← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2017:1023

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.194.231 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 4335128 MT VERZ 15-6245 BM 4088) beschikking van 9 februari 2017 inzake [verzoekster] B.V., kantoorhoudende te [A] ,verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de voormalige bewindvoerster of [verzoekster], advocaat: mr. W.G.M. Vos te Breda. Als overige belanghebbende is aangemerkt: [betrokkene] , wonende te [B] , verder te noemen: betrokkene of [betrokkene]. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere van 24 maart 2016, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 23 juni 2016; - een journaalbericht met bijlagen van 5 juli 2016 van mr. Vos. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 16 januari 2017 plaatsgevonden. Dhr. [C] en mevrouw [D] zijn namens [verzoekster] verschenen, vergezeld van mr. Vos. Ook is de betrokkene verschenen. 3De vaststaande feiten 3.1 Betrokkene is geboren [in]

  1. Bij beschikking van de kantonrechter te Amsterdam van 21 december 2007 is het vermogen van [betrokkene] onder bewind gesteld en is [verzoekster] benoemd tot bewindvoerster van [betrokkene] . 3.2 Bij brieven van 22 februari 2013 en 5 mei 2014 heeft [verzoekster] verzocht om een honorarium in rekening te mogen brengen voor de in 2012 en 2013 verrichte werkzaamheden. De bedragen die de voormalige bewindvoerster heeft verzocht, zijn de bedragen die volgens de richtlijnen van het Landelijk Overleg Voorzitters Civiel en Kanton (LOVCK) maximaal zijn toegestaan voor professionele bewindvoerders, die niet zijn aangesloten bij de branchevereniging. De rechtbank heeft bij brief van 24 juni 2014 aangegeven dat [verzoekster] bij haar niet bekend is als professionele bewindvoerster en heeft verzocht om een bewijsstuk daarvan te zenden. Vervolgens heeft de kantonrechter het verzoek afgewezen en [verzoekster] gevraagd hetgeen teveel is ontvangen terug te storten. Daarna heeft [verzoekster] om haar ontslag als bewindvoerster gevraagd. 3.3 Bij beschikking van 21 mei 2015 van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere is [verzoekster] op haar verzoek ontslagen en is [E] , handelend onder de naam [F] Bewindvoering te [B] , benoemd tot opvolgend bewindvoerster. 3.4 Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de kantonrechter bepaald dat [verzoekster] het teveel ontvangen bedrag aan bewindvoerderskosten ter grootte van € 828,02 terug dient te betalen aan [betrokkene] . 4De motivering van de beslissing 4.1 [verzoekster] is het er niet mee eens dat zij niet het tarief voor een professioneel bewindvoeringsbureau, (nog) niet aangesloten bij een branchevereniging, in rekening heeft mogen brengen maar alleen het tarief voor een familiebewindvoerder. 4.2 Het hof is anders dan de rechtbank van oordeel dat [verzoekster] de maximale tarieven voor een professionele bewindvoerder die geen lid is van de branchevereniging in rekening heeft mogen brengen. Daarbij heeft het hof het volgende in aanmerking genomen. 4.3 Volgens de richtlijnen van het LOVCK wordt een onafhankelijke persoon of instelling die ten aanzien van drie of meer personen bewindvoerder, curator of mentor is, aangemerkt als een professionele bewindvoerder. Uit de ingebrachte stukken door de voormalige bewindvoerster blijkt dat zij al jaren als professioneel bewindvoerder of curator wordt benoemd door de rechtbank Amsterdam, de rechtbank die [verzoekster] ook tot bewindvoerster van [betrokkene] heeft benoemd, en dat zij aldaar het professionele tarief mocht en mag hanteren. 4.4 [verzoekster] is inmiddels als benoembare bewindvoerder en curator onder nummer [0000] vermeld op de landelijke lijst van het Landelijk Kwaliteitsbureau CBM, dat beoordeelt of een professionele bewindvoerder voldoet aan de kwaliteitseisen. 4.5 Het hof is dan ook van oordeel dat bij de bestreden beschikking ten onrechte is bepaald dat het verschil tussen het familietarief en professionele tarief terugbetaald dient te worden. 5De slotsom Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, slaagt de grief. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen. 6De beslissing Het hof, beschikkende in hoger beroep: vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere van 24 maart
  2. Deze beschikking is gegeven door mrs. G. Jonkman, G.M. van der Meer en J.L. Roubos, bijgestaan door mr. E.L.K. Bijma als griffier, en is op 9 februari 2017 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.