← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2016:4447

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005689-15 Uitspraak d.d.: 8 juni 2016 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 30 september 2015 met parketnummer 05-112855-15 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1990] , wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 mei 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht. Ontvankelijkheid van het hoger beroep (feit 2) Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde feit. Hoger beroep tegen deze gegeven vrijspraak staat niet open. Het hof zal verdachte daarom in zoverre niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep verklaren. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, tenlastegelegd dat: 1:hij op of omstreeks 24 februari 2015, te [geboorteplaats] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk Sparta, type Pick Up), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s). Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof overweegt in het bijzonder als volgt. Uit het proces-verbaal van bevindingen, gedateerd 18 maart 2015, opgemaakt door [verbalisant 1] , brigadier van politie, volgt dat naar aanleiding van de diefstal van de fiets van aangeefster op 24 februari 2015 door de politie een onderzoek is ingesteld, waarbij onder meer bewakingsbeelden zijn bekeken. Op deze beelden is te zien dat twee mannen met een witte Volkswagen bus aan komen rijden. Te zien is dat de twee mannen, die uit deze bus stappen, de fiets wegnemen. Er is duidelijk te zien dat de fiets aan het achterwiel wordt opgetild en in de bus wordt geladen. Hierna stappen de twee mannen in de bus en rijden weg. Naar aanleiding van deze beelden is door de politie Oost-Nederland een aandachtsvestiging gedaan. Uit het proces-verbaal van bevindingen, gedateerd 6 maart 2015, opgemaakt door [verbalisant 2] , hoofdagent van politie, volgt dat de verbalisant verdachte als bijrijder van de bestelwagen heeft herkend aan de hand van door hem bekeken videobeelden. De verbalisant heeft gerelateerd dat hij verdachte in de afgelopen maanden wekelijks heeft gecontroleerd dan wel heeft gezien en dat hij verdachte op de videobeelden heeft herkend aan zijn korte haardracht, lichaamsbouw en kleding. Naar het oordeel van het hof is er geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en de geloofwaardigheid van het door de verbalisant [verbalisant 2] op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van bevindingen. De verbalisant heeft verdachte niet alleen herkend, maar hij heeft ook gerelateerd uit welken hoofde hij verdachte kent. Bovendien is de betreffende Volkswagen korte tijd nadien te zien op bewakingsbeelden van het recreatiepark waar verdachte in die periode regelmatig verbleef . Ook is de fiets aangetroffen bij de bungalow van de oma van verdachte op dit park. De oma van verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat verdachte in die tijd naast haar woonde. Het hof acht het feit dan ook wettig en overtuigend bewezen. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1:hij op of omstreeks 24 februari 2015, te [geboorteplaats] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk Sparta, type Pick Up), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s). Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: diefstal door twee of meer verenigde personen. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een op professionele wijze uitgevoerde diefstal in vereniging van een elektrische fiets. Dat is een ergerlijk feit. Blijkens de oriëntatiepunten straftoemeting is voor een diefstal van een snorfiets een taakstraf voor de duur van 30 uren in beginsel gerechtvaardigd. Medeplegen alsook een professionele werkwijze levert in beginsel een hogere straf op. Het hof ziet aanleiding om dit oriëntatiepunt ook toe te passen bij de diefstal van een elektrische fiets. Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 26 april 2016, is de verdachte voor de pleegdatum van dit delict niet eerder onherroepelijk veroordeeld ter zake van een soortgelijk feit. Gelet op het bovenstaande acht het hof een taakstraf voor de duur van 40 uren passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 ten laste gelegde. Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis. Aldus gewezen door mr. A. van Waarden, voorzitter, mr. R. Krijger en mr. R.R.H. Laurens, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. E.C.M. Steeghs, griffier, en op 8 juni 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken. mr. R.R.H. Laurens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 8 juni 2016. Tegenwoordig: mr. J.A.W. Lensing, voorzitter, mr. J. van Spanje, advocaat-generaal, mr. G.J.B. van Weegen, griffier. De voorzitter doet de zaak uitroepen. De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig. De voorzitter spreekt het arrest uit. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.