← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2016:4439

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.189.988/01 (zaaknummers rechtbank Midden-Nederland C/16/362260 / FL RK 14-234 en C/16/362262 / FL RK 14-235) beschikking van de familiekamer van 31 mei 2016 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [A] (Roemenië), verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. E. Uijt de boogaardt, kantoorhoudend te Lelystad, en [verweerster] , wonende te [B] , verweerster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. K. Benchaïb, kantoorhoudend te Emmeloord. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 30 april 2015 en 20 januari 2016, uitgesproken onder voormelde zaaknummers. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 18 april 2016, is de vader in hoger beroep gekomen van de beschikking van 20 januari

  1. De vader verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de moeder in haar inleidende verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze verzoeken af te wijzen. 2.2 De moeder is door het hof in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 6 juni 2016 een verweerschrift in te dienen. 3De motivering van de beslissing 3.1 In het kader van een pilot "complexe scheidingen" heeft een raadsheer de stukken beoordeeld in het licht van de vraag of al in dit vroege stadium van de appelprocedure op korte termijn maatregelen kunnen worden genomen die een snellere en de-escalerende afhandeling bevorderen. Gelet op de stukken hebben partijen in ieder geval onenigheid over het gezag en de omgang met betrekking tot de minderjarigen [de minderjarige1] , geboren [in] 2003 in de gemeente [C] (Ierland) en [de minderjarige2] , geboren [in] 2004 in de gemeente [D] (Roemenië). 3.2 Het hof acht het, zonder vooruit te lopen op de verdere procedure, wenselijk dat de Raad voor de Kinderbescherming reeds in dit stadium van de procedure wordt verzocht om een aanvullend onderzoek in te (doen) stellen, waarbij de vader wordt gehoord en waarbij nogmaals met de minderjarigen wordt gesproken. Het hof zal de Raad voor de Kinderbescherming verzoeken om over het vorenstaande te adviseren en te rapporteren vóór 1 augustus
  2. 3.3 Na afloop van de verweertermijn en na ontvangst van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, zal een mondelinge behandeling worden gelast, waarvoor partijen en de Raad voor de Kinderbescherming zullen worden opgeroepen. 3.4 In afwachting van het voorgaande zal iedere verdere beslissing worden aangehouden. 4De beslissing Het gerechtshof: alvorens verder te beslissen: verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een aanvullend onderzoek in te (doen) stellen als hiervoor onder 3.2 omschreven en daaromtrent te rapporteren vóór 1 augustus 2016; bepaalt dat een mondelinge behandeling zal worden gelast na afloop van de verweertermijn en na ontvangst van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, waarvoor partijen en de Raad voor de Kinderbescherming zullen worden opgeroepen; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. J.G. Idsardi, mr. J.D.S.L. Bosch en mr. G. Jonkman, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 31 mei 2016 in bijzijn van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.