← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2016:6993

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-002291-16 Uitspraak d.d.: 2 september 2016 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 13 april 2016 met parketnummer 16-044225-16 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [1987] , zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 augustus 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. J.A.P.F. Hoens, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 1 maart 2016 te Houten opzettelijk een ambtenaar, [verbalisant] , hoofdagent van politie Eenheid Midden-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "mafkees", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Het hof heeft met de advocaat-generaal en de raadsman uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. In het bijzonder overweegt het hof daaromtrent dat gelet op de omstandigheden waaronder verdachte tegen de verbalisant de in de tenlastelegging opgenomen woorden (‘Dat doe ik niet voor jou mafkees.’) heeft gebezigd, te weten midden in de nacht terwijl enkel verdachte en de betreffende verbalisant aanwezig waren en de gebezigde woorden konden horen, niet gezegd kan worden dat de uitlating de strekking had de verbalisant in zijn eer en goede naam aan te randen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Aldus gewezen door mr. H. Abbink, voorzitter, mr. R. de Groot en mr. J.D. den Hartog, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Rosmalen-Jansen, griffier, en op 2 september 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken. mr. R. de Groot is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.