GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummers 16/00113 t/m 16/00116 uitspraakdatum: 13 september 2016 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 14 december 2015, nummers Awb 15/1700 t/m 15/1703, in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar van de gemeente Zwolle (hierna: de heffingsambtenaar) 1Ontstaan en loop van het geding 1.1 De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende de volgende facturen voor marktgelden van de gemeente Zwolle betreffende het ter beschikking stellen van een standplaats op het Petuniaplein opgelegd (hierna: de facturen): 1 juli 2012 t/m 30 september 2012 € 122,22 1 oktober 2012 t/m 31 december 2012 € 122,22 1 januari 2013 t/m 31 maart 2013 € 124,20 1 april 2013 t/m 30 juni 2013 € 124,20 1 juli 2013 t/m 30 september 2013 € 124,20 1 oktober 2013 t/m 31 december 2013 € 124,20 1.2 Op de bezwaarschriften van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraken op bezwaar van 29 juni 2015 de facturen gehandhaafd. 1.3 Belanghebbende is tegen die uitspraken op bezwaar in beroep gekomen bij de rechtbank Overijssel (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft de beroepen bij uitspraak van 14 december 2015 ongegrond verklaard. 1.4 Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. 1.5 Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, de van de Rechtbank ontvangen dossiers die op deze zaken betrekking hebben. 1.6 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 september 2016 te Arnhem. Partijen zijn met kennisgeving aan het Hof niet verschenen. 2De vaststaande feiten 2.1 Belanghebbende had voor de vrijdag voor de markt op het Petuniaplein in de gemeente Zwolle en voor de donderdag en zaterdag voor de markt op het plein Achter de Broeren in die gemeente, een standplaats toegewezen gekregen. In 2009 heeft belanghebbende verzocht om een vergunning voor een standplaats in het nieuwe winkelcentrum Stadshagen. Deze standplaatsvergunning is hem echter geweigerd. Hiertegen heeft belanghebbende rechtsmiddelen aangewend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 9 juli 2014, nr. 201310069/1/A3, ECLI:NL:RVS:2014:2537, belanghebbende in het ongelijk gesteld. 2.2 Belanghebbende heeft bij brief van 22 april 2013, gericht aan het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle (hierna: het College), bezwaar gemaakt tegen de standplaatsvergunning voor het plein Achter de Broeren. In deze brief is, voor zover van belang, geschreven: “De marktplek petuniaplein is hiermee vanzelfsprekend vervallen.” 2.3 In de uitspraak op bezwaar van 31 mei 2013 is, voor zover van belang, door het College geschreven: “Voor het opzeggen van de marktplek op het Petuniaplein dient u de marktmeester van de afdeling Fysieke Leefomgeving te benaderen.” 2.4 Belanghebbende is gehuwd met [A] (hierna: de echtgenote). 2.5 In bezwaar en beroep heeft belanghebbende de facturen vergeefs bestreden. 3Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen 3.1 In geschil is of de facturen terecht zijn opgelegd. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en de heffingsambtenaar bevestigend. 3.2 Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. 3.3 Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, van de uitspraken op bezwaar en van de facturen. 3.4 De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank. 4Beoordeling van het geschil Vooraf 4.1 In het onderhavige geval staan de facturen en de uitspraken op bezwaar op naam van belanghebbende. De Rechtbank heeft echter in haar uitspraak van 14 december 2015 niet belanghebbende maar de echtgenote als belanghebbende vermeld. Zulks ten onrechte. Aangezien de echtgenote bij de Rechtbank kennelijk als gemachtigde van belanghebbende is opgetreden, zal het Hof deze omissie van de Rechtbank herstellen. Dit heeft geen verdere consequenties. Facturen 4.2 Ingevolge artikel 229, lid 1, aanhef en letter a, van de Gemeentewet, kunnen rechten worden geheven ter zake van het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. 4.3 In de Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2012 en in de Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2013 van de gemeente Zwolle – beide verordeningen zijn overeenkomstig het bepaalde in artikel 139 van de Gemeentewet bekendgemaakt – is onder meer het volgende bepaald: “Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam marktgelden worden rechten geheven ter zake van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit het ter beschikking stellen van een standplaats voor het uitoefenen van de markthandel en daarmee verband houdende handelingen en/of het gebruik van verstrekte hulpmiddelen. Artikel 2 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: (…) b. standplaats: de op en voor de duur van de markt door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel; (…) Artikel 3 Belastingplicht Het recht wordt geheven van degene aan wie de in artikel 1 bedoelde standplaats is toegewezen, dan wel van degene die de in artikel 1 bedoelde standplaats inneemt.” 4.4 In de Marktverordening van de gemeente Zwolle (hierna: de Marktverordening) is onder meer bepaald: “Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: (…) g. marktmeester: de persoon, die als toezichthouder is aangewezen door het college; (…) n. vergunninghouder: degene aan wie door het college van burgemeester en wethouders vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; Artikel 4 Vergunning voor innemen standplaats Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats op een markt in te nemen. (…) Artikel 14 Intrekking vergunning Het college kan een vergunning voor een vaste plaats of waarnemingsplaats al dan niet voorwaardelijk, intrekken of wijzigen dan wel de inschrijving op de sollicitantenlijst doorhalen, dan wel de vergunning voor door hen te bepalen achtereenvolgende marktdagen intrekken, indien de vergunninghouder of degene die hem bijstaat of degene die hem vervangt: (…)” 4.5 In het Uitvoeringsbesluit Marktverordening gemeente Zwolle (hierna: het Uitvoeringsbesluit) is onder meer bepaald: “Artikel 7 Intrekking vergunning
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.