← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2017:10636

WAHV 200.187.210 4 december 2017 CJIB 186178875 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 februari 2016 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [A] , voor wie als gemachtigde optreedt [B] , kantoorhoudende te [C] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. Voorts heeft de kantonrechter het verzoek van de betrokkene tot vergoeding van kosten afgewezen. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Beoordeling

  1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroepschrift geen beroepsgronden bevat en dat verzuim niet binnen een daartoe gestelde termijn is hersteld.
  2. De gemachtigde stelt dat de kantonrechter ten onrechte geen (redelijke) mogelijkheid heeft geboden om een eventueel verzuim te herstellen.
  3. Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een bezwaar- of beroepschrift (onder meer) gronden dient te bevatten. Indien een beroepschrift geen gronden bevat, kan dit leiden tot niet-ontvankelijkverklaring op de voet van artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb, mits de indiener van het beroepschrift de gelegenheid heeft gehad het verzuim binnen een daartoe gestelde termijn te herstellen.
  4. Het hof stelt vast dat de gemachtigde d.d. 22 juli 2015 beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. Het beroepschrift bevat geen gronden. Bij de stukken bevindt zich een aan de gemachtigde gerichte brief van de griffier van de rechtbank d.d. 27 januari 2016, waarin op het ontbreken van gronden wordt gewezen en een termijn van één week wordt gegeven om dit verzuim te herstellen.
  5. Nog daargelaten dat niet blijkt dat voormelde brief daadwerkelijk aan de gemachtigde is verstuurd (de rechtbank beschikt niet over een deugdelijke verzendadministratie), kan een termijn van één week in redelijkheid niet worden aangemerkt als een adequate gelegenheid om een verzuim te herstellen. Bovendien is in de brief van de griffier van de rechtbank niet gewezen op het mogelijke gevolg van het niet herstellen van het verzuim, te weten de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
  6. Gelet op het voorgaande is in de procedure bij de kantonrechter sprake geweest van een vormverzuim.
  7. Ingevolge artikel 6:22 Awb kan een besluit, ondanks schending van een vormvoorschrift, in stand blijven als een betrokkene daardoor niet is benadeeld. Deze bepaling is op grond van artikel 6:24 Awb van overeenkomstige toepassing in hoger beroep.
  8. Naar het oordeel van het hof is in de onderhavige zaak sprake van een situatie als bedoeld in artikel 6:22 van de Awb. Het hof constateert namelijk dat de gemachtigde in hoger beroep geen beroepsgronden heeft ingediend tegen de beslissing van de officier van justitie. Nu de gemachtigde de beslissing van de officier van justitie dus kennelijk op geen enkel onderdeel betwist, valt niet in te zien hoe het belang van de betrokkene gediend zou zijn geweest bij een (ruimere) door de kantonrechter aan de gemachtigde te geven gelegenheid tot het indienen van beroepsgronden.
  9. Gelet op het voorgaande ziet het hof in het geschonden vormvoorschrift in de procedure bij de kantonrechter geen aanleiding voor vernietiging van diens beslissing. Nu voor het overige geen bezwaren zijn ingebracht tegen de bestreden beslissing en het hof ook ambtshalve geen grond ziet voor vernietiging daarvan, wordt deze bevestigd.
  10. De betrokkene wordt niet in het gelijk gesteld. Daarom is er voor een proceskostenvergoeding geen aanleiding. Beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.