GERECHTSHOF ARNHEM -LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.185.560 (zaaknummer rechtbank 281654) arrest van 5 december 2017 in de zaak van [appellant] wonende te [plaats] , appellant, hierna: [appellant] , advocaat: mr. J.C.A. Stevens, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [makelaar] , tevens [makelaar] , gevestigd te [plaats] , geïntimeerde, hierna: [geïntimeerde] , advocaat: mr. H. Lebbing. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 11 april 2017 hier over. 1.2 Op 7 september 2017 heeft er ingevolge dat arrest een meervoudige comparitie van partijen plaatsgevonden. Daarbij is akte verleend voor de door mr. Stevens (als producties 11 en 12) in het geding gebrachte stukken. 1.3 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 2De vaststaande feiten 2.1 Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.9 van het (bestreden) vonnis van 16 december 2015. Daarnaast gaat het hof uit van de navolgende feiten: In de verkoopbrochure was onderaan de één na laatste pagina vermeld: “Aan de samenstelling van deze brochure is uiterste zorg besteed, desondanks kunnen er op vermelde gegevens en tekeningen geen aanspraken worden verleend.” En onderaan de laatste pagina van de verkoopbrochure is vermeld: “Deze brochure is met zorg samengesteld. Voor eventuele onjuistheden aanvaarden wij echter geen aansprakelijkheid.(…)” 3De beoordeling van het hoger beroep 3.1 Het gaat in deze procedure om het volgende. [verkopers 1] en [verkoper 2] (hierna: de verkopers) hebben op 3 juli 2014 hun woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning) te koop gezet voor een bedrag van € 245.000,-- k.k. [geïntimeerde] trad daarbij op als makelaar voor de verkopers. [geïntimeerde] was en is lid van de Nederlands Vereniging van Makelaars (hierna: NVM). In de door [geïntimeerde] opgestelde verkoopbrochure en op de website Funda stond vermeld dat de woonoppervlakte van de woning 185m2 was. Op 28 juli 2014 hebben verkopers mondeling overeenstemming bereikt met een koper, genaamd [koper] , over de verkoop van de woning voor een bedrag van € 234.000,- k.k. Nadat deze mondelinge overeenstemming was bereikt heeft [appellant] buiten [geïntimeerde] om een afspraak met de verkopers gemaakt voor bezichtiging van de woning. Na bezichtiging van de woning heeft [appellant] met de verkopers mondeling overeenstemming bereikt over de verkoop van de woning aan [appellant] voor € 242.500,-- k.k. Op 31 juli 2014 heeft [geïntimeerde] op verzoek van [appellant] plattegronden van de woning toegestuurd, zij het dat deze plattegronden ten opzichte van de woning gespiegeld waren en niet de uitbouw bevatten die de te kopen woning wel bezat. Op 11 augustus 2014 hebben [appellant] en de verkopers de schriftelijke verkoopovereenkomst ondertekend met betrekking tot de woning. In het kader van de door [appellant] te verkrijgen financiering is in opdracht van [appellant] op 27 augustus 2014 een taxatierapport opgemaakt. De woning is daarbij getaxeerd op € 242.500,--. De oppervlakte van de woning was volgens het taxatierapport 140m2. De woning is op 8 december 2014 aan [appellant] geleverd. Inmiddels staat vast dat het juiste aantal m2 woonoppervlakte op 148 m2 moet worden gesteld. Sinds 1 september 2010 zijn NVM-makelaars verplicht om de gebruiksoppervlakte van een woning te berekenen volgens de door de NVM voorgeschreven meetinstructie die is gebaseerd op NEN 2580. Onder meer omdat [geïntimeerde] volgens [appellant] de door de NVM opgelegde meetinstructie niet op de juiste wijze had toegepast dan wel verzuimd heeft de oppervlakte van de woning juist te vermelden heeft [appellant] een tuchtrechtelijke procedure aanhangig gemaakt bij de Raad van Toezicht van de NVM. De Raad van Toezicht heeft de klacht van [appellant] bij beslissing van 16 februari 2015 gegrond verklaard en aan [geïntimeerde] de straf van berisping opgelegd. Daartoe heeft de Raad van Toezicht onder meer overwogen: “Uitgangspunt is hierbij dat derden in beginsel op de inhoud van de in de verkoopdocumentatie (waaronder de informatie op Funda) opgenomen eigenschappen van het aangeboden object moeten kunnen afgaan bij het nemen van een aankoopbeslissing. Het behoort tot de taak van de verkopende makelaar om te vermijden dat op grond van de inhoud van de verkoopdocumentatie bij derden verwachtingen worden gewekt waarvan later blijkt dat daarvoor geen of onvoldoende grond bestaat. Beklaagde heeft weliswaar voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de oppervlakte van de woning volgens NEN 2580 heeft opgemeten, maar vaststaat ook dat hij deze oppervlakte onjuist op Funda heeft vermeld. Daarbij kan in het midden worden gelaten of deze onjuiste vermelding is veroorzaakt door een typefout of door een foute berekening - de aantekening van beklaagde die een oppervlakte vermeldt van 187m2 doet het laatste vermoeden. De onjuiste vermelding komt in beide gevallen voor risico van beklaagde en is tuchtrechtelijk laakbaar. Het beroep op de artikelen 7:17 lid 6 BW van het Burgerlijk Wetboek en artikel 6.1 van de koopakte alsmede de mogelijkheid van ontbinding van de koopovereenkomst laat deze fout onverlet.” 3.2 In eerste aanleg heeft [appellant] , na vermeerdering van eis, gevorderd: Primair: Veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling aan [appellant] van een bedrag van € 58.986,45, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te betalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 december 2018 en buitengerechtelijke kosten; Subsidiair: Veroordeling van [geïntimeerde] om aan [appellant] te voldoen een door de rechtbank op grond van artikel 6:97 BW te begroten bedrag, dan wel een op basis van artikel 6:97 BW geschat bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 december 2018 en buitengerechtelijke kosten van € 1.875,-; Primair en subsidiair: Met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van de procedure. 3.3 De rechtbank heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen. Daartoe heeft zij, kort weergegeven, in r.o. 4.3 overwogen dat: - door de onjuiste vermelding van de (woon-)oppervlakte van de woning op Funda bij [appellant] in eerste instantie de verkeerde verwachting is gewekt betreffende die oppervlakte; - echter pas op 11 augustus 2014 een bindende koopovereenkomst tot stand is gekomen door ondertekening door verkopers en [appellant] van de schriftelijke koopovereenkomst; - [appellant] voorafgaand aan die ondertekening de woning heeft bezichtigd en zo de werkelijke omvang van de woning heeft kunnen waarnemen; - [appellant] bovendien op 31 juli 2014 op verzoek van [appellant] per email plattegronden van de woning met vermelding van de juiste maten van alle ruimtes (met uitzondering van de uitbouw) aan [appellant] heeft toegestuurd; - voor zover de onjuiste vermelding op Funda de verkeerde verwachting heeft gewekt bij [appellant] betreffende het woonoppervlak van de woning, deze voorafgaand aan het ondertekenen van de koopovereenkomst mede door toedoen van [geïntimeerde] is rechtgezet; - om die reden niet kan worden gezegd dat [geïntimeerde] onrechtmatig jegens [appellant] heeft gehandeld en reeds daarom de vorderingen van [appellant] dienen te worden afgewezen. 3.4 [appellant] heeft tegen het eindvonnis van de rechtbank van 16 december 2015 drie grieven aangevoerd. Het hof begrijpt, mede gelet op de daarop gegeven toelichting, dat [appellant] met deze grieven het geschil in volle omvang ter beoordeling aan het hof voorlegt. Daarnaast heeft [appellant] in hoger beroep zijn vordering gewijzigd. Hij vordert thans (kort samengevat) dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw recht doende bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad: IA [geïntimeerde] zal veroordelen om aan [appellant] te voldoen: Primair: een bedrag van € 49.470,-- Subsidiair: een bedrag van € 44.000,--, Meer subsidiair I: een bedrag van € 60.500,18, Meer subsidiair II: een bedrag van € 18.035,64 Meer subsidiair III: een door het hof op basis van artikel 6:97 BW vast te stellen schade, althans de schade door het hof in goede justitie vast te stellen, in alle gevallen te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag waarop de dagvaarding in eerste aanleg is betekend; IB Meer subsidiair IV: [geïntimeerde] zal veroordelen om de woning van hem over te nemen voor de koopsom inclusief alle kosten en dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot betaling van de door [appellant] geleden schade inclusief rentederving nader op te maken bij staat; II [geïntimeerde] zal veroordelen tot betaling van de schade die [appellant] heeft geleden doordat hij over dat gedeelte van de koopsom dat hij te veel heeft betaald, hypotheekrente heeft betaald, vanaf de datum waarop [appellant] de hypothecaire lening heeft verkregen tot aan de datum waarop aan [appellant] dat deel van de koopsom dat door hem te veel is betaald, is teruggestort, nader op te maken bij staat; III [geïntimeerde] zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.875,--, althans een door het hof vast te stellen bedrag, IV [geïntimeerde] zal veroordelen in de kosten van beide instanties. 3.5 Het hof zal dan nu overgaan tot de beoordeling van het geschil. Het hof is, anders dan de rechtbank, op de navolgende gronden van oordeel dat [geïntimeerde] onrechtmatig jegens [appellant] heeft gehandeld. Het staat vast dat zowel in de brochure als op Funda een onjuist aantal m2 is vermeld. Het hof is van oordeel dat het niet van belang is of de onjuiste vermelding is veroorzaakt doordat de Meetinstructie niet (goed) is toegepast of doordat er wel juist is gemeten, maar er desondanks een verkeerd aantal m2 is opgenomen in de brochure en op Funda. Zoals de Raad van Toezicht van de NVM heeft overwogen en zoals ook hof Amsterdam in zijn arrest van 24 januari 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:191) heeft overwogen brengt de Meetinstructie mee dat de koper van een huis mag vertrouwen dat het aantal m2 dat in een brochure of op Funda wordt vermeld overeenkomt met het aantal m2 dat wordt verkregen als de Meetinstructie juist is toegepast, en dat de vermelding van een onjuist aantal m2 als onrechtmatig jegens de (aanstaande) koper(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.