GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.172.650/01 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/07/175901 / HL ZA 10-1273) arrest van 18 april 2017 in de zaak van Hoad Holding B.V., gevestigd te Amsterdam, appellante, in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie, hierna: Hoad, advocaat: J.N. Bethe, kantoorhoudend te Amsterdam, die ook heeft gepleit tezamen met mr. P. Kessels, kantoorhoudend te Amsterdam, tegen Noble House B.V., gevestigd te Almere, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie, hierna: Noble House, advocaat: mr. R. Kuizenga, kantoorhoudend te Almere, die ook heeft gepleit. 1Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 1 december 2010, 16 november 2011 en 8 augustus 2012, die de (toenmalige) rechtbank Zwolle-Lelystad en de vonnissen van 31 juli 2013, 10 september 2014 en 4 februari 2015 die de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, hebben gewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep d.d. 1 mei 2015, - de memorie van grieven (met producties), - de memorie van antwoord (met producties), - de pleidooien overeenkomstig de pleitnotities (waarbij het hof tijdens het pleidooi de stukken die bij bericht van 6 december 2016 door mr. Bethe namens Hoad zijn ingebracht heeft geweigerd), - de akte overlegging producties van 10 januari 2017 van Hoad, - de antwoordakte van 7 februari 2017 van Noble House. 2.2 Bij brief van 5 januari 2017 heeft mr. Bethe namens Hoad opmerkingen gemaakt over het proces-verbaal van het pleidooi, te weten over de weergave op pagina 2, 5e alinea, achter ‘ad 22’. De opmerking van mr. Bethe dat in het proces-verbaal niet is opgenomen haar opmerking dat sinds de afgifte van de Aston Martin door Noble House aan Hoad tot aan heden (de datum van het pleidooi) nog geen 1000 kilometer met de Aston Martin is bijgeschreven op de kilometerteller is juist. Het proces-verbaal zal met inachtneming van deze opmerking worden gelezen. 2.3 Bij brief van 21 februari 2017 heeft mr. Bethe verzocht om stukken met betrekking tot de kosten van beslag en inbewaringstelling in het geding te mogen brengen, welk verzoek door de rolraadsheer is afgewezen, omdat voor het indienen van deze stukken na pleidooi geen gelegenheid is geboden. 2.4 Partijen hebben vervolgens opnieuw arrest gevraagd, waartoe Noble House wederom het procesdossier in eerste aanleg en in hoger beroep heeft overgelegd. Hoad heeft in aanvulling op de eerder door haar overgelegde stukken het proces-verbaal van pleidooi, de akte overlegging producties van 10 januari 2017 en de antwoordakte van 7 februari 2017 overgelegd. Het hof heeft vastgesteld dat in het thans door Noble House overgelegde procesdossier een productie 13 bij conclusie van antwoord in conventie, van eis in reconventie is opgenomen, welke productie ten tijde van het pleidooi nog ontbrak. 2.5 Hoad vordert in het hoger beroep: “(…) de vonnissen van de Rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 4 februari 2015, 31 juli 2013 en 7 december 2012, onder zaaknummer / rolnummer C/07/175901 / HL ZA 10-1273, te vernietigen en opnieuw rechtdoende bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: IN CONVENTIE I. De vorderingen van appellante toe te wijzen; II. geïntimeerde te veroordelen in de kosten van beide instanties, de advocaatkosten en nakosten inbegrepen. IN RECONVENTIE I. de vorderingen van geïntimeerde af te wijzen; II. geïntimeerde te veroordelen in de kosten van beide instanties, de advocaatkosten en nakosten inbegrepen”. 2.6 Het door Hoad genoemde vonnis van 7 december 2012 bestaat niet. Hoad heeft tijdens het pleidooi desgevraagd bevestigd dat de dagvaarding in hoger beroep en de memorie van grieven een verschrijving bevatten en dat abusievelijk de datum van het deskundigenbericht is genoemd als datum van een vonnis. Het hoger beroep strekt daarom enkel tot vernietiging van de vonnissen van 31 juli 2013 en 4 februari 2015. 3De vaststaande feiten 3.1 Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.9 van het (bestreden) vonnis van 16 november 2011 nu daartegen geen grieven zijn geformuleerd en ook overigens niet van bezwaren daartegen is gebleken. Aangevuld met hetgeen verder in hoger beroep is komen vast te staan gaat het in deze zaak om het volgende. 3.2 De heer [X] (verder [X] ) is bestuurder en aandeelhouder van Hoad. [X] is verzamelaar van klassieke auto's. Noble House exploiteert een onderneming die zich toelegt op de handel in en restauratie van ‘classis cars’, waaronder die van het merk Aston Martin. 3.3 Op 5 november 2007 heeft Noble House aan Hoad verkocht een auto van het merk Aston Martin V8 (verder: de Aston Martin) voor een bedrag van € 95.000,- inclusief btw. Afgesproken is dat de betaling van de koopprijs inclusief restauratie (hierna 3.4) zou plaatsvinden door middel van inruil van een Jaguar XJS coupé voor een bedrag van € 22.000,-, een directe betaling van € 35.000,-, een betaling an € 19.000,- per december 2007 en betaling van € 19.000,- bij aflevering. De aflevering is gepland in maart/april 2008. 3.4 Partijen zijn overeengekomen dat Noble House de Aston Martin zou restaureren overeenkomstig het gestelde in de brief van Noble House van 5 november 2007 (productie 3 bij de dagvaarding in eerste aanleg). De auto diende na restauratie geschikt te zijn voor dagelijks gebruik. 3.5 In voornoemde brief staat onder meer vermeld: “Om jou zo goed mogelijk te informeren over de nog uit te voeren werkzaamheden, ga ik hieronder verder in op de Aston Martin V8. Het betreft: (…) Wielen en banden. De originele wielen verkeren nog in een zeer goede conditie en worden weer geplaatst. Natuurlijk wordt de auto voorzien van 5 nieuwe banden.(….) Chroomwerk . Alle chromen delen worden geïnspecteerd op schade en waar nodig wordt het chroom uitgedeukt cq dan opnieuw verchroomd. Indien chromen delen nog in een uitstekende conditie verkeren, dan worden deze weer op de auto teruggeplaatst, zonder te verchromen.(…) Glaswerk. Het glaswerk wordt geïnspecteerd op eventuele beschadigingen (bv. de voorruit) en indien noodzakelijk worden deze delen vervangen. Op dit moment ga ik ervan uit dat het glas aan de zijkanten en de achterruit wordt teruggeplaatst.(…) Uitlaatsysteem . Een nieuw uitlaatsysteem wordt toegevoegd, de uitlaatophangrubbers worden vervangen. "In de prijs van de auto is de Nederlandse kentekenkeuring inbegrepen. Opties zijn mogelijk (met bijbetaling) voor stereo-installatie, (elektrische) antenne, alarmsysteem, voertuigvolgsysteem, verstralers, andere spiegels e.d. [X] , in basis heb ik zo wel de gehele auto besproken. Je kunt ervan uitgaan dat hetgeen dat niet is genoemd, in elk geval wordt geïnspecteerd en waar nodig gerestaureerd/vervangen.Noble House wil een topkwaliteit auto leveren, die geschikt is voor dagelijks gebruik. Daarnaast moet de auto natuurlijk een aanvulling zijn voor jouw bijzondere verzameling.” 3.6 In januari 2008 heeft Hoad van Noble House een Bentley Continental Turbo R (verder Bentley Turbo) gekocht, welke auto bij Noble House in onderhoud is geweest. In 2010 heeft Hoad van Noble House een Bentley Continental DHC (verder Bentley DHC) gekocht, ook deze auto is bij Noble House in onderhoud geweest. 3.7 Bij e-mail van 26 juni 2009 laat Noble House Hoad het volgende weten: "(...) Pas begin Mei jl. is de bank gestopt met het terugdraaien van de rekening courant en kan ik weer normaal functioneren. Failliet ga ik gelukkig niet, de opdrachtenportefeuille is goed. Ik kan ook eindelijk weer normaal financieel draaien en investeren in auto's. Jij bent hier inderdaad de dupe van geworden en ik vind het vervelender dan jij denkt. Ik had eerder aan de bel moeten trekken, maar dat durfde ik niet, sorry.(…) Binnen mijn financiële middelen heb ik maximaal in de V8 geïnvesteerd en ook hebben we veel uren in de auto gestoken. De motor heeft gedraaid en klinkt gezond. Dat geldt niet voor de waterpomp, daar is een keerring door het liggen gaan uitdrogen en de waterpomp lekt. Een nieuwe waterpomp is besteld, mijn rekening(…)". 3.8 Bij e-mail van 18 juni 2010 deelt Noble House aan Hoad het volgende mede; "De voorbewerker (de man die de werkzaamheden doet voordat de laklaag er op gaat) is vandaag geweest. Die heeft de auto geïnspecteerd en hij zorgt ervoor dat de spuiter komt, volgende week. Wat nodig is, moet worden gedaan. Betekent dat polijsten niet helpt, dan zal hij moeten spuiten. Als de spuiter geweest is, kan ik de afleveringsdatum noemen. Voordat de auto wordt afgeleverd, gaan we pralen. Alle problemen komen op tafel en worden besproken. De financiën maken hier deel van uit. Gezien de uitstaande gelden (de slottermijn, de extra 's en twee bentley rekeningen ) wordt de auto niet afgeleverd, ook niet tijdelijk, zonder betaling. (...)" 3.9 Bij schrijven van 26 juni 2010 heeft de raadsman van Hoad Noble House de keuze voorgelegd – kort samengevat – ofwel de overeenkomst tot restauratie van de Aston Martin wordt per direct ontbonden of wel Noble House krijgt gelegenheid om alsnog uitvoering te geven aan de overeenkomst door aflevering van de gerestaureerde Aston Martin uiterlijk op 1 augustus 2010, op voorwaarde dat Hoad – ter compensatie van haar schade – de laatste termijn van € 19.000,- niet meer hoeft te voldoen. Daarbij is aan Noble House gelegenheid gegeven tot uiterlijk 29 juni 2010 te laten weten of de optie voltooiing restauratie uiterlijk 1augustus 2010 wordt gekozen. Deze termijn is bij schrijven van 2 juli 2010 verlengd tot 5 juli 2010. Een keuze is niet gemaakt door Noble House. 3.10 Bij schrijven van 13 augustus 2010 van de raadsman van Hoad is Noble House voor zover nog nodig in gebreke gesteld en heeft de raadsman de overeenkomst ontbonden. 4Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 4.1. Hoad heeft - na wijziging van eis - in eerste aanleg (in conventie) kort samengevat primair gevorderd de overeenkomst tussen partijen partieel te ontbinden, Noble House te veroordelen tot afgifte van de Aston Martin aan Hoad, te verklaren voor recht dat Hoad bevrijd is van de verplichting nog enig bedrag aan Noble House te betalen en dat Noble House is bevrijd van de verplichting werkzaamheden ten behoeve van Hoad te verrichten en Noble House te veroordelen op straffe van verbeurte van een dwangsom mee te werken aan een deskundigenonderzoek. Subsidiair heeft Hoad gevorderd Noble House te veroordelen de Aston Martin binnen een maand na betekening van het vonnis voor aflevering gereed te hebben, mee te werken aan een keuring door een deskundige en eventuele gebreken te herstellen overeenkomstig een deskundigenrapport, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom. Primair en subsidiair heeft Hoad opheffing van door Noble House ten laste van Hoad gelegde beslagen gevorderd, met veroordeling van Noble House tot betaling van buitengerechtelijke kosten en beslag- en proceskosten. 4.2. Noble House heeft na wijziging van eis in eerste aanleg in reconventie kort gezegd gevorderd veroordeling van Hoad tot betaling van € 9.979,65, € 16.000,- en € 19.642,33, alle bedragen vermeerderd met wettelijke handelsrente, en veroordeling van Hoad tot opheffing van door Hoad ten laste van Noble House gelegde beslagen op straffe van verbeurte van een dwangsom, met veroordeling van Hoad in de proceskosten in conventie en in reconventie. 4.3. De rechtbank heeft bij vonnis van 16 november 2011 een deskundigenbericht gelast en aan Hoad bewijs opgedragen. Bij vonnis van 10 september 2014 heeft de rechtbank aan Noble House bewijs opgedragen. Bij (eind)vonnis van 4 februari 2015 heeft de rechtbank in conventie de tussen partijen op 5 november 2007 gesloten overeenkomst ontbonden voor zover nog aan de auto werkzaamheden moeten worden verricht op grond van die overeenkomst, Hoad veroordeeld om aan Noble House een bedrag van € 573,77 te betalen en de proceskosten tussen partijen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. In reconventie heeft de rechtbank Hoad veroordeeld tot betaling aan Noble House van een bedrag van € 44.618,98, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW met ingang van diverse vervaldata over diverse bedragen, de door Hoad gelegde beslagen op goederen van Noble House opgeheven en Hoad veroordeeld in de proceskosten ad € 3.161,25 aan de zijde van Noble House. 5De beoordeling van de ontvankelijkheid/belang bij het hoger beroep 5.1 Noble House heeft aangevoerd dat Hoad niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep. Noble House heeft daartoe gesteld dat na het eindvonnis van 4 februari 2015 de raadslieden van partijen overleg hebben gehad over de betaling van op grond van dat vonnis door Hoad aan Noble House verschuldigde bedragen en de afgifte van de Aston Martin. Dat overleg heeft ertoe geleid dat Hoad het verschuldigde bedrag op de derdenrekening van haar advocaat heeft gestort en de toezegging heeft gedaan dat het bedrag zal worden betaald aan Noble House nadat de Aston Martin zou zijn afgegeven. De toezegging van Hoad is verzekerd door haar advocaat, die eveneens heeft toegezegd te zullen betalen. De Aston Martin is vervolgens op 7 februari 2015 vrijgegeven door afgifte daarvan door de bewaarder toe te staan, maar in strijd met de toezeggingen van Hoad en haar advocaat is betaling uitgebleven. Noble House heeft vervolgens de advocaat van Hoad in rechte aangesproken, hetgeen in twee instanties heeft geleid tot toewijzing van het gevorderde. Het vonnis van de voorzieningenrechter en het arrest van het gerechtshof zijn als productie 1 en 2 aan de memorie van antwoord gehecht. Noble House heeft derhalve, zij het van de advocaat van Hoad en op basis van een ongeclausuleerde toezegging, betaling verkregen van het geldbedrag waarop zij op grond van het vonnis van 5 februari 2015 (het hof neemt aan dat Noble House het vonnis van 4 februari 2015 bedoelt) recht heeft. Door alleen de afgifte van de Aston Martin als voorwaarde te verbinden aan de betaling conform het vonnis van 5 februari 2015 en de Aston Martin vervolgens zonder keuring naar het buitenland over te brengen heeft Hoad in de vonnissen berust, althans zulks heeft Noble House mogen begrijpen. Dat Hoad vervolgens de voorwaarde heeft geschonden doet daar niet aan af. De toezegging van Hoad was immers verzekerd door haar advocaat, die evenmin enige voorwaarde aan de betaling heeft verbonden. 5.2 Daarnaast heeft Hoad volgens Noble House geen belang bij een uitspraak in hoger beroep. Hoad heeft niet voldaan aan het vonnis en zal daar ook niet aan voldoen, immers heeft haar advocaat voor haar aan de veroordeling voldaan. Een afwijkend arrest van het gerechtshof brengt daarin geen verandering, van terugbetaling van het bedrag door Noble House aan Hoad zal immers geen sprake zijn, aldus Noble House. 5.3 Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is berusting in een rechterlijke uitspraak het te kennen geven aan de wederpartij van de wil om zich bij die uitspraak neer te leggen en aldus afstand te doen van het recht om daartegen een rechtsmiddel in te stellen. Van berusting kan slechts sprake zijn indien de in het ongelijk gestelde partij na de uitspraak jegens de wederpartij heeft verklaard dat zij zich bij de uitspraak neerlegt of jegens de wederpartij een houding heeft aangenomen waaruit dit in het licht van de omstandigheden van het geval ondubbelzinnig blijkt (zie onder meer Hoge Raad 10 maart 2017 ECLI:NL:HR:2017:412 en Hoge Raad 10 juni 2016 ECLI:NL:HR:2016:1138). Het zonder voorbehoud voldoen aan een veroordeling die is uitgesproken bij een rechterlijke uitspraak is onvoldoende om aan te nemen dat de veroordeelde zich ondubbelzinnig bij de uitspraak heeft neergelegd (Hoge Raad 8 februari 1991 ECLI:NL:HR:1991:ZC0146). Hetgeen Noble House heeft aangevoerd, te weten: het na overleg tussen de advocaten voldoen aan het eindvonnis door betaling door haar of haar advocaat van het toegewezen bedrag tegen de afgifte van de Aston Martin en deze na afgifte zonder keuring naar het buitenland brengen, is gezien deze - tot terughoudendheid nopende - maatstaven voor het aannemen van berusting onvoldoende. Van een verklaring of een houding waaruit die berusting valt af te leiden is ook anderszins onvoldoende gebleken. 5.4 Het hof volgt Noble House evenmin in haar stelling dat Hoad geen belang heeft bij haar hoger beroep, nu de advocaat van Hoad aan het vonnis heeft voldaan. Noble House verliest uit het oog dat Hoad ook haar vorderingen in conventie in hoger beroep opnieuw wil laten beoordelen en derhalve niet alleen de veroordeling in reconventie. Bovendien is niet uitgesloten dat de advocaat van Hoad regres op haar neemt, in verband waarmee ook een beoordeling van de vordering in reconventie in hoger beroep van belang is. 6De beoordeling van de grieven en de vordering 6.1 Het hof stelt vast dat de door de rechtbank bij eindvonnis van 4 februari 2015 uitgesproken gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst van partijen en de overwegingen en beslissingen in het vonnis van 16 november 2011 en van 31 juli 2013 waarop die ontbinding is gebaseerd, niet door partijen ter discussie zijn gesteld met daarop gerichte grieven. Die gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst heeft derhalve als uitgangspunt voor de beoordeling in hoger beroep te gelden. 6.2 Gezien de stellingen van partijen heeft de gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst geen gevolgen voor de betaling voor door Noble House in opdracht van Hoad verricht meerwerk, voor zover daarvan sprake is (waarover hierna meer). De gedeeltelijke ontbinding - die voor partijen over en weer verbintenissen tot ongedaanmaking van de reeds verrichte prestaties (6:271 BW) in het leven roept – brengt volgens de stellingen van partijen mee dat de kosten van herstel van gebreken/uitvoering van hetgeen nog niet door Noble House is uitgevoerd (hierna gezamenlijk: herstelkosten), zoals die door een deskundige worden begroot, in mindering moeten worden gebracht op de overeengekomen prijs van € 95.000,-, vermeerderd met kosten van eventueel meerwerk. Met het oog op deze wijze van afwikkeling heeft de rechtbank in eerste aanleg in het voetspoor van partijen een deskundigenbericht bevolen overeenkomstig het door Hoad gevorderde. Het hof zal deze benadering volgen. 6.3 Hoad heeft zich er (in oorspronkelijk conventie) slechts op beroepen dat zij uit hoofde van de overeenkomst na ongedaanmaking in vorenbedoelde zin niets meer aan Noble House is verschuldigd en dat zij zich ten aanzien van haar eventuele schuld aan Noble House kan beroepen op verrekening met enkele vorderingen op Noble House. Daarmee zijn de herstelkosten in deze procedure gemaximeerd tot het (in oorspronkelijk reconventie) door Noble House gevorderde. 6.4 Met deze uitgangspunten dienen de grieven beoordeeld te worden. De grieven 1 tot en met 3 en grief 14 van Hoad zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank over de herstelkosten. Grief 4 strekt ertoe dat de kosten van herstel als gevolg van stilstand van de Aston Martin voor rekening van Noble House dienen te komen en grief 5 dat Noble House de kosten van beslag en bewaring moet vergoeden. Grief 6 ziet op de door Hoad bepleite vergoeding wegens genotsderving. Grief 7 en 8 bouwen op deze grieven voort, zich richtend op het oordeel van de rechtbank dat Hoad in conventie niets meer te vorderen heeft van Noble House (grief 7) en op het compenseren van de proceskosten in conventie (grief 8). Grief 9 stelt de eiswijziging in reconventie aan de orde. De grieven 10 tot en met 13 zien op de veroordeling tot betaling van een bedrag voor reparatiekosten aan de Bentley Turbo en de Bentley DHC. De grieven 15 tot en met 21 betreffen het meerwerk en de daarop gebaseerde vordering van Noble House. Grief 22 betreft tot slot de proceskostenveroordeling in reconventie. Aldus lenen de grieven zich voor geclusterde beoordeling . Eisvermeerdering Noble House (grief 9) 6.5 Hoad heeft bezwaar gemaakt tegen het door de rechtbank toestaan (rov. 2.22 van het vonnis van 31 juli 2013) van de eiswijziging door Noble House in eerste aanleg. Daargelaten dat Hoad bij deze grief geen belang heeft omdat Noble House ook in hoger beroep haar eis nog had kunnen vermeerderen, stuit de grief af op artikel 130 lid 2 Rv. Daarin is immers bepaald dat tegen de beslissing van de rechter om een eisvermeerdering toe staan – zoals in dit geval - geen hogere voorziening openstaat. Herstelkosten (grieven 1 tot en met 3 en grief 14) 6.6 Hoad heeft gesteld dat de kosten voor herstel van gebreken aanzienlijk meer bedragen dan het door de deskundige op € 6000,-, verminderd met € 2.000,- begrote bedrag, welke begroting door de rechtbank is overgenomen en aan haar oordeel ten grondslag is gelegd. Hoad heeft daartoe in de toelichting op grief 1 aangevoerd dat al het chroomwerk tot de overeengekomen werkzaamheden behoorde en niet alleen, zoals door de rechtbank is aangenomen, het verchromen van de bumpers. Verder heeft Noble House volgens Hoad een uitlaat van inferieure kwaliteit geleverd, omdat het geen originele Aston Martin-uitlaat is en Noble House deze onjuist (te laag) heeft gemonteerd. Daardoor is deze uitlaat onder de auto vandaan gevallen toen [X] de Aston Martin na afgifte in de garage onder zijn huis wilde parkeren. Volgens Hoad mocht zij op grond van de brief van 5 november 2007 een originele Aston Martin-uitlaat verwachten. Volgens Hoad is het lakwerk van de auto zodanig slecht uitgevoerd door Noble House dat de auto opnieuw gespoten en gepolijst moet worden. De laklaag laat namelijk op diverse plaatsen los, aldus Hoad. De kosten van herstel van de gebreken met betrekking tot de uitlaat en het lakwerk worden door Hoad geschat op tenminste € 20.000,-- en mogelijk € 30.000,--, De rechtbank heeft dan ook ten onrechte, aldus Hoad, slechts een bedrag van € 4.000,-- in het kader van evenredige vermindering van de prestaties in mindering heeft gebracht op hetgeen Noble House na gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst in het kader van de evenredige vermindering van de prestaties kon vorderen. 6.7 Ten aanzien van het chroomwerk heeft Noble House gesteld dat het oordeel van de rechtbank juist is, maar het hof kan Noble House daarin niet volgen. Uit de brief van 5 november 2007 is onder het kopje Chroomwerk immers verwoord ‘dat alle chromen delen worden geïnspecteerd op schade en waar nodig wordt het chroom uitgedeukt cq. dan opnieuw verchroomd’. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is daarin geen beperking te lezen, in die zin dat onder chroomwerk alleen de bumpers vallen, nu ook vast staat dat de auto meer chroomwerk bevat dan alleen bumpers. Bovendien is in de brief opgenomen dat ‘in de basis de gehele auto wel (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.