Gerechtshof Arhnem-Leeuwarden – ECLI:NL:GHARL:2017:5002
GERECHTSHOF ARHNEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel, zaaknummer: 200.191.178/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, C/17/141785 / HA ZA 15-150) arrest van 13 juni 2017 in de zaak van 1 [appellante1] , wonende te [A] , 2. [appellante2], wonende te [B] , appellanten, in eerste aanleg: eisers, hierna tezamen te noemen: [appellanten], advocaat: mr. Mr. R. Tamourt, kantoorhoudende te Heerenveen, en 1 [geïntimeerde1] , h.o.d.n. Bouwbedrijf Halman, wonende te [B] , hierna te noemen: [geïntimeerde1], advocaat: mr. T.E. Heslinga, kantoorhoudende te Leeuwarden, 2. [geïntimeerde2] , wonende te [B] , hierna te noemen: [geïntimeerde2], advocaat: mr. J. Deenen, kantoorhoudende te Heerenveen, geïntimeerden, in eerste aanleg: gedaagden, hierna tezamen te noemen: [geïntimeerden].
Het geding in eerste aanleg In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 27 januari 2016 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, hierna te noemen de rechtbank. Het genoemde vonnis zal hierna worden aangeduid als het beroepen vonnis.
Het geding in hoger beroep Het verloop van het geding in hoger beroep:
De conclusie van de memorie van grieven luidt als volgt : ‘het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, Afdeling privaatrecht d.d. 27 januari 2016 (nummer C/17/141785 HA ZA 15-550), tussen partijen gewezen te vernietigen, en opnieuw recht doende, Primair (…) [geïntimeerde1] bij vonnis (lees: arrest, hof) , voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan eisers (lees: appellanten, hof) tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:
A. in hoofdsom een bedrag van € 30.000,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
B. de buitengerechtelijke kosten van € 1.150,72;
C. de kosten van deze procedure.
Subsidiair (…) [geïntimeerde2] bij vonnis (lees: arrest, hof), voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan eisers tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:
A. in hoofdsom een bedrag van € 30.000,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
B. de buitengerechtelijke kosten van € 1.150,72;
C. de kosten van deze procedure.’ De grieven [appellanten] hebben twee grieven opgeworpen.
De beoordeling De vaststaande feiten 1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of niet voldoende betwist dan wel blijkend uit de in zoverre niet betwiste producties staat – voor zover in hoger beroep van belang – het volgende vast: ( i) De overleden grootmoeder van [appellanten] , [C] , hierna te noemen de erflaatster, heeft bij openbaar testament, op 2 juni 2009 verleden voor de waarnemer van mr. P. de Boer, notaris in de gemeente Heerenveen, als volgt over haar nalatenschap beschikt: “I HERROEPING Ik herroep alle voor heden door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen.
II. ERFSTELLING EN TWEETRAPSMAKING 1. Eerste trap Ik benoem tot mijn enige erfgenamen, gezamenlijk en voor gelijke delen, mijn kinderen onder toepassing van de wettelijke regels van plaatsvervulling en aanwas, waarbij plaatsvervulling gaat voor aanwas; voornoemde erfgenamen, hierna tezamen te noemen: “bezwaarden” en ieder afzonderlijk “bezwaarde”.
In geval het recht eindigt bij het leven van de bezwaarde zijn (slechts) verwachters degenen die op het moment dat het recht eindigt in leven zijn.
Onder bezwaarde/verwachter wordt in dit kader begrepen zowel de bezwaarden/verwachters tezamen als iedere bezwaarde/verwachter afzonderlijk, tenzij anders aangegeven.
De verwachter heeft het recht op een afschrift van die akte, alsmede op een afschrift van de successie-aangifte en bijbehorende gegevens.
Goederen die door de bezwaarde worden verkregen tegen voldoening van een tegenprestatie behoren tot het vermogen waaruit meer dan de helft van de tegenprestatie afkomstig is. Voor zover middelen uit het andere vermogen zijn aangewend ontstaat ten behoeve van dat andere vermogen een nominale vergoedingsplicht ter grootte van het gefinancierde bedrag.
Wat betreft de verwachter geldt de uitsluitingsclausule als onder ‘Uitsluitingsclausule’ opgenomen.
III. EXECUTEUR 1 . Benoeming executeur Ik benoem tot executeur mr. P. de Boer, notaris in de gemeente Heerenveen of zijn waarnemer, opvolger danwel zijn associé.
De executeur is derhalve, voor zover van toepassing, onder meer bevoegd legaten af te geven, aan verblijvensbedingen en overnemingsbedingen uitvoering te geven en schulden ter zake van legitieme porties uit te keren, ook met zichzelf wederpartij.
De executeur behoeft voor de tegeldemaking van een goed niet de toestemming van de erfgenamen.
De door de executeur in de uitoefening van zijn taak gemaakte kosten komen voor rekening van mijn erfgenamen, naar rato van hun verkrijging.
IV. (…)’ (ii) Ingevolge de hiervoor vermelde uiterste wil is na het overlijden van de erflaatster onder meer de vader van [appellanten] , [D] , als erfgenaam tot de nalatenschap van de erflaatster geroepen en wel op grond van het ingestelde fideï-commis de residuo als bezwaarde erfgenaam, terwijl [appellanten] toen ten aanzien van het aandeel van [D] in de nalatenschap van de erflaatster als verwachters zijn geroepen. [D] zal hierna ook worden aangeduid als de bezwaarde erfgenaam. (iii) Bij de verdeling van de nalatenschap van de erflaatster is op of omstreeks november 2011 een bedrag, groot € 37.572,16 in contanten aan de bezwaarde erfgenaam toegedeeld. Bedoeld bedrag is op 23 mei 2013 bijgeschreven op bankrekening nummer [00000] ten name van de bezwaarde erfgenaam onder de vermelding ‘Erfdeel Mem [C] ’ (productie 3 bij inleidende dagvaarding) (iv) De bezwaarde erfgenaam is op 14 juni 2013 overleden en heeft ingevolge zijn uiterste wil, welke is neergelegd in het openbare testament, op 29 mei 2012 verleden voor genoemde notaris De Boer, zijn echtgenote, [geïntimeerde2] , als enige erfgenaam van zijn nalatenschap achtergelaten. ( v) [geïntimeerde1] heeft bij brief van 13 juni 2013 een factuur ten bedrage van € 30.000,-- aan de bezwaarde erfgenaam gestuurd. De factuur betreft ‘totale renovatie woning [a-straat] 9 te [B] volgens een offerte afspraak’ (onderdeel van productie 6 bij inleidende dagvaarding). (vi) Op 14 juni 2013 heeft van genoemde bankrekening nummer [00000] een afschrijving van een bedrag van € 30.000,-- plaatsgevonden ten gunste van bankrekening nummer 29.78.57.924 ten name van Bouwbedrijf Halma onder vermelding van ‘voorschot op verbouwing woning’ (onderdeel van productie 6 bij inleidende dagvaarding). (vii) [geïntimeerde1] is ex-partner van [appellante2] .
De eerste aanleg 2. [appellanten] hebben in hoger beroep hun vorderingen als oorspronkelijk eisers niet gewijzigd, zodat deze vorderingen in eerste aanleg gelijkluidend zijn aan die vorderingen in hoger beroep, zoals hiervoor onder het opschrift ‘Het geding in hoger beroep’ is weergegeven.
Met betrekking tot de grieven:
De beslissing Het gerechtshof: bepaalt dat partijen in persoon en met hun advocaten zullen verschijnen voor de meervoudige kamer van dit hof die met de behandeling van deze zaak is belast, welke kamer daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan het Wilhelminaplein 1 te Leeuwarden op 26 september 2017 te 13.30 uur om inlichtingen te geven en – zo de behandeling ter zitting daartoe aanleiding geeft – een schikking te beproeven; bepaalt dat advocaten ter zitting elk gedurende maximaal tien minuten, aan de hand van maximaal twee A4’tjes spreeknotities, het standpunt van partijen mogen toelichten, bepaalt dat indien een partij bij gelegenheid van de comparitie van partijen nog een proceshandeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof en de wederpartij uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties hebben ontvangen; houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. W. Breemhaar, mr. M.E.L. Fikkers en mr. J.G. Knot en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 13 juni 2017.