GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.187.323/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 4050019 \ CV EXPL 15-3841) arrest van 1 november 2016 in de zaak van de vennootschap naar Duits recht Volkswagen Bank GmbH, handelende onder de naam Autocash, gevestigd te Braunschweig (BRD), tevens gevestigd te Amersfoort, appellante, in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie, hierna: Volkswagen Bank, advocaat: mr. E.H.J. Slager, kantoorhoudend te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde sub 2 in conventie en eiser sub 2 in reconventie, hierna: [geïntimeerde], verstek. 1Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 8 december 2015 dat de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, afdeling privaatrecht, heeft gewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep d.d. 4 maart 2016, houdende de grieven (met producties); - het tegen [geïntimeerde] verleende verstek. 2.2 Vervolgens heeft Volkswagen Bank de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 2.3 Volkswagen Bank vordert in het hoger beroep - samengevat - veroordeling van [geïntimeerde] - bij arrest uitvoerbaar bij voorraad - tot:- teruggave van de auto's met verrekening conform artikel 7A:1576t BW op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per auto voor elke dag dat [geïntimeerde] hieraan niet voldoet, met een maximum van € 20.000,- per auto;- inzake contract [nr.]: betaling van schadevergoeding ten bedrage van € 24.081,72, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 18% per jaar, althans de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der inleidende dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening, onder aftrek van de taxatieprijs van de auto;- inzake contract [nr.]: betaling van schadevergoeding ten bedrage van € 14.060,89, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 18% per jaar, althans de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der inleidende dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening, onder aftrek van de taxatieprijs van de auto;- terugbetaling van een bedrag van € 800,-, zijnde het bedrag aan proceskosten waartoe Volkswagen Bank is veroordeeld, welk bedrag zij op 25 januari 2016 heeft betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf die datum tot aan de dag van de algehele voldoening;- betaling van de kosten van het geding in beide instanties, alsmede in de nakosten. 3De vaststaande feiten 3.1 Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.2 tot en met 2.9 van het bestreden vonnis. Met inachtneming van het verhandelde in hoger beroep, staat - voor zover van belang - het volgende vast. 3.1.1 [geïntimeerde] was vanaf 1 januari 2004 tot 21 november 2014 enig bestuurder van de besloten vennootschap HSC Beheer BV (hierna: HSC), in eerste aanleg gedaagde sub 1. 3.1.2 Volkswagen Bank en HSC, vertegenwoordigd door [geïntimeerde] , hebben op 12 augustus 2014 een financial leaseovereenkomst (contractnummer [nr.] ) gesloten met betrekking tot een Audi A3 met kenteken [kenteken] (hierna: de Audi). Op grond van deze overeenkomst is HSC 48 maandelijkse termijnen van € 458,49 verschuldigd met ingang van 16 september 2014 en een slottermijn van € 1,- op 16 augustus 2014. 3.1.3 Volkswagen Bank en HSC, vertegenwoordigd door [geïntimeerde] , hebben op 10 augustus 2014 een financial leaseovereenkomst (contractnummer [nr.] ) gesloten met betrekking tot een Mercedes C-klasse 180 met kenteken [kenteken] (hierna: de Mercedes).Op grond van deze overeenkomst is HSC 36 maandelijkse termijnen van € 325,43 verschuldigd met ingang van 1 oktober 2014 en een slottermijn van € 1,- op 1 september 2017. 3.1.4 Leverancier van de Audi en Mercedes is Automative Sales B.V. (hierna: Automative Sales), gevestigd te Surhuisterveen, die de leaseovereenkomsten mede heeft ondertekend. Automative Sales heeft de auto's onder eigendomsvoorbehoud verkocht en geleverd aan HSC, en heeft de eigendom van de auto's overgedragen aan Volkswagen Bank (Autocash) als 'financier'/lessor. Beide overeenkomsten bevatten de bepaling dat 'lessee' (HSC) de auto in goede staat heeft ontvangen. 3.1.5 Het kenteken van de Audi is op 12 augustus 2014 om 20:54:47 uur, onder overlegging van een kopie van het rijbewijs van [geïntimeerde] op naam van HSC gezet. De Mercedes is op 16 augustus 2014 om 10:32:45 uur, onder overlegging van een kopie van het rijbewijs van [geïntimeerde] , op naam van HSC gezet. 3.1.6 Automotive Sales B.V. is op 18 november 2014 ontbonden. 3.1.7 Op 21 november 2014 zijn de aandelen in HSC overgedragen aan Foksche Holding B.V. en is Foksche Holding B.V. samen met Stichting Bull als bestuurder van HSC ingeschreven. 3.1.8 HSC heeft ten aanzien van de Audi vijf termijnen voldaan en ten aanzien van de Mercedes één termijn. De overige termijnen heeft HSC onbetaald gelaten. Om die reden heeft Volkswagen Bank HSC verzocht tot afgifte van beide auto's. 3.1.9 In opdracht van Volkswagen Bank heeft Rimor Recherchediensten B.V. (hierna: Rimor) op 11 februari 2015 een rapport uitgebracht. In dit rapport staat - voor zover van belang - het volgende vermeld:"(…)Verrichte werkzaamhedenRapporteur werd op 9 februari 2015 benaderd door [X] , de echtgenoot van mevrouw [Y] , eigenaresse van Automative Sales B.V. [X] had gesproken met [geïntimeerde] die voor [Z] een aantal contracten had afgesloten die vervolgens na een week van zijn naam af zouden worden gehaald. Echter dit gebeurde niet en [geïntimeerde] heeft vervolgens nimmer de voertuigen gezien. (…)(…)" 3.1.10 In de door [Q] , werkzaam bij Rimor, gedane aangifte ter zake van verduistering staat - voor zover van belang - het volgende vermeld:"(…)Uit ontvangen informatie blijkt dat de heer [geïntimeerde] van H.S.C. Beheer BV op verzoek van de bekende oplichter [Z] uit [woonplaats] het contract heeft afgesloten. [geïntimeerde] krijgt nog € 40.000,-- van [Z] . [Z] zou het voertuig na ongeveer 1 week door verkopen met winst zodat hij [geïntimeerde] kon betalen. [geïntimeerde] heeft echter nimmer het voertuig gezien en heeft ook nimmer meer geld gezien van [Z] . Het is niet bekend waar het voertuig op dit moment is.(…)" 4Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 4.1 Volkswagen Bank heeft in eerste aanleg in conventie gevorderd - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad- :A. ten aanzien van gedaagde sub 1 te ontbinden, althans ontbonden te verklaren de hierbij overgelegde huurkoopovereenkomsten; B. gedaagden te bevelen de teruggave van de in huurkoop geleverde roerende zaken, t.w.: een auto, merk Audi, type A3, kenteken [kenteken] , bouwjaar 2013 en een Mercedes, type C-klasse 180, kenteken [kenteken] , bouwjaar 2007, met verrekening conform art. 7a:1576t B.W.; [ subonderdeel C ontbreekt; toevoeging hof] D. gedaagden hoofdelijk te veroordelen om als schadevergoeding inzake contract [nr.] aan eiseres te betalen de som van € 24.081,72, overeengekomen rente van 18% per jaar, althans (subsidiair) de wettelijke rente over dit bedrag, vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag van de algehele voldoening, onder aftrek van de taxatieprijs van de roerende zaak, te bepalen door een door eiseres aan te wijzen taxateur of zodanige prijs, als zal worden verkregen op een ten overstaan van een openbaar ambtenaar te houden publieke veiling, zulks ter keuze van eiseres; E. gedaagden hoofdelijk te veroordelen om als schadevergoeding inzake contract [nr.] aan eiseres te betalen de som van € 14.060,89 , overeengekomen rente van 18% per jaar, althans (subsidiair) de wettelijke rente, over dit bedrag, vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag van de algehele voldoening, onder aftrek van de taxatieprijs van de roerende zaak, te bepalen door een door eiseres aan te wijzen taxateur of zodanige prijs, als zal worden verkregen op een ten overstaan van een openbaar ambtenaar te houden publieke veiling, zulks ter keuze van eiseres; F. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding, bestaande uit vast recht, twee dagvaardingsexploten en het geliquideerd salaris voor de gemachtigde van eiseres alsmede een bedrag aan nakosten van € 100,00, indien en voor zover gedaagden niet binnen de wettelijk vereiste termijn van twee dagen na betekening aan het te dezen te wijzen vonnis hebben voldaan." 4.2 Volkswagen Bank heeft aan haar vorderingen in conventie voor zover ingesteld tegen [geïntimeerde] ten grondslag gelegd dat [geïntimeerde] in zijn hoedanigheid van bestuurder van HSC onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. [geïntimeerde] heeft verweer gevoerd. 4.3 De kantonrechter heeft bij het bestreden vonnis in conventie de vorderingen jegens HSC (gedaagde sub 1) grotendeels toegewezen, maar de vorderingen jegens [geïntimeerde] afgewezen. Daartoe heeft de kantonrechter heeft - kort weergegeven - het volgende overwogen:- Volkswagen Bank heeft onvoldoende duidelijk gemaakt op welke wijze HSC zou zijn overgedragen: overdracht van de activa of van de aandelen; indien enkel de aandelen zijn overgedragen heeft dat geen gevolgen voor de tussen HSC en Volkswagen Bank gesloten overeenkomsten en evenmin voor de verhaalbaarheid van haar aanspraken op HSC;- [geïntimeerde] heeft de juistheid van het rapport Rimor gemotiveerd betwist;- Volkswagen Bank heeft haar stelling dat [geïntimeerde] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld onvoldoende onderbouwd. 5De beoordeling van de grieven en de vordering 5.1 In hoger beroep is slechts het vonnis in conventie voor zover gewezen tussen Volkswagen Bank en [geïntimeerde] aan de orde. De grieven zijn gericht tegen de afwijzing van de vorderingen jegens [geïntimeerde] . 5.2 In de kern weergegeven maakt Volkswagen Bank [geïntimeerde] de volgende verwijten: - kort na het sluiten van de overeenkomsten heeft [geïntimeerde] HSC overgedragen aan een derde van wie Volkswagen Bank de kredietwaardigheid niet heeft kunnen onderzoeken;- [geïntimeerde] heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de financiële gegoedheid van de koper van HSC;- [geïntimeerde] heeft de overeenkomsten niet gesloten voor HSC, maar voor [Z] (hierna: [Z] ), die algemeen bekend staat als oplichter;- de overeenkomsten zijn gesloten omdat [geïntimeerde] nog een bedrag van € 40.000,- van [Z] te vorderen zou hebben gehad; het was de bedoeling dat [Z] de auto's zou doorverkopen c.q. verduisteren en dat hij met de winst [geïntimeerde] zou aflossen;- onder deze omstandigheden kan aan [geïntimeerde] , mede gelet op zijn wettelijke plicht tot een behoorlijk taakvervulling (artikel 2:9 BW), een dermate ernstig verwijt worden gemaakt, dat hij persoonlijk aansprakelijk is voor de schade die Volkswagen Bank door zijn toedoen heeft geleden. 5.3 [geïntimeerde] heeft betwist dat hij de overeenkomsten onder valse voorwendselen is aangegaan. [Z] is opgetreden als vertegenwoordiger van Automative Sales. De auto's zijn nooit geleverd door Automative Sales. [geïntimeerde] heeft als eerste op 9 februari 2015 Rimor ingeschakeld, omdat levering door Automative Sales uitbleef.[geïntimeerde] betoogt voorts dat hij de aandelen en bestuursfunctie van de hand heeft gedaan in het kader van een reorganisatie van HSC, maar dat dit losstaat van de leaseovereenkomsten. 5.4 Grief I houdt in dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat Volkswagen Bank haar stelling dat [geïntimeerde] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld onvoldoende heeft onderbouwd. In de toelichting op deze grief betoogt Volkswagen Bank onder meer dat het vonnis van de kantonrechter innerlijk tegenstrijdig is, nu hij enerzijds - in het kader van de beoordeling van de vorderingen jegens HSC - op basis van het rapport van Rimor heeft geoordeeld dat sprake is geweest van de door Volkswagen Bank gestelde afspraak tussen HSC en [Z] (rechtsoverweging 6.1 van het bestreden vonnis) en anderzijds - in het kader van de beoordeling van de vorderingen jegens [geïntimeerde] - heeft geoordeeld (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.