← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2017:11170

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.173.967/01 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 4157906 MC EXPL 15-113) arrest in kort geding van 19 december 2017 in de zaak van 1 [appellant1] ,

  1. [appellante2] en
  2. [appellante3], allen wonende te [A] , appellanten, in eerste aanleg: eiseressen, hierna indien gezamenlijk: [appellanten] c.s., advocaat: mr. F. Heidinga, tegen JS Consultancy B.V., gevestigd te Haarlem, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: JS Consultancy, advocaat: mr. B.R.J. Rothuizen. Op 16 mei 2017 heeft het hof een tussenarrest gewezen, waarin een meervoudige comparitie van partijen is gelast, gelijktijdig met een comparitie in de hoofdzaak. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 De comparitie heeft op 29 november 2017 plaatsgevonden. Van het verhandelde is proces-verbaal opgemaakt. 1.2 Vervolgens is arrest gevraagd op de stukken die voor de comparitie zijn overgelegd, aangevuld met het proces-verbaal. 1.3 [appellanten] c.s. hebben het hof verzocht, kort weergegeven, het vonnis van de kantonrechter te Almere van 26 juni 2015 te vernietigen en, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, JS Consultancy te veroordelen tot: - weder tewerkstellen van [appellanten] c.s. voor gemiddeld 36 uur per week, onder verbeurte van een dwangsom indien JS Consultancy daarmee in gebreke blijft, - betaling van loon met vakantiegeld, wettelijke verhoging en wettelijke rente over achterstallig loon vanaf 23 mei 2015, -betaling van de door [appellanten] c.s. verschuldigde kosten van rechtsbijstand, een en ander onder veroordeling van JS Consultancy in de proceskosten. 2De vordering en beoordeling in eerste aanleg 2.1 [appellanten] c.s. hebben in eerste aanleg dezelfde vorderingen ingesteld als in hoger beroep, weergegeven onder 1.
  3. 2.2 De kantonrechter heeft alle vorderingen afgewezen en [appellanten] c.s. veroordeeld in de kosten van de procedure. 3De beoordeling in hoger beroep 3.1 Het hof constateert dat [appellanten] c.s. geen belang meer hebben bij de door hen in hoger beroep gevorderde voorzieningen, nu ook vandaag in de eveneens door hen aanhangig gemaakte bodemzaak in hoger beroep wordt beslist. De vorderingen worden daarom afgewezen. 3.2 Het hof constateert dat partijen in deze zaak onwenselijk lang op de uitspraak hebben moeten wachten. Met het oog daarop merkt het hof volledigheidshalve nog het volgende op over de proceskostenveroordeling. Indien het hof eerder uitspraak zou hebben gedaan in dit kort geding, zou het hof zich hebben moeten richten naar de uitspraak van de kantonrechter in het bodemgeschil van 13 april 2016, ook indien dat vonnis geen kracht van gewijsde heeft (vgl. HR 7 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0015). Van een reden voor een uitzondering op dit beginsel (zoals wanneer het vonnis van de bodemrechter klaarblijkelijk op een misslag berust en de zaak dermate spoedeisend is dat de beslissing op een tegen dat vonnis aangewend rechtsmiddel niet kan worden afgewacht, of als sprake is van een zodanige wijziging van omstandigheden dat moet worden aangenomen dat de bodemrechter, indien hij daarvan op de hoogte zou zijn geweest, tot een andere beslissing zou zijn gekomen) is geen sprake. [appellanten] c.s. zouden daarom ook bij een eerdere uitspraak in de proceskosten van JS Consultancy zijn veroordeeld. 3.3 [appellanten] c.s. worden veroordeeld in de proceskosten van dit kort geding in hoger beroep, te stellen op € 711,- griffierecht. Voor salaris advocaat wordt 1 punt gerekend volgens het liquidatietarief, tarief II. Voor de mondelinge behandeling wordt geen extra punt toegekend omdat deze gelijktijdig met de behandeling in de hoofdzaak heeft plaatsgevonden. 4De beslissing in kort geding Het hof, recht doende in hoger beroep: wijst de gevorderde voorzieningen af; veroordeelt [appellanten] c.s. in de proceskosten van het hoger beroep, aan de zijde van JS Consultancy vastgesteld op € 711,- griffierecht en € 894,- salaris advocaat volgens liquidatietarief, te vermeerderen met wettelijke rente over deze kosten vanaf de tweede dag dat [appellanten] c.s. na betekening van dit arrest in gebreke blijven aan deze proceskostenveroordeling te voldoen tot aan de dag van voldoening; verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit arrest is gewezen door mr. M.E.L. Fikkers, mr. W.P.M. ter Berg en mr. M.W. Zandbergen en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 december 2017.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.