GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.194.388/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/147668 / KG ZA 16-77) arrest in het incident omtrent de ontvankelijkheid van 9 mei 2017 in de zaak van Nederlands Gereformeerde Kerk van Heerenveen, gevestigd te Heerenveen, appellante, in eerste aanleg: eiseres, hierna: NGK, advocaat: mr. A.J. ter Wee, kantoorhoudend te Meppel, tegen Molenwijk B.V., gevestigd te Heerenveen, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: Molenwijk, advocaat: mr. W.H.R. van Boetzelaer, kantoorhoudend te Heerenveen. 1Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 26 mei 2016 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft gewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep d.d. 23 juni 2016, - de memorie van grieven, - de memorie van eis tot niet-ontvankelijkheid in incident, tevens memorie van antwoord,- de conclusie van antwoord in het incident,- de akte uitlaten producties. 2.2 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest in incident overgelegd en heeft het hof arrest in incident bepaald. 2.3 De incidentele vordering van Molenwijk luidt:"(…) bij vonnis in het incident, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, NGK niet ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen in de hoofdzaak en NGK te veroordelen in de kosten van dit incident." 3De beoordeling in het incident 3.1 Molenwijk heeft zich beroepen op de niet-ontvankelijkheid van NGK wegens het ontbreken van rechtspersoonlijkheid. Zij stelt daartoe dat NGK geen rechtspersoonlijkheid heeft, nu zij geen statuut heeft en niet ingeschreven staat in het handelsregister. Dientengevolge is het Molenwijk onbekend wie NGK rechtsgeldig kan vertegenwoordigen. 3.2 Het hof overweegt als volgt. De bevoegdheid om als partij in een burgerlijk geding op te treden komt in beginsel alleen toe aan natuurlijke personen en aan rechtspersonen (zie HR 25 november 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4696). Op grond van artikel 2:2 lid 1 BW bezitten kerkgenootschappen alsmede hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd, rechtspersoonlijkheid. 3.3 Artikel 2:2 BW geeft geen definitie of omschrijving van het begrip kerkgenootschap. Uit de rechtspraak en de literatuur kan echter het volgende worden afgeleid. Een kerkgenootschap is een organisatie van aangeslotenen die zich de gemeenschappelijke godsverering van de aangeslotenen op de grondslag van gemeenschappelijke godsdienstige opvattingen ten doel stelt en die als zelfstandig kerkgenootschap wil gelden. Het laatste impliceert onder meer dat een kerkgenootschap als zodanig naar buiten treedt overeenkomstig die doelstelling. NGK heeft gemotiveerd gesteld dat zij de hiervoor genoemde doelstelling kent ten behoeve van haar kerkleden in en rond Heerenveen, op basis van de uitgangspunten van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Het hof heeft op basis van het voorliggende dossier geen enkele reden om aan de juistheid van die stelling te twijfelen. Molenwijk heeft ook niets aangevoerd waarin een aanknopingspunt voor twijfel over de status van NGK als kerkgenootschap kan zijn gelegen. Daarmee staat naar het oordeel van het hof genoegzaam vast dat NGK heeft te gelden als een kerkgenootschap en dientengevolge op grond van artikel 2:2 lid 1 BW rechtspersoonlijkheid bezit. De omstandigheid dat NGK volgens haar eigen stelling geen statuut kent kan niet afdoen aan het feit dat NGK als kerkgenootschap rechtspersoonlijkheid bezit. Volgens NGK wordt het begrip “statuut” in het kerkrecht overigens niet (altijd) als zodanig gehanteerd en kent zij wel het Akkoord Kerkelijk Samenwerken, dat als reglement of kerkorde geldt. Ook de omstandigheid dat NGK, al dan niet ten onrechte, niet in het handelsregister is ingeschreven, doet niet af aan het feit dat zij, als kerkgenootschap, een rechtspersoon is. De beide genoemde omstandigheden zijn niet bepalend voor het antwoord op de vraag of een kerkgenootschap zoals NGK rechtspersoonlijkheid heeft. Tot slot overweegt het hof dat de door Molenwijk opgeworpen vraag wie gemachtigd is NGK rechtsgeldig te vertegenwoordigen in het kader van dit incident buiten beschouwing kan blijven, nu de beantwoording van die vraag niet relevant is voor de vraag of NGK al dan niet rechtspersoonlijkheid bezit. 3.4 Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het beroep van Molenwijk op niet-ontvankelijkheid van NGK zal worden verworpen. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor voortprocederen. 3.5 Molenwijk zal als de in het ongelijk te stellen partij veroordeeld worden veroordeeld in de kosten van het incident (1 punt, tarief II). 4De beslissingHet hof, rechtdoende in hoger beroep en alvorens nader te beslissen: in het incident verwerpt het beroep van Molenwijk op niet-ontvankelijkheid vanwege het ontbreken van rechtspersoonlijkheid; veroordeelt Molenwijk in de proceskosten in het incident en stelt deze kosten aan de zijde van NGK vast op € 894,- voor salaris van de advocaat overeenkomstig het liquidatietarief; in de hoofdzaak verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 23 mei 2017 voor voortprocederen; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mr. H. de Hek, mr. O.E. Mulder en mr. J. Smit en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2017.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.