GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.162.936/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 2988682 CV EXPL 14-4135) arrest van 5 juli 2016 in de zaak van [appellant] , h.o.d.n. [bedrijf appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, hierna: [appellant] , advocaat: mr. W. Dieks, kantoorhoudend te Nijmegen, tegen Proximedia Nederland B.V., h.o.d.n. BeUp, gevestigd te Utrecht, geïntimeerde, hierna: BeUp, advocaat: mr. H. van der Valk, kantoorhoudend te Haarlem. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 9 februari 2016 hier over. 1.2 Ingevolge het vermelde tussenarrest heeft op 13 mei 2016 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt. 1.3 Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald. 2De vaststaande feiten (grief I) 2.1 Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 2 van het bestreden vonnis is, behoudens ten aanzien van de vaststelling waartegen grief I is gericht, geen grief ontwikkeld en ook anderszins is niet van bezwaren daartegen gebleken, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan, zulks met inachtneming van hetgeen met die grief wordt bestreden. 2.2 Voor zover het verwijt luidt dat de feitenvaststelling van de rechtbank onvolledig was, geldt dat er geen rechtsregel is die de rechter verplicht alle door de ene partij gestelde en door de andere partij erkende of niet weersproken feiten als vaststaand in de uitspraak te vermelden. Het staat de rechter vrij uit de tussen partijen vaststaande feiten die selectie te maken welke hem voor de beoordeling van het geschil relevant voorkomt. 2.3 Voor zover [appellant] veronderstelt dat rechtsoverweging 3.2 van het vonnis een feitenvaststelling bevat, is zijn grief gebaseerd op onjuiste lezing van het vonnis. In die rechtsoverweging wordt immers slechts het standpunt van [appellant] weergegeven. 2.4 Het hof zal bij de feitenselectie een zelfstandige afweging maken. Het volgende staat in hoger beroep vast. 2.4.1 [appellant] exploiteert een eenmanszaak die haardhout verkoopt aan particulieren en kleine bedrijven. De werkzaamheden worden door [appellant] vanuit zijn woonadres verricht. 2.4.2 BeUp is een internetbedrijf dat websites voor bedrijven vervaardigt. Ook biedt zij zogenaamde Adwords-advertenties aan op Google. BeUp heeft verscheidene vertegenwoordigers in dienst die in Nederland kleine ondernemers benaderen om overeenkomsten met haar te sluiten. 2.4.3 [appellant] is telefonisch benaderd door BeUp, waarna hij met een vertegenwoordiger van BeUp ( [X] ) een afspraak heeft gemaakt. Na het bezoek van [X] heeft [appellant] op 22 maart 2013 een schriftelijk contract (vier bladzijden tekst) ondertekend. De tekst van het contract houdt kort gezegd in dat BeUp zich gedurende een periode van 48 maanden verplicht om voor [appellant] een advertentiecampagne aan te maken (een zogenoemde Search Engine Advertisement campagne) bij Google AdWords (advertenties die in de zoekmachine van Google verschijnen) tot 5.000 clicks per jaar en deze campagne te beheren en op te volgen. De maandelijkse kosten bedragen voor [appellant] € 234,- (exclusief btw) op maandbasis. 2.4.4 Artikel 3 van de overeenkomst luidt as volgt. "Onderhavige overeenkomst wordt afgesloten voor een termijn van 48 maanden." 2.4.5 Artikel 6 van de overeenkomst luidt voor zover van belang: " ARTIKEL 6 - AANSPRAKELIJKHEID VAN BeUp (…) 6.3 BeUp is gehouden aan een inspanningsverplichting en niet aan een resultaatsverplichting. Ze is in geen enkel geval aansprakelijk voor geleden indirecte schade zoals omzetverlies, inkomstenverlies, winstverlies, commissieverlies, enz. (…)" 2.4.6 Artikel 10 van de overeenkomst heeft de vetgedrukte kop DUUR VAN DE OVEREENKOMST - VERNIEUWING - ONTBINDING - OPZEGGING -VERNIETIGBAARHEID Dit artikel luidt als volgt: "10.1.1 De onderhavige overeenkomst is een duurovereenkomst van bepaalde tijd en is gesloten voor een duur van 48 MAANDEN. De Abonnee kan evenwel besluiten de overeenkomst tussentijds op te zeggen mits de betaling van een opzeggingsvergoeding gelijk aan 40% van de nog niet vervallen maandelijkse bijdragen voor de nog lopende periode. In dat geval zal de overeenkomst pas als beëindigd worden beschouwd wanneer BeUp hiervan op de hoogte wordt gesteld d.m.v. een aangetekende brief met betalingsbewijs van de opzeggingsvergoeding en wanneer BeUp volledige betaling heeft verkregen van voornoemde vergoeding en alle nog openstaande vorderingen in het kader van deze overeenkomst. (…)" 2.4.7 Op grond van de gesloten overeenkomst is [appellant] een tablet ter beschikking gesteld. BeUp heeft [appellant] vervolgens maandelijks € 283,14 (inclusief btw) gefactureerd. 2.4.8 Aanvankelijk heeft [appellant] de bedragen van de facturen voldaan. Vanaf de hem op 1 juli 2013 toegezonden factuur heeft hij echter geen betalingen meer aan BeUp verricht. 2.4.9 In een brief van 9 augustus 2013 heeft [appellant] BeUp gesommeerd om binnen een termijn van 4 weken haar verbintenissen na te komen. 2.4.10 Bij brief van 27 november 2013 heeft BeUp op haar beurt, nadat zij [appellant] enige malen betalingsherinneringen had gezonden en bij haar sommatie van 8 oktober 2013 de ontbinding van de overeenkomst had aangekondigd, de overeenkomst ontbonden op grond van artikel 10 van de overeenkomst. Daarbij heeft zij [appellant] verzocht om terugzending van de hem verstrekte tablet. [appellant] heeft aan dat verzoek niet voldaan. 3De vordering van BeUp en de beslissing van de rechtbank 3.1 BeUp heeft betaling gevorderd van onbetaald gebleven facturen vanaf 1 juli 2013 tot en met november 2013 (€ 1.415,70), een contractuele opzeggingsvergoeding van 40% van de nog niet vervallen termijnen (€ 3.744,-) en vervangende schadevergoeding met betrekking tot het niet retourneren van de tablet (€ 847,-), vermeerderd met rente en kosten. De kantonrechter heeft deze vorderingen nagenoeg integraal toegewezen en BeUp veroordeeld in de proceskosten. 4De overige grieven 4.1 Het hof zal de overige grieven hierna thematisch bespreken, onder de aantekening dat grief VI geen zelfstandige klacht bevat en daarom niet voor nadere bespreking in aanmerking komt. Wilsovereenstemming ( grief III ) 4.2 [appellant] voert primair aan dat nooit een rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen, omdat zijn wil niet in overeenstemming was met zijn schriftelijke verklaring. Daartoe heeft [appellant] het volgende betoogd. De vertegenwoordiger heeft [appellant] met een 'uniek' en onmiddellijk te aanvaarden aanbod overvallen en heeft de nadruk gelegd op de kwalitatief hoogstaande advertenties, de gesponsorde websites, het aantal clicks, het aantal bezoekers en de te verwachten omzetstijging. Relevante (belastende) algemene voorwaarden heeft hij verzwegen. Die voorwaarden waren opgenomen in een lap tekst van 4 pagina's met kleine lettertjes en een misleidende lay out. Nooit is besproken dat uitsluitend sprake was van inspanningsverplichtingen of dat de overeenkomst ook vérgaande bepalingen bevatte, zoals met betrekking tot de opzeggingsvergoeding. Indien [appellant] had geweten dat hiervan sprake was, was hij - eigenaar van een eenmanszaak zonder personeel en zonder ervaring met ICT-contracten - nooit tot ondertekening overgegaan van een contract waaruit een betalingsverplichting voortvloeide van in totaal circa € 12.000,- exclusief btw. Het hof oordeelt als volgt. 4.3 [appellant] voert zelf aan dat [X] wel degelijk aandacht heeft geschonken aan de eerste en laatste pagina van de overeenkomst (Memorie van Grieven onder 30). De belastende combinatie van voorwaarden (de hoogte van de boete en looptijd van de overeenkomst) is op die pagina's geregeld. Onvoldoende onderbouwd is daarom het verweer voor zover het ertoe strekt dat een en ander door de vertegenwoordiger niet afdoende onder de aandacht is gebracht. 4.4 Bij de verdere beoordeling zal het hof er hierna veronderstellenderwijs vanuit gaan dat, zoals wordt aangevoerd, de vertegenwoordiger een zonovergoten beeld heeft geschetst van de voordelen van de overeenkomst, dat hij de schaduwzijde ervan (de lange duur in combinatie met de opzeggingsvergoeding die was opgenomen in de 'kleine lettertjes') onderbelicht heeft gelaten, en dat [appellant] als gevolg van deze verkooptactiek een voorstelling van de inhoud van de overeenkomst had die niet overeen kwam met de door hem getekende tekst. Er wordt hierna bovendien bij wijze van veronderstelling vanuit gegaan dat [appellant] zich onder druk gezet voelde door de mededeling dat hij meteen moest beslissen, dat [X] snel weer weg moest en dat deze zich anders tot een concurrent zou richten. Indien dat allemaal aan de orde is geweest, dient vervolgens de vraag zich aan of BeUp onder de gegeven omstandigheden toch mocht afgaan op de verklaring die [appellant] heeft ondertekend (artikel 3:35 BW). Naar het oordeel van het hof heeft [appellant] onvoldoende gesteld om te onderbouwen dat dat niet mag worden aangenomen. Het bezoek van [X] kwam immers niet onverwacht, maar was het gevolg van een met [appellant] gemaakte afspraak (deze heeft er dus tijd voor kunnen vrijmaken). Bij dergelijke afspraken mag ook van een kleine ondernemer als [appellant] worden verwacht dat wervende verkooppraatjes met enige reserve worden aangehoord, dat hij de op hem uitgeoefende druk relativeert, en dat hij tenminste een vluchtige, maar kritische blik werpt op de inhoud van de aan hem voorgelegde overeenkomst. Had hij dat gedaan, dan zou hem zijn opgevallen dat de clausules die [appellant] als onredelijk belastend opvoert in die overeenkomst waren onderstreept en (deels) vet afgedrukt. Omdat niet is gesteld of gebleken dat [X] de aandacht van die bepalingen heeft afgeleid, heeft deze (heeft BeUp) niet hoeven te begrijpen dat een en ander [appellant] is ontgaan. Het komt voor zijn risico als dat wel het geval is. Aan dat oordeel draagt bij dat [appellant] de betalingsverplichting die voor hem uit de overeenkomst voortvloeide in eerste instantie geruime tijd zonder protest is nagekomen. De inhoud van de overeenkomst ( grief II ); bewijslast ( grief IV ) 4.5 [appellant] heeft aangevoerd dat de vertegenwoordiger hem heeft gegarandeerd (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.