GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.188.016 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 4126122) arrest van 21 november 2017 in de zaak van: [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, hierna: [appellant] , advocaat: Mr. H. Cornelis, tegen: de stichting Protestants Christelijke Stichting Philadelphia Zorg, gevestigd te Amersfoort, geïntimeerde, hierna: Philadelphia, advocaat: Mr. D.J. Rutgers, 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 25 april 2017 hier over. In dat arrest is een meervoudige comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 14 september 2017. Van deze comparitie is proces-verbaal opgemaakt. 1.2 Vervolgens heeft het hof op verzoek van partijen arrest bepaald. 2De vaststaande feiten Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten: 2.1 [appellant] is geboren op 19 april 1990 en is medio 2012 als vluchteling uit Egypte in Nederland aangekomen. [appellant] verbleef eerst in het kader van vreemdelingenbewaring in een detentiecentrum. Nadat de vreemdelingendetentie was opgeheven is [appellant] geplaatst in een locatie van het Leger des Heils in Utrecht. Op 17 januari 2014 is [appellant] geplaatst in een crisisopvang (hierna: de crisisopvang), die valt onder de verantwoordelijkheid van Philadelphia. Die crisisopvang was op dat moment tijdelijk gelokaliseerd in het gebouw van de [naam instelling] in [woonplaats] , een kliniek waarin TBS-gestelden worden behandeld. Per 1 april 2014 is de crisisopvang verhuisd naar een eveneens bij de [naam instelling] behorende locatie ( [naam instelling] in [woonplaats] ). 2.2 Op 3 april 2014 is een inbewaringstelling afgegeven op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz). Krachtens beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 8 april 2014 is de inbewaringstelling voortgezet tot en met 29 april 2014. 2.3 Sinds 23 april 2014 verblijft [appellant] in een zorginstelling genaamd [naam instelling] in [woonplaats] , vanaf 29 april 2014 op vrijwillige basis. 2.4 Een psychodiagnostisch onderzoek, bestemd om gebruikt te worden bij de beoordeling of [appellant] detentiegeschikt was en verricht op 2 december 2013, waarin [appellant] als [appellant] wordt aangeduid, luidt onder meer als volgt: “(…) Conclusie en advies Op grond van het bovenstaande concludeer ik dat [appellant] een matig verstandelijke beperking heeft. Mogelijk zijn de scores iets lager door psychisch lijden door trauma’s na pesten, verlies en in detentie zitten, en misschien deels door het feit dat hij een andere culturele achtergrond heeft. [appellant] zal ook onder betere omstandigheden evident lager scoren dan het gemiddelde op zijn leeftijd en zelfs dermate laag dat hij ook dan in de range valt van mensen met een verstandelijke beperking. [appellant] heeft een totaal IQ van 45, hij presteert iets beter in handelen (perceptueel redeneren) dan in begrijpen (verbaal begrip). [appellant] kan een beetje Nederlands begrijpen en spreken, maar het lukt hem beter om zichzelf duidelijk te maken in zijn eigen taal met een tolk. Dat betekent niet dat hij in zijn eigen taal veel meer begrijpt, ook dan moet hij meerdere malen iets uitgelegd worden. (…) [appellant] komt veel jonger over dan zijn kalenderleeftijd van 23 jaar. De ontwikkelingsleeftijd van [appellant] is te vergelijken met een jongen van vijf of zes jaar. Hij voelt zich ontheemd en heeft duidelijkheid en veiligheid nodig, liefst in zijn eigen cultuur/omgeving. (…) Hij vertelt me dat hij slecht slaapt en hij begrijpt niet veel van de hele situatie, dit maakt hem angstig en onzeker. (…)”. 2.5 Bij aanvang van het verblijf van [appellant] in de crisisopvang heeft op 17 januari 2014 een intakegesprek plaatsgevonden, waarvan een verslag is gemaakt, dat onder meer als volgt luidt: “(…) De intake is gedaan middels de tolkenlijn (telefonisch). [appellant] is vluchteling. Hij is via Italië (alleen) naar Nederland gevlucht. Hij is nu ongeveer 1 jaar en 7 maanden in Nederland. Ongeveer 5 maanden geleden is hij opgepakt door de politie en in vreemdelingenbewaring (detentie) gezet in Zeist. De advocaat van [appellant] heeft tweemaal een aanvraag gedaan om een verblijfstatus te krijgen. Beide zijn afgewezen. In het detentiecentrum in Zeist was [appellant] erg in paniek. Hij kon hier niet meer slapen. Al snel werd duidelijk dat hij een beperking had. Er is hier een test gedaan die heeft uitgewezen dat hij een IQ heeft van 45. Vanwege zijn lage IQ is de detentie opgeheven. Zijn advocaat gaat op die grond nogmaals een verblijfstatus aanvragen. Middels M.E.E. Utrecht is [appellant] geplaatst bij de laagdrempelige opvang van het Leger des Heils. Hier kon [appellant] doen en laten wat hij wilde. Omdat de kans groot is dat hij hier misbruikt gaat worden door mede cliënten (36 op twee begeleiders) en omdat [appellant] lastig was uit te leggen wat wel en niet kon (taalbarrière) kon hij niet langer daarvan blijven. Ook vertoonde [appellant] ongeremd gedrag naar mede cliënt en vrouwelijk personeel. (…). Hulpvraag: – Bied mij onderdak tot het duidelijk is waar ik heen kan gaan. Help mij met verduidelijken wie waarvoor verantwoordelijk is. De advocaat is bezig met mijn verblijfstatus. MEE zoekt naar een geschikte woonlocatie. En de crisisopvang biedt mij onderdak. Thuis situatie: [appellant] heeft nauwelijks contact met zijn familie. In Nederland heeft hij niemand. (…) Vrijheidsbeperkende maatregelen: – Geen. Er is wel met hem afgesproken dat hij, zolang hij bij ons verblijft niet naar buiten gaat en begeleid door het huis gaat, behalve op de afdeling. – [appellant] mag bezoek ontvangen en mag bellen. Zijn eigen telefoon ligt in de kluis op de afdeling. Deze kan hij gebruiken om de nummers op te zoeken. Bellen via huistelefoon. (…) [appellant] kent een aantal woorden Nederlands. Wanneer hij het niet snapt zegt hij al gauw oké of ja. Dit is verwarrend omdat je dan niet weet of hij echt heeft begrepen. Wanneer hij Arabisch praat (met bijvoorbeeld een tolk) spreekt hij niet of nauwelijks Nederlands meer. Kan slecht tot niet schakelen. Middels de tolk weet [appellant] dat hij hier maximaal zes weken blijft en dat hij niet naar buiten mag. Ook weet hij dat hij wel bezoek mag ontvangen en dat hij mag bellen. (…) Vanwege detentie kan hij kamermomenten als opsluiting zien.(…)”. 2.6 Een ongedateerd logboek dat door medewerkers van Philadelphia is bijgehouden tijdens het verblijf van [appellant] luidt onder meer als volgt: “(…) Met [appellant] zijn duidelijk regels afgesproken over zijn verblijf op de crisisopvang. Deze zijn opgenomen in het intakegesprek welke is gevoerd met behulp van een telefonische tolk. De afspraken zijn NIET ondertekend. Ook zijn er geen huisregels ondertekend. (…) Korte samenvatting: [appellant] geeft van het begin aan dat hij weg wil. Echter hij geeft ook aan dat het hem gaat om contacten, praten met mensen. Hij laat zich hierin (redelijk) goed sturen en houdt het bij woorden. Ook geeft hij regelmatig aan helemaal niet weg te willen (bv 29 januari). Stemmingen zijn wisselend. Hij is vaker vrolijk dan dat het slecht gaat. Hij vindt het vooral moeilijk dat hij niet door het huis (en in tuin) kan lopen wanneer hij wil. Geeft meer aan naar beneden te willen dan dat hij weg wil. Kunnen niet vaak naar beneden met hem omdat hij zich vastklampt aan iedereen die hij tegenkomt. Patiënten kunnen hier moeilijk mee omgaan. Vanaf ongeveer 20 februari wordt gedrag lastiger. Help meer en snapt niet waarom het allemaal zo lang duurt. (…) Hoogte/diepte punten dagrapportages 20 januari: geeft [appellant] aan dat het net een gevangenis is. Hij laat zich echter goed sturen en geeft niet aan weg te willen. 23 januari: Hij biedt zijn excuses aan dat hij telkens vraagt of hij weg mag. Hij zegt dat hij het niet begrijpt waarom hij hier moet zijn. Omdat hij niet meer in de gevangenis hoefde te zijn en hier zitten wel alle deuren dicht. (…) 29 januari: Aan begeleiding vraagt [appellant] of hij weg mag. Als ze samen naar beneden lopen om boodschappen bij het winkeltje te doen en begeleiding geeft hem lachend de sleutel zegt hij: “Nee..Nee..Nee.. Ik blijf hier.. Ga niet weg hoor.” Niet alleen. 30 januari: [appellant] heeft het nog steeds veel over naar buiten willen, naar beneden willen. Heeft vanmiddag toen ik de afdeling opkwam geprobeerd weg te glippen, door heel snel tussen de deur te springen voor deze in het slot viel. Ik heb hem tegen kunnen houden. Aangezien het nog niet duidelijk is of hij nu wel of niet naar buiten mag, contact opgenomen met [naam medewerker] hierover. Het is nog niet bekend, maar tot die tijd in ieder geval de afspraak hem hier te houden/tegen te houden en dan dit te melden bij [naam medewerker] . Ook heeft [appellant] de brandtelefoon gebruikt, hij dacht dat hij hiermee naar buiten kon. 2 februari: hij vraagt vaak waarom hij hier niet weg mag en benoemd dat het net een gevangenis is. (…) 3 februari: [appellant] vraagt wat de advocaat heeft geregeld. Ik benoem dat hij bezig is met een verblijfsvergunning aan te vragen. [appellant] zegt dat het hier toch iets beter is als in de gevangenis maar dat hij het wel moeilijk vind. Hij vertelt dat de advocaat heeft gezegd dat dit voorlopig de beste optie is. Hij legt zich hierbij neer.(…) 11 februari: vanmiddag met de tolk gebeld. [appellant] verteld aan het begin dat hij zich niet fijn en gelukkig voelt. Hij wil terug naar de gevangenis. Niet omdat hij het daar fijn vond, maar hij had daar wel mensen waarmee hij kon praten. (…) 18 februari: [appellant] heeft met de tolk gebeld. [appellant] gaf tijdens dit gesprek aan dat hij het fijn vindt om hier te zijn. Hij is blij en dankbaar. Hij is erg blij dat wij hem het vertrouwen hebben gegeven dat hij naar de kerk mag. (…) 20 februari: [appellant] is na zijn bezoek erg verdrietig, staat in een hoekje te huilen en geeft aan zich hier gevangen te voelen en weg te willen. Laat zich moeilijk troosten en knijpt op een gegeven moment uit frustratie zijn eigen bril kapot. In een gesprekje uitgelegd dat dit toch echt de beste optie voor hem is nu en dit snapt hij wel. (…) 6 maart: Gesprek: “Wachten duurt lang, niet goed voor mij. Gevangenis was beter, daar mocht ik naar boven en buiten”. (…) 12 maart: (…) Na het ontbijt komt hij weer naar kantoor en begint met dezelfde vragen. Hij zegt dan: “gevangenis is beter, buiten is beter, geen huis en eten maakt niet uit”. 19 maart: [appellant] slaat zachtjes met zijn hoofd tegen het glas en bonkt op de muur. Hierop besloten dat [appellant] naar zijn kamer mag. [appellant] biedt hevig verzet, hij wil niet en gaat niet. Als ik naar de AC bel voor backup kiest [appellant] ervoor om naar zijn kamer te gaan, hij loopt voor ons uit. De deur is dichtgegaan maar niet op slot.(…) 31 maart: Escalatie met [naam medewerker] . Onverwachts gaat [appellant] heftige strijd aan.(…) 01 april In het begin van de dienst zie ik veel spanningen, verwardheid en angst. [appellant] probeert meerdermalen te ontsnappen via kantoordeur. Eindigen uiteindelijk in vijver met hem. (…) “. 2.7 Een mailbericht van [naam arts] ( [naam arts] , Bopz-arts) van 30 januari 2014 over de situatie van [appellant] luidt onder meer als volgt: “(…) Het lijkt erop dat hij meer een gevaar is voor zichzelf: redt hij het wel buiten in de samenleving, hij is kwetsbaar. En niet zozeer dat hij een gevaar is voor anderen. (…) Als BOPZ arts ondersteun ik vooralsnog dat hij toch op de crisis blijft voor in ieder geval de komende week, ook als hij aangeeft weg te willen. Als een vorm van goede professionele zorg voor een mens met een verstandelijke, mogelijk matige, beperking. (…)”. 2.8 Een mailbericht van 31 januari 2014 van [naam medewerker] , een begeleidster van de crisisopvang, in dienst bij Philadelphia, die nauw betrokken was bij de zorg voor [appellant] , luidt onder meer als volgt: “(…) [appellant] zit in principe op vrijwillige basis op de crisis. (…) Naar mijn idee moeten we [appellant] ook echt niet naar buiten laten gaan. [appellant] is getest op een 2 a 3 -jarige. Dit is ook terug te zien in zijn gedragingen.. [appellant] heeft een snelle taalontwikkeling, hij heeft fantasieën, ontdekt eigen “macht” en invloed, maar ook angst, zijn handelen word bepaald door goed of afkeuringen van anderen. Een voorbeeld hiervan is; een collega benoemd dat hij niet met andere cliënten mag praten. Dagen daarna zegt/herhaald [appellant] , mag niet met andere mensen praten hè?! [appellant] benoemd regelmatig dat hij naar buiten wil. Als je hier dieper op doorgaat, zegt hij dat hij niet weg wil en dat hij even buiten wil zijn en terugkomt. even buiten in de zon…. Aangezien zijn niveau en verleden, hebben zijn woorden een andere betekenis naar mijn idee en is het een schreeuw om nabijheid en veiligheid. (…) Een kind van 2 à 3 jaar vraagt namelijk ook dingen waarvan de woorden een andere betekenis hebben. Dit houd (naar mijn idee) niet in dat hij niet een keer naar buiten zou willen voor bijv. bezoek aan de kerk. Ik heb het gevoel dat hij de hekken en tralies als gevangenis ervaard. Ondanks dat we benoemen dat dit niet zo is. (…).”. 2.9 Een eindverslag opgemaakt door medewerkers van Philadelphia over het verblijf van [appellant] in de crisisopvang luidt onder meer als volgt: “(…) Vrijheidsbeperkende maatregelen De crisisopvang is tijdelijk gevestigd (tot 1 april) gevestigd in de “ [naam instelling] ” [woonplaats] . Na 1 april is locatie verhuisd naar “ [naam instelling] ” in [woonplaats] . Eveneens een locatie van de “ [naam instelling] ”. Voor de cliënten van de crisisopvang gelden (voor en na de verhuizing) dezelfde algemene huisregels als voor de patiënten van de kliniek. Hierdoor zijn er een aantal extra beperkingen voor onze cliënten waarvan ze van tevoren op de hoogte zijn gebracht. Deze beperkingen zijn als volgt: – vanaf 22.00 uur tot volgende ochtend 07.30 uur zitten de deuren van de slaapkamers van de cliënten op slot. (…) [appellant] geeft aan de regels (die bij de intake met de tolk erbij zijn besproken) niet goed te begrijpen en wil meer vrijheid hebben. (Zoals eerder genoemd in dit verslag, kan en mag [appellant] alleen begeleid naar het plein of de tuin in de kliniek). Binnen de mogelijkheden van de crisisopvang is middels het kerkbezoek geprobeerd [appellant] tegemoet te komen. Wederom lijkt [appellant] niet goed te begrijpen, waarom hij wel begeleid naar de kerk kan en niet door ons begeleid naar buiten (de stad in). (…) Als begeleiding een keer benoemt: “ga maar, dan doe ik de deur open.” Zegt [appellant] : neeee… eventjes maar naar buiten, verder goed hier, dank je wel dank je wel voor alles” (…)”. 2.10 Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is blijkens het daarvan opgemaakt proces-verbaal onder meer het volgende verklaard (waarbij mr. Rutgers als advocaat van Philadelphia heeft verklaard en [naam medewerker] en [naam medewerker] als medewerkers van Philadelphia): “(…)Voorzitter: Wij zijn met name geïnteresseerd in het feit dat hij op 17 januari 2014 daar komt, hoe gaat het dan? Hij heeft een kamer? Gaat die op slot? Mr. Rutgers: Hij heeft een kamer, die gaat inderdaad op slot. Het is een open instelling met een besloten karakter. Er zijn vier bedden aanwezig en minimaal twee verzorgers, soms drie. Er is dus sprake van intensieve zorg. Vier bedden betekent vier kamers. Elke kamer heeft aparte badkamer en wc. [appellant] had één van die kamers. [naam medewerker] : De afdeling is als een ziekenhuis, net iets kleiner. Er is een vrij brede gang, voor activiteiten met cliënten zoals tafeltennis. Daarnaast is er nog een kantoor en gezamenlijke woonkamer voor eten en koffie drinken. Als de cliënten naar buiten willen, moeten ze naar beneden. Voorzitter: Dus er zijn vier kamers naast elkaar, een gezamenlijke woonkamer en een kantoor? Kan [appellant] vrij uit de kamer lopen binnen de afdeling? [naam medewerker] : Ja. Vanaf 22.00 tot 07.30 gaan de kamers op slot. Dat heeft te maken met het feit dat de crisislocatie tijdelijk geplaatst was binnen een gebouw waarin ook een TBS kliniek is gevestigd en we moesten ons conformeren aan de regels die daar voor golden. Wij wachten tot de nieuwbouw klaar is, dan kunnen we ons eigen beleid voeren. Het had te maken met de omgeving van de TBS kliniek en niet met de aard van de cliënten. Het is een stukje veiligheid ten opzichte van de mensen in TBS kliniek, onze mensen zaten ergens anders. De kleine afdeling is afgesloten door één deur, een glazen deur. Die valt in het slot. De cliënten kunnen daar niet zelf doorheen, dat moet altijd met één van ons. Dit was omdat zij niet onbegeleid door de gangen naar buiten konden lopen, vanwege de TBS kliniek. Zij kennen strikte regels. Als je door de deur komt moet je aantal trappen naar beneden, ik dacht twee trappen. Dan moet je een aantal gangen door. Dan kom je bij een soort binnentuin, voor koffie te drinken etc. Dan twee hele lange gangen door voordat je buiten staat. Cliënten kunnen niet zelf naar de binnentuin, daar hebben ze begeleiding voor nodig. [appellant] mocht alleen onder begeleiding naar de binnentuin. [naam medewerker] : Er wordt per persoon gekeken en op basis daarvan besluiten we of iemand zelfstandig naar buiten mag. Dat geldt hetzelfde voor de binnentuin. Omdat daar ook TBS cliënten zijn mocht [appellant] niet zelfstandig in de binnentuin. Hij is daar nooit alleen geweest, alleen onder begeleiding. Voorzitter: Je kunt ook echt naar buiten, de instelling uit. Dat is ook onder begeleiding? [naam medewerker] : Dat verschilt ook per cliënt. In het geval van [appellant] mocht hij onder begeleiding van mensen van de kerk naar buiten, dit was geen begeleiding door Philadelphia. In de meeste situaties haalden wij de begeleiders beneden op en gingen we naar boven en uiteindelijk gezamenlijk weer naar buiten. Hij mocht een dagdeel naar buiten, het was in overleg met de mensen van de kerk wanneer hij weer terug kwam. Ik durf geen aantallen te noemen, maar hij ging diverse malen mee. Voorzitter: We hebben gehoord hoe het in elkaar zat. Er was een eigen kamer die dicht was van 22.00 tot 07.30. De gezamenlijke woonkamer en de gangen. Als u naar buiten moest, was dat onder begeleiding. [appellant] : Dat klopt niet allemaal. We mochten niet de hele dag in de afdeling rondlopen. Dat mocht alleen maar 1,5 uur en daarna moesten we terug naar onze kamers. Ik mocht ook niet naar beneden zonder begeleiding, ook niet naar buiten zonder begeleiding. Als ik naar de kerk wilde, moest mijn mentor een handtekening plaatsen. Dan pas mocht ik naar de kerk. Voorzitter: Dat klopt. Philadelphia zegt dat u vrij mocht rondlopen over de afdeling, behalve tussen 22.00 en 07.30. U zegt dat dat niet klopt? [appellant] : Dat is niet waar. Ik mocht niet de hele dag rondlopen op de afdeling. Na het eten zat ik 1,5 uur in de kamer. Als we naar buiten kwamen, werden we vaak weggestuurd naar de kamer. Alleen ’s avonds ging de kamer op slot. Hof (mr. Ter Veer): Op die kamer momenten ging de kamer ook op slot? [appellant] : Ja. [naam medewerker] : Het is een crisisafdeling, waarin je vanuit zorg rustmomenten hebt. We hebben afspraken over activiteiten en rustmomenten op de kamer. Daarbij ging de kamer niet op slot. We vroegen hem waar hij zin in had om te doen, dat hoort bij onze dagelijkse taak.” 4Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 4.1 [appellant] heeft in eerste aanleg (samengevat) gevorderd: - een verklaring voor recht dat Philadelphia [appellant] gedurende de periode 17 januari 2014 tot 3 april 2014 onrechtmatig van zijn vrijheid heeft beroofd en daarom jegens [appellant] schadeplichtig is; - aan immateriële schadevergoeding € 11.550,- (€ 150 per dag voor 77 dagen), vermeerderd met de wettelijke rente; - aan buitengerechtelijke incassokosten € 4.192,66; met veroordeling van Philadelphia in de proceskosten. 4.2 De kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de kantonrechter) heeft bij vonnis van 2 december 2015 (hierna: het bestreden vonnis) de vorderingen afgewezen en [appellant] veroordeeld in de proceskosten. 5De beoordeling van de grieven en de vordering 5.1 In deze zaak dient getoetst te worden of [appellant] in de periode van 17 januari 2014 tot 3 april 2014 tijdens zijn verblijf in de crisisopvang onder de verantwoordelijkheid van Philadelphia onrechtmatig van zijn vrijheid is beroofd dan wel onrechtmatig in zijn vrijheid is beperkt. Uitgangspunt bij deze toetsing is artikel 5 EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden) waarin is bepaald dat niemand zijn vrijheid mag worden ontnomen, behalve in de gevallen omschreven in dit artikel en overeenkomstig een wettelijk voorgeschreven procedure. 5.2 Allereerst dient beoordeeld te worden of in dit geval van vrijheidsbeneming in de zin van artikel 5 lid 1 EVRM sprake was. Op grond van door het EHRM (Europese Hof voor de Rechten van de Mens) ontwikkelde jurisprudentie zijn daarbij alle concrete omstandigheden van het geval relevant, en moet dit steeds per individueel geval worden bezien. Het EHRM overweegt in zijn uitspraak van 22 januari 2013 inzake Mihailovs/Letland (EHRM 22 januari 2013, 35939/10) onder meer als volgt : “(…) 128. The Court reiterates that in order to determine whether someone has been “deprived of his liberty” within the meaning of Article 5, the starting point must be his actual situation, and account must be taken of a whole range of criteria such as the type, duration, effects and manner of implementation of the measure in question (…). The Court further observes that the notion of deprivation of liberty within the meaning of Article 5 § 1 does not only comprise the objective element of a person’s confinement in a particular restricted space for a length of time which is more than negligible. A person can only be considered to have been deprived of his liberty if, as an additional subjective element, he has not validly consented to the confinement in question (…)“. Het EHRM verwijst daarbij ook naar een aantal eerdere uitspraken, onder meer H.L./United Kingdom (EHRM 5 oktober 2004, 45509/99), Storck/Duitsland (EHRM 16 juni 2015,61603/00) en Stanev/Bulgarije (EHRM 17 januari 2012, 36760/06) en geeft van onder meer die arresten de volgende samenvatting: “(…) 129. In the context of deprivation of liberty on mental-health grounds, the Court refers to the general principles recently reiterated in the above-mentioned Stanev case (ibid., §§ 116-120). In particular, it reiterates that it has found that there has been a deprivation of liberty in circumstances such as the following: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.