Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003541-15 Uitspraak d.d.: 18 januari 2017 TEGENSPRAAK Promis Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 11 juni 2015 met parketnummer 16-997015-11 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 22-004108-07, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1961] , wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 30 maart 2016, 9 november 2016, 23 november 2016 en 30 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. N. Wouters, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing, kwalificatie en strafoplegging komt en daarom opnieuw recht doen. De tenlastegelegde feiten De tenlastelegging is ter terechtzitting in hoger beroep gewijzigd. De tekst van de volledige tenlastelegging (zoals deze luidt na de wijziging) is als bijlage aan dit arrest gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: ten aanzien van feit 1: in de periode van 1 januari 2010 tot 12 november 2012 heeft gehandeld in strijd met artikel 13 van de Flora- en faunawet door al dan niet opzettelijk en samen met anderen beschermde diersoorten te bezitten, te vervoeren, ze binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen en ermee te handelen; ten aanzien van feit 2: in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 heeft gehandeld in strijd met artikel 81 van de Flora- en faunawet door zich niet te houden aan de regels over het voeren van een administratie met betrekking tot het onder zich hebben, ontvangen, verkopen, ten verkoop voorradig of voorhanden hebben en afleveren van dieren; ten aanzien van feit 3, primair: in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 heeft gehandeld in strijd met artikel 10 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren door al dan niet opzettelijk en samen met anderen dieren in Nederland te brengen, terwijl die dieren vanuit een derde land en via Nederland voor het eerst in de gebieden zijn gebracht waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is; ten aanzien van feit 3, subsidiair: in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 heeft gehandeld in strijd met artikel 10 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren door al dan niet opzettelijk en samen met anderen vogels in Nederland te brengen, terwijl die vogels zijn verzonden vanuit een lidstaat of een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag, dan wel vanuit een derde land en via het grondgebied van een lidstaat in Nederland zijn gebracht, welke vogels bestemd zijn voor Nederland, een lidstaat of een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag; ten aanzien van feit 3, meer subsidiair: zich in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 al dan niet samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van meerdere vogels; ten aanzien van feit 4: in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 heeft gehandeld in strijd met artikel 101a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren door al dan niet opzettelijk en samen met anderen als houder van dieren, terwijl hij wist/kon vermoeden dat door zijn handelen/nalaten een besmetting met/verspreiding van een besmettelijke dierziekte kon worden veroorzaakt, dat handelen niet achterwege heeft gelaten, dan wel niet alle maatregelen heeft genomen om zo’n besmetting of verspreiding te voorkomen; ten aanzien van feit 5: zich in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 al dan niet samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift door geslachtsbepalings-documenten, leveranciersverklaringen van oorsprong en facturen vals op te maken of te vervalsen; ten aanzien van feit 6: zich in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk gebruikmaken van valse of vervalste Europees Gemeenschappelijke Veterinaire Documenten van binnenkomst; ten aanzien van feit 7: in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie; ten aanzien van feit 8: in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 al dan niet samen met anderen A: zonder redelijk doel/met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, bij dieren pijn/letsel heeft veroorzaakt en/of de gezondheid/het welzijn van die dieren heeft benadeeld; B: als houder van dieren aan die dieren de nodige verzorging heeft onthouden; ten aanzien van feit 9: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 augustus 2013 al dan niet samen met anderen A: zonder redelijk doel/met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, bij dieren pijn/letsel heeft veroorzaakt en/of de gezondheid/het welzijn van die dieren heeft benadeeld; B: als houder van dieren aan die dieren de nodige verzorging heeft onthouden. De tekst van de tenlastelegging zal hierna per feit worden weergegeven. De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie Standpunt van de verdediging Door de verdediging is bepleit dat het openbaar ministerie op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) niet-ontvankelijk in de vervolging moet worden verklaard omdat er ernstige vormverzuimen in het vooronderzoek zijn begaan. Subsidiair is in verband daarmee bewijsuitsluiting bepleit, meer subsidiair strafvermindering. Oordeel van het hof In zijn (standaard)arrest van 30 maart 2004, NJ 2004, 376 heeft de Hoge Raad overwogen dat niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging als een in artikel 359a Sv voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komt, namelijk alleen als het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Bewijsuitsluiting kan volgens de Hoge Raad uitsluitend aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen en komt in aanmerking indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Van de verdediging mag, indien een beroep op schending van een vormverzuim wordt gedaan, worden verlangd dat duidelijk en gemotiveerd aan de hand van de factoren genoemd in het tweede lid van artikel 359a Sv wordt aangegeven tot welk in dat artikel aangegeven rechtsgevolg dat verzuim dient te leiden. In zijn arrest van 9 december 2014, NJ 2015, 355 besliste de Hoge Raad dat als de verdediging nalaat aan te geven welk belangrijk strafvorderlijk beginsel is geschonden de rechter een verweer niet hoeft op te vatten als een verweer in de zin van artikel 359a Sv waarop bepaaldelijk een met redenen omklede beslissing dient te worden gegeven. Naar het oordeel van het hof heeft de verdediging in haar verweer nagelaten aan te geven welk belangrijk strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden, noch heeft zij gesteld in welk rechtens te respecteren belang de verdachte daardoor zou zijn geschaad. Gelet op de hiervoor genoemde jurisprudentie van de Hoge Raad zou het hof de verweren van de verdediging niet als verweren in de zin van art. 359a Sv. hoeven op te vatten. Desalniettemin zal het hof de onderdelen van de verweren bespreken. Aan haar verweer heeft de verdediging ten grondslag gelegd hetgeen - kort samengevat - hierna cursief tussen aanhalingstekens is weergegeven. Daarna volgt steeds de overweging van het hof. 1. “Onduidelijk is gebleven wat de startdatum van het opsporingsonderzoek tegen verdachte is geweest.” Uit het proces-verbaal 00.AMB.03 leidt het hof af dat het openbaar ministerie de informatie over vogels die bekend was bij diverse opsporingsambtenaren pas is gaan gebruiken nadat de melding van de Hongaarse CITES-autoriteiten over de grenscontrole van 17 januari 2011 was ontvangen. Uit niets blijkt dat al voordien een opsporingsonderzoek tegen verdachte plaatsvond. Daaraan doet niet af dat de verbalisant [getuige 2] op 13 januari 2011 een gesprek met [getuige 3] heeft gehad over verdachte. Van een vormverzuim is geen sprake. 2. “ “Er zijn onduidelijkheden over de relatie tussen de verbalisant [getuige 2] en de heren [getuige 3] en [getuige 1] .” Het hof heeft geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van hetgeen over de gesprekken tussen deze heren door de verbalisant [getuige 2] is geverbaliseerd in de processen-verbaal van bevindingen 03.AMB.05 en 03.AMB.06. Dat [getuige 1] nu de juistheid van het geverbaliseerde op details betwist, geeft het hof evenmin aanleiding tot twijfel. Van een vormverzuim is geen sprake. De detailbetwisting door [getuige 1] vormt voor het hof geen noodzaak tot het horen van [getuige 2] , [getuige 1] en [getuige 3] . Het daartoe strekkende verzoek van de verdediging wordt afgewezen. 3. “ “Tapbevelen zijn afgegeven zonder dat daarvoor een concrete en met feiten onderbouwde verdenking bestond.” Naar aanleiding van daartoe strekkende processen-verbaal heeft de rechter-commissaris op vorderingen van de officier van justitie steeds overeenkomstig artikel 126m lid 5 Sv schriftelijk machtiging verleend tot het opnemen van communicatie. Aan het hof komt slechts een marginale toetsing toe. De verdediging heeft haar stelling in het geheel niet onderbouwd. Dat de rechter-commissaris in redelijkheid niet tot het verlenen van de machtiging had kunnen komen, is het hof ook geenszins gebleken. Van een vormverzuim is geen sprake. 4. “ “Zonder huiszoekingsbevel is binnengetreden aan de [adres 1] te [plaats] .” [adres 1] te [plaats] is volgens de verklaring van verdachte (pagina 3 van het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank van 22 april 2015 en verder) een opslagruimte voor vogels en andere dieren en dus geen woning. Alleen voor een woning is volgens artikel 2 Algemene wet op het binnentreden een machtiging vereist. Van een vormverzuim is geen sprake. 5. “ “Er is een krat bier door de opsporingsambtenaren aangeboden aan een 17-jarige werknemer van verdachte.” Nu die krat niet is aangeboden aan verdachte, is hij hierdoor niet in enig rechtens te respecteren belang geschaad. Van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv is geen sprake. 6. “ “Aan verdachte is een mobiele telefoon aangeboden voor een lage prijs.” Dit vormverzuim heeft geen betrekking op enig aan verdachte tenlastegelegd feit, zodat geen sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. Overigens heeft het aanbieden van voornoemde mobiele telefoon aan verdachte nergens toe geleid, nu verdachte niet op dit aanbod is ingegaan. 7. “ “Er heeft observatie plaatsgevonden zonder toestemming van de officier van justitie.” In proces-verbaal 00.OBS.45 wordt gerelateerd dat er in week 11 van 2013 een technisch hulpmiddel, te weten videoapparatuur, is ingezet. Het proces-verbaal relateert voorts dat de inzet geschiedde op basis van artikel 3 Politiewet. Naar het oordeel van het hof legitimeert artikel 3 van de Politiewet gedurende de loop van een opsporingsonderzoek onder leiding van de officier van justitie niet tot het plaatsen van videoapparatuur. Er is sprake van een onherstelbaar vormverzuim. Omdat het proces-verbaal voorts relateert dat het onderzoeksteam “live” heeft kunnen meekijken en daarom de opnamen van de disk zijn gewist en niet ter beschikking van het tactisch team zijn gesteld, terwijl de verdediging niet heeft aangevoerd in welk rechtens te respecteren belang de verdachte door dit vormverzuim is geschaad, zal het hof volstaan met de constatering dat er een vormverzuim heeft plaatsgevonden. Gelet op het voorgaande ziet het hof geen aanleiding om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de strafvervolging. Het hof ziet ook geen reden om tot bewijsuitsluiting dan wel strafvermindering over te gaan. Enkele voorafgaande kwesties die op meerdere feiten betrekking hebben De ontvankelijkheid van de officier van justitie De verdediging heeft naar het hof begrijpt met betrekking tot feit 1 aangevoerd dat een aantal gedragingen in het land waar zij zijn verricht niet strafbaar zijn, waaronder het bezit van amoerpanters, ringstaartmaki’s, caracals en tigons/lijgers. Het hof overweegt dat Nederland ook strafrechtsmacht toekomt ten aanzien van tenlastegelegde gedragingen die deels in een andere staat hebben plaatsgevonden. Immers, indien naast in ook buiten Nederland gelegen plaatsen kunnen gelden als plaats waar een strafbaar feit is gepleegd, is op grond van artikel 2 Wetboek van Strafrecht vervolging van dat strafbare feit in Nederland mogelijk, ook ten aanzien van de van dat strafbare feit deel uitmakende gedragingen die buiten Nederland hebben plaatsgevonden (vgl. HR 27 oktober 1998, LJN ZD1413, NJ 1999, 221). Bovendien bepaalt artikel 3 van de Wet op de economische delicten (hierna: WED) dat deelneming aan een binnen het Rijk in Europa gepleegd economisch delict ook strafbaar is indien de deelnemer zich buiten het Rijk aan het feit heeft schuldig gemaakt. Het hof overweegt voorts dat de onder 1 tenlastegelegde gedragingen naast buiten ook in Nederland gelegen plaatsen kunnen gelden als plaats waar het feit is gepleegd, nu verdachte de gedragingen zoals tenlastegelegd - waaronder koop, verkoop, en onder zich hebben - mede in Nederland heeft verricht. Het door de verdediging gevoerde verweer wordt verworpen. De Nederlandse wet en internationale regelgeving Voor zover door de verdediging is betoogd dat door de Nederlandse wet méér gedragingen zijn verboden dan in de internationale regelgeving, overweegt het hof dat deze regelgeving niet in de weg staat aan een ruimere bescherming door de Nederlandse wet. Vrijspraak brahmaanse wouwen Het hof is - met de rechtbank - van oordeel dat verdachte telkens vrijgesproken dient te worden voor zover de tenlastelegging ziet op de brahmaanse wouwen. Leesbaarheid arrest Ten behoeve van de leesbaarheid van dit arrest zal het hof hierna per feit ingaan op de (eventuele) bewezenverklaring, de strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de strafbaarheid van de verdachte. FEIT 1: De tenlastelegging 1: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of in Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen al dan niet opzettelijk, telkens dieren, behorende tot een beschermde inheemse en/of een beschermde uitheemse diersoort, te weten - drie, althans één of meer amoerpanter(
- s)(Panthera pardus orientalis) en/of - vijf, althans één of meer ringstaartmaki(’
- s)(Lemur Catta) en/of - twee, althans één of meer woestijnlynx(
- en)(Caracal caracal) en/of - drie, althans één of meer tigon(
- s)dan wel lijger(
- s)(Panthera tigris x leo) en/of - vier, althans één of meer aalscholver(
- s)(Phalacroxorax carbo) te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of tentoon gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad, en/of (in de loods op [adres 1] ): - drie, althans één of meer rode eekhoorn(
- s)(Sciurus vulgaris) en/of - één dubbele geelkopamazone (Amazone oratrix) en/of - één tucuman amazone (Amazone tucumana) en/of - één groene specht (Picus viridis) en/of (op de zolder van [adres 2] ): - twee, althans één of meer Filipijnse dwergvalken (Microhierax erythrogenys) te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of tentoon gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad; en/of (traject Wildvang Bulgarije) - 265, althans één of meer Piocephalus senegalus en/of - vijfenvijftig African grey parrots/grijze roodstaartpapegaaien (Psittacus erithacus) - tien, althans één of meer tauraco perse en/of - vijf, althans één of meer tauraco hartlaubi en/of - vijf, althans één of meer tauraco livingstonii en/of - vijf, althans één of meer hill myna’s (Gracula religiosa) te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of tentoon gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad, en/of (traject Vijfvogelregeling) - tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of tentoon gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad, en/of (traject Dierentuinroute) - tien, althans één of meer panay of luzon neushoornvogels (Penelopides panini/manillae) en/of - twee, althans één of meer rosse neushoornvogels (Buceros hydrocorax) en/of - acht, althans één of meer brahmaanse wouwen (Haliaster indus) en/of - twee, althans één of meer bonte kiekendieven (Circus melanoleucos) en/of - vier, althans één of meer kuifhaviken (Accipiter trivirgatus) te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of tentoon gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsoverwegingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde Oneigenlijk bezit Amoerpanters, ringstaartmaki’s, caracals en tigons/lijgers Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft in de eerste plaats betoogd dat het bezitsverbod van de hiervoor genoemde dieren uitsluitend geldt in de Nederlandse rechtssfeer ingevolge artikel 3 WED. Voorts heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte slechts heeft opgetreden als tussenpersoon. Al deze dieren zijn van de ene naar de andere eigenaar vervoerd en het was deze formele eigenaren - de exporteur en de importeur - steeds toegestaan om de primaten dan wel katachtigen te houden. Ten aanzien van de amoerpanters heeft de raadsvrouw in het bijzonder aangevoerd dat verdachte eventueel commercieel gewin in Duitsland heeft genoten. In Duitsland bestaat geen variant van artikel 13 van de Flora- en faunawet, dus voorgaande is daar niet strafbaar. Tot slot kan niet worden bewezen dat sprake is van medeplegen ten aanzien van de zendingen die behoren tot het zaaksdossier “Oneigenlijk bezit”. Oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. In het bijzonder overweegt het hof als volgt. In verband met het beroep op artikel 3 WED en de niet-strafbaarheid van bepaalde gedragingen volgens het Duitse recht verwijst het hof naar hetgeen het hiervoor in verband met de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie heeft overwogen onder de dikgedrukte kop “enkele voorafgaande kwesties die op meerdere feiten betrekking hebben”. Bij de hiervoor genoemde diersoorten gaat het om beschermde uitheemse diersoorten als bedoeld in artikel 13 van de Flora- en faunawet (artikel 4 Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet in verbinding met Bijlage A en B van de Basisverordening en Bijlage 3 bij de Regeling). Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat het verdachte is geweest die de telkens bewezenverklaarde gedragingen heeft verricht. Het bestaan van enige vertegenwoordigingsrelatie met klanten of afnemers in het buitenland - welke dan in de weg zou staan aan bewezenverklaring van de desbetreffende gedragingen - is overigens ook niet aannemelijk geworden. Er zijn geen schriftelijke stukken waaruit dit blijkt. De getapte telefoongesprekken bieden juist steun aan het standpunt dat verdachte de bewezenverklaarde handelingen op eigen naam en voor eigen rekening verrichtte. Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte opzettelijk de amoerpanters, ringstaartmaki’s, caracals en lijgers/tigons heeft gekocht en verworven, ten verkoop heeft aangeboden, heeft vervoerd, heeft afgeleverd, heeft gebruikt voor commercieel gewin, binnen en (met uitzondering van de caracals) buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en onder zich heeft gehouden. Niet aannemelijk is geworden dat hij niet méér of anders heeft gedaan dan als vervoerder dan wel als - zelf niet handelende en zelf niet aansprakelijke - agent of tussenpersoon optreden voor degene naar wie de dieren zijn vervoerd, zoals door de verdediging betoogd. Uit het voorgaande vloeit voort dat verdachte de amoerpanters niet onder zich heeft gehad in het kader van “doorvoer”. Dat verdachte de betreffende dieren onder zich heeft gehad leidt het hof onder meer af uit de gang van zaken rond het ophalen en afleveren van de dieren. Verdachte had hiertoe opdracht gegeven aan een werknemer. Dat verdachte de ringstaartmaki’s onder zich heeft gehad, leidt het hof onder meer af uit de gang van zaken rond de aflevering door Van ’t Klooster en het vervoer naar Oudemeer door verdachte. Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat er in alle gevallen sprake is van medeplegen van in ieder geval een deel van de bewezenverklaarde gedragingen. Aalscholvers Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte niet als medepleger kan worden aangemerkt ten aanzien van dit onderdeel van de tenlastelegging. Oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. In het bijzonder overweegt het hof als volgt. Bij de aalscholver gaat het om een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 13 van de Flora- en faunawet (artikel 4, eerste lid, onder b Flora- en faunawet). Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte opzettelijk vier aalscholvers heeft vervoerd, gekocht, verworven, ten verkoop heeft aangeboden, verkocht, afgeleverd, heeft gebruikt voor commercieel gewin en onder zich heeft gehad. Ten aanzien van een deel van deze handelingen is sprake van medeplegen. Rode eekhoorns Bij de eekhoorn gaat het om een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 13 van de Flora- en faunawet (artikel 4, eerste lid, onder a Flora- en faunawet). Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte opzettelijk rode eekhoorns onder zich heeft gehad. Dubbele geelkopamazone en tucuman amazone Deze vogels behoren tot een beschermde uitheemse diersoort als bedoeld in artikel 13 van de Flora- en faunawet (artikel 4, eerste lid, onder a Flora- en faunawet in verbinding met bijlage A bij de basisverordening). Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte de vogels opzettelijk onder zich had. Groene specht Standpunt van de verdediging Door de verdediging is betoogd dat verdachte geen groene specht maar een Japanse specht in bezit heeft gehad. De door Naturalis opgestelde rapportage is onjuist omdat de verkeerde vogel is onderzocht. Er zou sprake zijn van een verwisseling. De onderzochte vogel had geen ring meer om en had bovendien een ander ringnummer. Vrijspraak ter zake van dit onderdeel van de tenlastelegging dient te volgen. Oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. In het bijzonder overweegt het hof als volgt. Bij de groene specht gaat het om een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 13 Flora- en faunawet (artikel 4, eerste lid, onder a Flora- en faunawet). Het hof begrijpt de stukken aldus dat de specht op 12 november 2012 in beslag is genomen. De vogel was toen voorzien van de naadloos gesloten pootring met het kenmerk “AS 6048” (proces-verbaal [naam] , 05.AMB.29 (p. 1702)). De vogel is overgebracht naar [naam] als opslaghouder. Nadat de vogel enige tijd na overbrenging overleden was (dit moet in verband met de datering van het proces-verbaal van [naam] voor 22 februari 2013 zijn geweest), is de pootring verwijderd voor onderzoek. De ring was niet door een officiële keuringsinstantie afgegeven. Door [naam] is in februari 2012 een serie van 50 pootringen aan verdachte geleverd, voorzien van de ringnummers “AS 6-000” tot en met “AS 6-049”. Op het overdrachtsformulier (Bijlage 1482) wordt vermeld “1 stuks specht voorzien van ringnummer AS 6084”. Op het formulier noch elders wordt vermeld dat de vogel de ring nog naadloos gesloten om had bij het onderzoek van Naturalis. De grote gelijkenis van de nummers geeft voldoende grond om aan te nemen dat het bij de vermelding op het overdrachtsformulier om een kennelijke verschrijving gaat. Overigens heeft Naturalis na onderzoek vastgesteld dat de onderzochte specht een groene specht (en geen Japanse specht, zoals betoogd door de verdediging) betrof. Gelet op het voorgaande verwerpt het hof de gevoerde verweren. Het hof verklaart bewezen dat verdachte de groene specht opzettelijk onder zich had. Dierentuinroute Filipijnen Filipijnse dwergvalken De Filipijnse dwergvalk behoort tot een beschermde uitheemse diersoort (artikel 4, eerste lid, onder a Flora- en faunawet in verbinding met bijlage B bij de basisverordening). Uit de bewijsmiddelen leidt het hof af dat deze vogels afkomstig zijn van Sofia Zoo. Het hof acht het niet aannemelijk dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde Filipijnse dwergvalken van “ [betrokkene 3] ” heeft gekocht, zoals hij zelf heeft verklaard. Het hof verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde vogels opzettelijk heeft gekocht, verworven, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en onder zich heeft gehad. Wildvang Bulgarije 265 piocephalus senegalus, 55 grijze roodstaartpapegaaien, tien tauraco perse, vijf tauraco hartlaubi, vijf tauraco livingstonii en vijf hill myna’s Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onderdeel “Wildvang Bulgarije”. Volgens de advocaat-generaal kan het niet anders dan dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] wisten dan wel in elk geval op grond van hun bekendheid en ervaring willens en wetens de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat het ging om vogels afkomstig uit derde landen. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft betoogd dat er onvoldoende bewijs beschikbaar is om verdachte als medepleger te kunnen aanmerken, aangezien verdachte de enige persoon is geweest die betrokken was bij de tot dit zaaksdossier behorende zendingen. Oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. In het bijzonder overweegt het hof als volgt. De hierboven genoemde vogels zijn alle een beschermde uitheemse diersoort (artikel 4, eerste lid, onder a Flora- en faunawet in verbinding met bijlage B bij de Basisverordening). Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte de tenlastegelegde vogels in ieder geval opzettelijk heeft gekocht, verworven, verkocht, heeft afgeleverd, heeft gebruikt voor commercieel gewin, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht. Bij een deel van de gedragingen is sprake van medeplegen (onder meer met [medepleger 3] en [medepleger 2] ). Vijfvogelregeling Papoea beo’s Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring. Standpunt van de verdediging Door de verdediging is betoogd dat verdachte niet verantwoordelijk is voor de zendingen van de papoea beo’s. Verdachte heeft alleen bemiddeld tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] bij de eerste zending op 14 januari 2011, maar bij de tweede zending van 2 februari 2011 zegt hij geen betrokkenheid te hebben. Oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. In het bijzonder overweegt het hof als volgt. De papoea beo is opgenomen in Bijlage D van de Basisverordening. Gelet op de artikelen 5 lid 2 van de Flora en faunawet en 4 lid 2 onder a van de Regeling aanwijzing betreft het een uitheemse diersoort. Verdachte heeft verklaard dat hij een bemiddelende rol heeft gespeeld tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] bij de verkoop van de tien papoea beo’s. [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij in januari en februari 2011 in totaal tien van deze vogels via verdachte van [medeverdachte 1] in Dubai heeft gekocht. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij tien papoea beo’s via verdachte aan [betrokkene 1] heeft verkocht. De vogels zijn op 14 januari 2011 (vijf stuks) en op 2 februari 2011 (wederom vijf stuks) door [medeverdachte 1] van Dubai naar Frankfurt gezonden en ze zijn van daaruit naar Nederland (bij [betrokkene 1] ) gebracht. In het dossier bevinden zich certificaten ten behoeve van deze beide transacties. Het telefoonnummer van verdachte staat vermeld onder de naam van [betrokkene 1] (geadresseerde). Verdachte heeft de eerste zending van chauffeur [betrokkene 2] gekregen en naar [betrokkene 1] gebracht. Hij heeft deze zending gefactureerd aan [betrokkene 1] , omdat hij - naar zijn zeggen - nog geld tegoed had van [medeverdachte 1] . Anders dan volgens de rechtbank en de advocaat-generaal is er naar het oordeel van het hof onvoldoende bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij de tweede zending van deze papoea beo’s (2 februari 2011). Verdachtes telefoonnummer staat weliswaar op de “declaration of transfer” onder de naam van geadresseerde [betrokkene 1] , maar verder is geen andere aantoonbare betrokkenheid van verdachte uit het onderzoek gebleken. Door de rechtbank is meegewogen dat er handgeschreven notities van verdachte zijn met daarop bedragen (5 x 1.200,- Beo). Naar het oordeel van het hof duidt deze aantekening niet exclusief op de tweede zending van de papoea beo’s, de aantekening kan ook betrekking hebben op de eerste zending. Van betrokkenheid bij de tweede zending van vijf papoea beo’s wordt verdachte daarom vrijgesproken. Het hof acht wel bewezen dat verdachte bij de eerste zending van vijf papoea beo’s (14 januari 2011) is betrokken. Hij heeft [betrokkene 1] in contact gebracht met [medeverdachte 1] en zijn telefoonnummer staat op het certificaat. Hij heeft de vogels bij [betrokkene 1] gebracht en heeft ze aan [bedrijf 1] , de firma van [betrokkene 1] , gefactureerd. De handgeschreven notities van verdachte (5 x 1.200,- Beo) hebben betrekking op deze zending papoea beo’s. Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte in vereniging met anderen op 14 januari 2011 opzettelijk vijf papoea beo’s heeft verkocht, ten verkoop heeft aangeboden, heeft gebruikt voor commercieel gewin en binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht. Dierentuinroute Filipijnen Tien panay of luzon neushoornvogels, twee rosse neushoornvogels, bonte kiekendieven en vier kuifhaviken Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft betoogd dat ter zake van zaaksdossier “dierentuinroute Filipijnen” niet kan worden bewezen dat sprake is van medeplegen en dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld. Oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. In het bijzonder overweegt het hof als volgt. De hierboven genoemde vogels zijn alle een beschermde uitheemse diersoort (artikel 4, eerste lid, onder a Flora- en faunawet in verbinding met bijlage B bij de Basisverordening). Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte de tenlastegelegde vogels in ieder geval opzettelijk heeft gekocht, verworven, verkocht, heeft afgeleverd, heeft gebruikt voor commercieel gewin en binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht. Bij een deel van de gedragingen (waaronder het binnen het grondgebied van Nederland brengen) is sprake van medeplegen. Het hof acht het medeplegen van het “binnen het grondgebied van Nederland brengen” bewezen, aangezien het hof in zoverre geloof hecht aan verdachtes verklaring dat hij de vogels in het buitenland heeft besteld of gekocht, zij het niet bij “ [betrokkene 3] ”. Het hof verwijst in dit verband naar de hierna bij de strafbaarheid van het bewezenverklaarde vermelde stukken waaruit blijkt dat tien luzon/panay neushoornvogels, twee rosse neushoornvogels, twee bonte kiekendieven en vier kuifhaviken op 20 oktober 2010 zijn verzonden door Sofia Zoo naar verdachte. Bewezenverklaring 1: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of in Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen al dan niet opzettelijk, telkens dieren, behorende tot een beschermde inheemse en/of een beschermde uitheemse diersoort, te weten - drie, althans één of meer amoerpanter(
- s)(Panthera pardus orientalis) en/of - vijf, althans één of meer ringstaartmaki(’
- s)(Lemur Catta) en/of - twee, althans één of meer woestijnlynx(
- en)(Caracal caracal) en/of - drie, althans één of meer tigon(
- s)dan wel lijger(
- s)(Panthera tigris x leo) en/of - vier, althans één of meer aalscholver(
- s)(Phalacroxorax carbo) te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of tentoon gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad, en/of hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of in Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen al dan niet opzettelijk, telkens dieren, behorende tot een beschermde inheemse en/of een beschermde uitheemse diersoort, te weten (in de loods op [adres 1] ): - drie, althans één of meer rode eekhoorn(
- s)(Sciurus vulgaris) en/of - één dubbele geelkopamazone (Amazone oratrix) en/of - één tucuman amazone (Amazone tucumana) en/of - één groene specht (Picus viridis) en/of (op de zolder van [adres 2] ): - twee, althans één of meer Filipijnse dwergvalken (Microhierax erythrogenys) te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of tentoon gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad en/of (traject Wildvang Bulgarije) hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of in Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen al dan niet opzettelijk, telkens dieren, behorende tot een beschermde inheemse en/of een beschermde uitheemse diersoort, te weten - 265, althans één of meer Piocephalus senegalus en/of - vijfenvijftig African grey parrots/grijze roodstaartpapegaaien (Psittacus erithacus) - tien, althans één of meer tauraco perse en/of - vijf, althans één of meer tauraco hartlaubi en/of - vijf, althans één of meer tauraco livingstonii en/of - vijf, althans één of meer hill myna’s (Gracula religiosa) te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of tentoon gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad, en/of (traject Vijfvogelregeling) hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of in Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen al dan niet opzettelijk, telkens dieren, behorende tot een beschermde inheemse en/of een beschermde uitheemse diersoort, te weten - vijf, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of tentoon gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad, en/of (traject Dierentuinroute) hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of in Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen al dan niet opzettelijk, telkens dieren, behorende tot een beschermde inheemse en/of een beschermde uitheemse diersoort, te weten - tien, althans één of meer panay of luzon neushoornvogels (Penelopides panini/manillae) en/of - twee, althans één of meer rosse neushoornvogels (Buceros hydrocorax) en/of - acht, althans één of meer brahmaanse wouwen (Haliaster indus) en/of - twee, althans één of meer bonte kiekendieven (Circus melanoleucos) en/of - vier, althans één of meer kuifhaviken (Accipiter trivirgatus) te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of ten vervoer heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of heeft geruild of in ruil aangeboden en/of heeft uitgewisseld of tentoon gesteld voor handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. De bewezenverklaring dient in samenhang gelezen te worden met het hiervoor overwogene ter zake van het medeplegen. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: medeplegen van opzettelijk overtreden van een voorschrift, gesteld bij artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet, meermalen gepleegd en opzettelijk overtreden van een voorschrift, gesteld bij artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet, meermalen gepleegd. Oneigenlijk bezit Amoerpanters, ringstaartmaki’s, caracals en tigons/lijgers Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte uitsluitend de formaliteiten heeft geregeld ten aanzien van de zendingen betreffende de amoerpanters, de ringstaartmaki’s, de caracals en de tigons/lijgers en hij dus kan worden aangemerkt als “handelsagent”. Verdachte kan zich steeds beroepen op een vrijstellingsbepaling met betrekking tot het vervoeren van voornoemde beschermde diersoorten. Ten aanzien van de ringstaartmaki’s heeft de raadsvrouw in het bijzonder naar voren gebracht dat de uitvoervergunning voor deze dieren de doelcode T (“Trade”) bevat. Indien het hof ervan uit gaat dat verdachte ten aanzien van de ringstaartmaki’s een rol heeft gespeeld bij de aankoop dan wel de verkoop is dit toegestaan gelet op deze op de uitvoervergunning vermelde doelcode. Met betrekking tot de caracals heeft de raadsvrouw nog aangevoerd dat verdachte in Nederland uitsluitend vervoershandelingen heeft verricht en hij zich daarom kan beroepen op de vrijstelling van artikel 7 van de Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet. Oordeel van het hof Verdachte doet ten aanzien van de handelingen met betrekking tot de amoerpanters een beroep op diverse vrijstellingsbepalingen van artikel 8, derde lid, en artikel 16, eerste lid, Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet. Zoals eerder overwogen, komt verdachte geen beroep toe op de vrijstelling voor “doorvoer”. De verdediging heeft aangevoerd dat artikel 13 van de Flora- en faunawet buiten toepassing zou moeten worden gelaten omdat er onvoldoende ruimte zou zijn voor het optreden van een handelsagent dan wel dat de vrijstelling voor transport om die reden ruimer wordt geïnterpreteerd. Aangezien het hof niet aannemelijk acht dat verdachte als “handelsagent” is opgetreden, verwerpt het hof dit verweer. Ten aanzien van het “onder zich hebben” overweegt het hof nog dat de amoerpanters, ringstaartmaki’s, caracals en tigons/lijgers behoren tot categorieën die zijn uitgezonderd van de vrijstelling (artikel 14, vierde lid, Regeling vrijstelling). Het door de raadsvrouw gevoerde verweer dat op de uitvoervergunning betreffende de ringstaartmaki’s de doelcode T (“Trade”) stond vermeld, stuit hierop af. Verdachte mocht deze dieren sowieso niet onder zich hebben. Aan de regelgeving in en op basis van de op 1 januari 2017 in werking getreden Wet Natuurbescherming ligt volgens het hof geen gewijzigd inzicht van de wetgever in de strafwaardigheid van de bewezenverklaarde gedragingen ten grondslag. Verdachte kan zich niet op een vrijstelling beroepen. Aalscholvers Het onder zich hebben van een aalscholver is ook op grond van de Wet Natuurbescherming strafbaar. Rode eekhoorns Standpunt van de verdediging Ten aanzien van de rode eekhoorns heeft de raadsvrouw gewezen op de Wet Natuurbescherming die op 1 januari 2017 in werking treedt. Deze wet stelt het bezit van een rode eekhoorn niet langer strafbaar. Oordeel van het hof Op grond van de Wet Natuurbescherming is het (enkele) onder zich hebben van een eekhoorn niet langer strafbaar. Er is sprake van een gewijzigd inzicht in de strafwaardigheid van deze gedraging. Op grond van artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht dient ontslag van alle rechtsvervolging te volgen ter zake van dit onderdeel van de tenlastelegging. Dubbele geelkopamazone en tucuman amazone Het hof begrijpt dat de verdediging in hoger beroep geen uitdrukkelijk beroep meer doet op een vrijstelling. Dierentuinroute Filipijnen Filipijnse dwergvalken Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte afdoende heeft aangetoond dat deze vogels in overeenstemming met de geldende regelgeving in Nederland zijn gebracht. De omstandigheid dat de vogels uit de Filipijnenzending zijn ingevoerd met een invoervergunning waarop de doelcode Z (“Zoo”) vermeld stond, maakt dit niet anders. Deze doelcode is immers niet bindend en vormt aldus geen belemmerende factor voor verdere handel. De vogels die tot de dierentuinroute behoren staan steeds vermeld op bijlage B van de Basisverordening en voor deze vogels gelden - anders dan de advocaat-generaal heeft aangegeven - geen uitzonderingsbepalingen dan wel certificaatvereisten. Verdachte mocht de vogels aankopen en weer verkopen. Hij heeft zich aan de regels gehouden doordat hij een sluitende administratie heeft bijgehouden ten aanzien van voornoemde vogels. Oordeel van het hof Het hof overweegt als volgt. Verdachte doet een beroep op de vrijstelling van artikel 7 Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet. Dit artikel luidt, voor zover van belang, als volgt: “Ten behoeve van het intracommunautaire verkeer geldt een vrijstelling van artikel 13, eerste lid, van de wet, voor het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van: a. specimens van soorten, genoemd in bijlage A, B, C of D bij de basisverordening, voorzover betreffende specimens aantoonbaar overeenkomstig de in een lidstaat geldende wetgeving en met inachtneming van de basisverordening en uitvoeringsverordening zijn verkregen”. Verdachte heeft verklaard dat de dwergvalken deel uitmaakten van de zogenaamde Filipijnenzending en dat hij de vogels van “ [betrokkene 3] ” in Tsjechië heeft gekocht. Ter ondersteuning wijst verdachte op een vermelding op een geschrift dat door hem als administratie wordt gepresenteerd. De bij verdachte aangetroffen dwergvalken behoren tot een zending vogels uit de Filipijnen die begin oktober 2010 op Schiphol is aangekomen. Op de uitvoervergunning is als ontvanger vermeld “Sofia Zoological Garden” en onder “special conditions” is vermeld “for breeding purposes only”. Op de importvergunning wordt als importeur “Sofia Zoo” vermeld en onder “purpose”: “Z”. Het hof acht de beweerde aankoop van “ [betrokkene 3] ” niet aannemelijk. In het stuk waarboven met de pen is geschreven “register per 1-1-2011” wordt een ander nummer van het Cites-document vermeld (CA00127) dan dat van de betreffende zending (C00679). Het hof acht bovendien niet aannemelijk dat het door verdachte overgelegde geschrift deel uitmaakte van zijn administratie. Verwezen wordt naar de bewijsmotivering ten aanzien van feit 2. Dat betekent dat de onderhavige vogels niet voorkomen in de administratie van verdachte. Er zijn verder geen stukken overgelegd waaruit blijkt van de aankoop en van nadere gegevens van “ [betrokkene 3] ”. Daar komt bij dat in de administratie van “ [bedrijf 2] ” een op 20 oktober 2010 gedateerd betalingsbewijs is aangetroffen van een betaling van verdachte voor twee dwergvalken. Het hof begrijpt dat het om de onderhavige dwergvalken gaat. Van [bedrijf 2] is niet gesteld dat het om een dierentuin gaat. Van een wijziging van de doelcode is ook niet gebleken. Uit één en ander volgt reeds dat niet aangetoond is dat aan de voorwaarden voor de vrijstelling is voldaan. Hierbij merkt het hof op dat aan de voorwaarden mede niet voldaan wordt als de opgaven niet naar waarheid zijn gedaan. Wildvang Bulgarije Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft - kort gezegd - het volgende aangevoerd. Alle (beschermde) vogels die onder het zaaksdossier “Wildvang Bulgarije” in de tenlastelegging staan vermeld, waren voorzien van een naadloos gesloten pootring. De vogels waren niet uit het wild afkomstig. Derhalve bestond geen verplichting voor verdachte om deze op bijlage B van de Basisverordening vermelde vogels in zijn administratie op te nemen. Alle zendingen waren voorts voorzien van de juiste informatie en bescheiden en de vogels zijn verschillende keren gecontroleerd, waaronder door de Staatsdierenarts en de douane. Gelet op het intracommunautair vertrouwensbeginsel moet alleen al om die reden uitgegaan worden van de legaliteit van de zending en mag de strafrechter niet meer zelfstandig toetsen. Verdachte kan zich om voornoemde redenen beroepen op een vrijstelling. Oordeel van het hof Het hof overweegt als volgt. Het hof begrijpt dat verdachte een beroep doet op de vrijstelling van artikel 7 Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet voor intracommunautair verkeer. Het hof acht echter niet aannemelijk dat het bij de betreffende zendingen vogels om intracommunautair verkeer gaat. Het hof gaat ervan uit dat de vogels mede door verdachte vanuit een derde land binnen het grondgebied van de EU en Nederland zijn gebracht. Het hof leidt dit af uit de volgende gegevens. De zendingen waarin de in de tenlastelegging vermelde vogels waren opgenomen, maakten deel uit van een tiental zendingen (zendingen 3, 8, 9, 10). Voor zeven zendingen heeft verdachte op 25 juli 2011 een bedrijf in Turkije betaald. Voor de als “zending 9” aangeduide zending van 11 augustus 2011 heeft hij één en hetzelfde bedrijf in Turkije betaald. Voor de andere transporten is op andere wijze betaald (zie hierna). De naam van het bedrijf is “ [bedrijf 6] ” van [medepleger 1] . Niet aannemelijk is geworden dat de personen binnen de EU van wie verdachte de vogels zou hebben gekocht rechtmatig in het bezit zijn gekomen van de vogels. Zo is niet gebleken dat de vogels van kweek afkomstig waren en evenmin dat [medepleger 3] over de benodigde documenten beschikte. [medepleger 2] , die een bijdrage heeft geleverd aan een aantal transporten, heeft onder meer verklaard over de contacten tussen [medepleger 3] , [alias medepleger 1] - het hof begrijpt dat dit dezelfde persoon is als [medepleger 1] - en hem en het vervoer van onder meer grijze roodstaartpapegaaien, Senegalpapegaaien en toerako’s. Wat hij aan zaken deed voor verdachte deed hij als vriendendienst voor [alias medepleger 1] . Zo heeft [medepleger 2] verklaard: “ [alias medepleger 1] had gezegd dat hij de [vogels] zou leveren, en ik zou de documenten opmaken, dat wil zeggen Traces-formulieren en facturen.” [medepleger 3] vertelde hem dat de vogels waren gevangen in de vrije natuur, afkomstig waren uit Turkije en dat ze per vier of vijf exemplaren van Turkije naar Bulgarije werden vervoerd door Bulgaarse zigeuners. In opdracht van [alias medepleger 1] , aldus [medepleger 2] , vervoerde [medepleger 3] ze en kreeg daar provisie voor. Die vogels werden bij [medepleger 2] thuis gebracht, waar ze werden opgehaald door een chauffeur uit Nederland, die ze naar verdachte in Nederland bracht. [medepleger 2] gaf de benodigde documenten aan de chauffeur mee. Op de facturen zette [medepleger 2] gegevens die [alias medepleger 1] hem had gestuurd (pagina 13757). [medepleger 2] heeft met verdachte geen (rechtstreekse) zaken gedaan. Hij heeft wel enkele zendingen voor verdachte verzorgd. De door verdachte gestuurde vervoerder/chauffeur - van wie [medepleger 2] een gedetailleerde beschrijving geeft - is in totaal vier keer bij hem geweest, verklaart [medepleger 2] verder. Enkele keren heeft [medepleger 3] de facturen opgesteld. Volgens [medepleger 2] was het geld dat hij enkele keren van verdachte ontving voor [alias medepleger 1] bestemd. Met betrekking tot de 23 stuks tauraco perse, zes Musophagea violeca, tien tauraco hartlaubi en negen tauraco livingstonii (zending van 27 juli 2011) verklaart [medepleger 2] dat deze waren gebracht door [medepleger 3] op bestelling van [alias medepleger 1] voor verdachte. De chauffeur van verdachte kwam ze ophalen (pagina 13777). Met betrekking tot de factuur waarop de naam van zijn bedrijf staat, verklaart [medepleger 2] dat dit alleen maar handel op papier was; de vogels waren van [alias medepleger 1] . Met betrekking tot de zending van 11 augustus 2011 verklaart [medepleger 2] dat het overladen van de ene auto in de andere bij hem plaats vond. Daar waren [medepleger 3] en de (vaste) chauffeur van verdachte bij. Voor het overige ging één en ander op de wijze waarover door hem eerder was verklaard (pagina 13779). Ook met betrekking tot de zending van 9 september 2011 verklaart [medepleger 2] dat hij aanwezig kan zijn geweest bij het overladen. Hij weet dat er rond deze zending problemen rezen tussen [medepleger 3] en [alias medepleger 1] . Het hof hecht geloof aan de verklaring van [medepleger 2] , onder meer omdat deze op diverse punten wordt ondersteund. Onder meer door afgetapt SMS-verkeer en afgetapte gesprekken tussen verdachte en [medepleger 1] en e-mailverkeer tussen het bedrijf van [alias medepleger 1] en [medepleger 2] (pagina 1338 e.v.). Zo is er een bericht met de vraag van [medepleger 2] naar het adres in Nederland ten behoeve van het regelen van de gezondheidscertificaten en het opstellen van de factuur (zie de verklaring van [medepleger 2] op pagina 13800). Uit de verklaringen van [betrokkene 2] (pagina 2880 e.v.) en tapgesprekken blijkt dat [betrokkene 2] de door [medepleger 2] bedoelde chauffeur was. Uit de verklaring van [medepleger 2] blijkt dat [medepleger 3] betrokken was bij de handel, zoals ook uit diens eigen verklaring blijkt. Hij heeft het over tien zendingen, waarvan de eerste vier per vliegtuig en de andere zes per auto (pagina 3061). Weliswaar ontkent [medepleger 3] dat (hij wist dat) het om fraude ging, maar hij kan geen documenten laten zien waaruit van een rechtmatige verkrijging door hem blijkt (pagina 3097). Het hof kan nog méér punten noemen maar laat het in dit kader hierbij. Uit de genoemde informatie en soortgelijke informatie in het dossier komt naar voren dat de uit het wild afkomstige vogels vanuit Turkije via Bulgarije in de EU kwamen en van daar uit werden doorgevoerd naar verdachte en dat hierbij uitgebreid gefraudeerd werd met papieren. Eén en ander brengt het hof tot het oordeel dat bij alle zendingen - waaronder de zendingen waarvan de in de tenlastelegging vermelde vogels deel uitmaakten - niet voldaan is aan de voorwaarden voor vrijstelling op grond van artikel 7 Regeling vrijstelling. De bij de transporten gevoegde bescheiden geven niet de werkelijke herkomst weer. Het is in strijd met de strekking van deze vrijstelling als zij zou worden toegepast in gevallen waarin de vogels door toedoen van degene die zich op de vrijstelling beroept uit een derde land in een andere lidstaat van de EU zijn ingevoerd terwijl niet aan de regels hiervoor is voldaan. Aan de voorwaarden voor de vrijstelling van artikel 3, eerste lid, Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet, in verband met het binnen het grondgebied van Nederland brengen vanuit het derde land is niet voldaan, nu het bepaalde in artikel 4, tweede lid, Basisverordening immers niet is nageleefd. Ook op de vrijstelling van artikel 10, tweede lid, Regeling vrijstelling kan geen beroep worden gedaan, nu niet is aangetoond dat de betreffende specimens overeenkomstig het bij of krachtens de wet bepaalde en met inachtneming van de Basisverordening en Uitvoeringsverordening in Nederland zijn gebracht of verkregen. Vijfvogelregeling Papoea beo’s Standpunt van de verdediging Namens verdachte is betoogd dat de papoea beo’s met de juiste papieren binnen Europa dan wel Nederland zijn gebracht en dat van een commercieel oogmerk geen sprake was. Oordeel van het hof Het hof overweegt ten aanzien van het beroep op vrijstellingsbepalingen het volgende. Op de ten behoeve van deze zendingen opgemaakte certificaten is aangegeven dat deze vogels niet worden verzonden voor commerciële doeleinden. In artikel 7 van de Regeling vrijstelling is ten behoeve van het intracommunautaire verkeer bepaald dat - indien kan worden aangetoond dat specimens van soorten, genoemd in Bijlage A, B, C of D van de Basisverordening, overeenkomstig de in een lidstaat geldende wetgeving en met inachtneming van de Basisverordening en Uitvoeringsverordening zijn verkregen - een vrijstelling geldt voor het verbod op het binnen het grondgebied van Nederland brengen uit lid 1 van artikel 13 van de Flora- en faunawet. In artikel 10 van de Regeling vrijstelling is bepaald dat - indien kan worden aangetoond dat specimens van soorten, genoemd in Bijlage D van de Basisverordening, overeenkomstig het bij of krachtens de Flora- en faunawet bepaalde en met inachtneming van de Basisverordening en Uitvoeringsverordening in Nederland zijn gebracht of verkregen - een vrijstelling geldt voor de verboden handelingen uit lid 1 van artikel 13 van de Flora- en faunawet, met uitzondering van het verbod op het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of het onder zich hebben. Verdachte heeft niet aangetoond dat hij wat betreft deze beschermde uitheemse vogels in overeenstemming met de geldende regelgeving heeft gehandeld. De vogels werden door [medeverdachte 1] (vanuit Dubai) via verdachte aan [betrokkene 1] (in Nederland) verkocht. Het hof stelt vast dat op de certificaten (“Declarations of Transfer”) in strijd met de waarheid is ingevuld dat de zending papoea beo’s niet commercieel was (“non-commercial”). Reeds daarom kan het beroep op de vrijstelling niet slagen. Voor het overige wordt verwezen naar hetgeen hierna bij de strafbaarheid van het bewezenverklaarde bij feit 3 in het kader van zaaksdossier “Vijfvogelregeling” wordt overwogen. Dierentuinroute Filipijnen Tien panay of luzon neushoornvogels, twee rosse neushoornvogels, twee bonte kiekendieven en vier kuifhaviken Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte afdoende heeft aangetoond dat deze vogels in overeenstemming met de geldende regelgeving in Nederland zijn gebracht. De omstandigheid dat de vogels uit de Filipijnenzending zijn ingevoerd met een invoervergunning waarop de doelcode Z (“Zoo”) vermeld stond, maakt dit niet anders. Deze doelcode is immers niet bindend en vormt aldus geen belemmerende factor voor verdere handel. De vogels die tot de dierentuinroute behoren staan steeds vermeld op bijlage B van de Basisverordening en voor deze vogels gelden - anders dan de advocaat-generaal heeft aangegeven - geen uitzonderingsbepalingen dan wel certificaatvereisten. Verdachte mocht de vogels aankopen en weer verkopen. Hij heeft zich aan de regels gehouden doordat hij een sluitende administratie heeft bijgehouden ten aanzien van voornoemde vogels. Oordeel van het hof Het hof overweegt als volgt. Het hof begrijpt dat verdachte een beroep doet op de vrijstelling van artikel 7 Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet voor intracommunautair verkeer. Verdachte heeft ter zitting van de rechtbank verklaard dat hij van de “Filipijnenzending” vijf panay neushoornvogels, twee rosse neushoornvogels, één bonte kiekendief, twee kuifhaviken en twee dwergvalken heeft ontvangen. Hij heeft verder verklaard dat hij de genoemde vogels van “ [betrokkene 3] ” heeft gekocht. In het dossier bevinden zich stukken (bijlage 1274 (8/37 en 9/37)) waaruit naar het oordeel van het hof blijkt dat tien luzon/panay neushoornvogels, twee rosse neushoornvogels, twee bonte kiekendieven en vier kuifhaviken op 20 oktober 2010 zijn verzonden door Sofia Zoo naar verdachte. Wat de kuifhaviken betreft heeft verdachte verklaard dat hij de vogels van “ [betrokkene 3] ” in Tsjechië heeft gekocht. Ter ondersteuning wijst verdachte op de vermelding in de inkoopadministratie, volgens welke de vogels op 28 maart 2011 zouden zijn ingekocht (pagina 926). Het hof merkt op dat in de administratie van verdachte het nummer van het Cites-document is vermeld van de zending vogels uit de Filipijnen die begin oktober 2010 op Schiphol is aangekomen. Op de uitvoervergunning is als ontvanger vermeld “Sofia Zoological Garden”, en onder “special conditions” is vermeld “for breeding purposes only”. Op de importvergunning wordt als importeur “Sofia Zoo” vermeld en onder “purpose” wordt “Z” vermeld. Nu de vogels voorwerp van (particuliere) handel zijn geworden, is niet aangetoond dat zij overeenkomstig de in een lidstaat geldende wetgeving en met inachtneming van de Basisverordening en Uitvoeringsverordening zijn verkregen. Dat geldt naar het oordeel van het hof ook indien de vogels niet reeds in oktober 2010 aan verdachte zouden zijn gezonden. Een andere uitleg en toepassing van de vrijstelling zou immers in strijd zijn met de strekking van onder meer de Basisverordening. Voor de overige vogels waarover verdachte heeft verklaard dat ze afkomstig zijn uit de desbetreffende Filipijnenzending en dat hij ze van “ [betrokkene 3] ” heeft gekocht, geldt per saldo hetzelfde: reeds omdat administratie en stukken ontbreken, is niet aangetoond dat zij overeenkomstig de in een lidstaat geldende wetgeving en met inachtneming van de Basisverordening en Uitvoeringsverordening zijn verkregen. Het hof acht overigens de beweerde aankoop van “ [betrokkene 3] ” niet aannemelijk. Het hof verwijst in dit verband naar hetgeen hiervoor onder de dikgedrukte kop “Filipijnse dwergvalken” hieromtrent is overwogen. Bij deze stand van zaken leidt het hof uit het voorgaande af dat ook de overige in de tenlastelegging vermelde vogels afkomstig zijn uit de zending van 20 oktober 2010 van Sofia Zoo aan verdachte. Hetgeen door de verdediging is gesteld - doch in ieder geval niet is aangetoond - omtrent naadloos gesloten pootringen, staat daaraan niet in de weg. Het verzoek van de verdediging ten aanzien van de vijf luzon neushoornvogels die volgens de verdediging niet gerelateerd kunnen worden aan de Filipijnenzending, om [getuige 4] als getuige te horen, wordt afgewezen. Daartoe overweegt het hof als volgt. Uit het voorgaande vloeit voort dat verdachte niet kan aantonen dat deze luzon neushoornvogels overeenkomstig de geldende wetgeving en met inachtneming van de Basisverordening en de Uitvoeringsverordening zijn verkregen, nu verdachte deze vogels niet op de juiste wijze in zijn administratie heeft opgenomen. Om die reden is het horen van [getuige 4] in het kader van het beroep op de vrijstelling van artikel 7 van de Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet niet noodzakelijk. Voor zover de raadsvrouw [getuige 4] als getuige wenst te horen ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 4 tenlastegelegde overweegt het hof als volgt. Gelet op het late stadium waarin de raadsvrouw om het horen van deze getuige heeft verzocht met de hierboven genoemde motivering en mede gelet op de omstandigheid dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat voornoemde luzon neushoornvogels niet waren voorzien van een naadloos gesloten pootring acht het hof het niet noodzakelijk om [getuige 4] als getuige te horen. Strafbaarheid van de verdachte Oneigenlijk bezit Aalscholvers Standpunt van de verdediging Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte geen reden had om aan de legaliteit van deze vogels te twijfelen. De aalscholvers waren immers voorzien van een naadloos gesloten pootring. Oordeel van het hof Het hof begrijpt het verweer aldus dat verdachte zich niet (langer) op het standpunt stelt dat de vogels als gefokte vogels moeten worden aangemerkt doch dat hij verontschuldigbaar heeft gedwaald ten aanzien van de voorwaarden voor toepasselijkheid van de vrijstelling, omdat de vogels waren voorzien van gesloten pootringen. Het hof verwerpt dit verweer. Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van [getuige 5] (pagina’s 2820 en 2813). In het bijzonder acht het hof niet aannemelijk dat deze onder druk van de politie onjuist heeft verklaard. [getuige 5] heeft verklaard dat verdachte hem (bij herhaling) heeft gevraagd uit te kijken naar jonge aalscholvers. Daarbij heeft verdachte klaarblijkelijk niet aangegeven dat hij alleen gefokte exemplaren wilde hebben, als dat al het geval was. [getuige 5] heeft dat ook niet zo begrepen. Volgens [getuige 5] vroeg verdachte het weer aan hem omdat hij dacht dat [getuige 5] het eventueel kon regelen. [getuige 5] verklaart dat de aalscholvers net in de veren zaten; ze moesten wel uit het nest gehaald zijn. Op de vraag of verdachte wist of had kunnen weten dat de aalscholvers uit het wild waren, heeft [getuige 5] geantwoord dat verdachte dat wist. [getuige 5] had verdachte verteld dat hij ze had geringd. Op grond hiervan is niet aannemelijk geworden dat verdachte heeft gedwaald zoals namens hem is betoogd. Dubbele geelkopamazone en tucuman amazone Het hof acht - mede gelet op de uitkomst van het onderzoek naar de microchip in de geelkopamazone en het ontbreken van de juiste pootringen - niet aannemelijk geworden dat er sprake is van een verontschuldigbare administratieve vergissing, zoals betoogd door de verdediging. Dierentuinroute Filipijnen Het hof begrijpt dat verdachte zich op het standpunt stelt dat hij er redelijkerwijs van uit mocht gaan dat de kuifhaviken rechtmatig zijn verworven door “ [betrokkene 3] ”. Het hof verwerpt dit verweer. Naar het oordeel van het hof had verdachte nadere informatie moeten inwinnen omtrent de inhoud van het Cites-document en/of de (gestelde) afkomst van de vogels (via “ [betrokkene 3] ”, zoals gesteld). Voor zover daarop een beroep is gedaan, geldt dit ook voor de andere vogels waarvan verdachte heeft gesteld dat hij ze van “ [betrokkene 3] ” heeft gekocht. Verdachte is strafbaar aangezien ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. FEIT 2: De tenlastelegging 2: hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 te [plaats] , althans in Nederland, telkens geen en/of een onjuiste en/of een onvolledige registratie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c van de Regeling administratie bezit en handel in beschermde dier- en plantensoorten heeft bijgehouden, immers ontbrak in zijn registratie de vermelding van de levende specimens van in gevangenschap geboren en gefokte of uit het wild afkomstige dieren, behorende tot beschermde uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage B bij de Basisverordening 338/97, te weten: (traject Dierentuinroute) - tien, althans één of meer panay of luzon neushoornvogels (Penelopides panini/manillae) en/of - twee, althans één of meer rosse neushoornvogels (Buceros hydrocorax) en/of - acht, althans één of meer brahmaanse wouwen (Haliaster indus) en/of - twee, althans één of meer Filipijnse dwergvalken (Microhierax erythrogenys) en/of - twee, althans één of meer bonte kiekendieven (Circus melanoleucos) en/of - vier, althans één of meer kuifhaviken (Accipiter trivirgatus) en/of werden bij de registratie, bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Regeling administratie bezit en handel in beschermde dier- en plantensoorten, terwijl dit van toepassing was niet bewaard alle aantekeningen en bescheiden, waaronder nota’s, vrachtbrieven en andere bewijsmiddelen, boeken, registers of andere hulpmiddelen, die betrekking hebben op het onder zich hebben, het ontvangen, verkopen of afleveren van specimens, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Regeling administratie bezit en handel in beschermde dier- en plantensoorten, te weten: (traject Dierentuinroute) - tien, althans één of meer panay of luzon neushoornvogels (Penelopides panini/manillae) en/of - twee, althans één of meer rosse neushoornvogels (Buceros hydrocorax) en/of - acht, althans één of meer brahmaanse wouwen (Haliaster indus) en/of - twee, althans één of meer Filipijnse dwergvalken (Microhierax erythrogenys) en/of - twee, althans één of meer bonte kiekendieven (Circus melanoleucos) en/of - vier, althans één of meer kuifhaviken (Accipiter trivirgatus). Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsoverwegingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde. Hij heeft zich aangesloten bij de overwegingen van de rechtbank ten aanzien van feit 2. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 2 tenlastegelegde, nu verdachte heeft voldaan aan zijn administratieve verplichtingen. Zij heeft in dit verband verwezen naar bijlage 2 bij de pleitnotitie in eerste aanleg. De administratie van verdachte is niet doorgenummerd omdat deze slechts uit één pagina bestaat. Voorts heeft de raadsvrouw opgemerkt dat de bewaartermijn van drie jaar inmiddels is verstreken. Deze termijn liep tot 1 maart 2014. Daarna heeft verdachte alle stukken vernietigd. Tijdens de doorzoeking op 12 november 2012 waren alle bewijsstukken aanwezig in de woning van verdachte, maar het onderzoeksteam heeft niet goed gezocht en heeft deze bewijsstukken daarom niet gevonden. Oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. In het bijzonder overweegt het hof - grotendeels met de rechtbank - als volgt. Uit de hiervoor ter zake van feit 1 weergegeven bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen - welke hier als herhaald en ingelast dienen te worden beschouwd - volgt (onder meer) dat verdachte in de tenlastegelegde periode twee Filipijnse dwergvalken, tien panay neushoornvogels dan wel luzon neushoornvogels, twee rosse neushoornvogels, kuifhaviken en bonte kiekendieven onder zich heeft gehad en daar op grond van artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet de in deze overwegingen genoemde verboden handelingen mee heeft verricht. Ten aanzien van het eerste deel van de tenlastelegging Het hof heeft geconstateerd dat in de inkoop- en verkoopadministratie van verdachte over het jaar 2011 (bijlage 1145 en 1146) verschillende kuifhaviken zijn opgenomen. Bij deze vermeldingen ontbreken echter codes of merktekens (ringnummers) op basis waarvan duidelijk is om welke specifieke kuifhaviken het gaat. Daarmee voldoet de administratie van verdachte op dit punt niet aan de wettelijke vereisten zoals opgenomen in artikel 3, eerste lid, onder j van de Regeling administratie bezit en handel in beschermde dier- en plantensoorten (hierna: Regeling administratie) in samenhang met artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Regeling administratie. De verdediging heeft gewezen op een registratieregister, gedateerd 1 januari 2011, gevoegd als bijlage 2 bij de pleitnotitie in eerste aanleg waarop verdachte de in de tenlastelegging genoemde vogels zou hebben geregistreerd. Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte op 12 november 2012 zou dit stuk over het hoofd zijn gezien door het onderzoeksteam. Het hof acht echter volstrekt onaannemelijk dat verdachte in de tenlastegelegde periode en ten tijde van de doorzoeking al over voornoemd registratieregister beschikte en dat dit bij de doorzoeking over het hoofd zou zijn gezien. Het hof acht bovendien niet aannemelijk dat het overgelegde registratieregister is opgemaakt op de op dit register vermelde datum. Ook is naar het oordeel van het hof opvallend dat dit registratieregister een geheel andere opmaak heeft dan de overige onder verdachte in beslag genomen administratie (bijlagen 1142 tot en met 1148). Bovendien volgt uit artikel 5, eerste lid, van de Regeling administratie dat een administratie per pagina een doorlopende nummering moet bevatten. Het door de verdediging overgelegde registratieregister voldoet niet aan dit wettelijke vereiste. Gelet op het voorgaande verwerpt het hof het door de raadsvrouw gevoerde verweer dat verdachte heeft voldaan aan zijn administratieve verplichtingen. Het hof stelt aldus vast dat verdachte geen (deugdelijke) registratie in zijn administratie heeft bijgehouden ter zake van de hiervoor genoemde Filipijnse dwergvalken, panay neushoornvogels dan wel luzon neushoornvogels, rosse neushoornvogels, kuifhaviken en bonte kiekendieven, zoals dat verplicht is op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Regeling administratie. Het hof verklaart derhalve het eerste deel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van het tweede deel van de tenlastelegging Het hof stelt vast dat verdachte niet alle in dit deel van de tenlastelegging genoemde documentatie heeft bewaard ter zake van de in de tenlastelegging genoemde Filipijnse dwergvalken, de neushoornvogels, de bonte kiekendieven en de kuifhaviken. Gelet op artikel 3, tweede lid in samenhang bezien met artikel 2.1, eerste lid, van de Regeling administratie was dit echter wel verplicht. De raadsvrouw heeft in dit verband opgemerkt dat de bewaartermijn van drie jaar - die liep tot 1 maart 2014 - inmiddels is verstreken. Na die datum heeft verdachte alle stukken vernietigd. Het hof overweegt hieromtrent dat de door de raadsvrouw genoemde bewaartermijn op 12 november 2012, de datum van de doorzoeking in de woning van verdachte, nog niet was verstreken. Op die dag zijn alle administratiestukken met betrekking tot het onder zich hebben, ontvangen, verkopen of afleveren van voornoemde vogels echter niet aangetroffen in zijn woning. Dat deze stukken over het hoofd gezien zouden zijn, acht het hof niet aannemelijk. Het hof concludeert daarom dat verdachte de vereiste documentatie in de tenlastegelegde periode niet heeft bewaard. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen en het hof verklaart ook het tweede deel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 2: hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012 te [plaats] , althans in Nederland, telkens geen en/of een onjuiste en/of een onvolledige registratie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c van de Regeling administratie bezit en handel in beschermde dier- en plantensoorten heeft bijgehouden, immers ontbrak in zijn registratie de vermelding van de levende specimens van in gevangenschap geboren en gefokte of uit het wild afkomstige dieren, behorende tot beschermde uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage B bij de Basisverordening 338/97, te weten: (traject Dierentuinroute) - tien, althans één of meer panay of luzon neushoornvogels (Penelopides panini/manillae) en/of - twee, althans één of meer rosse neushoornvogels (Buceros hydrocorax) en/of - acht, althans één of meer brahmaanse wouwen (Haliaster indus) en/of - twee, althans één of meer Filipijnse dwergvalken (Microhierax erythrogenys) en/of - twee, althans één of meer bonte kiekendieven (Circus melanoleucos) en/of - vier, althans één of meer kuifhaviken (Accipiter trivirgatus) en/of werden bij de registratie, bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Regeling administratie bezit en handel in beschermde dier- en plantensoorten, terwijl dit van toepassing was niet bewaard alle aantekeningen en bescheiden, waaronder nota’s, vrachtbrieven en andere bewijsmiddelen, boeken, registers of andere hulpmiddelen, die betrekking hebben op het onder zich hebben, het ontvangen, verkopen of afleveren van specimens, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Regeling administratie bezit en handel in beschermde dier- en plantensoorten, te weten: (traject Dierentuinroute) - tien, althans één of meer panay of luzon neushoornvogels (Penelopides panini/manillae) en/of - twee, althans één of meer rosse neushoornvogels (Buceros hydrocorax) en/of - acht, althans één of meer brahmaanse wouwen (Haliaster indus) en/of - twee, althans één of meer Filipijnse dwergvalken (Microhierax erythrogenys) en/of - twee, althans één of meer bonte kiekendieven (Circus melanoleucos) en/of - vier, althans één of meer kuifhaviken (Accipiter trivirgatus). Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 2 bewezen verklaarde levert op: de overtreding: overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 81, eerste lid, van de Flora- en faunawet, tweemaal gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. FEIT 3: De tenlastelegging 3primair: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, telkens al dan niet opzettelijk dieren en/of producten in Nederland heeft gebracht, te weten: (traject Wildvang Bulgarije) - op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1312) en/of - op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1284) en/of - op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1173/4) en/of - op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1094) en/of - op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1095) en/of - op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1100) en/of - op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1104) en/of - op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1133/4) en/of - op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1142) en/of - in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september 2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels en/of (traject Wildvang Portugal) - in of omstreeks de periode van 14 september 2011 tot en met 28 augustus 2012, 1265, althans 234, althans één of meer st. Helenafazant(
- en)(Estrilda astrild) en/of - in of omstreeks de periode van 26 maart 2012 tot en met 15 augustus 2012, 407, althans 36, althans één of meer napoleonwever(
- s)(Euplectus afer) en/of - in of omstreeks de periode van 9 augustus 2012 tot en 28 september 2012, 210, althans 239, althans één of meer muskaatvink(
- en)(Lonchura punctulata) en/of (traject Vijfvogelregeling) - op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren (Cathartes burrovianes) en/of - op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour cotinga’s (Xipholena punicea) en/of - op of omstreeks, 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of - in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of - in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari 2011, tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) en/of - op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea), en/of (traject Dierentuinroute) - tien, althans één of meer witnekraven (Corvus albicollus) en/of tien, althans één of meer schildraven (Corvus albus) en/of - tien, althans één of meer panay of luzon neushoornvogels (Penelopides panini/manillae) en/of - twee, althans één of meer rosse neushoornvogels (Buceros hydrocorax) en/of - acht, althans één of meer brahmaanse wouwen (Haliaster indus) en/of - twee, althans één of meer Filipijnse dwergvalken (Microhierax erythrogenys) en/of - twee, althans één of meer bonte kiekendieven (Circus melanoleucos) en/of - vier, althans één of meer kuifhaviken (Accipiter trivirgatus), welke dieren en/of producten zijn verzonden vanuit een derde land en via Nederland voor het eerst in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is zijn gebracht; 3subsidiair: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen telkens al dan niet opzettelijk, vogels in Nederland heeft gebracht, te weten: (traject Wildvang Bulgarije) - op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1312) en/of - op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1284) en/of - op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1173/4) en/of - op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1094) en/of - op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1095) en/of - op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1100) en/of - op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1104) en/of - op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1133/4) en/of - op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1142) en/of - in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september 2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels en/of (traject Wildvang Portugal) - in of omstreeks de periode van 14 september 2011 tot en met 28 augustus 2012, 1265, althans 234, althans één of meer st. Helenafazant(
- en)(Estrilda astrild) en/of - in of omstreeks de periode van 26 maart 2012 tot en met 15 augustus 2012, 407, althans 36, althans één of meer napoleonwever(
- s)(Euplectus afer) en/of - in of omstreeks de periode van 9 augustus 2012 tot en 28 september 2012, 210, althans 239, althans één of meer muskaatvink(
- en)(Lonchura punctulata) en/of (traject Vijfvogelregeling) - op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren (Cathartes burrovianes) en/of - op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour cotinga’s (Xipholena punicea) en/of - op of omstreeks, 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of - in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of - in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari 2011, tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) en/of - op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea), en/of (traject Dierentuinroute) - tien, althans één of meer witnekraven (Corvus albicollus) en/of tien, althans één of meer schildraven (Corvus albus) en/of - tien, althans één of meer panay of luzon neushoornvogels (Penelopides panini/manillae) en/of - twee, althans één of meer rosse neushoornvogels (Buceros hydrocorax) en/of - acht, althans één of meer brahmaanse wouwen (Haliaster indus) en/of - twee, althans één of meer Filipijnse dwergvalken (Microhierax erythrogenys) en/of - twee, althans één of meer bonte kiekendieven (Circus melanoleucos) en/of - vier, althans één of meer kuifhaviken (Accipiter trivirgatus), welke vogels zijn verzonden vanuit een lidstaat of een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag dan wel vanuit een derde land en via het grondgebied van een lidstaat in Nederland worden gebracht en bestemd zijn voor Nederland, een lidstaat of een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag; 3meer subsidiair: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van (een) voorwerp(en), te weten: (traject Wildvang Bulgarije) - op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1312) en/of - op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1284) en/of - op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1173/4) en/of - op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1094) en/of - op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1095) en/of - op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1100) en/of - op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1104) en/of - op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1133/4) en/of - op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1142) en/of - in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september 2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels en/of (traject Wildvang Portugal) - in of omstreeks de periode van 14 september 2011 tot en met 28 augustus 2012, 1265, althans 234, althans één of meer st. Helenafazant(
- en)(Estrilda astrild) en/of - in of omstreeks de periode van 26 maart 2012 tot en met 15 augustus 2012, 407, althans 36, althans één of meer napoleonwever(
- s)(Euplectus afer) en/of - in of omstreeks de periode van 9 augustus 2012 tot en 28 september 2012, 210, althans 239, althans één of meer muskaatvink(
- en)(Lonchura punctulata) en/of (traject Vijfvogelregeling) - op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren (Cathartes burrovianes) en/of - op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour cotinga’s (Xipholena punicea) en/of - op of omstreeks 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of - in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of - in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari 2011, tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) en/of - op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea), en/of (traject Dierentuinroute) - tien, althans één of meer witnekraven (Corvus albicollus) en/of tien, althans één of meer schildraven (Corvus albus) en/of - tien, althans één of meer panay of luzon neushoornvogels (Penelopides panini/manillae) en/of - twee, althans één of meer rosse neushoornvogels (Buceros hydrocorax) en/of - acht, althans één of meer brahmaanse wouwen (Haliaster indus) en/of - twee, althans één of meer Filipijnse dwergvalken (Microhierax erythrogenys) en/of - twee, althans één of meer bonte kiekendieven (Circus melanoleucos) en/of - vier, althans één of meer kuifhaviken (Accipiter trivirgatus), de werkelijke aard en/of de herkomst, heeft verborgen of verhuld, terwijl hij (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(
- en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraken Wildvang Bulgarije, Wildvang Portugal en Vijfvogelregeling (ter zake van het onder 3 primair tenlastegelegde) Het hof spreekt verdachte vrij van deze onderdelen van het onder 3 primair tenlastegelegde. In het bijzonder acht het hof niet bewezen dat de vogels - met uitzondering van de onder zaaksdossier “Dierentuinroute” vermelde vogels - via Nederland voor het eerst in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is zijn gebracht. De onder zaaksdossier “Wildvang Bulgarije” vermelde vogels zijn via Bulgarije binnen de EU gebracht. De onder zaaksdossier “Wildvang Portugal” vermelde vogels zijn vanuit Portugal naar Nederland gebracht. De onder zaaksdossier “Vijfvogelregeling” tenlastegelegde vogels zijn vanuit Duitsland naar Nederland gebracht. Vijfvogelregeling Vrijspraak van tien reuzentoerako’s en vijf ross toerako’s Het hof acht - net als de rechtbank en anders dan de advocaat-generaal - niet bewezen dat verdachte voldoende betrokkenheid heeft gehad bij de zendingen die vanuit Oeganda naar Van Seters en Custers zijn gegaan om hem als medepleger aan te merken. Dit gaat om de zending van 1 november 2011 (vijf reuzentoerako’s), de zending van 6 juni 2012 (wederom vijf reuzentoerako’
- s)en de zending van 12 augustus 2012 (vijf ross toerako’s). De in het dossier genoemde tapgesprekken zijn naar het oordeel van het hof niet zonder meer exclusief bij deze zendingen te plaatsen. Het enkele feit dat de vogels waren voorzien van pootringen die - op enig moment - door verdachte aan [medeverdachte 2] zijn geleverd, is ook onvoldoende om verdachtes betrokkenheid bij deze concrete zendingen bewezen te achten. Ook de vele tapgesprekken over vijf vogels duiden niet noodzakelijkerwijs op deze zendingen van vijf vogels. Verdachte wordt vrijgesproken van dit deel van het feit zoals hem onder 3 primair, subsidiair en meer subsidiair wordt verweten. Vrijspraak van vijf papoea beo’s Zoals hiervoor bij feit 1 is vermeld acht het hof de betrokkenheid van verdachte bij de zending van vijf papoea beo’s (op 2 februari 2011) onvoldoende om hem als (mede)pleger aan te merken. Daarom wordt hij voor vijf papoea beo’s vrijgesproken. Bewijsoverwegingen ter zake van het onder 3 primair tenlastegelegde Dierentuinroute Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde ter zake van voornoemd zaaksdossier, met dien verstande dat ook het opzet bewezen is en dat verdachte als medepleger kan worden aangemerkt. De advocaat-generaal gaat ervan uit dat de bij verdachte aangetroffen witnekraven en schildraven afkomstig zijn uit de Tanzania-zending. De door [getuige 6] bij de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring acht de advocaat-generaal om verschillende redenen onbruikbaar. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft - kort gezegd - het volgende betoogd met betrekking tot zaaksdossier “Dierentuinroute” (dierentuinroute Filipijnen en dierentuinroute Tanzania). Verdachte heeft de witnekraven en de schildraven die hij in zijn bezit had op 4 januari 2011 binnen Europa gekocht van [getuige 6] . [getuige 6] heeft dit bevestigd bij de raadsheer-commissaris. Verdachte had deze raven reeds voor 17 januari 2011 in zijn bezit. Het is daarom onmogelijk dat deze witnekraven en schildraven afkomstig zijn uit de Tanzania-zending die op 17 januari 2011 is tegengehouden door de Hongaarse douane. Er bevindt zich overigens onvoldoende bewijs in het dossier waaruit blijkt dat de raven op 17 januari 2011 zijn doorgelaten door de douane. De Bulgaarse autoriteiten hebben pas op 9 februari 2011 een definitieve beslissing genomen over het beslag en besloten om de raven door te laten. Verdachte heeft de witnekraven en de schildraven uit de Tanzania-zending dus niet in bezit kunnen hebben voor de door verdachte uitgevoerde geslachtsbepaling op 31 januari 2011. Weliswaar bevond zich een factuur gericht aan verdachte in de Tanzania-zending, maar deze is gefabriceerd door [bedrijf 2] welk bedrijf zich schuldig heeft gemaakt aan identiteitsfraude. Ook kan niet worden bewezen dat sprake is van medeplegen en dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld ter zake van voornoemd zaaksdossier. Gelet op het voorgaande dient verdachte vrijgesproken te worden. Oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. In het bijzonder overweegt het hof als volgt. Met betrekking tot de onder zaaksdossier “Dierentuinroute” vermelde panay of luzon neushoornvogels, twee rosse neushoornvogels, bonte kiekendieven, vier kuifhaviken en twee Filipijnse dwergvalken is het de vraag of uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de zending waarvan zij deel uitmaakten en die in oktober 2010 aankwam op Schiphol en eerst naar Sofia is vervoerd, door verdachte al dan niet samen met een ander of anderen opzettelijk in Nederland is gebracht. Naar het oordeel van het hof staat vast dat de zending bij verdachte is aangekomen. In de administratie van Sofia Zoo staat verdachte vermeld als bestemming van de zending. Als chauffeur staat vermeld: [naam] . Van hem blijkt niet dat hij in dienst of opdracht van verdachte handelt. Van enige expliciete communicatie van de kant van verdachte omtrent het vervoer van de zending blijkt niet uit de stukken. Het hof leidt echter uit de volgende omstandigheden af dat verdachte de vogels heeft besteld: - de vogels werden naar verdachte verzonden; - de vogels zijn (klaarblijkelijk) bij verdachte aangekomen; - verdachte is handelaar in vogels en pleegt in die hoedanigheid vogels te bestellen; - het ontbreken van gegevens (in enige administratie) dat de vogels zonder voorafgaande bestelling aan verdachte zouden zijn gezonden. Nu daarmee een wezenlijke bijdrage is geleverd, is naar het oordeel van het hof sprake van medeplegen van het opzettelijk in Nederland brengen van de vogels. Hetzelfde geldt voor de tien witnekraven en schildraven. Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat het hierbij gaat om een deel van de zending die op 17 januari 2011 aan de Hongaarse grens is geïnspecteerd, waarbij Filipovic als chauffeur optrad. De zending was blijkens de bijbehorende documenten, de administratie van Sofia Zoo en de verklaring van de chauffeur bestemd voor verdachte. Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat het gedeelte van de zending met de witnekraven en schildraven aansluitend voor verder vervoer naar de bestemming is doorgelaten. Het hof acht niet aannemelijk dat dit deel van de zending eerst later is vrijgegeven. Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat verdachte na de genoemde datum in het bezit kwam van (uit het wild afkomstige) tien witnekraven en schildraven. Van enige expliciete communicatie van de kant van verdachte omtrent het vervoer van de zending blijkt niet uit de stukken. Het hof leidt echter uit de volgende omstandigheden af dat verdachte de vogels heeft besteld: - de vogels werden naar verdachte verzonden; - de vogels zijn (klaarblijkelijk) bij verdachte aangekomen; - verdachte is handelaar in vogels en pleegt in die hoedanigheid vogels te bestellen; - het ontbreken van gegevens (in enige administratie) dat de vogels zonder voorafgaande bestelling aan verdachte zouden zijn gezonden. Daarmee is naar het oordeel van het hof sprake van medeplegen van het opzettelijk in Nederland brengen van de vogels. Het hof acht niet aannemelijk dat verdachte de betreffende witnekraven en schildraven heeft gekocht van [getuige 6] , zoals door de verdediging is aangevoerd. Weliswaar heeft [getuige 6] bij zijn verhoor als getuige bij de raadsheer-commissaris in hoger beroep verklaard dat hij begin januari 2011 tien witnekraven en schildraven heeft verkocht aan verdachte en ze bij deze heeft doen afgeleverd. Het hof hecht echter om verschillende redenen geen geloof aan diens verklaring. Zo valt niet in te zien waarom [getuige 6] dit niet eerder bij zijn verhoor door de politie zou hebben verklaard toen verdachtes lezing hem werd voorgehouden. De door hem opgegeven redenen acht het hof niet geloofwaardig. Het hof acht zonder nadere onderbouwing ook niet aannemelijk dat de beweerdelijk eerst onlangs door verdachte aangetroffen e-mailberichten van hem en [getuige 6] authentiek zijn. Het ter terechtzitting door de verdediging gedane “aanbod” aan het hof om verdachte met behulp van zijn telefoon de (plaats van de betreffende) e-mailberichten te laten tonen, acht het hof ook onvoldoende. Het hof acht bovendien geenszins aannemelijk geworden dat het bedrijf [bedrijf 2] zich aan identiteitsfraude zou hebben schuldig gemaakt, zoals is betoogd door de verdediging. Bewijsoverwegingen ter zake van het onder 3 subsidiair tenlastegelegde Wildvang Bulgarije Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verwezen naar haar betoog met betrekking tot zaaksdossier “Wildvang Bulgarije” ter zake van het onder 1 tenlastegelegde. Gelet daarop dient verdachte ook vrijgesproken te worden van dit onderdeel van de tenlastelegging zoals onder 3 is tenlastegelegd. Oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. In het bijzonder overweegt het hof als volgt. Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk de onder voornoemd zaaksdossier vermelde vogels in Nederland heeft gebracht. Het hof verwijst voorts naar de overwegingen met betrekking tot de 265 piocephalus senegalus, 55 grijze roodstaartpapegaaien, tien tauraco perse, vijf tauraco hartlaubi, vijf tauraco livingstonii, vijf hill myna’s onder feit 1, welke eveneens deel uitmaakten van een aantal van de tien zendingen. Met betrekking tot het in Nederland brengen is bij een deel van de transporten sprake van medeplegen van verdachte en [medepleger 3] , bij een ander deel van verdachte, [medepleger 3] , [medepleger 2] en [betrokkene 2] . Wildvang Portugal Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van dit onderdeel van het onder 3 subsidiair tenlastegelegde. Oordeel van het hof Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk de onder voornoemd zaaksdossier vermelde vogels in Nederland heeft gebracht. Verdachte heeft de vogels besteld bij “ [betrokkene 4] ” in Portugal. Deze “ [betrokkene 4] ” heeft de vogels vanuit Portugal vervoerd en in Nederland bij verdachte afgeleverd. Naar het oordeel van het hof levert het bestellen, kopen en in ontvangst nemen van de bestelling op een gedraging die kan worden aangemerkt als medeplegen van brengen in Nederland. Door verdachte is daarmee immers een wezenlijke bijdrage aan het binnen Nederland brengen geleverd. Vijfvogelregeling Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van dit onderdeel van het onder 3 subsidiair tenlastegelegde. Standpunt van de verdediging Verdachte ontkent dat hij betrokkenheid heeft gehad bij de zendingen van vijf ross toerako’s en vijf grijswangneushoornvogels, zodat vrijspraak van dit onderdeel van de tenlastelegging zou moeten volgen. Oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk de volgende onder voornoemd zaaksdossier vermelde vogels in Nederland heeft gebracht. In het bijzonder overweegt het hof ten aanzien van de verschillende zendingen als volgt. Zeven geelkopgieren, twee pompadour cotinga’s en tien reuzentoerako’s (zendingen van 7 oktober 2011 en 8 mei 2012) De zeven geelkopgieren en twee pompadour cotinga’s zijn op 7 oktober 2011 vanuit Dubai (via [medeverdachte 1] ) naar Frankfurt gebracht. Deze vogels werden begeleid door [getuige 5] en [betrokkene 2] . Vanuit Frankfurt zijn de vogels opgehaald en door Hoenselaar en [getuige 5] naar verdachte gebracht. Verdachte heeft erkend dat hij eigenaar is geweest van vijf van de geelkopgieren. Op 8 mei 2012 zijn tien reuzentoerako’s vanuit Oeganda door [medeverdachte 2] per vliegtuig naar Frankfurt verzonden. De geadresseerde van deze zending is [betrokkene 1] . Deze vogels zijn begeleid door [getuige 6] en Bollen. Deze reuzentoerako’s zijn vervolgens via verdachte bij [betrokkene 1] beland. De betrokkenheid van verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] blijkt uit diverse tapgesprekken en verklaringen. Gelet op het voorgaande verklaart het hof bewezen dat verdachte het onder 3 subsidiair tenlastegelegde als medepleger heeft begaan met betrekking tot de hierboven genoemde vogels. Vijf ross toerako’s en vijf grijswangneushoornvogels (zendingen van 7 mei 2012 en 14 mei 2012) Op 7 mei 2012 zijn vijf ross toerako’s (ook wel geelkopjes genoemd) vanuit Oeganda door [medeverdachte 2] naar Hongarije verzonden naar [betrokkene 5] . Laatstgenoemde heeft een bedrijf dat levende dieren im- en exporteert. Daarna zijn deze vogels bij verdachte terechtgekomen. Verdachte heeft voor deze vogels een geslachtsbepaling laten doen bij [bedrijf 7] . De ringnummers komen overeen met de ringnummers op de reisdocumenten die bij de verzonden vogels zaten. Overigens heeft verdachte deze ringen zelf doen toekomen aan [medeverdachte 2] die de vogels in Oeganda heeft geringd. De vijf grijswangneushoornvogels (ook wel “Black and White” genoemd) zijn op 14 mei 2012 vanuit Oeganda eveneens door [medeverdachte 2] naar Hongarije verzonden, nu naar geadresseerde [naam] . Dit is de vrouw van [betrokkene 5] . [betrokkene 5] heeft verklaard dat hij een zending vogels op naam van zijn vrouw heeft laten zetten omdat de (Hongaarse) douane hem heeft laten weten dat hij per persoon per jaar tien vogels mag importeren. Deze vogels zijn door een Hongaarse chauffeur, [naam] , naar [naam] in Nederland gebracht en op 18 mei 2012 bij verdachte terechtgekomen. Uit in beslag genomen administratie bij [medeverdachte 2] blijkt dat de vijf ross toerako’s (“geelkop”) 5.000 euro en de grijswangneushoornvogels (“zwart wit”) 6.000 euro hebben opgebracht. Ook blijkt uit deze administratie dat de winst wordt gedeeld tussen drie personen. Uit tapgesprekken volgt dat verdachte en [medeverdachte 1] deze lijn (invoeren via Hongarije) aan het testen waren. Gelet op het voorgaande acht het hof de betrokkenheid van verdachte bij voornoemde zendingen bewezen, waarbij hij als medepleger kan worden aangemerkt. Vijf papoea beo’s Zoals hiervoor onder feit 1 is vermeld, acht het hof bewezen dat verdachte betrokkenheid heeft bij de zending van vijf papoea beo’s (14 januari 2011). Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 3primair: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, telkens al dan niet opzettelijk dieren en/of producten in Nederland heeft gebracht, te weten: (traject Wildvang Bulgarije) - op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1312) en/of - op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1284) en/of - op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1173/4) en/of - op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1094) en/of - op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1095) en/of - op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1100) en/of - op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1104) en/of - op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1133/4) en/of - op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1142) en/of - in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september 2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels en/of (traject Wildvang Portugal) - in of omstreeks de periode van 14 september 2011 tot en met 28 augustus 2012, 1265, althans 234, althans één of meer st. Helenafazant(
- en)(Estrilda astrild) en/of - in of omstreeks de periode van 26 maart 2012 tot en met 15 augustus 2012, 407, althans 36, althans één of meer napoleonwever(
- s)(Euplectus afer) en/of - in of omstreeks de periode van met 9 augustus 2012 tot en 28 september 2012, 210, althans 239, althans één of meer muskaatvink(
- en)(Lonchura punctulata) en/of (traject Vijfvogelregeling) - op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren (Cathartes burrovianes) en/of - op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour cotinga’s (Xipholena punicea) en/of - op of omstreeks, 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of - in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of - in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari 2011, tien, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) en/of - op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea), en/of (traject Dierentuinroute) - tien, althans één of meer witnekraven (Corvus albicollus) en/of tien, althans één of meer schildraven (Corvus albus) en/of - tien, althans één of meer panay of luzon neushoornvogels (Penelopides panini/manillae) en/of - twee, althans één of meer rosse neushoornvogels (Buceros hydrocorax) en/of - acht, althans één of meer brahmaanse wouwen (Haliaster indus) en/of - twee, althans één of meer Filipijnse dwergvalken (Microhierax erythrogenys) en/of - twee, althans één of meer bonte kiekendieven (Circus melanoleucos) en/of - vier, althans één of meer kuifhaviken (Accipiter trivirgatus), welke dieren en/of producten zijn verzonden vanuit een derde land en via Nederland voor het eerst in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is zijn gebracht; 3subsidiair: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 november 2012, te [plaats] , althans in Nederland, althans in Nederland en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of Bulgarije en/of Hongarije en/of Slowakije en/of Portugal en/of Turkije en/of elders in Europa en/of de Filipijnen en/of Indonesië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Turkije en/of elders in Azië en/of in Zuid-Amerika en/of Oeganda en/of Tanzania en/of elders in Afrika tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen telkens al dan niet opzettelijk, vogels in Nederland heeft gebracht, te weten: (traject Wildvang Bulgarije) - op of omstreeks 1 april 2011, 285, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1312) en/of - op of omstreeks 3 april 2011, 94, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1284) en/of - op of omstreeks 8 april 2011, 150, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1173/4) en/of - op of omstreeks 14 mei 2011, 899, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1094) en/of - op of omstreeks 19 mei 2011, 985, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1095) en/of - op of omstreeks 7 juli 2011, 361, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1100) en/of - op of omstreeks 11 juli 2011, 570, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1104) en/of - op of omstreeks 27 juli 2011, 188, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1133/4) en/of - op of omstreeks 11 augustus 2011, 950, althans één of meer vogels (proces-verbaal p. 1142) en/of - in of omstreeks de periode van 9 september 2011 tot en met 12 september 2011, 852 (proces-verbaal p. 1146), althans één of meer vogels, en/of (traject Wildvang Portugal) - in of omstreeks de periode van 14 september 2011 tot en met 28 augustus 2012, 1265, althans 234, althans één of meer st. Helenafazant(
- en)(Estrilda astrild) en/of - in of omstreeks de periode van 26 maart 2012 tot en met 15 augustus 2012, 407, althans 36, althans één of meer napoleonwever(
- s)(Euplectus afer) en/of - in of omstreeks de periode van 9 augustus 2012 tot en 28 september 2012, 210, althans 239, althans één of meer muskaatvink(
- en)(Lonchura punctulata) en/of (traject Vijfvogelregeling) - op of omstreeks 7 oktober 2011, zeven, althans één of meer geelkopgieren (Cathartes burrovianes) en/of - op of omstreeks 7 oktober 2011, twee, althans één of meer pompadour cotinga’s (Xipholena punicea) en/of - op of omstreeks 8 mei 2012, tien, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea) en/of - in of omstreeks de periode van 7 mei 2012 tot en met 18 mei 2012, vijf, althans één of meer grijswangneushoornvogels (Bycanistes subcylindricus) en/of - in of omstreeks de periode van 15 januari 2011 tot en met 15 februari 2011, vijf, althans één of meer papoea beo’s (Mino dumonti) en/of - op of omstreeks 1 november 2011, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - op of omstreeks 6 juni 2012, vijf, althans één of meer reuzentoerako’s (Corythaeola cristata) en/of - op of omstreeks 14 augustus 2012, vijf, althans één of meer ross toerako’s (Musophaga rossea), en/of (traject Dierentuinroute) - tien, althans één of meer witnekraven (Corvus albicollus) en/of tien, althans één of meer schildraven (Corvus albus) en/of - tien, althans één of meer panay of luzon neushoornvogels (Penelopides panini/manillae) en/of - twee, althans één of meer rosse neushoornvogels (Buceros hydrocorax) en/of - acht, althans één of meer brahmaanse wouwen (Haliaster indus) en/of - twee, althans één of meer Filipijnse dwergvalken (Microhierax erythrogenys) en/of - twee, althans één of meer bonte kiekendieven (Circus melanoleucos) en/of - vier, althans één of meer kuifhaviken (Accipiter trivirgatus), welke vogels zijn verzonden vanuit een lidstaat of een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag dan wel vanuit een derde land en via het grondgebied van een lidstaat in Nederland worden gebracht en bestemd zijn voor Nederland, een lidstaat of een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. De bewezenverklaring dient in samenhang gelezen te worden met het hiervoor overwogene ter zake van het medeplegen. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 3 primair bewezen verklaarde levert op: medeplegen van opzettelijk overtreden van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 10 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd. Het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde levert op: medeplegen van opzettelijk overtreden van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 10 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd. Wildvang Bulgarije Het hof verwijst naar hetgeen over dit zaaksdossier bij feit 1 is overwogen in het kader van de strafbaarheid van het bewezenverklaarde. Uit deze overwegingen vloeit voort dat verdachte geen beroep toekomt op een vrijstelling. Wildvang Portugal Standpunt van de verdediging Door de verdediging is betoogd dat er geen bewaarplicht bestaat ten aanzien van de eigenaarsverklaring zoals bedoeld in artikel 8.10 lid 1 van de Regeling handel levende dieren en levende producten. Deze verklaring is volgens de verdediging duidelijk bedoel