← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2016:6551

WAHV 200.160.086 15 augustus 2016 CJIB 160952175 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden locatie Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 8 oktober 2014 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats], voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], kantoorhoudende te [vestigingsplaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Beoordeling

  1. De gemachtigde stelt dat de kantonrechter het beroep niet ongegrond had mogen verklaren, maar niet-ontvankelijk had moeten verklaren, omdat geen beroepsgronden waren ingediend. Volgens de gemachtigde had de kantonrechter hem een hersteltermijn moeten geven voor het indienen van gronden en de zaak niet reeds inhoudelijk mogen behandelen en afdoen.
  2. Het hof stelt vast dat in het beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie is gesteld, voor zover hier van belang, dat de kantonrechter verzocht wordt het beroep gegrond te verklaren, de beschikking te vernietigen en dat nadere gronden van het beroep op een later moment zullen worden aangevuld. Niet gevraagd is een termijn te geven voor het indienen dan wel aanvullen van de gronden.
  3. Ingevolge artikel 6:5, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het beroepschrift ondertekend en bevat het ten minste de gronden van het beroep. Ingevolge artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, indien niet is voldaan artikel 6:5, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
  4. De kantonrechter heeft het beroep niet niet-ontvankelijk verklaard, terwijl evenmin een herstelgelegenheid is gegeven. Schending van artikel 6:6 van de Awb kan in dit geval dan ook niet aan de orde zijn. Het staat de kantonrechter vrij om een gebrekkig beroepschrift ook aanstonds ontvankelijk te achten. De gemachtigde van de betrokkene heeft voldoende gelegenheid gehad om desgewenst nadere gronden in te dienen, geheel uit eigen beweging, dan wel naar aanleiding van de ontvangstbevestiging van het beroep of de uitnodiging voor de zitting. Ook had hij op de zitting van de kantonrechter de gronden van het beroep kunnen aanvullen.
  5. Gelet op het vorenstaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.