de grieven zijn opgenomen (met producties); - de herstelexploten van 29 juni 2015 en 13 juli 2015; - de akte overlegging productie van 3 augustus 2015; - de memorie van antwoord tevens grieven in incidenteel appel van 18 augustus 2015 (met producties); - de memorie van antwoord in incidenteel appel van 8 september
  2. 2.2 Vervolgens hebben partijen arrest gevraagd, waartoe door [appellanten] de stukken zijn overgelegd, en heeft het hof arrest bepaald. 2.3 Bij niet geregeld verzoek (H16 formulier) heeft de advocaat van [appellanten] ter rolle van 17 november 2015 gevraagd om alsnog pleidooi toe te staan. Als reden voor het verzoek is gegeven dat er sprake is van essentiële informatie die ontbreekt in de schriftelijke stukken, welke informatie in een pleidooi voor één raadsheer binnen 45 minuten kan worden gegeven. 3Korte omschrijving van het geschil 3.1 Bij vonnis van 14 april 2015 van de rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, locatie Zwolle (hierna: de kantonrechter) is op vordering van De Marken de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan [adres] ontbonden en zijn [appellanten] veroordeeld tot ontruiming van de woning. Tegen het vonnis van de kantonrechter van 14 april 2015 hebben [appellanten] appel aangetekend, welke procedure bij het hof bekend is onder nummer 200.171.502/
  3. 3.2 In de onderhavige procedure hebben [appellanten] in eerste aanleg in kort geding gevorderd dat De Marken wordt bevolen om de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter van 14 april 2015 dan wel de de ontruiming van de woning op te schorten en de huurovereenkomst voort te zetten. 3.3 Bij de bestreden vonnissen heeft de voorzieningenrechter de vorderingen afgewezen en [appellant] verwezen in de proceskosten van De Marken. 4Nagekomen berichten 4.1 Art. 5.4 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr) geeft de hoofdregel weer voor nadere berichten nadat reeds een datum voor arrest is bepaald. Dit artikel luidt als volgt: Berichten aan het hof nadat arrest is bepaald Het hof neemt geen kennis van berichten van een partij die het hof bereiken nadat arrest is bepaald, tenzij de wederpartij met de kennisneming heeft ingestemd. 4.2 Art. 4.5 Lpr luidt als volgt: Alsnog pleidooi vragen Een niet tijdig gedaan verzoek om pleidooi kan worden ingewilligd, indien schriftelijk wordt toegelicht waarom het verzoek niet eerder is en alsnog wordt gedaan. 4.3 De rolraadsheer ziet geen reden in deze zaak van de hoofdregel van art. 5.4 Lpr af te wijken en het debat te heropenen (door pleidooi toe te staan) voordat op het overgelegde dossier arrest is gewezen. Gesteld noch gebleken is dat De Marken ermee heeft ingestemd dat [appellanten] zich tot het hof richten met een pleidooiverzoek, laat staan dat De Marken het met de inhoud van dat verzoek eens zou zijn. Bovendien is de toelichting op het verzoek dermate vaag dat het reeds op grond van art. 4.5 Lpr zou moeten worden afgewezen. 4.4 De rolraadsheer bepaalt dan ook dat het pleidooiverzoek vooralsnog wordt afgewezen. 5De beslissing De rolraadsheer: bepaalt dat het pleidooiverzoek van [appellanten] vooralsnog wordt afgewezen. Aldus gegeven te Leeuwarden op dinsdag 24 november 2015 door mr. J.H. Kuiper, lid van de enkelvoudige kamer.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.