GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, sector handel zaaknummer gerechtshof 200.158.900/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/132614 / HA ZA 14-55) arrest van 18 oktober 2016 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidHeeres Mix & Pomp Techniek, gevestigd te [A] , gemeente Súdwest-Fryslân, appellante, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: Heeres Mix, advocaat: mr. M.R. Gans te Groningen, tegen [geïntimeerde] , wonende te [B] , geïntimeerde, in eerste aanleg: eiser, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. L.F. Waalkes, kantoorhoudend te Hoorn. 1Het geding in eerste aanleg In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de tussen partijen gewezen vonnissen van 16 april 2014 en 10 september 2014 van de Rechtbank Noord-Nederland, Afdeling privaatrecht, Locatie Leeuwarden. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure is als volgt:- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 16 oktober 2014;- de memorie van grieven (met producties);- de memorie van antwoord (met productie);- de akte uitlating producties;- het tussenarrest van 2 februari 2016 waarbij een comparitie is bevolen;- de op 6 juni 2016 gehouden comparitie en de daarbij overgelegde pleitnota’s. 2.2 na afloop van de comparitie hebben partijen het hof verzocht arrest te wijzen op basis van het ter voorbereiding op de comparitie overgelegde dossier, waarop het hof arrest heeft bepaald. 2.3 De vordering van Heeres Mix in hoger beroep luidt: “…het vonnis d.d. 10 september 2014 onder zaaknummer/rolnummer C/17/132614 / HA ZA 14-55 door de Rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Leeuwarden, tussen appellante als gedaagde in prima en geïntimeerde als eiser in prima gewezen, te vernietigen, en, opnieuw rechtdoende, de vordering van geïntimeerde (als eiser in prima) alsnog volledig af te wijzen met veroordeling van geïntimeerde in de kosten in beide instanties.” 3De vaststaande feiten en grief I 3.1 De rechtbank heeft in haar vonnis van 10 september 2014 onder 2 (2.1 tot en met 2.12) een aantal feiten vastgesteld. Daartegen is grief I gericht. Blijkens de toelichting op die grief gaat het Heeres Mix in grief I voornamelijk erom dat volgens haar de feiten onvolledig zijn weergegeven en welke betekenis aan die feiten in het licht van debat tussen partijen moet worden toegekend. Voorop staat dat het aan de rechter te bepalen is welke feiten hij wel en welke hij niet vermeldt bij de vaststaande feiten. Daar waar het gaat om de weergave van mededelingen die partijen (aan elkaar) hebben gedaan zal het hof deze vervangen door citaten. Daar waar het gaat om de kwalificatie of duiding van de feiten faalt de grief omdat de weergave van de vaststaande feiten in een rechterlijke uitspraak niet is bedoeld om aan die feiten reeds betekenis toe te voegen voor het debat tussen partijen. Rekening houdend met het vorenstaande faalt grief I. De feiten, aangevuld met wat verder is gesteld en niet weersproken, laten zich als volgt weergeven. 3.2 [geïntimeerde] is melkveehouder. Hij gebruikt in het kader van zijn bedrijfsvoering een hem toebehorend mestbassin bestaande uit een dubbele laag plastic folie. Heeres Mix heeft een onderneming die onder meer in opdracht van melkveehouders als [geïntimeerde] de mest die zich in mestbassins bevindt mixt. 3.3 Nadat partijen, voorafgaand aan 2012, al meerdere jaren zaken met elkaar hadden gedaan, heeft Heeres Mix op 2 maart 2012, 10 maart 2012, 2 mei 2012 en 13 juli 2012 in opdracht van [geïntimeerde] de mest in diens mestbassin gemixt. Op 10 maart 2012 is daartoe een mixopening gemaakt in de bovenste laag folie. 3.4 Heeres Mix heeft bij het mixen gebruik gemaakt van een mobiele mestmixer. Voor mixen en het maken van een mixopening heeft Heeres Mix facturen verzonden op 19 maart 2012, 26 maart 2012, 26 maart 2012, 29 mei 2012 en 18 juli 2012, welke alle door [geïntimeerde] zijn voldaan. De factuur voor het op 13 juli 2012 uitgevoerde werk (factuur 18 juli 2012) bedraagt € 530,- exclusief btw. 3.5 Op de aan [geïntimeerde] verzonden facturen zijn de algemene voorwaarden, die op de achterzijde zijn afgedrukt, van toepassing verklaard. In art. 8 lid 6 van deze voorwaarden staat, voor zover van belang, dat de aansprakelijkheid van Heeres Mix is beperkt tot de factuurwaarde exclusief btw van de order, althans dat gedeelte van de order waarop de aansprakelijkheid betrekking heeft. In art. 8 lid 8 is voorts vermeld dat beperkingen van aansprakelijkheid niet gelden indien de schade te wijten is aan opzet of grove schuld. 3.6 In een e-mail van 31 oktober 2012 schrijft [geïntimeerde] aan Heeres Mix:“Het lijkt erop dat erop dat er tijdens het mixen helaas schade is ontstaan aan ons mestbassin. Daarover heb ik twee keer telefonisch contact gehad met een van uw medewerkers. ( [C] .)Mij is toegezegd dat u hierover contact met mij op zou nemen, maar dat is helaas nog niet gebeurd.Daarom vraag ik u nogmaals contact met ons op te nemen zodat we kunnen bekijken hoe dit nu verder moet.” 3.7 In een e-mail van 1 november 2012 heeft Heeres Mix aan [geïntimeerde] het volgende geantwoord:“Dhr. [D] heeft een aantal keren geprobeerd te bellen.Volgende week komt er iemand bij u langs.” 3.8 In een e-mail van 5 november 2012 schrijft [geïntimeerde] aan Heeres Mix:“Afgelopen vrijdag zou u contact met mij opnemen. Helaas is dat niet gebeurd. Het voor mij belangrijk om op korte termijn te weten hoe nu verder. Uit uw mail begrip ik dat er komende week iemand langs komt. Dat is prima, maar ik wil u vragen daarvoor een tijd af te spreken i.v.m. onze planning” 3.9 Partijen hebben afgesproken na de winterperiode te bekijken wat er aan de hand was. 3.10 Heeres Mix heeft op 23 april 2013 de bovenste folielaag van het mestbassin verwijderd. Hiervoor heeft zij [geïntimeerde] op 2 mei 2013 een bedrag van € 283,60 inclusief btw in rekening gebracht. De betreffende factuur is niet door [geïntimeerde] voldaan. 3.11 In een e-mail 21 augustus 2013 schrijft [geïntimeerde] aan Heeres Mix onder meer: “7 juni jl. heb ik contact gehad met de heer [E] . In dat gesprek heb ik aangegeven dat de beschadiging van het mest Bassin inderdaad door het mixen is gekomen. (zoals ik in de mail van 31 oktober 2012 ook al heb aangeven) We hebben toen afgesproken dat jullie 14 dagen later het mest bassin zouden schoon maken en repareren.Helaas gebeurde bij jullie een ernstig bedrijfsongeluk. Uit respect heb ik even gewacht met weer contact op nemen. Maar aangezien we nog maar tot 2 september mest mogen uitrijden wordt het nu wel tijd dat het mest bassin schoongemaakt wordt. Want als het later gebeurt dan moet ik extra mestopslag gaan huren voor komend winterseizoen.Maandag ochtend 19 augustus heb ik contact gehad met de heer [E] .De heer [E] zou mij nog voor maandagavond terug bellen over hoe nu verder. Echter tot dit moment heb ik nog niks gehoord.Daarom vraag ik u met klem om uiterlijk maandag 26 augustus a.s. het mestbassin schoon te maken en te repareren. Anders ben ik genoodzaakt een ander bedrijf het werk te laten doen en deze kosten aan u door te berekenen. Ik neem aan dat u gewoon bent verzekerd en dat we dit netjes kunnen afwerken.” 3.12 Heeres Mix heeft bij brief van 23 augustus 2013 aan [geïntimeerde] bericht dat de schade aan het mestbassin niet door haar is veroorzaakt. 3.13 In een rapportage van 29 augustus 2013 heeft PAS Mestopslagsystemen (hierna: PAS) onder meer aan [geïntimeerde] bericht:“De te beoordelen schade bestaat uit twee gaten in het onderkleed.(...)Mogelijke oorzaak schade: De oorzaak van de schade is mechanisch. De folie ter plaatse van de gaten is uitgerekt en gescheurd, veroorzaakt door druk/schuifkrachten vanaf de bovenzijde. Indien de beschadigingen vanaf de bovenzijde zijn veroorzaakt moet het mixluik boven deze locatie hebben gezeten. [geïntimeerde] bevestigt dit, echter ik heb dit niet kunnen waarnemen omdat het bovenkleed met drijvers en mixluik reeds verwijderd/aan de kant getrokken was. De onderfolie is omhoog gekomen omdat er mest onder is gelopen.Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zijn de gaten veroorzaakt doordat de onderfolie geraakt is door een mobiele mestmixer. Deze mixers zijn gemonteerde op een giek met een lengte tussen de 12 en 20 meter. Mixers gemonteerd op zo'n giek kunnen, onder invloed van de ongemixte drijflaag, ongecontroleerd bewegen in alle richtingen.” 3.14 In een e-mail van 5 september 2013 schrijft [geïntimeerde] aan Heeres Mix dat hij haar tot 9 september 2013 de kans geeft de schade aan het mestbassin te repareren en anders zelf over gaat tot reparatie daarvan. Aan deze sommatie is geen gehoor gegeven. 3.15 Op 17 september 2013 heeft PAS een offerte ter zake van de reparatie van het mestbassin uitgebracht, met een totale richtprijs van € 27.500,- exclusief btw. 3.16 Op 25 oktober 2013 heeft PAS een offerte ter zake van reparatie van het mestbassin uitgebracht, met een totale richtprijs van € 18.750,- exclusief btw. In deze offerte is onder meer opgenomen de post "Leveren van ca 1600 m2 nieuwe onderfolie van 1 mm dikke onversterkte Ldpe, A-kwaliteit". 3.17 [geïntimeerde] geeft vervolgens PAS opdracht tot herstel op basis offerte van 25 oktober 2013. 3.18 In een brief 24 december 2013 heeft [geïntimeerde] Heeres gesommeerd tot betaling van € 31.729,- wegens schade. Heeres is niet tot betaling overgegaan. 4Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 4.1 [geïntimeerde] vordert betaling door Heeres Mix van € 35.147,03 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding. 4.2 De rechtbank heeft Heeres Mix veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 35.147,03 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2014. Heeres Mix is veroordeeld in de proceskosten. 5De beoordeling van de grieven voor het overige 5.1 Heeres Mix is in hoger beroep gekomen met vijf grieven (genummerd I tot en met V). De eerste daarvan is al behandeld onder 3.1. Grief II betreft de vraag of Heeres Mix toerekenbaar te kort is geschoten en daardoor schadeplichtig is jegens [geïntimeerde] . Grief III betreft het afgewezen beroep door Heeres Mix op haar algemene voorwaarden. Grief IV betreft de schadeomvang. Grief V heeft een veegkarakter zonder zelfstandige betekenis, onder meer aangaande de proceskostenveroordeling. 5.2 Grief II is gericht tegen rechtsoverweging 4.3 (4.3.1 tot en met 4.3.4) van het bestreden vonnis. 5.2.1 De grief richt zich tegen het bestaan van de schade en de vaststelling dat deze het gevolg is van het mixen door Heeres Mix. Ten aanzien van het bestaan van de schade brengt Heeres Mix niet veel meer naar voren dan dat zij deze schade niet zelf heeft kunnen constateren. Nog los van de vraag of dit juist is, is deze stelling in het licht van de overgelegde stukken en het fotomateriaal onvoldoende. Dat door [geïntimeerde] schade is geleden in de vorm van twee gaten in de onderlaag van de folie van zijn mestbassin staat daarmee in rechte vast. In zoverre faalt de grief. 5.2.2 Heeres Mix heeft zich echter uitgebreid verzet tegen het oordeel van de rechtbank dat de twee gaten door haar werkzaamheden zijn veroorzaakt. Zij stelt zich daarbij terecht op het standpunt dat het aan [geïntimeerde] is om feiten en omstandigheden te stellen en bij voldoende weerspreken te bewijzen, waaruit volgt dat sprake is van een oorzakelijk verband tussen het mixen door Heeres Mix en de twee gaten. Ter onderbouwing van die causaliteit heeft [geïntimeerde] het volgende aangevoerd. 5.2.3 Bij het mixen van het mestbassin van [geïntimeerde] op 13 juli 2012 (zie inleidende dagvaarding onder 2) door een chauffeur van Heeres Mix is, aldus [geïntimeerde] , een mobiele mestmixer op de onderlaag van de folie (de bodem van het bassin) geplaatst waarbij door (ongecontroleerde) bewegingen van die mixer in die onderlaag van de folie twee gaten zijn ontstaan, waardoor het bassin lek is geworden en mest onder het onderfolie is gelopen. 5.2.4 De door Heeres Mix weersproken stellingen, zijn door [geïntimeerde] onderbouwd door nader te stellen dat de beschadigingen in het onderkleed zich bevinden onder de plaats in het bovenkleed waar de mixopeningen waren gemaakt. Deze weersproken stelling heeft [geïntimeerde] echter niet bewezen en ook de deskundige (PAS) stelt daarvan dat hem dit slechts door [geïntimeerde] is meegedeeld, zonder dat hij dit zelf heeft geconstateerd. 5.2.5 Verder heeft [geïntimeerde] gewezen op het ‘schadebeeld’, wat wil zeggen twee gaten die volgens PAS een mechanische oorzaak hebben: er is sprake van uitgerekt en gescheurd folie als gevolg van druk/schuifkrachten. Door Heeres Mix is weliswaar weersproken dat deze beschadigingen alleen van bovenaf kunnen zijn veroorzaakt en dat zij zich bevonden onder de plaats waar zich de mixopeningen in het bovenkleed bevonden. Zij heeft echter niet weersproken dat sprake was een beschadiging in de vorm van uitgerekt en gescheurd folie en dat dit wijst op een mechanische oorzaak van de schade. Ook is ter comparitie bij het hof onweersproken verklaard dat de gaten ongeveer tien centimeter in doornsnee waren. Vast staat derhalve dat het ging om beschadigingen in de vorm van twee gaten met een doorsnee van circa tien centimeter en met een mechanische oorzaak. Onder dat laatste verstaat het hof, naar de normale betekenis van dat woord, dat er sprake moet zijn geweest van inwerking van krachten uitgeoefend door een werktuig. 5.2.6 Dat laat zich, naar het oordeel van het hof, niet verenigen met de door Heeres Mix genoemde mogelijkheid dat de schade kan zijn veroorzaakt door dieren. Afgezien van de onaannemelijkheid van die verklaring, op de bodem van een mestbassin leven geen dieren, past daarbij ook niet dat het folie is uitgerekt. Ook is zonder nadere verklaring, die ontbreekt, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de beschadigingen door los liggende stenen zijn veroorzaakt. . Ten slotte is ook niet aannemelijk dat de schade is veroorzaakt door de vast opgestelde mixer van [geïntimeerde] zelf, nu het gaat om zich op enige afstand van elkaar bevindende gaten. Bovendien heeft [geïntimeerde] ter comparitie onweersproken gesteld dat die mixer zich ten opzichte van de gaten in het onderkleed aan de andere kant van het bassin bevond. 5.2.7 Nu het gaat om een bassin dat vergaand gevuld was met mest en dat aan de bovenzijde was afgedekt met een bovenkleed, terwijl de schade op mechanische wijze (door een werktuig ) is veroorzaakt op meer dan één plaats, is geen andere schadeoorzaak aannemelijk geworden dan door in dergelijke bassins gebruikte mestmixers.. Vast staat dat Heeres Mix een mestmixer in het bassin heeft gebruikt. Weliswaar heeft Heeres Mix nog gesteld dat ook nog door een derde een mestmixer in het bassin is gebruikt, maar deze stelling is zonder deugdelijke onderbouwing gebleven. 5.2.8 Wat overblijft is de vraag of de door Heeres Mix gebruikte mestmixer, zoals [geïntimeerde] stelt en Heeres Mix weerspreekt, een adequaat werktuig is om de gestelde schade te veroorzaken. Heeres Mix heeft zeer stellig gesteld dat het onmogelijk is dat met haar mobiele mestmixer de gestelde schade is veroorzaakt. Die stelling verdraagt zich echter niet met haar stelling dat de chauffeur uitdrukkelijk heeft gewaarschuwd met het tot op de bodem gebruiken van de mestmixer en haar verklaring ter comparitie: “normaal blijven we vrij van de bodem” en haar antwoord bij uitdrukkelijk doorvragen door het hof: “Op de bodem loop je een risico dat hij een beschadiging kan maken” en “Wanneer je de mixer onderin houdt, heb je een risico om de bodem te beschadigen”. Heeres Mix licht dat vervolgens als volgt toe: “Het op de bodem zetten beschadigt de folie niet, maar het risico met mixen is groter dan wanneer hij bovenin hangt”. 5.2.9 De conclusie kan geen andere zijn dan dat Heeres Mix met een apparaat dat in staat was tot het veroorzaken van beschadigingen in het bodemkleed in het bassin actief is geweest, dat er sprake was van twee gaten veroorzaakt door een werktuig, dat de klachten zich hebben geopenbaard nadat Heeres Mix in het bassin heeft gemixt en dat de door haar genoemde andere schadeoorzaken niet aannemelijk zijn geworden. In het licht van deze feiten en omstandigheden volgt uit de stellingen van [geïntimeerde] op toereikende wijze dat Heeres Mix bij het mixen gaten heeft veroorzaakt in het onderkleed. 5.2.10 Daarmee staat naar het oordeel van het hof in rechte vast dat Heeres Mix bij de uitvoering van haar werkzaamheden jegens [geïntimeerde] toerekenbaar te kort is geschoten en in beginsel gehouden is de schade die [geïntimeerde] daardoor heeft geleden te vergoeden. Grief II faalt. 5.3 Grief III 5.3.1 Deze grief strekt er toe dat de algemene voorwaarden van Heeres Mix en meer in het bijzonder het in artikel 8 daarvan opgenomen exoneratiebeding van toepassing is op de rechtsverhouding tussen partijen. [geïntimeerde] heeft die toepasselijkheid bestreden. De rechtbank heeft [geïntimeerde] in het gelijk gesteld. In het kader van de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden zijn twee vragen aan de orde gesteld: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.