WAHV 200.180.602 & WAHV 200.180.604 18 mei 2017 CJIB 183193826 en 183195552 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Tussenarrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 8 april 2015 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats]. Het tussenarrest De inhoud van het tussenarrest van 17 augustus 2016 wordt hier overgenomen. Het verdere procesverloop Op 2 november 2016 heeft het de reactie van de advocaat-generaal ontvangen. De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere informatie. De betrokkene heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Beoordeling
- Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of de sancties op juiste wijze, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5 van WAHV, zijn opgelegd.
- De advocaat-generaal heeft daaromtrent het volgende aangevoerd. Uit artikel 55, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) juncto artikel 36, derde lid, van het Kentekenreglement kan worden afgeleid dat in het kentekenregister tenaamstellingen en vervangende tenaamstellingen worden opgenomen. Het RTL-register kan, als onderdeel van het kentekenregister, worden aangemerkt als ‘enige andere registratie betreffende motorvoertuigen, waarvan de houder gerechtigd is deze in Nederland te voeren (artikel 1, tweede lid van de WAHV). De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de persoon op wie de ‘vervangende tenaamstelling’ betrekking heeft, kan worden gezien als de persoon op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven, in de zin van artikel 5 van de WAHV. Wanneer het een op kenteken geregistreerde overtreding betreft kan aan deze personen rechtstreeks een verkeersboete worden opgelegd.
- Met betrekking tot hetgeen de advocaat-generaal heeft gesteld over artikel 55, derde lid, van de WVW 1994 juncto artikel 36, derde lid, van het Kentekenreglement overweegt het hof als volgt.
- Artikel 55, derde lid van de WVW 1994, is op 1 januari 2014 inwerking getreden en houdt in: “Op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief, verstrekt deze dienst overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een vervangende tenaamstellingscode ten behoeve van een wijziging van de tenaamstelling.”
- In de memorie van toelichting (Kamerstukken II, 2012/13, 33 504 nr. 3, p. 19) is het volgende opgenomen, voor zover van belang: “Artikel 55 regelt de vervanging van kwijtgeraakt of beschadigde kentekenbewijzen. (...) In het nieuwe derde en vierde lid worden regels gesteld voor de vervanging van tenaamstellingscode die op grond van artikel 52a wordt verstrekt ten behoeve van wijzing van de tenaamstelling.”
- Voorts houdt artikel 36, derde lid, van het Kentekenreglement het volgende in: “Indien een te vervangen kentekencard is afgegeven aan de houder van een voertuig en deze een vervangende kentekencard aanvraagt, kan de Dienst Wegverkeer in door deze dienst te bepalen gevallen verlangen dat de eigenaar voor de afgifte van de vervangende kentekencard en de tenaamstellingscode toestemming verleent. In deze gevallen kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat de vervangende kentekencard en de tenaamstellingscode naar de eigenaar of een door deze aangewezen persoon wordt gezonden.”
- In de memorie van toelichting bij de invoering van artikel 36, derde lid, van het Kentekenreglement (Staatsblad 760 p. 49) is het volgende opgenomen, voor zover van belang: “Krachtens het derde lid kan de minister in door hem te bepalen gevallen verlangen dat voor de afgifte van een vervangend bewijs toestemming wordt verkregen van de eigenaar van het voertuig, indien het kentekenbewijs op naam van de houder van het voertuig is gesteld. Het betreft hier bijvoorbeeld de situatie waarbij een voertuig wordt geleased en het kenteken op naam van de lessee is gesteld. Ter voorkoming van het overschrijven van het kentekenbewijs tegen de wil van de lessor, kan de aanvraag voor een vervangend kentekenbewijs aldus worden geweigerd indien de lessor geen toestemming verleent voor de afgifte. De minister kan bepalen dat het vervangende kentekenbewijs in dergelijke gevallen naar de eigenaar dan wel naar een door deze aangewezen persoon wordt gezonden.”
- Artikel 36, derde lid, van het Kentekenreglement is in de loop der jaren ook gewijzigd. Deze wijzigingen houden verband met de wijze waarop het kentekenbewijs werd verstrekt. Zo is in 2014 de kentekencard ingevoerd. In Staatsblad 523 p. 43 is met betrekking tot artikel 36 derde lid, van het Kentekenreglement de volgende passage opgenomen: “Het derde lid ziet, net als voorheen, op lease-voertuigen. Indien het voertuig een lease-voertuig betreft, kan het nodig zijn dat de eigenaar van het voertuig toestemming geeft voor een nieuw uit te geven kentekencard en tevens kan de RDW bepalen dat de nieuwe kentekencard en tenaamstellingscode wordt verzonden aan de eigenaar van het voertuig. Dit om te voorkomen dat de lessee via de aanvraag van een nieuwe kentekencard en tenaamstellingscode de auto kan verkopen en tenaamstellen.”
- Gelet op voorgaande is de vraag of artikel 55, derde lid, van de WVW 1994 slechts de grondslag biedt voor de verstrekking van een nieuwe tenaamstellingscode bij kwijtgeraakte of beschadigde kentekenbewijzen. Voorts is het de vraag of artikel 36, derde lid, van het Kentekenreglement niet enkel de vervanging van een kentekencard dan wel de tenaamstellingscode reguleert.
- Gelet op het voorstaande en in aanmerking genomen het verweer van de advocaat-generaal acht het hof zich thans nog onvoldoende voorgelicht om te kunnen beoordelen of de sancties op juiste wijze, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5 van WAHV, zijn opgelegd. Het hof acht het noodzakelijk dat de advocaat-generaal het hof nader informeert omtrent de RTL-registratie. Het hof verzoekt de advocaat-generaal onderstaande vragen voor te leggen aan de afdeling bestuurlijke en juridische zaken van de RDW. De RDW wordt verzocht schriftelijk te reageren op de vragen. De advocaat-generaal wordt verzocht het tussenarrest en de reactie daarop aan de RDW ter beschikking te stellen. a. Wat is volgens de RDW de wettelijke grondslag voor de RTL-registratie? d. Hoe verhoudt de RTL-registratie zich tot de gedachte van de wetgever dat er één kentekenregister is en het uitgangspunt van de kentekenaansprakelijkheid in het kader van de WAHV? c. Op welke wijze geeft de RDW uitvoering aan de RTL-registratie? Beslissing Het gerechtshof: verzoekt de advocaat-generaal om binnen vier weken na dagtekening van dit arrest antwoord te doen geven op boven gestelde vragen; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Dörholt als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.