GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.132.221 (zaaknummer rechtbank Gelderland 806433) arrest van 19 juli 2016 in de zaak van de stichting Stichting Vilente, gevestigd te Ede, appellante in het principaal hoger beroep, verweerster in het incidenteel hoger beroep, hierna: Vilente, advocaat: mr. F.J.P. Delissen, tegen: de stichting Stichting Woonzorg Nederland, gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde in het principaal hoger beroep, appellante in het incidenteel hoger beroep, hierna: Woonzorg, advocaat: mr. J.M. van Noort. 1Het verder verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Voor het verloop van de procedure in hoger beroep tot aan het tussenarrest van 7 april 2015 verwijst het hof naar dat arrest. 1.2 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: ■ de akte van Vilente ■ de akte van Woonzorg 1.3 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 2De verdere beoordeling in hoger beroep 2.1 Het hof heeft in rechtsoverweging 4.11 van zijn tussenarrest beslist dat uit artikel 16 lid 4 Overeenkomst Heidestein volgt dat Woonzorg Vilente in 1995 had moeten berichten dat aan alle betalingsverplichtingen ter zake van leningen was voldaan en dat partijen daarna over een voortzetting van de rechtsverhouding op eventueel gewijzigde voorwaarden hadden moeten onderhandelen, dat partijen daarover alsnog met elkaar in overleg moeten treden, dat de zaak naar de rol wordt verwezen, opdat partijen zich erover kunnen uitlaten of zij er in onderling overleg uitgekomen zijn of dat zij het hof verzoeken een deskundige te benoemen die de huurprijs zal vaststellen. In rechtsoverweging 4.20 heeft het hof partijen uitgenodigd zich erover uit te laten, of zij in onderling overleg een schadeloosstelling voor Woonzorg wegens de vroegtijdige beëindiging van de Overeenkomst Klinkenberg hebben vastgesteld of dat daarvoor een deskundige moet worden benoemd. Beide partijen hebben aan de uitnodiging gevolg gegeven en in de akte aangegeven dat zij er in onderling overleg niet uitgekomen zijn. Ook hebben zij suggesties gedaan voor de vragen aan de deskundige(n) en voor de persoon van de deskundige(n). 2.2 In vervolg op de aankondiging in het tussenarrest en conform de wens van partijen zal een deskundigenbericht worden bevolen om de twee openstaande vragen te beslissen. Het hof zal als deskundige benoemen ir. J. Heinen, medeauteur van de publicatie Zorgarchitectuur - Zorgvastgoed uit 2012, TNO Innovatiecentrum Bouw, Afdeling Vastgoed, Postbus 49, 2600 AA Delft. Zij heeft aangegeven de opdracht alleen en gesteund door haar organisatie te kunnen uitvoeren. Dat laat het hof zwaarder wegen dan de wens van Woonzorg om drie deskundigen te benoemen. 2.3 De eerste kwestie betreft de huur die partijen zouden hebben afgesproken, als zij conform artikel 16 lid 4 Overeenkomst Heidestein zouden hebben onderhandeld over een voortgezette huurovereenkomst. Uitgangspunt daarbij is dat voor Heidestein geen externe financiering aanwezig was, maar mogelijk wel beslag werd gelegd op de eigen financiën. Wat partijen zouden zijn overeengekomen, als zij zouden hebben onderhandeld, is een zodanig hypothetische vraag dat zij bijna onbeantwoordbaar is. Aan de deskundige zal daarom worden gevraagd, wat gezien de financiële lasten voor Woonzorg en de financiële armslag van Vilente een redelijke huur vanaf 1995 zou zijn geweest. Het lijkt wenselijk dat de deskundige op zoek gaat naar gevallen uit die periode waarin een zorgvastgoedonderneming en een zorgaanbieder daadwerkelijk hebben onderhandeld over voortzetting van de huurverhouding in een nieuwe huurovereenkomst. Enerzijds komt gewicht toe aan de manier waarop Woonzorg haar bezit in de jaarrekening moest verwerken op grond van regelgeving vanuit het Ministerie van VROM en de daaruit volgende gebruiken in het zorgvastgoed en anderzijds aan de werkelijke financiële lasten die voor rekening van Woonzorg kwamen na de bruteringsoperatie. De aanvangshuur was voor het grootste deel berekend aan de hand van de middelen die nodig waren om Woonzorg in staat te stellen de stichtingskosten terug te verdienen. Een volgend relevant gezichtspunt is de mate waarin Vilente in staat zou zijn de nieuw overeengekomen huur door te berekenen aan haar bewoners. Als ingangspunt voor de nieuwe huur kiest het hof de maand na de volledige aflossing van de externe financiering. 2.4 Aan de deskundige zal ook worden gevraagd welke indexering vanaf 1995 gebruikelijk zou zijn geweest en ten slotte ook, welk saldo Woonzorg nog tegoed heeft of welk bedrag zij dient te restitueren. 2.5 Woonzorg heeft onder A en B van haar akte enkele vragen voor de deskundige voorgesteld. Het hof prefereert de vraagstelling algemeen te houden. De in A en B genoemde gezichtspunten kan Woonzorg aan de deskundige voorleggen. Hetzelfde geldt voor de door Vilente in nr. 5 van haar akte genoemde gezichtspunten. Onder C bepleit Woonzorg aan de deskundige voor te leggen de hoogte van de schadeloosstelling voor de beëindiging van de Overeenkomst Heidestein tegen 30 september 2015, zoals die zal worden bepaald voor de opzegging van de Overeenkomst De Klinkenberg tegen 26 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.