← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2016:2750

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.181.353/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/16/353971/FL RK 13-2295) beschikking van de familiekamer van 29 maart 2016 inzake [appellant] , wonende te [A] , appellant, verder te noemen: de man, advocaat: mr. E. Taș, kantoorhoudend te Deventer, en [geïntimeerde] , wonende te [B] , geïntimeerde, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. B. Anik, kantoorhoudend te Hilversum. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad van 17 augustus

  1. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift, ingekomen op 15 november 2015; - journaalberichten van mr. Taș van 6 januari 2016 en 11 februari 2016 met bijlagen; - het verweerschrift, ingekomen op 18 februari
  2. De ambtshalve beoordeling door het hof van de ontvankelijkheid van het hoger beroep 3.1 Bij de beschikking waarvan beroep heeft de rechtbank - kort gezegd - onder meer de man, in het kader van een door de vrouw gedaan verzoek ex artikel 843a Rv., veroordeeld om een aantal met name in de beschikking genoemde bescheiden bij brief over te leggen, enkele beslissingen gegeven over de wijze waarop dient te worden voortgeprocedeerd, en iedere verdere beslissing aangehouden. 3.2 Een beschikking met een inhoud als de thans beroepen beschikking is een tussenbeschikking. Er wordt immers niet in een uitdrukkelijk dictum een einde gemaakt aan het geding omtrent enig deel van de rechtsvordering, maar het is een beslissing inzake een incident dat ziet op de voortgang en instructie van de zaak. Het verzoek ex artikel 843a Rv. is niet in een afzonderlijke procedure gedaan, maar in de lopende echtscheidings- c.q. boedelverdelingsprocedure. Alleen wanneer een dergelijk verzoek in een afzonderlijke procedure wordt gedaan is de toe- of afwijzing ervan een einduitspraak. Ingevolge artikel 358 lid 4 Rv. kan van een tussenbeschikking alleen tegelijk met dat van de eindbeschikking hoger beroep worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald. 3.3 Geen van partijen heeft zich over dit aspect van de zaak, dat het hof ambtshalve moet toetsen, uitgelaten. Alvorens te beslissen zal het hof partijen dan ook in de gelegenheid stellen - mede nu tot nu toe nog geen mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden - zich hierover uit te laten, alsmede over de vraag of zij de kwestie van de ontvankelijkheid in een mondelinge behandeling wensen toe te lichten. 4De beslissing Het gerechtshof: stelt de man in de gelegenheid zich binnen twee weken na heden uit te laten zoals in overweging 3.3 hierboven bedoeld; stelt de vrouw in de gelegenheid zich binnen vier weken na heden uit te laten zoals in overweging 3.3 hierboven bedoeld, alsmede te reageren op de uitlating van de man; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. J.D.S.L. Bosch, mr. G.M. van der Meer en mr. G. Jonkman en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 29 maart 2016 in bijzijn van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.