Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005456-14 Uitspraak d.d.: 10 december 2015 TEGENSPRAAK ONTNEMINGSZAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 16 september 2014 met parketnummer 07-996554-08 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De veroordeelde heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 december 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, er toe strekkende dat het hof de commune kamer van de rechtbank Overijssel onbevoegd zal verklaren om recht te doen op de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door veroordeelde en zijn raadsvrouw, mr. L.F. Jagtenberg, naar voren is gebracht. De behandeling ter terechtzitting van de eerste rechter Veroordeelde is in de strafzaak, op 12 november 2009 in eerste aanleg onder parketnummer 07-996554-08 en op 5 juni 2012 in hoger beroep onder parketnummer 24-002928-09, door de economische kamer van de rechtbank, respectievelijk van het hof, veroordeeld. De vordering tot ontneming d.d. 18 augustus 2011, gebaseerd op genoemde strafzaak, is (terecht) aangebracht ter terechtzitting van de meervoudige economische strafkamer van de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 10 november 2011. Gelet hierop, alsmede in aanmerking genomen dat de strafzaak is beslist door de economische kamer van de rechtbank, respectievelijk van het hof, diende de vordering te worden behandeld door de economische kamer van de rechtbank. Echter, uit de processen-verbaal van de zittingen van 10 november 2011, 2 februari 2012 en 12 november 2012 blijkt dat deze vordering is behandeld door de commune kamer van de rechtbank. Deze kamer heeft ook een tussenbeslissing gegeven, op 31 januari 2013, waarna de vordering vervolgens is behandeld op 17 september 2013, 12 december 2013 en 10 juni 2014, wederom telkens door de commune kamer. Het in hoger beroep betwiste ontnemingsvonnis d.d. 16 september 2014 is ook gegeven door de commune kamer. De aanvulling op dat ontnemingsvonnis is eveneens van de commune kamer afkomstig. Het hoger beroep is ook ingesteld, blijkens de akte, tegen een beslissing van de commune kamer. Omdat de commune kamer van de rechtbank niet bevoegd was om de vordering van 18 augustus 2011 tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen te behandelen en daarop te beslissen, kan het vonnis van 16 september 2014 niet in stand blijven. Gelet hierop, alsmede de omstandigheid dat de advocaat-generaal en de verdachte thans geen behandeling van de vordering door dit hof wensen, zal het hof de zaak met toepassing van artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering terugwijzen naar de rechtbank Overijssel ( meervoudige economische kamer), teneinde, met inachtneming van dit arrest, na hernieuwde oproeping van de veroordeelde deze zaak op de bestaande vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel te behandelen en af te doen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis van de rechtbank Overijssel van 16 september 2014; Wijst de zaak terug naar de rechtbank Overijssel (meervoudige economische kamer), teneinde, met inachtneming van dit arrest en na hernieuwde oproeping van de veroordeelde, deze zaak op de bestaande vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel te behandelen en af te doen. Aldus gewezen door mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. E. de Witt, raadsheren, in tegenwoordigheid van G.A. Boersma, griffier, en op 10 december 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.