Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-009191-13 Uitspraak d.d.: 9 november 2016 TEGENSPRAAK Promis Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 5 december 2013 met parketnummer 05-986013-11 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1970] , wonende te [Duitsland] , zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen hem onder feit 3 en 4 is ten laste gelegd. Hoger beroep tegen deze gegeven vrijspraken staat voor verdachte niet open. Het hof zal verdachte daarom in zoverre niet-ontvankelijk verklaren. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 27 januari 2016, 26 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het gerechtshof verdachte ten aanzien van de feiten 1 subsidiair en 2 zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis. De vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadslieden, mr. C. Prak en mr. P. America, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen Het hof is van oordeel dat de eerste rechter, behoudens voor wat betreft de strafoplegging en de motivering daarvan, op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom dient dat vonnis in zoverre met overneming van die gronden te worden bevestigd. Gezien het vorenstaande zal het vonnis waarvan beroep voor zover het de strafoplegging betreft worden vernietigd en zal in zoverre opnieuw worden rechtgedaan. Daarnaast wordt ten aanzien van de bewezenverklaring en de vindplaatsen van het bewijs een aantal aanvullende overwegingen opgenomen. Aanvullende overweging met betrekking tot het verweer van de verdediging. Door de verdediging is, op grond van feiten en omstandigheden als in de pleitnota omschreven, betoogd dat de fotoherkenning van verdachte door de getuige [getuige 1] niet voor het bewijs mag worden gebezigd omdat de fotoconfrontatie niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het hof verwerpt dit verweer. Vooropgesteld moet worden dat de Handleiding Confrontaties waaraan de verdediging refereert, geen recht vormt als bedoeld in artikel 79 RO. Dit laat onverlet dat een gang van zaken bij een confrontatie die onverenigbaar is met een eerlijke procesvoering ertoe leidt dat de bewijsgaring ‘onrechtmatig’ moet worden geoordeeld. Hiervan kan sprake zijn indien de bij die confrontatie gevolgde werkwijze strekt tot beïnvloeding van die personen met het oog op de door hen af te leggen verklaring (vgl. HR 29 juni 2010, ECLI 2010:BM0289). De getuige [getuige 1] heeft bij zijn verhoor bij de FIOD uit een setje foto's verdachte aangewezen als de man die hij kent onder de naam [alias verdachte] . Ter terechtzitting bij het hof heeft [getuige 1] verklaard dat hij de verdachte, die hij slechts kent onder de naam [alias verdachte] , vier of vijf keer heeft ontmoet en dat hij, na te zijn verhoord door de FIOD, verdachte niet meer heeft ontmoet. Vervolgens heeft de getuige [getuige 1] ter zitting van het hof uit tien foto's zonder enige aarzeling de foto van verdachte aangewezen als de man die hij kent onder de naam [alias verdachte] . Naar het oordeel van het hof zijn er geen redenen om aan te nemen dat sprake is geweest van beïnvloeding in de hiervoor bedoelde zin. Nu ook overigens niet is gebleken van relevante gronden die aanleiding geven de eerlijkheid van het proces dan wel de betrouwbaarheid van de herkenning door de getuige in twijfel te doen trekken, is die herkenning bruikbaar voor het bewijs en moet, mitsdien, het verweer worden verworpen. Voor zover de verdediging zich op het standpunt stelt dat de fotoherkenning is uitgevoerd in strijd met het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek. treft dit verweer geen doel omdat het Besluit niet van toepassing is op een fotoconfrontatie als de onderhavige. Gelet op het bovenstaande ziet het hof geen noodzaak tot het horen van de heer [naam] over de betrouwbaarheid van de fotoherkenning. Het daartoe strekkende verzoek van de verdediging wordt afgewezen. Aanvullende overweging met betrekking tot de beslissing inzake het bewijs Ten aanzien van de herkenning van [alias verdachte] . Ter terechtzitting van het hof op 26 oktober 2016 zijn aan de getuige [getuige 1] tien foto's getoond als opgenomen in het proces-verbaal van de FIOD onder de pagina's 889 tot en met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.