Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-000747-16 Uitspraak d.d.: 12 oktober 2016 TEGENSPRAAK ONTNEMINGSZAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 5 februari 2016 met parketnummer 05-862179-13 in de strafzaak tegen [veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] op [1953] , wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De veroordeelde heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 28 september 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten bedrage van € 5.123.
- De vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens veroordeelde door zijn raadsman, mr. D.P. Poppe, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich niet met het vonnis waarvan beroep zodat dit behoort te worden vernietigd. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen. Overweging met betrekking tot de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel De veroordeelde is bij arrest van dit hof van 12 oktober 2016 (parketnummer 21-003800-15 ter zake van oplichting, meermalen gepleegd, valsheid in geschrift en witwassen veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat veroordeelde uit het bewezenverklaarde handelen financieel voordeel heeft genoten door het oplichten van zestien in het voornoemde arrest van 12 oktober 2012 met name genoemde benadeelde partijen. De vorderingen van deze zestien benadeelde partijen zijn in het arrest van 12 oktober tot een bedrag van ruim vijf miljoen euro, in rechte toegekend. Gelet op de inhoud en strekking van artikel 36e, lid 9, van het Wetboek van Strafrecht, wijst het hof daarom de vordering van de advocaat-generaal af. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Wijst af de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel tot het in die vordering genoemde bedrag. Aldus gewezen door mr. R. de Groot, voorzitter, mr. H.J. Biemond en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. G.W. Jansink, griffier, en op 12 oktober 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. Biemond en mr. Van Gorkom zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen. Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 12 oktober
- Tegenwoordig: mr. W. Foppen, voorzitter, mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit, advocaat-generaal, K. Elema, griffier. De voorzitter doet de zaak uitroepen. De verdachte [veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] op [1953] , wonende te [woonplaats] , is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig. De voorzitter spreekt het arrest uit. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.