GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.179.868/01 (zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 2199361 MC 13-7557 en 647722 MV 13-1559) arrest van 8 november 2016 in het incident ex art. 234 Rv in de zaak van Sing's B.V., h.o.d.n. Chinees Thais Specialiteitenrestaurant "De Chinese Muur", gevestigd te [A] , appellante in principaal appel, geïntimeerde in incidenteel appel, tevens verweerster in het incident, in eerste aanleg: gedaagde in de gevoegde zaken, hierna te noemen: Sing's, advocaat: mr. A.J.F. Gonesh, kantoorhoudend te 's-Gravenhage, tegen [geïntimeerde] , wonende te [A] , geïntimeerde in principaal appel, eiser in incidenteel appel, eiser in het incident, in eerste aanleg: eiser in de gevoegde zaken, hierna te noemen: [geïntimeerde], advocaat: mr. R. Grijpstra, kantoorhoudend te Almere. 1Het geding in eerste instantie 1.1 In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 15 januari 2014 van de kantonrechter bij de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere (hierna: de kantonrechter), waarin is beslist dat de zaken 2199361 MC 13-7557 en 647722 MV 13-1559 verder gevoegd zullen worden behandeld. In beide zaken heeft de kantonrechter vervolgens een tussenvonnis gewezen op 5 november 2014 en een eindvonnis op 29 juli 2015. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep van 28 oktober 2015; - de memorie van grieven (met producties); - de incidentele vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad tevens memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel; - de memorie van antwoord in het incident ex art. 234 Rv tevens memorie van antwoord in incidenteel appel. 2.2 De conclusie van de memorie van grieven in principaal appel strekt tot vernietiging van de vonnissen van de kantonrechter van 5 november 2014 en 29 juli 2015 in beide zaken en tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van [geïntimeerde] , met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten van beide instanties, alles uitvoerbaar bij voorraad. 2.3 [geïntimeerde] vordert in het incident dat het eindvonnis van de kantonrechter van 29 juli 2015 alsnog uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. 2.4 In principaal appel concludeert [geïntimeerde] tot bekrachtiging van de vonnissen waarvan beroep, met verbetering van de gronden, onder veroordeling van Sing's in de kosten van beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad. In incidenteel appel vordert [geïntimeerde] dat het eindvonnis van de kantonrechter van 29 juli 2015 (in beide zaken) wordt vernietigd en dat de vorderingen van [geïntimeerde] in eerste aanleg alsnog geheel worden toegewezen, uitvoerbaar bij voorraad, met veroordeling van Sing's in de kosten van beide instanties. 2.5 Sing's heeft geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering en tot verwerping van het incidenteel appel, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het incident en het incidenteel appel, uitvoerbaar bij voorraad. 2.6 Partijen hebben arrest gevraagd in het incident en daartoe de stukken overgelegd. Het door [geïntimeerde] overgelegde procesdossier is ten onrechte (zie art. 5.3 in samenhang met art. 5.1 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven) beperkt tot de stukken van de eerste aanleg. Voor de gedingstukken in hoger beroep heeft het hof derhalve geput uit het procesdossier van Sing's. 3De feiten, het geschil en de beslissing in eerste aanleg 3.1 Het gaat in deze zaak - voor zover relevant voor de beoordeling in het incident - in het kort over het volgende. 3.2 Vanaf 1999 heeft [geïntimeerde] gewerkt als kok in het door Sing's geëxploiteerde restaurant. Met ingang van 9 december 2011 heeft [geïntimeerde] zich ziek gemeld en sindsdien is hij arbeidsongeschikt. 3.3 Het laatst uitbetaalde salaris bedroeg € 9,79 bruto per uur, hetgeen volgens de loonspecificaties die door Sing's zijn opgesteld leidde tot een netto maandloon van € 830,60. Vanaf 1 juli 2008 tot en met januari 2012 heeft Sing's volgens de bankafschriften van [geïntimeerde] € 800,- per maand betaald, behalve in drie maanden waarin Sing's € 700,- heeft betaald onder vermelding van "loon voorschot". 3.4 Medio februari 2013 heeft Sing's een bedrag van € 2.919,26 aan achterstallig loon over de periode december 2011 tot en met december 2012 aan [geïntimeerde] betaald. 3.5 Het UWV heeft Sing's ertoe verplicht om ook in het derde ziektejaar het loon van [geïntimeerde] door te betalen, welke verplichting bij beschikking van 28 augustus 2014 is beperkt tot 4 augustus 2014. Het dienstverband tussen partijen is beëindigd op 1 november 2015. 3.6 [geïntimeerde] heeft Sing's in eerste aanleg in rechte betrokken in twee afzonderlijke zaken. In de zaak met nummer 2199361 MC 13-7557 vorderde [geïntimeerde] samengevat betaling van achterstallig loon over de periode van 1 juli 2008 tot 9 december 2011, primair op basis van een arbeidsomvang van 40 uur per week, subsidiair op basis van een arbeidsomvang van 32 uur per week, met nevenvorderingen. In de zaak met nummer 647722 MV 13-1559 vorderde [geïntimeerde] samengevat betaling van loon over de periode vanaf 9 december 2011, primair op basis van een arbeidsomvang van 40 uur per week, subsidiair op basis van een arbeidsomvang van 32 uur per week, met nevenvorderingen. 3.7 In het eindvonnis van 29 juli 2015 heeft de kantonrechter na bewijslevering geoordeeld dat een werkweek van 40 uur niet is komen vast te staan. Uitgaande van werkweken van 32 uur heeft de kantonrechter vervolgens beslist als volgt: "in de zaak met rolnummer 2199361 5.1. veroordeelt Sing’s tot betaling aan [geïntimeerde] van een bedrag aan loon van € 1.357,54 + 8% bruto per maand over de periode van 1 juli 2008 tot 9 december 2011 minus het reeds via de bank uitbetaalde loon over de periode van 1 juli 2008 tot 9 december 2011 en minus de nabetaling van € 3.554,33 bruto (€ 2.919,26 netto). 5.2. veroordeelt Sing’s tot betaling aan [geïntimeerde] van 25% wettelijke verhoging over het op grond van het onder punt 5.1. te berekenen loonbedrag alsmede over de nabetaling van € 3.554,33, 5.3. veroordeelt Sing’s tot betaling aan [geïntimeerde] van de wettelijke rente over de onder 5.1. en 5.2. bedoelde bedragen vanaf de dag der dagvaarding tot 9 december 2011, 5.4. veroordeelt Sing's tot afgifte aan [geïntimeerde] van bruto-nettospecificaties over het in overeenstemming met dit vonnis berekende loon over de periode van 1 juli 2008 tot 9 december 2011, 5.5. compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder der partijen de eigen proceskosten draagt, 5.6. wijst het meer of anders gevorderde af. in de zaak met rolnummer 647722 5.7. veroordeelt Sing’s tot betaling aan [geïntimeerde] van een bedrag aan loon van € 200,00 netto te vermeerderen met 8% vakantietoeslag per maand minus 5% over elke maand in de periode van 9 december 2011 tot 9 december 2012 en daarna over € 200,00 netto te vermeerderen met 8% vakantietoeslag per maand minus 25%, totdat de dienstbetrekking rechtsgeldig is beëindigd, 5.8. veroordeelt Sing’s tot betaling aan [geïntimeerde] van 25% wettelijke verhoging over de nog volgens punt 5.7. te berekenen loonbedragen, 5.9. veroordeelt Sing’s tot betaling aan [geïntimeerde] van de wettelijke rente over de onder 5.7. en 5.8. bedoelde bedragen, 5.10. veroordeelt Sing’s tot afgifte aan [geïntimeerde] van bruto-nettospecificaties over het in overeenstemming met dit vonnis berekende loon vanaf 9 december 2011 tot het einde der dienstbetrekking, 5.1 l . compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder der partijen de eigen proceskosten draagt, 5.12. wijst het meer of anders gevorderde af." 4De beoordeling 4.1 Sing's heeft in principaal appel negentien genummerde grieven ontwikkeld tegen de vonnissen waarvan beroep. In incidenteel appel heeft [geïntimeerde] één grief ontwikkeld tegen het eindvonnis van de kantonrechter van 29 juli 2015. 4.2 Ter onderbouwing van zijn incidentele vordering heeft [geïntimeerde] aangevoerd dat hij in eerste aanleg per abuis heeft nagelaten te vorderen dat de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad zouden worden verklaard. Volgens [geïntimeerde] is er geen beletsel in de wet of voortvloeiend uit de zaak dat in de weg staat aan het alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaren van het vonnis van de kantonrechter van 29 juli 2015. 4.3 Sing's heeft in het incident ten verwere aangevoerd (samengevat) dat [geïntimeerde] onvoldoende belang heeft bij toewijzing van zijn vordering. Dit blijkt volgens Sing's uit de omstandigheid dat [geïntimeerde] het in eerste aanleg (in twee zaken) kennelijk niet nodig vond om uitvoerbaarheid bij voorraad te vorderen. Waarom [geïntimeerde] nu wel belang zou hebben bij uitvoerbaarheid bij voorraad, heeft hij niet gemotiveerd. Sing's heeft daarentegen groot belang bij afwijzing van de incidentele vordering vanwege het restitutierisico aan de zijde van [geïntimeerde] , terwijl in het hoger beroep binnen afzienbare termijn een oordeel te verwachten is. Volgens Sing's is het eindvonnis van de kantonrechter van 29 juli 2015 bovendien gebaseerd op een aantal feitelijke en/of juridische misslagen, zodat er te minder aanleiding is voor het alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaren van genoemd vonnis. Mocht het hof desalniettemin de incidentele vordering toewijzen, dan verzoekt Sing's dit slechts te doen onder de voorwaarde dat [geïntimeerde] genoegzaam zekerheid stelt voor de terugbetaling in geval het principale appel van Sing's zou slagen. 4.4 De vraag waar het in het incident om gaat is of er voldoende grond bestaat om een beslissing die in een vorige instantie is gegeven, alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren op de voet van art. 234 Rv. Het hof stelt bij de beoordeling de volgende maatstaven voorop, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2015 (ECLI:NL:HR: 2015:688): (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.