GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.161.552/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 2351070/13-11894) arrest van 23 augustus 2016 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, in eerste aanleg: eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident, hierna: [appellant], advocaat: mr. L.S. Slinkman, kantoorhoudend te Hoogezand, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. A.H.H.M. Roelofs, kantoorhoudend te Nuland. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 16 februari 2016 hier over. 1.2 Op 31 mei 2016 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Het hiervan opgemaakte proces-verbaal bevindt zich bij de stukken. 1.3 Vervolgens heeft het hof arrest bepaald op het voor die zitting overgelegde procesdossier. 2De vaststaande feiten 2.1. De door de kantonrechter in rechtsoverweging 1 (1.1. tot en met 1.8.) van het vonnis van 14 oktober 2014 als vaststaand weergegeven feiten zijn tussen partijen niet in geschil. Aangevuld met wat voorts nog onweersproken is gesteld, staat voor zover in hoger beroep nog van belang het navolgende vast. 2.2. [geïntimeerde] is werkzaam als assurantietussenpersoon. 2.3. [appellant] heeft op 10 juni 2010 [geïntimeerde] telefonisch verzocht om een verzekering af te sluiten voor zijn boot, een Motorcruiser Cascaruda 930 SAK (hierna: de boot). [geïntimeerde] heeft in dat gesprek voorlopige dekking toegezegd. [appellant] had reeds eerder een boot (een "Beenhakker") via [geïntimeerde] bij Bruns ten Brink doen verzekeren. 2.4. [geïntimeerde] heeft de bevestiging van de voorlopige dekking van de boot op 14 juni 2010 aan [appellant] gemaild. In de kop van de mail staat vermeld: "Van: [geïntimeerde] [e-mailadres] Verzonden: maandag 14 juni 2010 6:19Onderwerp: ((Pleziervaartpolis WA Casco Opt) t.n.v. [appellant] Bijlagen: 20100614060350-Y_voorlopige dekking pleziervaartpolis.doc." Op het bewijs van Voorlopige dekking Pleziervaartpolis staat onder meer vermeld: "Ingangsdatum 03-10-2010 (…) Ingangsdatum/wijzigingsdatum 10-06-2010 Condities Pleziervaart WA/Casco Motorgegevens Merk/type Hannemag (…) Voorwaarden Algemene voorwaarden Pleziervaartpolis. Bijzonderheden De geldigheid van deze voorlopige dekking eindigt bij aanbieding van de polis of het polisaanhangsel. Overigens behoudt de maatschappij zich het recht voor deze voorlopige dekking tussentijds te beëindigen." 2.5. De voorlopige dekking was ondergebracht bij verzekeraar Bruns ten Brink. 2.6. Op 15 juni 2010 07:20 uur heeft [geïntimeerde] per e-mail een offerte voor een pleziervaartuigverzekering bij verzekeraar Alpha aan [appellant] doen toekomen. In de e-mail staat vermeld "Bijgaand doen wij u al toekomen een de offerte t.b.v. uw boot, Dit in navolging van onze eerdere e-mail met voorlopige dekking." 2.7. [appellant] heeft op 17 juni 2010 21.35 uur via de website van [geïntimeerde] schade aan de boot gemeld. Als polisnummer staat het nummer vermeld dat is genoemd in de begeleide email bij het bewijs van voorlopige dekking [polisnr. 1] ). Bij schadedatum is vermeld: 15 juni 2010 en bij toedracht: "Wierpot Verstopt". 2.8. Het aanvraagformulier voor de verzekering bij verzekeraar Alpha is met de datering 18 juni 2010 door [appellant] aan [geïntimeerde] toegezonden. [geïntimeerde] heeft dit formulier op 22 juni 2010 ontvangen. 2.9. Bij e-mail van 22 juni 06.24 uur van [geïntimeerde] aan [appellant] met als onderwerp "Schade op polisnummer [polisnr. 2] t.n.v. [appellant] " bevestigt [geïntimeerde] , onder meer, de ontvangst van de schademelding en deelt hij mee een expertisebureau ingeschakeld te hebben om de omvang en oorzaak van de geleden schade vast te stellen. 2.10. [geïntimeerde] heeft op 22 juni 2010 [expertisebedrijf] (hierna [expertisebedrijf] ) opdracht gegeven de schade te beoordelen. [expertisebedrijf] heeft op 28 juni 2010 een rapport uitgebracht. Op de eerste pagina van het rapport staat het polisnummer [polisnr. 1] . [expertisebedrijf] geeft als schadeoorzaak: "De aanzuiging van het koelwatersysteem is verstopt geraakt, hierdoor is de motor oververhit geraakt en heeft de koppakking het begeven." De reparatiekosten zijn door hem begroot op € 2.701,30 inclusief BTW. 2.11. Bij brief van 1 maart 2011 van [geïntimeerde] aan [appellant] schrijft [geïntimeerde] : "(…)Betreffende het dossier eerst het volgende: - in eerste instantie heeft u een voorlopige dekking aangevraagd, daarna vraagt u echter eerste weer een kosten opgave aan, ons telefonisch onderhoud op 14-06-2010 hierbij hebben wij u aangegeven dat hiermee ook de voorlopige dekking kwam te vervallen. - Op 15-06-2010 doen wij u om 07:20 uur toekomen - Deze offerte opend /c.q. leest u op 17-06-2010 om 16:34 uur, zie bijlage - Het daarbij behorende aanvraagformulier ontvangen wij welke gedateerd is op 18-06-2010, zie bijlage - Hiervoor ontvangen wij echter op 17-06-2010 van u een schade melding met als schade datum 15-06-2010, zie bijlage. Deze data's hebben vraagtekens gezet over de gehele procedure, over de correctheid van de aanvraag ofwel schademelding. Van belang voor de schadebeoordeling is ook het volgende: In het ontvangen rapport, zie bijlage, wordt aangegeven dat de schade is veroorzaakt door een verstopping van het koelwatersysteem, hetgeen de oorzaak is door dat deze niet gecontroleerd en onderhoud aan verricht is. Hier is dus sprake van onvoldoende zorg aan de verzekerde zaken, zoals beschreven in artikel 17.5. zie bijlage. Gezien bovenstaande wordt uw schadeclaim afgewezen. Tevens heeft de verzekeraar te kennen gegeven uw polis direct ingaande te beëindigen, tevens is door ons bedongen dat over de afgelopen periode geen premie zal worden gevorderd. Wij zijn bereid om voor u elders een verzekering aan te vragen, de daarbij verschuldigde premie zal door ons bij u niet in rekening worden gebracht. Indien u van dit aanbad gebruik wenst te maken verzoeken wij u ons dit binnen 7 dagen na heden te bevestigen. (…)" 2.12. Bij brief van 22 april 2011 heeft [appellant] bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn claim. 2.13. Bij brief van 22 november 2011 schrijft [expertisebedrijf] aan [geïntimeerde] in aanvulling op zijn rapportage van 28 juni 2010: "(…)Het was een rommelig geheel, niet opgeruimd en onoverzichtelijk, de voortstuwing bestond uit een omgebouwde (gemariniseerde) dieselmotor van het merk Hanomag waarvan het bouwjaar onbekend was. Mogelijkerwijs zou dit met de schade te maken kunnen hebben, het wekte niet de indruk dat er regelmatig onderhoud was gepleegd aan de voorstuwingsinstallatie, het was geen net en opgeruimd geheel, wat een veilige vaart zou moeten garanderen. (…)" 2.14. [appellant] heeft in het kader van de afwijzing een klacht ingediend bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (hierna: Kifid). Op 30 oktober 2012 heeft de Ombudsman, mr. [X] , een (niet bindend) oordeel ter zake van deze klacht gegeven inhoudende de aanbeveling dat [geïntimeerde] de schade aan [appellant] zal vergoeden zoals door de expert is vastgesteld. 3Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 3.1. [appellant] heeft in eerste aanleg gevorderd [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling aan hem tot een bedrag van € 2.701,30 inclusief btw in hoofdsom en te vermeerderen met rente, een bedrag van € 357,- aan buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. [appellant] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat hij schade heeft geleden aan zijn boot, maar deze niet wordt vergoed, ondanks dat [geïntimeerde] in zijn hoedanigheid van assurantietussenpersoon aan hem heeft bevestigd dat de verzekering voorlopige dekking bood en de schade onder de polis gedekt was. 3.2. [geïntimeerde] heeft bij incidentele conclusie gevorderd dat de rechtbank Noord-Nederland zich onbevoegd verklaart om van het geschil kennis te nemen. In de hoofdzaak heeft [geïntimeerde] gesteld dat de voorlopige dekking was ingetrokken en de boot niet was verzekerd op het moment dat de schade ontstond. In het geval dat de voorlopige dekking wel van kracht was geweest, zou op grond van de polisvoorwaarden, de betreffende schade van dekking zijn uitgesloten, aldus [geïntimeerde] . 3.3. De kantonrechter heeft het beroep op onbevoegdheid afgewezen en [geïntimeerde] in de kosten van het incident veroordeeld. In de hoofdzaak heeft de kantonrechter geoordeeld dat ten tijde van het ontstaan van de schade de boot door intrekking van de voorlopige dekking niet was verzekerd en dat van onrechtmatig handelen van [geïntimeerde] geen sprake was. De kantonrechter heeft de vordering van [appellant] afgewezen. 4De beoordeling van de grief en de vordering 4.1. [appellant] heeft één grief geformuleerd tegen het eindvonnis van de kantonrechter. De grief, die inhoudt in dat de kantonrechter de vordering van [appellant] ten onrechte heeft afgewezen, legt het geschil in de hoofdzaak in volle omvang aan het hof voor.[appellant] vordert vergoeding van de schade aan zijn boot. Hij heeft aangevoerd dat [geïntimeerde] op 10 juni 2010, als assurantietussenpersoon, namens de verzekeraar voorlopige dekking heeft verleend voor de thans gevorderde schade en dat deze dekking nog steeds van kracht was op het moment dat de schade ontstond (15 juni 2010). Nu de door [geïntimeerde] namens de verzekeraar gedane toezegging tot verlenen van voorlopige dekking blijkbaar niet bij de verzekeraar is aangemeld, is [geïntimeerde] tekort geschoten in zijn contractuele verplichtingen jegens [appellant] , dan wel heeft hij onrechtmatig jegens hem gehandeld, en dient hij de schade te vergoeden die [appellant] hierdoor heeft geleden, aldus [appellant] . 4.2. [geïntimeerde] heeft gesteld (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.