← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2017:537

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.202.800/01 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/07/204401 / HL ZA 12-207) arrest van 24 januari 2017 in de zaak van [appellante] , wonende te [A] , appellante, in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna: [appellante] , advocaat: mr. M. Kashyap, kantoorhoudend te Amsterdam, tegen 1 [geïntimeerde1] , wonende te [A] , advocaat: mr. J.F.M. Kappé, kantoorhoudend te Amsterdam,

  1. Nieuwendijk Monumenten B.V., gevestigd te [B] , niet verschenen,
  2. [geïntimeerde3], wonende te [C] (Egypte), advocaat: mr. M. Huijben, kantoorhoudend te Utrecht,
  3. [geïntimeerde4], wonende te [C] (Egypte), advocaat: mr. J.C. Siebert, kantoorhoudend te Haarlem, geïntimeerden, in eerste aanleg: gedaagden in conventie, eisers in reconventie, hierna gezamenlijk: [geïntimeerden] c.s. 1Het geding in eerste instantie 1.1 In eerste aanleg is beslist zoals weergegeven in de tussenvonnissen van 6 maart 2013, 20 november 2013, 16 juli 2014, 15 oktober 2014, de rolbeslissing van 15 juli 2015, de beslissing en bevelschrift inzake kosten deskundigen van 2 september 2015, en het eindvonnis van 30 maart 2016, zoals verbeterd bij vonnis van 25 mei 2016, van de rechtbank Midden-Nederland, afdeling civiel recht, locatie Lelystad (hierna: de rechtbank). 2Het geding in hoger beroep 2.1 Bij exploot van 27 juni 2016 is door [appellante] hoger beroep ingesteld van voormeld eindvonnis van 30 maart 2016, zoals verbeterd bij vonnis van 25 mei 2016, met dagvaarding van [geïntimeerden] c.s. tegen de zitting van 8 november
  4. 2.2 Op de eerst dienende dag is Nieuwendijk Monumenten B.V. niet verschenen en is tegen haar verstek verleend. 2.3 Op de rol van 17 januari 2017 heeft [appellante] de memorie van grieven, tevens houdende wijziging/vermeerdering eis genomen. 2.4 Namens [geïntimeerde1] is ter rolle van 17 januari 2017 verwijzing naar het gerechtshof te Den Haag gevraagd in verband met betrokkenheid van raadsheer-plaatsvervanger mr. Roorda in deze zaak. 2.5 Vervolgens is arrest bepaald, te wijzen op het griffiedossier. 3De beoordeling 3.1 Vanwege de betrokkenheid in deze zaak van mr. Roorda, die tevens de functie van raadsheer-plaatsvervanger in dit hof bekleedt, zal het hof - mede gelet op het bepaalde in art. 6 EVRM - de zaak niet verder behandelen, maar ter vermijding van de schijn van partijdigheid verwijzen naar een aangrenzend hof. De beslissing Het hof, rechtdoende in hoger beroep: verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, ter verdere behandeling naar het gerechtshof te De Haag. Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. M.W. Zandbergen en mr. B.J. Hofstee, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 24 januari 2017.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.