← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2017:317

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.149.376/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 111950 / HA ZA 11-326) arrest van 17 januari 2017 in de zaak van: Impact Genetics B.V., gevestigd te Hilaard, appellante, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: Impact Genetics, advocaat: mr. O.C. Struif, kantoorhoudend te Drachten, tegen de aandelenvennootschap naar Tsjechisch recht Oseva A.S., gevestigd te Potoční; 1436; Bzenec, 69671 Hodonin (Tsjechië), geïntimeerde, in eerste aanleg: eiseres, hierna: Oseva, advocaat: mr. D. Vanickova, kantoorhoudend te Rotterdam. 1Het geding in eerste instantie 1.1 In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van 28 september 2011, 20 juni 2012, 29 augustus 2012 en 5 december 2012 van de toenmalige rechtbank Leeuwarden, sector civiel recht, en het vonnis van 22 januari 2014 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Leeuwarden (hierna: de rechtbank). 2Het geding in hoger beroep 2.1 Bij exploot van 7 april 2014 is door Impact Genetics hoger beroep ingesteld van voormeld vonnis van 22 januari 2014 met dagvaarding van Oseva tegen de zitting van 27 mei 2014. De conclusie van de appeldagvaarding strekt tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van Oseva, met veroordeling van Oseva in de proceskosten van beide instanties. 2.2 Aan Impact Genetics is enige malen uitstel verleend voor het indienen van de memorie van grieven. Ter rolle van 16 september 2014 is aan Impact Genetics 53 weken uitstel verleend voor het dienen van grieven tot 22 september 2015, ambtshalve peremptoir. 2.3 Impact Genetics hebben op laatstgenoemde datum niet van grieven gediend, waarna de zaak is verwezen naar de rol van 3 november 2015 voor het nemen van de memorie van grieven, ambtshalve peremptoir (royement). 2.4 Ter rolle van 3 november 2015 heeft Impact Genetics niet van grieven gediend. Oseva heeft arrest gevraagd en daartoe de stukken overgelegd. 3De beoordeling 3.1 In art. 251 Rv is bepaald dat indien de proceshandeling waarvoor de zaak staat, langer dan twaalf maanden niet is verricht, de rechter op verlangen van de wederpartij van de partij die de proceshandeling moet verrichten, een roldatum bepaalt waarop deze wederpartij verval van instantie kan vorderen, dan wel kan vragen om een laatste uitstel te verlenen aan de partij die de proceshandeling moet verrichten, of om vonnis te vragen. De rechter kan hiertoe, eveneens na verloop van twaalf maanden, ook ambtshalve een roldatum bepalen. 3.2 Het hof heeft met toepassing van de laatste volzin van art. 251 Rv ambtshalve een roldatum bepaald - in dit geval: 3 november 2015 - waarop de wederpartij van Impact Genetics verval van instantie kon vorderen, dan wel kon vragen om een laatste uitstel te verlenen aan Impact Genetics, of om arrest te vragen. Oseva heeft - in overeenstemming met art. 251 Rv alsmede met het bepaalde in art. 2.21 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, zoals die bepaling luidde tot 1 september 2016) - arrest gevraagd. 3.3 Nu Impact Genetics geen grieven hebben ontwikkeld tegen het vonnis waarvan beroep, en in aanmerking nemend dat het beroepen vonnis niet in strijd is met rechtsregels die van openbare orde zijn, zal het hoger beroep van Impact Genetics worden verworpen. 3.4 Impact Genetics moet in hoger beroep worden beschouwd als de in het ongelijk te stellen partij. Het hof zal Impact Genetics dan ook veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: ½ punt in tarief IV). De beslissing Het hof, rechtdoende in hoger beroep: verwerpt het hoger beroep van Impact Genetics; veroordeelt Impact Genetics in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die kosten aan de zijde van Oseva tot aan deze uitspraak op € 1.920,- aan verschotten en op € 815,50 aan geliquideerd salaris voor de advocaat. Dit arrest is gewezen door mr. J. Smit, mr. J.H. Kuiper en mr. R.E. Weening, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 17 januari 2017.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.