Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003441-15 Uitspraak d.d.: 11 februari 2016 TEGENSPRAAK Promis Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 4 juni 2015 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 96-035672-14 en 96-197098-14, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 28 januari 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en veroordeling van verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 96-035672-14 onder 1 en 2 en het in de zaak met parketnummer 96-197098-14 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, een geldboete van € 950,=, subsidiair 19 dagen hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 8 maanden. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: zaak met parketnummer 96-035672-14: 1:zij op of omstreeks 16 februari 2014 te [plaats] , gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van haar adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 800 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn; 2:zij op of omstreeks 16 februari 2014 te [plaats] , gemeente [gemeente] , terwijl zij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op haar naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid overeenkomstig artikel 123b, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 had verloren en aan haar daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straatnaam 1] , als bestuurder een motorrijtuig (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; zaak met parketnummer 96-197098-14: zij, op of omstreeks 6 januari 2014 te [gemeente] , terwijl zij wist of redelijkerwijs moest weten dat haar bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat haar die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straatnaam 2] , een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd. Vrijspraak van het in de zaak onder parketnummer 96-197098-14 Op grond van de processtukken en het verhandelde ter zitting kan niet worden bewezen dat verdachte op of omstreeks 6 januari 2014 de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking was ontzegd en dat zij daarvan op de hoogte was of moest zijn. De beslissing houdende bedoelde ontzegging is niet aan het dossier toegevoegd. Dat geldt ook voor de stukken die de bekendmaking van zodanige beslissing regarderen. Dat een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen is opgelegd, kan slechts blijken uit een registratie in de systemen van de politie. Uit de verklaringen van verdachte kan niet worden afgeleid dat zij wist dat haar de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd. Derhalve kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het in de zaak onder parketnummer 96-197098-14 ten laste gelegde heeft gepleegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Nadere bewijsoverweging ter zake van het in de zaak met parketnummer 96-035672-14 onder 2 ten laste gelegde Verdachte wordt - kort gezegd - verweten dat zij op of omstreeks 16 februari 2014 haar personenauto op de weg heeft bestuurd, terwijl haar rijbewijs ongeldig was verklaard en aan haar daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een personenauto was afgegeven. Het hof stelt vast dat stukken betreffende de ongeldigverklaring van verdachtes rijbewijs en de bekendmaking van die beslissing eveneens in het dossier ontbreken. Uit de registratie in de systemen van de politie blijkt wel van de ongeldigverklaring van het rijbewijs. Nu verdachte ter zitting van het hof tevens heeft verklaard dat zij wist dat haar rijbewijs ongeldig was verklaard, dat deze ongeldigverklaring op 16 februari 2014 ook nog van kracht was en dat aan haar na deze ongeldigverklaring geen ander rijbewijs voor het besturen van een personenauto was afgegeven, kan dit feit wel worden bewezen. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 96-035672-14 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: zaak met parketnummer 96-035672-14: 1:zij op 16 februari 2014 te [plaats] , gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van haar adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 800 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn; 2:zij op 16 februari 2014 te [plaats] , gemeente [gemeente] , terwijl zij wist dat een op haar naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid overeenkomstig artikel 123b, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 had verloren en aan haar daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straatnaam 1] , als bestuurder een motorrijtuig (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het in de zaak met parketnummer 96-035672-14 onder 1 bewezen verklaarde levert op: overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994; het in de zaak met parketnummer 96-035672-14 onder 2 bewezen verklaarde levert op: overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.