TBS P16/0133 Beslissing d.d. 21 juli 2016 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van [naam terbeschikkinggestelde] , geboren te [geboorteplaats] op [1964] , verblijvende op [woonplaats] . Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland van 29 januari 2016, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar en voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder: - het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg; - de beslissing waarvan beroep; - de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 12 februari 2016; - de aanvullende informatie van de Reclassering Nederland van 15 juni 2016. Het hof heeft ter zitting van 7 juli 2016 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. E. Boskma, advocaat te Alkmaar, en de advocaat-generaal mr. G.J. de Haas. Overwegingen Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman De inzet van het hoger beroep is niet de beslissing tot verlenging van de terbeschikkingstelling met 1 jaar en de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, maar slechts de in dat kader opgelegde bijzondere voorwaarden voor zover die inhouden dat de terbeschikkinggestelde niet naar het buitenland mag. De terbeschikkinggestelde wil graag op vakantie, onder meer naar Egypte. Hij heeft slechts eens in de twee weken contact met de reclassering en de laatste urinecontrole dateert van vijf weken geleden. Het hof is niet gebonden aan de Aanwijzing TBS met voorwaarden van het openbaar ministerie. De raadsman heeft verzocht om de voorwaarden in zoverre uit te breiden dat de terbeschikkinggestelde in het kader van vakantie enkele weken per jaar in het buitenland mag verblijven. Het standpunt van het openbaar ministerie Het is volgens de Aanwijzing TBS met voorwaarden vast beleid dat een terbeschikkinggestelde zich gedurende een terbeschikkingstelling met voorwaarden niet buiten de landsgrenzen mag begeven, behoudens bijzondere omstandigheden. In casu is van dergelijke bijzondere omstandigheden geen sprake. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Het oordeel van het hof In beginsel is het gebruikelijk dat bij een terbeschikkingstelling met voorwaarden de voorwaarde wordt opgelegd dat het de terbeschikkinggestelde niet is toegestaan om zich buiten de landsgrenzen te begeven. Omdat de mogelijkheden tot toezicht op de naleving van de voorwaarden in het buitenland beperkt (zo niet onmogelijk) zijn, wordt slechts in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld op grond van humanitaire of dringende omstandigheden, toestemming voor buitenlands verblijf verleend. De enkele wens van de terbeschikkinggestelde om op vakantie te gaan in het buitenland kan niet als een dergelijke bijzondere omstandigheid kan worden gezien. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd. Beslissing Het hof: Bevestigt de beslissing van de rechtbank Noord-Holland van 29 januari 2016 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde]. Aldus gedaan door mr. M. Keppels als voorzitter, mr. G. Mintjes en mr. J.W. Rijkers als raadsheren, en dr. W.J. Canton en dr. A. Vissers als raden, in tegenwoordigheid van mr. C.M.M. van der Waerden als griffier, en op 14 juli 2016 in het openbaar uitgesproken. De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.