GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.149.089 (zaaknummer rechtbank Gelderland, Team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem, 244775) arrest van 2 februari 2016 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellanten ] Kunsthandel B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellanten ] Collectie B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], 3. de commanditaire vennootschap [appellanten ] Collectie I CV gevestigd te [vestigingsplaats], 4. de commanditaire vennootschap [appellanten ] Collectie II CV, gevestigd te [vestigingsplaats], 5. de commanditaire vennootschap [appellanten ] Collectie III CV, gevestigd te [vestigingsplaats], 6. de commanditaire vennootschap [appellanten ] Collectie De Ploeg CV, gevestigd te [vestigingsplaats], appellanten in het principaal hoger beroep, geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: gedaagden in conventie/eiseressen in voorwaardelijke reconventie, hierna tezamen: [appellanten ], advocaat: mr. M.R. de Zwaan, tegen: de stichting Stichting Pictoright, gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde in het principaal hoger beroep, appellante in het incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: eiseres in conventie/verweerster in voorwaardelijke reconventie, hierna: Pictoright, advocaat: mr. J. Bouter. 1Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 18 september 2013 en 5 februari 2014 die de rechtbank Gelderland (Team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem) heeft gewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep d.d. 2 mei 2014, - het anticipatie-exploot d.d. 7 mei 2014, - de memorie van grieven, met producties, - de memorie van antwoord tevens van incidenteel hoger beroep, tevens akte overlegging aanvullende producties, tevens voorwaardelijke wijziging van eis, met producties, - de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep, met productie, - de pleidooien overeenkomstig de pleitnotities. Hierbij is akte verleend van het stuk (‘akte aanpassing voorwaardelijke vermeerdering c.q. verandering van eis’) dat bij bericht van 18 december 2015 door mr. Bouter namens Pictoright eis ingebracht en van de proceskostenoverzichten die van beide zijden zijn ingebracht. 2.2 Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest bepaald (op één dossier). 2.3 [appellanten ] vordert in het (principaal) hoger beroep – kort samengevat – dat het hof het vonnis van 5 februari 2014 zal vernietigen en [het hof begrijpt:] de vorderingen van Pictoright alsnog zal afwijzen en de vorderingen van [appellanten ] alsnog zal toewijzen, Pictoright zal veroordelen hetgeen [appellanten ] ter uitvoering van dat vonnis heeft voldaan terug te betalen, met rente en met veroordeling van Pictoright in de met rente vermeerderde kosten van beide instanties, alsmede Pictoright in voorwaardelijke reconventie zal veroordelen tot vergoeding van de door [appellanten ] ter uitvoering van het vonnis gemaakte kosten, met rente. 2.4 Pictoright vordert in het incidenteel hoger beroep – kort samengevat – dat het hof het vonnis van 5 februari 2014 vernietigt voor zover daarin de vorderingen van Pictoright [het hof begrijpt:] in conventie zijn afgewezen en deze vorderingen alsnog zal toewijzen en in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep dat het hof voor het geval grief 1 in incidenteel hoger beroep ongegrond wordt bevonden, voor recht zal verklaren dat het Pictoright is toegestaan alle voor inning van het volgrecht noodzakelijke inlichtingen van [appellanten ] te verlangen nu deze zich als professioneel kunsthandelaar als bedoeld in artikel 43 aanhef en onder b Aw manifesteert, met veroordeling van [appellanten ] in de volledige proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv. 3De vaststaande feiten 3.1 Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.22 van het vonnis van 5 februari 2014. Aldus gaat het hof uit van de navolgende feiten: 3.2 Pictoright is een auteursrechtorganisatie bij wie - volgens Pictoright - vele Nederlandse kunstenaars en erfgenamen van kunstenaars zijn aangesloten en voor wie Pictoright als belangenbehartiger optreedt, zowel in als buiten rechte. Pictoright heeft met meerdere buitenlandse zusterorganisaties overeenkomsten gesloten, waarin is vastgelegd dat Pictoright ook de belangenbehartiging en de handhaving van rechten van buitenlandse kunstenaars en erfgenamen van kunstenaars - voor zover betrekking hebbend op Nederland - op zich neemt. 3.3 [appellanten ] drijft ondernemingen in [vestigingsplaats] onder de handelsnaam [appellanten ] en legt zich toe op het verkopen van kunst. Via de website www.[appellanten ].nl worden tal van kunstwerken getoond die te koop worden aangeboden en waarvan de details te raadplegen zijn. De kunstwerken worden merendeels verkocht vanuit de winkel in [vestigingsplaats] waar alle geïntimeerden ook zijn gevestigd. 3.4 [appellanten ] geldt als een van de grootste professionele kunsthandelaren in Nederland. 3.5 Bij brief van 19 maart 2009 heeft Pictoright onder meer het volgende bericht aan ruim 500 Nederlandse galeries en kunsthandelaren, waaronder [appellanten ]: “Zoals u waarschijnlijk weet is het volgrecht in Nederland inmiddels drie jaar geleden ingevoerd. Het volgrecht is het recht van een kunstenaar of fotograaf op een klein deel van de opbrengst bij doorverkoop van zijn werk in geval de verkoopprijs meer bedraagt dan € 3000,- (excl. BTW en excl. volgrecht). U ontvangt deze brief en bijlagen omdat u zich volgens onze gegevens als professionele partij bezighoudt met de aan- en verkoop van kunstwerken. Het kan daarbij zijn dat u werk heeft verkocht waar volgrecht op van toepassing was. In Nederland behartigt Pictoright voor veel kunstenaars de belangen op het gebied van volgrecht. Vandaar dat wij u vragen uw administratie vanaf 1 april 2006 te controleren op mogelijke volgrecht verplichtingen voor bij ons aangesloten kunstenaars. Als er volgrecht van toepassing is en een kunstenaar is bij ons aangesloten dient u de betreffende vergoeding aan Pictoright te voldoen. Wij vragen u dan ook door middel van bijgesloten formulier opgave te doen van verkopen van werk van door ons vertegenwoordigde kunstenaars waarover volgrecht is verschuldigd. Om te controleren of de verkoop van een kunstwerk voor volgrecht in aanmerking komt hebben wij een schematisch overzicht bijgevoegd. Daarnaast kunt u op onze website, www.pictoright.nl, eenvoudig zien of wij voor een kunstenaar volgrecht incasseren. Klik op ‘gebruikers’, vervolgens op het tabblad ‘ledenlijst’ en controleer in de ‘ledenlijst volgrecht’ of uw verkochte werken zijn gemaakt door kunstenaars die bij ons zijn aangesloten. (…) Misschien bent u, om welke reden dan ook, van mening dat u geen volgrecht aan ons behoeft af te dragen voor wettelijk volgrechtplichtige verkopen van werken die zijn vervaardigd door één of meer van de door ons vertegenwoordigde kunstenaars. Wij verzoeken u desondanks deze verkopen aan ons op te geven. U kunt daarbij de reden vermelden waarom u vindt dat betaling van volgrecht voor een specifiek werk achterwege moet blijven. Wij zullen dan beoordelen of wij aan uw verzoek kunnen voldoen en hier op terug komen. Ten overvloede willen wij u er op wijzen dat u volgens de wet verplicht bent om ons van alle relevante informatie te voorzien m.b.t. volgrechtplichtige verkopen van werken van kunstenaars, voor wie wij bevoegd zijn de volgrecht vergoedingen te incasseren.” 3.6 Op 6 december 2010 hebben alle deelnemers van de PAN Amsterdam beurs, waaronder [appellanten ], een brief van Pictoright ontvangen. Hierin werden zij gewezen op - kort gezegd - de verplichting om informatie van volgrechtplichtige verkopen te verstrekken. 3.7 Op de onder 3.5 en 3.6 genoemde brieven heeft [appellanten ] niet gereageerd. 3.8 Bij brief van 13 januari 2011 heeft de advocaat van Pictoright onder meer het volgende aan [appellanten ] bericht: “Cliënte behartigt in Nederland voor veel kunstenaars de belangen op het gebied van volgrecht. Ik wijs u er, gelijk mijn cliënte dat deed, op dat u conform de wet verplicht bent om cliënte van alle relevante informatie te voorzien met betrekking tot volgrechtplichtige verkopen van werken van kunstenaars, voor wie zij bevoegd is het volgrecht te incasseren. Vandaar dat cliënte u in voornoemd schrijven heeft verzocht uw administratie te controleren op mogelijke volgrecht verplichtingen voor bij cliënte aangesloten kunstenaars. Cliënte heeft daarop echter niets van u vernomen. Inmiddels heeft cliënte sterke aanwijzingen dat er tot op heden transacties zijn geweest uit hoofde waarvan u verplicht bent volgrecht ten behoeve van op dat moment bij Pictoright aangesloten kunstenaars af te dragen. Deze aanwijzingen hebben betrekking op meerdere werken, onder andere (maar niet uitsluitend) betreft het de volgende kunstenaars: - [A.] - [B.] - [C.] en - [D.] Zoals aangegeven betreft het vermoeden en mogelijk betreft het meer werken dan hier aangegeven, maar ik wil u er op wijzen dat het uw verantwoordelijkheid is om opgave hieromtrent te doen. Reden waarom ik u bij deze ten laatste male aanbiedt alsnog binnen twee weken na heden opgave te doen van alle volgrechtverplichtige verkopen. Indien u van mening bent dat u in het geheel geen volgrechtverplichtige verkopen hebt verricht verzoek ik u dat tevens binnen twee weken na heden schriftelijk door te geven.” 3.9 In reactie hierop heeft de heer [E] (hierna: [E]) op 9 februari 2011 onder meer het volgende per e-mail aan de advocaat van Pictoright bericht: “[appellanten ] Kunsthandel handelt sinds 1977 vnl. in 18e, 19e en begin 20e eeuwse werken. Heel soms is er een 17e eeuwer en even weinig wordt er in ‘levende’ kunstenaars gehandeld, waarvoor momenteel het volgrecht geldt. Bij bemiddeling: als werk niet verkocht wordt gaat het retour. En wordt het elders verkocht is er dus geen verantwoordelijkheid meer m.b.t. het volgrecht. Het blijft wel in ons archief en voorraadhistorie. vragen: - mag ik opgave van de wettelijke bepaling op grond waarvan de kunsthandelaar - actief - de relevante informatie moet aanleveren (u spreekt over een verantwoordelijkheid en dringend verzoek opgave te doen) wat ik er van begrijp ligt het initiatief aan de kant van de kunstenaar of de partij die hem vertegenwoordigt om specifieke inlichtingen aan de kunsthandelaar te vragen. - op grond van welke wettelijke verplichting dient een kunsthandelaar op te geven dat hij in een tijdvak géén volgrechtplichtige transactie heeft gedaan? - m.a.w. er is niks aan te geven en toch moet er een formulier worden ingevuld voor de kunstenaars? waar staat dat in de wet? Pictoright neemt alleen acties voor kunstenaars die zij vertegenwoordigt? zo ja, waarom stelt u [D.] te vertegenwoordigen, terwijl deze kunstenaar niet in uw lijst staat? en waarom stelt u, vlgs. de lijst, wél [C.] te vertegenwoordigen terwijl hij niet meer bij u, voor wat het volgrecht betreft, is aangesloten? Als u hierop antwoord kunt en wilt geven, zal ik u daarna omgaand u nader voorzien van de informatie waarop u recht heeft.” 3.10 Daarop heeft de advocaat van Pictoright bij brief van 9 maart 2011 onder meer het volgende aan [E] bericht: “Het volgrecht is geregeld in het per 1 april 2006 (…) ingevoerde nieuwe hoofdstuk IV van de Auteurswet (de artikelen 43-43g Auteurswet). Artikel 43c, lid 1 Auteurswet bepaalt dat de verplichting tot betaling van de volgrechtvergoeding rust op de bij de verkoop betrokken professionele kunsthandelaar. Artikel 43d Auteurswet bepaalt dat de volgrechtgerechtigde - of in dit geval diens uitdrukkelijk gemachtigde - van degene die verplicht is tot betaling van de vergoeding (de kunsthandelaars) alle inlichtingen mag verlangen die noodzakelijk zijn om de betaling van de vergoeding veilig te stellen en dat is wat cliënte heeft beoogd met het toesturen van haar eerdere brieven. Indien u geen volgrechtverplichtige verkopen heeft verricht kunt u dat gewoonweg aangeven op het formulier. Als cliënte niets verneemt zal het - bij gebrek aan enige inlichting daaromtrent - voor haar immers in het midden blijven of er wel of geen volgrechtverplichtige verkopen zijn verricht. Indien u - ook gezien het feit dat u merendeels werken uit de 18e – 20e eeuw verkoopt - geen volgrechtverplichtige verkopen heeft verricht dan bent u uiteraard ook geen volgrecht verschuldigd. Het is juist dat cliënte, Pictoright, alleen volgrecht incasseert voor kunstenaars die zij vertegenwoordigt. De reden waarom nu juist in mijn schrijven [naam] en [naam] zijn genoemd is dat cliënte tot 16 april 2010 respectievelijk 1 januari 2008 de uitdrukkelijk gemachtigde van voornoemde kunstenaars was. U kon die kunstenaars niet in uw lijst aantreffen en dat is de reden dat ik ze afzonderlijk heb benoemd ook omdat cliënte sterke aanwijzingen heeft dat er transacties zijn geweest uit hoofde waarvan u verplicht bent volgrecht af te dragen voor deze kunstenaars. Indien de verkoop heeft plaatsgehad voor de data als voornoemd is cliënte uitdrukkelijk gemachtigd dat te incasseren. Voor volgrechtverplichtige verkopen van voornoemde kunstenaars na die datum kunt u wel opgave doen (en cliënte verzoekt dat ook) maar zal cliënte daarvoor geen factuur sturen maar zal ze de betreffende kunstenaars afzonderlijk inlichten. Cliënte zal overigens sowieso contact opnemen met alle kunstenaars voor wie zij het volgrecht incasseert.” 3.11 [E] heeft per e-mail van 4 april 2011 onder meer als volgt gereageerd: “Uiteraard mag uw cliënt allerlei inlichtingen verlangen. Echter, indien er geen inlichtingen te verstrekken zijn mag u m.i. niet periodiek van ons verlangen dat wij u berichten geen volgrechtplichtige transacties te hebben verricht. M.a.w. op periodieke 0 aangiftes heeft u geen recht, terwijl u dat wel schrijft… (…) Tot slot vraagt u mij opgave te doen van – in het algemeen – alle volgrechtplichtige verkopen, ook als het aantal nul is. Indien er volgrechtplichtige verkopen zijn waar al door een collega volgrecht over is betaald, hoef ik daar ook geen melding meer van te maken. Ook niet dat er al is betaald. U zou eerst moeten natrekken of er al betaald is bijvoorbeeld aan de kunstenaar. Art 43d Auteurswet is niet synoniem aan het formulier tekenen en inleveren van Pictoright; het eerste is veel begrensder. Ik begrijp dat het anders wordt indien u inlichtingen vraagt over specifieke, duidelijk omschreven werken die wij daadwerkelijk verkocht zouden hebben, mbt kunstenaars waar uw cliënt actueel vertegenwoordigingsbevoegd is en waar niet al door een collega of door ons over is betaald. Gezien het bovenstaande kunt u een (leeg) formulier - t/m 2010 - niet van mij verwachten.” 3.12 De advocaat van Pictoright heeft bij brief van 29 april 2011 onder meer het volgende aan [E] bericht: “U geeft terecht aan dat cliënte inlichtingen mag verlangen en in beginsel op ieder gewenst tijdstip. Juist om echter de hoeveelheid tijd en moeite die daarvoor nodig zijn voor een ieder te beperken heeft cliënte voorgesteld om een en ander te stroomlijnen door de kunsthandelaren te verzoeken periodiek opgave te doen. Indien dan geen volgrechtverplichtige verkopen zijn verricht volstaat die mededeling in beginsel ook gewoon. Bij geen bericht van kunsthandelaren is cliënte nu eenmaal genoodzaakt aan te manen en zo nodig zelfs te sommeren en ook dat kost alleen maar onnodig tijd en wekt, wellicht ook bij u als kunsthandelaar, irritatie. Bij geen bericht zal cliënte er immers van uit moeten gaan dat haar aanschrijvingen aan uw adres kennelijk niet zijn ontvangen o.i.d. en zal zij, daartoe ook gehouden op grond van haar rol als gemachtigde van de kunstenaars, de kunsthandelaren moeten blijven aanschrijven. Dat is dan ook een van de redenen waarom cliënte met kunsthandelaren tot een voor alle partijen helder en overzichtelijk systeem wenst te komen en waarom zij met kunsthandelaren de, ook aan u toegezonden, overeenkomst aangaat. (…) De vertegenwoordigingsbevoegdheid strekt zich dus ook niet uit over de periode waarin cliënte de kunstenaar niet meer vertegenwoordigt. Spiegelbeeld daarvan is echter dat cliënte, op grond van de overeenkomsten die ze daartoe met alle kunstenaars heeft gesloten, het enige aanspreekpunt inzake het volgrecht is, zolang cliënte daartoe de gemachtigde is. Dat is ook de kern van het zijn van gemachtigde. Het is dus voor de kunsthandelaar alsof zij met de betreffende kunstenaar correspondeert en artikel 43d van de Auteurswet, waaraan u refereert, bepaalt dat de kunsthandelaar verplicht is aan de gerechtigde alle inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn om de betaling van de vergoeding veilig te stellen. Het is dus, anders dan u stelt, niet zo dat het cliënte is die exact moet aangeven welke werken het specifiek betreft. Het is juist de kunsthandelaar die verplicht is aan te geven welke werken zij van de betreffende kunstenaar, wanneer en tegen welke vergoeding heeft verkocht. (…) Het is wat dat betreft met name voor de kunsthandelaren juist praktisch dat zij, voor wat betreft een zeer groot aantal kunstenaars, de kwestie volgrecht in een keer periodiek kan afhandelen. Ik geef het kunsthandelaren te doen om iedere kunstenaar, nationaal of internationaal, die inlichtingen verlangt individueel te beantwoorden. Wat dat betreft is de overeenkomst die cliënte u heeft toegezonden ook in uw belang. Uit uw e-mail leid ik evenwel af dat u geen volgrechtverplichtige verkopen heeft verricht vanaf 1 april 2006 tot op heden aangezien u aangeeft het formulier van cliënte wel te hebben ontvangen maar het - op grond van het in uw e-mail gestelde - niet leeg te zullen terugsturen.” 3.13 Bij e-mail van 18 augustus 2011 heeft [E] onder meer het volgende aan de advocaat van Pictoright bericht: “De kunstenaars die niet bij Pictoright zijn aangesloten hebben dezelfde rechten. Deze - paar duizend - kunstenaars kunnen ons dus allemaal met succes manen tot periodieke 0 aangifte? Zonder dat zij weet hebben of er al dan niet iets verkocht is? Ik lees alleen maar dat het artikel 43d strekt tot “het veiligstellen van de betaling van het volgrecht”, dat lijkt me concreet: de kunstenaar weet dat er iets verkocht is, maar wat precies en voor hoeveel, enz. is nog de vraag. Maar als er geen volgrecht (meer) te betalen is, geeft het artikel de kunstenaar mijns inziens geen verdere macht.” 3.14 Bij e-mail van 23 september 2011 heeft de advocaat van Pictoright onder meer het volgende aan [E] bericht: “Wij hebben inmiddels een vrij oeverloze hoeveelheid e-mails gewisseld waarin ik meer dan uitgebreid op al uw vragen ben ingegaan. Uw uitleg van het - mijns inziens vrij duidelijke - artikel 43d van de Auteurswet verschilt kennelijk van de uitleg die ik en mijn cliënte daarvan hebben. Feit is dat het artikel duidelijk zegt dat iedere volgrechthebbende alle of iedere inlichting mag vragen die nodig is om het volgrecht veilig te stellen. In theorie zou het mogelijk zijn dat een willekeurige kunstenaar u vraagt of u werk van hem of haar heeft verkocht. Indien u daar geen mededeling over doet voldoet u dus niet aan uw inlichtingenplicht nu het voor een kunstenaar dan onduidelijk blijft of u wel of geen werk van hem of haar verkocht heeft. Dat de door u gestelde situatie dat iedere kunstenaar u zou aanschrijven een tamelijk academisch voorbeeld is blijkt ook wel uit een rapport Vergoeding op doorverkoop van kunstwerken van de Directie Voorlichting van het Ministerie van Justitie van april 2006. Daarin wordt als het om de praktijk van de uitoefening van het volgrecht gaat op pagina 5 al duidelijk gesproken over het beheer van het volgrecht van rechthebbende door een collectieve beheersorganisatie. Letterlijk stelt het Ministerie: ”De uitvoering van het volgrecht zal in de praktijk voor een belangrijk deel gebeurden door organisaties, die zich toeleggen op vrijwillig collectief beheer. De Stichting Beeldrecht (thans Pictoright) heeft aangegeven dat zij voor de bij haar aangesloten rechthebbenden het volgrecht in Nederland zal innen.” Het is interessant dat het Ministerie zelfs uitgaat van een actieve zoekactie door de betreffende kunsthandelaar naar de betreffende kunstenaar waar het Ministerie stelt: “Professionele kunsthandelaren die op zoek zijn naar de rechthebbende aan wie zij de verschuldigde volgrechtvergoedingen moeten betalen, kunnen zich dus in eerste instantie wenden tot deze (Pictoright) stichting.” In feite stelt het ministerie dat het initiatief van u zou moeten uitgaan maar de praktijk leert dat vrijwel geen enkele kunsthandelaar moeite doet om ofwel cliënte ofwel de betreffende kunstenaar te traceren en dus rest cliënte dan niets anders zelf maar actief naar die informatie op zoek te gaan. Het moge toch duidelijk zijn, ook uit de hiervoor geciteerde tekst, dat u als kunsthandelaar volgrecht verschuldigd bent en dat moet betalen. Juist bij doorverkoop is het voor een kunstenaar niet altijd duidelijk waar welk werk door wie en voor welk bedrag is of wordt verkocht. Daarom mag ook rechtens worden verlangd opgave te doen van volgrechtverplichtige verkopen. Met andere woorden, onder het verschaffen van alle inlichtingen valt dus in ieder geval de vraag of überhaupt werk is verkocht. En zelfs indien de kunsthandelaar schriftelijk aangeeft dat er geen volgrechtplichtig werk verkocht is terwijl er gerede twijfel is aan de juistheid van een dergelijke stelling staan de kunstenaars en/of diens gemachtigde, andere rechtsmaatregelen ter beschikking. Maar nu juist dergelijke dure en ingrijpende maatregelen wil cliënte voorkomen maar als het echt nodig mocht zijn behoudt cliënte zich alle rechten voor. 3.15 Bij e-mail van 27 september 2011 heeft [E] onder meer het volgende aan de advocaat van Pictoright bericht: “Art 43d: Als je dit leest dan is één ding duidelijk. Er wordt uitgegaan van een concrete volgrechtvergoeding is. Een ‘0 aangifte” is daarom niet verplicht, er is immers geen volgrecht verschuldigd. M.a.w. is er bij de kunsthandelaar geen volgrecht verschuldigd aan de kunstenaar/gemachtigde, dan is een inlichtingenverzoek niet op zijn plaats. Op zo’n inlichtingenverzoek ben je dus niet verplicht te antwoorden (mag natuurlijk wel). Ik heb vernomen dat de formulering 43d woordelijk is overgenomen uit de EG regeling. In Europees verband werd toch bijna alleen geind bij de veilinghuizen waar de catalogus duidelijk aangeeft wat wel en niet verkocht is. verderop in uw brief: Dat een kunsthandelaar zo behulpzaam is dat hij op zoek gaat naar de kunstenaar is netjes - heb ik meegemaakt - maar de kunsthandelaar is dat niet verplicht. Het door u onderstreepte moeten betalen is juist, maar dat wordt geregeld door een ander artikel (43a en c). Onze discussie gaat over het inlichtingenrecht van 43d. Dat u de discussie ‘oeverloos’ noemt en dat u ‘er klaar mee bent’ is niet anders. Wij zijn overtuigd van het feit dat er geen ‘aangifteplicht’ is maar een ‘haalrecht’ (van u). Een 0-aangifte hoeft de kunsthandelaar niet te doen, ook niet wanneer er vaak om wordt gevraagd. Dan zou het toch een aangifte-plicht worden en die is er niet.” 3.16 Bij brief van 4 januari 2012 heeft de advocaat van Pictoright onder meer het volgende aan [E] bericht: “Ik stel vast dat u en ik verschillen van mening over de vraag of u al dan niet gehouden bent tot het doen van een periodieke nulopgave. Vanzelfsprekend staat het u vrij om geen overeenkomst met Pictoright aan te gaan en u geeft aan dat niet te willen. Dat betekent dan dat u direct na iedere volgrechtplichtige transactie gehouden bent daarvan opgave te doen aan cliënte zodat cliënte een en ander kan doorfactureren. U kunt de voor volgrecht aangesloten kunstenaars vinden op de website van Pictoright (www.Pictoright.nl). klik op ‘ledenlijst’, controleer bij ‘volgrecht’ of uw verkochte werken gemaakt zijn door kunstenaars die bij cliënte zijn aangesloten. Het initiatief tot het doen van opgave dient dus daags na verkoop van een volgrechtig werk van u te komen. (…) Nu het derhalve in het midden blijft of u al dan niet volgrechtverplichtige werken heeft verkocht kan cliënte niet anders dan in ieder geval iedere verjaring stuiten. U dient deze brief derhalve tevens te beschouwen als een handeling om namens cliënte en alle bij haar aangesloten leden iedere verjaring te stuiten.” 3.17 Verder heeft de advocaat van Pictoright bij brief van 12 april 2012 onder meer het volgende aan [E] bericht: “Tot op heden heeft cliënte echter geen opgave van u ontvangen en dat terwijl het cliënte bekend is dat er in ieder geval recentelijk volgrechtverplichtige transacties door u zijn verricht. Zoals u meermalen te kennen is gegeven kunt u de voor volgrecht aangesloten kunstenaars vinden op de website van Pictoright (…). Als gezegd, en herhaaldelijk benadrukt, ligt het initiatief tot het daags na verkoop doen van opgave bij u. Voor de goede orde, en zoals u genoegzaam bekend zal zijn; Pictoright incasseert namens tienduizenden (rechthebbenden van) kunstenaars het volgrecht in Nederland. Onder hen bevinden zich bijvoorbeeld de kunstenaars [F.] en [G.], kunstenaars waarvan u werk heeft verhandeld. Cliënte stelt u thans wederom in de gelegenheid met inachtneming van al hetgeen hiervoor al is gezegd, alsnog vrijwillig opgave te doen en wat mij betreft kunt u die opgave aan ondergetekende richten. Reden waarom ik u bij deze aanbiedt alsnog binnen twee weken na heden opgave te doen van alle volgrechtverplichtige verkopen bij gebreke waarvan ik u nu, voor alsdan, uitdrukkelijk in gebreke stel. Indien noch ondergetekende noch cliënte voornoemde termijn opgave als voornoemd hebben ontvangen bent u rechtsgeldig in verzuim. Cliënte acht zich dan tevens vrij u zonder nadere aankondiging in rechte te betrekken en alle maatregelen te nemen die zij nodig acht. (…) Los daarvan stuit ik hierbij nogmaals iedere verjaring van deze en overige vorderingen een en ander refererend aan mijn brief van 4 januari 2012 en 29 april 2011.” 3.18 In reactie hierop heeft [E] bij e-mail van 3 mei 2012 onder meer het volgende aan de advocaat van Pictoright bericht: “U stelt nu dat wij [F.] en [G.] zouden hebben verhandeld. U bedoelt recentelijke transacties want de schilders zijn in 2006 en 2005 overleden. Uw stelling is dus alleen van belang indien u bedoelt te zeggen dat wij van 1-1-2012 tot en met 12-4-2012 werk van hen zouden hebben verhandeld. Ik kan u verzekeren: dat hebben wij niet. Wij hebben in dat tijdvak geen [F.] en geen [G.] verhandeld. Verder begint uw brief met “… u wettelijk gehouden bent om direct na iedere … opgave te doen…”. En u stelt dat “het initiatief tot het daags na verkoop doen van opgave” bij de handelaar ligt. Zo zit ik de hele dag aan Pictoright te denken; dus ik dacht, ik kijk weer eens in de wet. Die wettelijke gehoudenheid tot aangifte (zoals bij de IB of de BTW) vind ik nergens in de wet. Laat staan daags na. Ik vraag u beleefd mij te helpen waar ik het zoeken moet.” 3.19 Daarop heeft de advocaat van Pictoright bij brief van 25 mei 2012 onder meer het volgende aan [E] bericht: “Uit die mail leid ik af dat u geen werk van [F.] en [G.] heeft verkocht vanaf 1 januari 2012. Echter de in mijn brief genoemde kunstenaars werden als voorbeeld genoemd. U weet, althans dat had u uit mijn inmiddels talloze brieven wel kunnen afleiden, dat cliënte Pictoright voor veel meer kunstenaars en/of erfgenamen/rechthebbenden optreedt. Anders dan u stelt blijkt uit de wet weldegelijk dat u daags na verkoop gehouden bent opgave te doen. Ik verwijs naar artikel 43a sub 4 Auteurswet waarin staat dat de vergoeding van het recht opeisbaar is vanaf het tijdstip dat de koopprijs opeisbaar is ofwel, indien betaling van het kunstwerk door u wordt uitgesteld, uiterlijk 3 maanden na de totstandkoming van de overeenkomst. Dit laatste zal, ook volgens de wetgever, uitzonderlijk zijn en dient ter bescherming van de volgrechtgerechtigde die bij een door u uit te stellen betaling jegens de koper, daarvan kort gezegd niet de dupe mag worden. Voor wat betreft het opeisbaar zijn en de daaraan gekoppelde betaling verwijs ik naar de gebruikelijke en toepasselijke regels uit het Burgerlijk Wetboek. De wetgever stelt dat bij geldvorderingen in beginsel onmiddellijk nakoming kan worden gevorderd. (…) Ik verzoek u daarom wederom alsnog binnen twee weken na heden opgave te doen van alle volgrechtverplichtige verkopen bij gebreke waarvan ik u nu, voor alsdan, uitdrukkelijk in gebreke stel. Indien noch ondergetekende noch cliënte voornoemde termijn opgave als voornoemd hebben ontvangen bent u rechtsgeldig in verzuim om opgave te doen nu u ook stelmatig aangeeft geen opgave te willen doen als u geen volgrechtverplichtige transacties verricht heeft. Cliënte acht zich dan tevens vrij u zonder nadere aankondiging in rechte te betrekken en zo nodig beslag te leggen. Dat is bijzonder ingrijpend voor u en daarom heeft cliënte dat vooralsnog steeds niet willen doen maar vanwege uw bepaald niet coöperatieve houding om in ieder geval duidelijkheid te krijgen kan zij moeilijk anders ook met het oog op het feit dat cliënte nu eenmaal werkt in opdracht van kunstenaars en erfgenamen. Los daarvan stuit ik hierbij nogmaals iedere verjaring van deze en overige vorderingen een en ander refererend aan mijn eerdere brieven van 12 april, 4 januari 2012 en 29 april 2011.” 3.20 Bij brief van 3 juli 2012 heeft [E] onder meer het volgende aan de advocaat van Pictoright bericht: “In uw brief van 12 april jl. stelt u wel degelijk dat wij werk [naam] en [naam]. zouden hebben verhandeld. U bedoelt dan natuurlijk relevante transacties: recente verkopen vanaf 1-1-2012, want de schilders zijn in resp. 2006 en 2005 overleden. In deze periode hebben wij geen werk van deze kunstenaars verhandeld, zoals inmiddels bekend. Pictoright vertegenwoordigt een indrukwekkend aantal kunstenaars. Maar Pictoright vertegenwoordigt ook zeer groot aantal kunstenaars niet. Kunstenaars, al dan niet gemachtigd door een beheersinstantie zoals Pictoright hebben het inlichtingenrecht en wij zijn uiteraard verplicht op die vragen te antwoorden. Echter m.b.t. een opgaveplicht, waar u steeds over spreekt, kan ik nergens enige aansluiting in de wet of MvT vinden. Opgave/aangifteplicht, zoals bij de fiscus, is er niet. In artikel 43a van de auteurswet is het moment van opeisbaarheid geformuleerd, maar valt daar werkelijk uit af te leiden - zoals u dat stelt - wanneer en of er aangifte moet worden gedaan? Volgens mij staat helemaal niets in de wet over aangifte, of het doen van opgave, laat staan over een plicht wanneer dat dient te gebeuren. Opeisbaarheid is niet synoniem aan plicht tot doen van aangifte. Ook niet in het BW. Ik vind het zo wonderlijk dat u opgave vordert terwijl die algemene plicht niet valt af te leiden uit uw antwoord van 25 mei en ook niet uit voorgaande brieven. U heeft mij ook verzocht een 0 opgave te doen, daar is zeker geen plicht toe. Wat u zegt over ‘… stel(sel)matig geen opgave te willen doen…’ Dat is nog al aanmatigend als er geen plicht toe bestaat. Dat u vervolgens beslag dreigt te leggen, is ingrijpend en kan grote schade veroorzaken. Beslag leggen en helemaal niet weten vanwege welk belang? Bij een nihil bedrag zelfs? (…) Ik zou werkelijk, graag zonder intimiderende uitlatingen uwerzijds, informatie van u willen vragen die logisch is terug te voeren op de wet, met name: - de wettelijke grondslag van opgaveplicht; de plicht tot het doen van 0 opgave; - is die te herleiden - en waarom - uit het inlichtingenrecht van een heel volk levende en overleden kunstenaars van Pictoright en andere beheersinstanties/bemiddelaars? - Is de ‘omgaande opgave’ te herleiden uit ‘opeisbaarheid’? 3.21 Bij e-mail van 6 juli 2012 heeft [E] onder meer het volgende aan de advocaat van Pictoright bericht: “Ik kom er zo waar achter dat er een paar volgrecht schilderijen te melden is, waar de koper er zelfs een is die het een goede zaak is om aan de nazaten van de kunstenaar te betalen… De transactie is afgewerkt, betaald, enkele dagen geleden. Alles staat in de bijlage, dus u kunt een rekening sturen naar [appellanten ] Kunsthandel BV (…)” 3.22 Bij brief van 14 januari 2013 heeft de heer [H.], manager individuele rechten van Pictoright, onder meer het volgende aan [E] bericht: “In 2012 hebben wij u meerdere malen aangeschreven met betrekking tot het volgrecht (al dan niet via onze advocaat). Wij hebben echter tot op heden slechts opgave van 2 volgrechtplichtige werken van u ontvangen terwijl wij sterke aanwijzingen hebben dat er meer volgrechtplichtige transacties zijn geweest. (…) Wij wijzen u erop dat u, ingevolge de Auteurswet, verplicht bent om Pictoright, als uitdrukkelijk gemachtigde van deze kunstenaars, van alle relevante informatie te voorzien die nodig is om het volgrecht te kunnen incasseren. Uiteraard gaat het dan alleen om volgrechtplichtige verkopen van werken van kunstenaars die door Pictoright worden vertegenwoordigd en voor wie Pictoright bevoegd is het volgrecht te incasseren. Zoals aangegeven hebben wij het vermoeden dat er volgrechtplichtig werk door u is verkocht. Reden waarom wij u bij deze ten laatste male aanbieden alsnog binnen twee weken na heden opgave te doen van alle door u verrichte volgrechtplichtige verkopen. Wij moeten u erop wijzen dat, indien u binnen twee weken na dagtekening van deze brief geen opgave heeft verstrekt over al uw volgrechtplichtige transacties, wij ons vrij achten zonder nadere aankondiging alle (rechts-) maatregelen te treffen die wij noodzakelijk achten. In dat geval zullen kosten worden gemaakt die mogelijk op u kunnen worden verhaald. Gezien het voorgaande behoeft het geen verdere uitleg dat u, indien u volgrechgtplichtige transacties hebt verricht, maar nalaat daarvan opgave te doen, tevens handelt in strijd met een wettelijke verplichting. Reden waarom wij u dringend verzoeken opgave te doen en reden waarom wij u dit schrijven zowel per gewone als per aangetekende post doen toekomen. Nu het ons onduidelijk is of u al dan niet volgrechtplichtige werken heeft verkocht stuiten wij hierbij tevens - voor zover nodig - iedere verjaring, zodat u deze brief tevens dient te beschouwen als een handeling om namens bij ons aangesloten kunstenaars en diens erven iedere verjaring te stuiten.” 3.23 Op 28 februari 2013 heeft Pictoright ten laste van [appellanten ] conservatoir beslag tot afgifte van bescheiden doen leggen op - kort gezegd - de schriftelijke en digitale administratie van [appellanten ]. Op 1 maart 2013 heeft Pictoright ten laste van [appellanten ] conservatoir beslag tot afgifte van bescheiden doen leggen op de bij Advo ICT Professionals B.V. in Houten opgeslagen digitale bestanden van [appellanten ]. Vervolgens is van de digitale bestanden een complete forensische kopie gemaakt door de bewaarnemer van Fox-IT B.V. te Delft. 4Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 4.1 Pictoright heeft in eerste aanleg (in conventie) gevorderd bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: 1. een verklaring voor recht dat gedaagden onrechtmatig handelen jegens Pictoright en/of de bij haar aangesloten rechthebbende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.