GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.168.219 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 3843408) arrest van 8 december 2015 in de zaak van de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Vereniging van Ondernemingen van Betonmortelfabrikanten in Nederland (VOBN), gevestigd te Veenendaal,appellante in het principaal hoger beroep,geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,in eerste aanleg: gedaagde, hierna: VOBN, advocaat: mr. E.J. Henrichs, tegen: de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde in het principaal hoger beroep,appellante in het incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: eiseres, hierna: FNV, advocaat: mr. G.J. Knotter. 1Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 13 maart 2015 dat de kantonrechter (rechtbank Midden-Nederland, afdeling civiel recht, kantonrechter, locatie Utrecht) in kort geding heeft gewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep d.d. 10 april 2015 met grieven en een productie,- de schriftelijke conclusie van eis, - de memorie van antwoord met producties, - de pleidooien op 23 oktober 2015 overeenkomstig de pleitnotities van de procesadvocaten. 2.2 Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest bepaald op één dossier. 2.3 VOBN vordert in het principaal hoger beroep - kort samengevat - dat het hof, bij arrest, voor zover rechtens uitvoerbaar bij voorraad:a. FNV alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans haar deze vorderingen zal ontzeggen;b. FNV zal veroordelen in de kosten van het geding in beide instanties, alsmede in de gebruikelijke nakosten (zowel zonder als met betekening), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de datum van de uitspraak. 2.4 FNV concludeert in het principaal hoger beroep tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van VOBN in de kosten van het hoger beroep. 2.5 FNV vordert in het incidenteel hoger beroep - kort samengevat - dat het hof VOBN zal veroordelen tot betaling van een voorschot van € 5.000,- op de door FNV geleden en nog te lijden schade, met veroordeling van VOBN in de kosten van het hoger beroep. 3De vaststaande feiten 3.1 FNV (met CNV vakmensen) en VOBN zijn partijen bij de CAO voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen (hierna: “de CAO”). De CAO is laatstelijk afgesloten voor de periode 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012.In artikel 2 van de CAO met als kopje “Duur van de overeenkomst” is het volgende bepaald:“Deze overeenkomst wordt aangegaan voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012. De CAO eindigt van rechtswege. Gedurende de periode dat tussen partijen nog geen nieuwe overeenkomst is gesloten, blijven de bepalingen van de oude overeenkomst van kracht.” 3.2 Bij besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 april 2012 zijn - voor zover hier van belang - de volgende bepalingen uit de CAO algemeen verbindend verklaard met ingang van 6 april 2012 tot en met 31 december 2012:“Artikel 47 Sociaal Fonds voor de Mortel- en morteltransportondernemingen1. De statuten en reglementen van de Stichting Sociaal Fonds voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen, hierna te noemen SFM, alsmede eventuele binnen het kader van bedoelde statuten en reglementen nader door het bestuur van SFM vastgestelde, schriftelijk vastgelegde uitvoeringsvoorschriften van organisatorische aard, maken integraal onderdeel uit van deze CAO. (...) 3. De werkgever is een bijdrage verschuldigd voor de financiering van de doelstellingen van SFM. Het verschuldigde bijdragepercentage is vastgesteld op 0,3% van het SV-loon voor rekening van de werkgever. De bijdrage wordt vastgesteld in de vorm van een percentage van het door de werkgever aan zijn werknemers vallende onder de CAO uitbetaalde loon. (...) Statuten van de Stichting Sociaal Fonds voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen (…) Artikel 3 Doel De stichting heeft de volgende bestedingsdoelen en activiteiten: 1. Scholing: (…) 2. Vorming, Onderwijs, Arbeidsmarktbeleid en Arbeidsomstandigheden: (…) 3. Aanvullingen en uitkeringen: de verstrekking van een aanvulling of het doen van een verstrekking aan of ten behoeve van werknemers die een uitkering ontvangen krachtens de WW, WAO of WIA. 4. Informatie en Organisatie, Afstemming en Beheer: (…)” (…) Artikel 5 Geldmiddelen De geldmiddelen van de Stichting bestaan uit: a. de bijdragen die ter uitvoering van het doel van de stichting door de werkgevers en de werknemers worden opgebracht op de wijze als door partijen bepaald en nader vastgesteld in het bijdrage-reglement; (…) Artikel 6 Bijdragereglement Het bestuur stelt een bijdragereglement vast waarin ten minste zijn geregeld de wijze van vaststelling en de hoogte van de bijdragen en de wijze van incasseren daarvan. (…) Artikel 11 Administratie De stichting heeft haar administratie en uitvoerende taken opgedragen aan Cordares Holding N.V., maar kan, indien het bestuur zulks nodig acht, deze taken opdragen aan een andere organisatie onder toezicht en verantwoordelijkheid van het bestuur. (…) Bijdragereglement ingevolge artikel 6 van de statuten van de Stichting Sociaal Fonds voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen (…) Artikel 2 Bijdrageverplichting 1. De werkgever is aan de stichting een bijdrage verschuldigd voor de financiering van de in de statuten omschreven doelstellingen. 2. De bijdrage wordt vastgesteld in de vorm van een percentage van het door de werkgever aan zijn werknemers uitbetaalde loon. Als loon wordt aangemerkt het brutoloon SV. 3. De hoogte van de in lid 1 bedoelde bijdrage en de verdeling over de fondsen als genoemd in artikel 3 van de statuten, wordt elk jaar door het bestuur van de stichting aan de hand van een begroting geschat en (voorlopig) vastgesteld. Deze begroting wordt direct ter beschikking gesteld van partijen bij de CAO. De hoogte wordt pas definitief vastgesteld door het bestuur nadat daarover door partijen bij de CAO overeenstemming is bereikt. (…)” 3.3 Eind 2012/begin 2013 is een mediationtraject onder leiding van een externe begeleider gestart om overeenstemming te bereiken over een nieuwe CAO. Dat traject heeft geen resultaat gehad. Partijen hebben vervolgens op 23 juni 2013, 5 juli 2013, 20 september 2013, 15 oktober 2013 en 11 december 2013 met elkaar onderhandelingen gevoerd over het sluiten van een nieuwe CAO, eveneens zonder succes. Ook in 2014 hebben partijen met elkaar gesproken, eveneens zonder resultaat. 3.4 Bij brief van 30 september 2014 heeft VOBN aan FNV onder meer het volgende meegedeeld: “Onderhandelingen over nieuwe cao in 2013 In 2013 hebben partijen intensief onderhandeld en geprobeerd om afspraken te maken over een nieuwe cao voor de bedrijfstak betonmortel- en betonmorteltransport. Ondanks de geleverde inspanningen aan beide kanten heeft dit helaas niet geresulteerd in een concreet resultaat. De onderhandelingen zijn daarna niet meer hervat. Gelet op de relatief kleine omvang van de bedrijfstak is het de vraag of het voor de toekomst nog lonend is om te investeren in een nieuwe, eigen CAO, zeker ook gelet op de beheerskosten die daarmee gepaard gaan. VOBN heeft daar sterke twijfels over. Dit laat onverlet dat VOBN voor de toekomst de wens uitspreekt, dat alsnog voldoende draagvlak zal ontstaan om te komen tot een bepaalde vorm van collectiviteit voor werkgevers en werknemers binnen de mortel- en morteltransportondernemingen. Mogelijkheid zou bijvoorbeeld kunnen zijn om aansluiting te zoeken bij een grotere, overkoepelende CAO. VOBN onderkent de meerwaarde van een CAO, indien met een constructieve opstelling van partijen goede, collectieve afspraken gemaakt zouden kunnen worden, die kunnen bijdragen aan vernieuwing en innovatie binnen de sector. Anderzijds onderkent VOBN ook de mogelijke wens van aangesloten leden om te komen tot alternatieve oplossingen, zoals bredere onderneming CAO’s. Opzeggen van huidige CAO Op dit moment is het zo dat de huidige CAO per 1 januari 2013 van rechtswege is geëindigd (artikel 2). Uiteraard hebben de bepalingen in de CAO nawerking en deze nawerking wordt door de VOBN-leden ook consequent toegepast op de werknemers die vóór 1 januari 2013 in dienst zijn getreden. Gelet op de verstreken tijd sinds 1 januari 2013 en de onzekere toekomst acht VOBN het van belang om, naar alle betrokken partijen, duidelijkheid te creëren over de status van de huidige CAO. De huidige CAO heeft nawerking tot het moment dat afspraken zijn gemaakt over een nieuwe CAO. Er is echter al enige tijd geen zicht op een nieuwe CAO en de huidige CAO zal ook niet meer verlengd worden, dat is een gepasseerd station. Om die reden stelt VOBN voor dat partijen afspraken maken over afwikkeling van de CAO, meer in het bijzonder de financiële verplichtingen voortvloeiend uit het Sociaal Fonds voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen (SFM). Het lijkt niet zinvol om aanzienlijke bedragen te blijven afdragen aan SFM als daar in de toekomst steeds minder vaak een beroep op zal worden gedaan. Met name de beheerskosten die jaarlijks worden voldaan aan APG (voorheen Cordares) zijn buiten proportioneel en staan niet in verhouding tot de doelen die ermee gefinancierd worden. Ook lijkt het verstandig om de Aanvullingsregeling 55 min (uitgevoerd door bpf BOUW) onderwerp van gesprek te laten zijn om eventuele financiële risico’s vroegtijdig in kaart te brengen. Voor de duidelijkheid benadrukt VOBN nogmaals dat alle verplichtingen voortvloeiend uit de huidige CAO – en financiële aanspraken van zittende werknemers op het SFM – zullen worden gerespecteerd. Ik stel voor om in het overleg van 1 oktober 2014 nader overleg te hebben over de inhoud van deze brief en aansluitend concrete afspraken te maken. (…)” FNV heeft geen gehoor gegeven aan de uitnodiging van VOBN om met haar op 1 oktober 2014 in overleg te treden.3.5 Bij brief van 24 oktober 2014 heeft VOBN aan het bestuur van SFM het volgende meegedeeld: “In de bijlage treft u een brief aan van VOBN, gericht aan FNV bouw en CNV Vakmensen met betrekking tot de op 1 januari 2013 geëxpireerde cao van de Mortel- en Morteltransportondernemingen. In deze brief staat onder meer dat werkgevers geen verlenging van de cao meer wensen maar zich liever, met betrekking tot collectiviteit, aansluiten bij een grotere, overkoepelende cao danwel willen komen tot cao’s op bedrijfsniveau. Dit behelst tevens dat het Sociaal Fonds voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen wat werkgevers betreft niet langer in stand behoeft te worden gehouden. Werkgevers willen graag afspraken maken met beide vakbonden over hoe te komen tot afwikkeling van het fonds. Zodra hier afspraken over gemaakt zijn informeren wij u. (…)” 3.6 Het bijdragepercentage zoals bedoeld in artikel 2 van het Bijdragereglement is voor 2013 en 2014 telkens op 0,3 vastgesteld en telkens door partijen bekrachtigd. Ook voor het jaar 2015 heeft het bestuur van SFM het percentage voorlopig op 0,3 gesteld. APG schrijft hierover in haar brief van 2 december 2014 aan VOBN: “Op verzoek van het bestuur van de Stichting Sociaal Fonds voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen (SFM) leggen wij het voorstel voor de SFM-bijdrage voor 2015 ter goedkeuring voor aan partijen bij de CAO voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen. Op grond van artikel 2, lid 3 van het Bijdragereglement van het SFM stelt het bestuur elk jaar op basis van een begroting de hoogte van de bijdrage voor het volgende jaar voorlopig vast. De hoogte wordt pas definitief vastgesteld als CAO-partijen daarover overeenstemming hebben bereikt. In zijn vergadering op 27 november 2014 heeft het bestuur de bijdrage voorlopig vastgesteld op 0,3% van het brutoloon SV. Het bestuur is daarbij uitgegaan van voortzetting van de huidige regelingen van het fonds in 2015. Het bestuur verzoekt u om vóór 3 december 2014 de voorgestelde bijdrage van 0,3% goed te keuren. Als u dat bijdragepercentage niet voor genoemde datum goedkeurt, zal vanaf 1 januari 2015 geen bijdrage meer worden geïnd voor het SFM en zal het bestuur geen uitvoering meer (kunnen) geven aan de regelingen van het fonds. Gelet op de brief van de VOBN aan het bestuur van het SFM van 24 oktober 2014 verzoekt het bestuur u ten slotte om op zo kort mogelijke termijn duidelijkheid te verschaffen over de toekomst van het fonds. (…)” 3.7 In een brief van 19 december 2014 van FNV aan VOBN is onder andere het volgende vermeld:“Bij brief van 30 september 2014 heeft u namens de Vereniging van Ondernemingen van Betonmortelfabrikanten in Nederland (…) aan FNV Bouw en CNV Vakmensen laten weten dat VOBN geen nieuwe cao voor de bedrijfstak betonmortel- en betonmorteltransport meer wenst aan te gaan. (…) Voor zover hier nog twijfel over bestaat: FNV Bouw wenst geen afspraken te maken over afwikkeling van de cao, waaronder de financiële verplichtingen uit het SFM. Wij stellen ons op het standpunt dat nog steeds voldaan dient te worden aan de financiële verplichtingen op grond van het SFM. (…) FNV Bouw wenst wel degelijk te komen tot een nieuwe cao voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen. Daarbij gaat FNV Bouw uit van een looptijd van 1 januari 2013 tot en met 30 juni 2015. De volgende elementen maken wat FNV Bouw betreft deel uit van de nieuw overeen te komen cao: (…)” 3.8 In een brief van 9 januari 2015 van APG aan VOBN is onder andere het volgende vermeld:“In zijn vergadering van 27 november 2014 heeft het bestuur van SFM de begroting SFM-bijdrage 2015 van de VOBN besproken. Het bestuur heeft besloten voor 2015 € 38.400 aan subsidie toe te kennen aan de VOBN, onder de voorwaarde dat partijen bij de CAO voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen akkoord gaan met de inning van een bijdrage in 2015 van 0,3% van het brutoloon SV. Genoemde cao-partijen hebben (nog) niet ingestemd met de inning van die bijdrage. Daarom is de subsidie (nog) niet definitief toegekend en worden (nog) geen voorschotten daarop verstrekt aan uw organisatie. (…)” 3.9 In een brief van 18 februari 2015 van VOBN aan FNV en CNV Vakmensen is onder andere het volgende vermeld:“Voor zover echter in rechte vast zou komen te staan dat:(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.