GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.213.354 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 5685973 CV EXPL 17-1005) arrest in kort geding van 4 juli 2017 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: [appellant], advocaat: mr. J.J. Achterveld , kantoorhoudend te Leeuwarden, tegen de stichting Stichting Elkien, gevestigd te Leeuwarden, geïntimeerde,in eerste aanleg: eiseres, hierna: Elkien, advocaat: mr. W.E. A. Stegeman, kantoorhoudend te Groningen. Bij tussenarrest van 2 mei 2017 heeft het hof uitspraak gedaan in het incident tot schorsing tenuitvoerlegging. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Voor het verloop van het geding verwijst het hof naar het hiervoor genoemde tussenarrest. Daarna hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 1.2 De vordering van [appellant] in hoger beroep strekt tot vernietiging van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden (hierna te noemen: de kantonrechter) van 22 maart 2017, met afwijzing van de oorspronkelijke vorderingen van Elkien en veroordeling van Elkien in de proceskosten. 1.3 Elkien heeft bij memorie van antwoord nog een aantal producties overgelegd. Nu [appellant] niet op die producties heeft gereageerd en daartoe ook niet uitdrukkelijk op de rol daartoe in de gelegenheid is gesteld, heeft het hof die producties niet in zijn beoordeling betrokken. Zoals zal blijken uit hetgeen hierna wordt overwogen is Elkien daardoor verder niet in haar belangen geschaad.2. De vaststaande feiten Het hof gaat uit van de volgende feiten. 2.1 [appellant] huurt sinds 1 januari 2006 van Elkien de woning op het adres [adres] (hierna: de woning). 2.2 Op de tussen partijen geldende huurovereenkomst zijn van kracht de "Algemene huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte" (hierna: de algemene huurvoorwaarden). In de algemene huurvoorwaarden is onder meer het volgende bepaald:“Artikel 9 (…) 4. Huurder zal ervoor zorgdragen dat aan omwonenden geen hinder of overlast wordt veroorzaakt.” 2.3 In 2014 heeft [appellant] gedurende enige tijd op een ander adres gewoond, vanwege vervanging van de galerijen van de flat waarin zijn woning zich bevindt. 2.4 Medio 2014 heeft [appellant] geklaagd bij Elkien over geluidsoverlast door gehamer, gezaag en geboor van omwonenden. Naar aanleiding hiervan heeft Elkien een onderzoek ingesteld. Bij brief van 16 juni 2014 (gericht aan [appellant] op zijn adres [adres] ), heeft Elkien hierover het volgende aan [appellant] meegedeeld: “Onlangs bent u opnieuw op kantoor van Elkien geweest om aan te geven dat u geluidsoverlast ervaart. (…) Samen met de wijkagent ben ik op onderzoek uitgegaan en bij 2 van uw bovenbuurmannen langs geweest om dit met hen te bespreken. Ook hebben wij een bezoek gebracht aan de benedenbuurman. Wij kunnen er echter niet achter komen wie er zou hameren en boren. De omwonenden geven aan dat er wel eens geboord wordt, dit omdat er veel nieuwe mensen zijn komen wonen, die uiteraard gordijnrails en schilderijen e.d. willen ophangen. Omwonenden ervaren dit in tegenstelling tot u, niet als erg storend. Wel klagen allen over uw aanhoudende geschreeuw als reactie op de voor hen normale leefgeluiden (...) De uitkomst van dit onderzoek leidt tot de conclusie dat het gaat om normale leefgeluiden die horen bij het wonen in een dergelijk appartement.” 2.5 Nadien heeft [appellant] opnieuw geklaagd bij Elkien over geluidsoverlast, bestaande uit het timmeren, boren en zagen. De geluidsoverlast zou volgens hem veroorzaakt worden door de bewoners van [straat] [straat nr.] en/of [straatnr van C] . Elkien heeft naar aanleiding hiervan wederom een onderzoek ingesteld. Bij brief van 13 november 2014 heeft Elkien hierover aan [appellant] het volgende meegedeeld: “Al geruime tijd klaagt u over het feit dat er in uw wooncomplex sprake is van behoorlijke geluidsoverlast. Deze overlast bestaat uit boren, timmeren, en zagen op de meest vreemde tijdstippen. Zowel overdag als in de avond- en nachtelijke uren. U hebt bij mij aangegeven dat u er zeker van bent dat deze overlast wordt veroorzaakt door de bewoners van nummer [straat nr.] en/of [straatnr van C] . Na onderzoek kan ik u verzekeren dat de overlast niet wordt veroorzaakt door de bewoners van eerdergenoemde adressen. Op woensdag 12 november jl. zijn wij, de wijkagent de heer [wijkagent] , u zelf en ondergetekende bij de bewoner van nummer [straat nr.] geweest. Wij hebben daar een goed gesprek gehad en uit de inrichting van de woning blijkt op geen enkele wijze dat de overlast door deze bewoner wordt veroorzaakt. Hiervan was u zelf ook overtuigd. Het is voor ons onmogelijk om alle adressen te controleren en de overlastveroorzaker te traceren. Ik zal daarom een algemene brief sturen naar alle bewoners van de [naam gebouw] met het verzoek de overlast te stoppen. Tot slot wil ik u wijzen op het feit dat meerdere bewoners klagen over u. Deze klachten hebben betrekking op de wijze waarop u reageert op de overlastgeluiden. U reageert hier hard schreeuwend en boos op waardoor andere bewoners hinder ondervinden. Ik begrijp dat dit erg vervelend voor u is, maar ik wil u wel verzoeken hier niet meer schreeuwend op te reageren.” 2.6 Bij brief van 10 december 2014 heeft Elkien aan [appellant] bericht het dossier inzake zijn overlast meldingen te sluiten. Volgens Elkien zijn zijn klachten afdoende behandeld. Daarbij wordt vermeld dat aan hem verschillende andere woningen zijn aangeboden, maar dat hij niet wenste te verhuizen. In 2015 en 2016 is [appellant] overlastmeldingen blijven doen bij Elkien. 2.7 Blijkens een rapportage van het Meldpunt Overlast Leeuwarden (MOL) hebben in december 2014 en Januari 2015 zes verschillende omwonenden, waaronder [A] , de bovenbuurvrouw van [appellant] wonend op het adres [adres A] , klachtmeldingen gedaan bij de politie, het MOL of Elkien over overlast door [appellant] , bestaande uit geschreeuw, gescheld, zeer luide muziek draaien, zowel overdag als in de nachtelijke uren 2.8 Bij brief van 26 januari 2016 bericht Elkien aan [appellant] het volgende:“Op maandag 25 januari 2016 was ik bij u aan de deur om overlastklachten met u te bespreken. Naast ondergetekende waren mevrouw [Y] (VNN) en mevrouw [Z] (Sociaal Wijkteam) aanwezig om enkele zaken met u door te nemen. Helaas hebt u mij en mevrouw [Z] de toegang tot de woning geweigerd en wilde u ook aan de deur niet met ons in gesprek. Ik ben dus niet in de gelegenheid geweest de overlastklachten van omwonenden en de te volgen procedure, met u te bespreken. Via deze brief deel ik u mee dat meerdere omwonenden opnieuw bij Elkien over u hebben geklaagd. De overlast bestaat hoofdzakelijk uit het regelmatig hard schreeuwen, op muren en radiatoren slaan en het te luid afspelen van muziek via een geluidsinstallatie. Deze vormen van overlast komen overdag, in de avonduren en in de nachtelijke uren voor. Bovendien is het mij bekend dat u een buurvrouw intimiderend en bedreigend heeft bejegend. Er zijn naast Elkien meerdere meldingen gedaan bij de Politie en het Meldpunt Overlast van de Gemeente Leeuwarden. Ik wijs u op het feit dat de bemiddeling van Elkien vanaf heden stopt. Wij zullen verder gaan met dossiervorming tegen u. Indien er nieuwe meldingen over u binnenkomen, dan zullen wij onherroepelijk juridische stappen tegen u ondernemen. Via een Kort Geding zullen wij de Kantonrechter vragen de Huurovereenkomst tussen u en Elkien op basis van overlast te beëindigen.” 2.9 Op 10 februari 2016 heeft de politie naar aanleiding van de klachten van [appellant] een gesprek gehad met hem en een vriendin van hem, [vriendin] (hierna: [vriendin] ). In het op die datum door de politie opgemaakte mutatierapport is het volgende vastgelegd:“Zij wilden aangifte doen van overlast welke zou worden veroorzaakt door de vriend van mevr. [A] . [A] woont pal oven [appellant] . De overlast bestaat uit geluiden welke vrijkomen bij houtbewerkende activiteiten zoals schuren, boren, timmeren enz. Dit probleem speelt al maanden en [appellant] wordt er onderhand horendol van. Aangezien geen enkele instantie hulp biedt schreeuwt hij uit frustratie naar boven dat ze stil moeten zijn of zet hij zijn muziek harder om het geluid maar niet te hoeven horen. (...).” 2.10 In de periode van begin 2016 tot begin 2017 heeft Elkien een groot aantal e-mails van [A] ontvangen over overlast die zou worden veroorzaakt door [appellant] . Deze betroffen naast geluidsoverlast (zowel overdag als 's nachts) door hard en langdurig schreeuwen, schelden en harde muziek, ook bonken tegen radiatoren en muren en agressief en intimiderend gedrag jegens haar. 2.11 Elkien heeft een proces-verbaal van bevindingen van de politie van 4 september 2016, opgesteld door politieagent [politieagent] (hierna: [politieagent] ), overgelegd. Dat proces-verbaal vermeldt onder meer het volgende: “Op maandag 30 mei 2016 omstreeks 13:25 uur kreeg ik, verbalisant [politieagent] , de melding te gaan naar de [adres] . Aldaar zou bewoner [appellant] voor overlast zorgen doordat hij continu aan het schreeuwen was. (… ) Omstreeks 13:34 uur was ik, verbalisant [politieagent] , ter plaatse hij meldster [A] . (...). Meldster [A] vertelde mij dat haar onderbuurman regelmatig aan het schreeuwen was. Zij vertelde mij dat hij een aantal dagen stil kon zijn maar hij zou soms ook dagen achter elkaar schreeuwen. Meldster [A] vertelde mij dat haar onder buurman [appellant] onder ander zou schreeuwen: 'Hey, fuck jouw familie, fuck jouw moeder'. (...) Het verhaal van meldster [A] kwam mij, verbalisant [politieagent] , zeer bekend voor. Ik heb zelf op [straat] gewoond en toen woonde bewoner [appellant] boven mij. Dit betrof een andere flat daar waar [appellant] nu woont. Ik heb toen zelf als burger meerdere meldingen gedaan van overlast van [appellant] en ik ben toen ook wel in privé tijd bij meneer aan de deur geweest. Ik ervaarde destijds zelf veel overlast van [appellant] en de woorden die [appellant] gebruikt bij het schreeuwen kwamen overeen met wat meldster [A] mij vertelde. Ik, verbalisant [politieagent] , heb tot omstreeks 14:I5 uur bij meldster [A] gebleven. Op een gegeven moment hoorde ik haar onderbuurman schreeuwen. Ik herkende direct de stem als de stem van [appellant] . Ik hoorde hem hard schreeuwen: "Hey", en kort daarna "Fuck jouw moeder! Hierop ben ik naar de voordeur van [appellant] gegaan. (...) Toen ik, verbalisant [politieagent] , vroeg waarom hij zo schreeuwde ontkende [appellant] dat hij vandaag had geschreeuwd. Vervolgens vertelde ik hem dat ik het zelf had gehoord. Hierop antwoordde [appellant] : "Dat kan niet, dat is iemand anders geweest". Hierop antwoordde ik dat ik zijn stem had herkend. Vervolgens bleef [appellant] ontkennen. Vervolgens vroeg ik, verbalisant [politieagent] , aan hem of hij ook ergens anders had gewoond Hij vertelde mij dat hij voor een jaar in een andere flat had gewoond. Ik vertelde [appellant] dat ik toen onder hem woonde en dat hij toen ook al zo vaak aan het schreeuwen was. Hierop antwoordde hij; "Ja dat klopt. Toen schreeuwde ik wel maar nu niet meer".. 2.12 Elkien heeft een proces-verbaal van bevindingen van politie van 7 november 2016 overgelegd, opgesteld door de wijkagent [wijkagent] . In dat proces verbaal wordt onder meer het volgende vermeld:“Op de [adres] is betrokkene [appellant] woonachtig. Betrokkene veroorzaakt al gedurende enige jaren overlast, onder andere in de vorm van luid schreeuwen in de woning. Dit zowel overdag als in de nachtelijke uren. Meerdere malen ben ik met woningbouwvereniging Elkien bij betrokkene op huisbezoek geweest om tot een oplossing te komen. Helaas heeft dit niet tot een gewenst resultaat geleid. Ook het wijkteam Noord-Oost van de Amerylis coöperatie, waar sociaal werkers werkzaam zijn, hebben getracht betrokkene te helpen. Ook daar heeft hij zich niet meewerkend opgesteld en lag het probleem niet bij hem maar bij een ander. Betrokkene klaagt namelijk over structurele overlast van geluid welke volgens zijn zeggen afkomstig zou zijn bij zijn bovenbuurvrouw. Zijn bovenbuurvrouw is een alleenstaande vrouw die ernstig ziek is. Deze geluidsoverlast zou bestaan uit het geluid van het werken van mechanische gereedschappen, zoals boormachines en dergelijke. Dit heeft wel gespeeld echter het kwam niet bij zijn boven buurvrouw vandaan. [naam gebouw] , waar betrokkene woonachtig is, heeft een balkon renovatie ondergaan waarbij de bewoners tijdelijk moesten verhuizen en na enkele maanden konden terug konden naar hun woning. Ook kwamen er nieuwe bewoners die aan het klussen zijn geweest echter dit speelt momenteel nagenoeg niet meer. Ook hebben we getracht, woningbouwvereniging en wijkagent, de herkomst van de geluidsoverlast in de flat te achterhalen echter dit heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd. Enkele malen heb ik met betrokkene gesproken teneinde een oplossing trachten te vinden in dit conflict echter betrokkene geeft aan dat hij geen overlast veroorzaakt. Ambtshalve weet ik dat er al twee andere bewoners om betrokkene verhuist zijn omdat zij het niet meer aan konden. Betrokkene is ook op drugs en drank getest en dit leverde een voor hem negatief resultaat op. Betrokkene zou gezien het resultaat van de uitslag harddrugs en alcoholhoudende drank gebruiken.Ook weet ik dat er door de woningbouwvereniging in samenwerking met het wijkteam Noord-Oost gezocht is naar een passende woonplek voor betrokkene. Deze heeft betrokkene echter geweigerd. Mijn stel1ige overtuiging is dat er door zowel de woningbouwvereniging Elkien als de hulpverlening, wijkteam en verslavingszorg Noord-Nederland alles aangedaan is om betrokkene te helpen. Dit zowel op sociaal gebied als op financieel gebied.” 2.13 [adviseur] , adviseur bewonerszaken van Elkien, vermeldt in een schriftelijke verklaring van 13 december 2016 onder meer het volgende: “Op 12 december 2016 meldingen ontvangen van de heer [B] op nummer [straatnr. van B] en de heer [C] nummer [straatnr van C] . Meldingen hebben betrekking op herhaaldelijk schreeuwen op onregelmatige tijden. Meestal schreeuwt meneer als reactie op geluid maar het valt de heer [B] op dat hij ook gewoon schreeuwt om niets. De heer [C] geeft aan dat [appellant] ook wel bij hem aan de deur komt om te vragen of [C] met hem wil procederen tegen mevrouw [A] . Zowel [C] als [B] geven aan nooit eerder te hebben geklaagd omdat ze in principe niet van die klagende types zijn. (...) Tevens telefonisch gesproken met de heer [D] van nummer [straatnr van D] De heer geeft aan wel problemen te ondervinden van [appellant] maar is niet zo'n klager omdat hij hier ook nog niet zo lang woont. Op een keer hoorde hij [appellant] hard .schreeuwen en vloeken, over kanker dit en kanker dat. Toen heeft hij met een bezemsteel tegen het plafond geslagen of het ook wat rustiger kon. Toen kwam [appellant] bij hem aan de deur met de vraag of hij last van hem had. [D] heeft toen inderdaad aangegeven dat hij last van hem heeft. De klachten houden aan. Regelmatig hard schreeuwen en vloeken en tieren om niets. Gebeurt overdag en 's nachts en in de avonduren. Soms ook harde muziek.” 2.14 Elkien heeft [appellant] bij brief van 15 december 2016 een laatste waarschuwing gegeven, inhoudende dat bij nieuwe klachten over [appellant] een (kort geding)procedure tot ontruiming zou worden gestart. 2.15 Elkien heeft hierna wederom klachten ontvangen van [A] over overlast veroorzaakt door [appellant] . Zo schrijft [A] op 9 februari 2017 aan Elkien onder meer: “Er werd weer geschreeuwd en er werd weer keiharde muziek afgespeeld. Dit heeft ongeveer een drie kwartier geduurd. Aangezien deze ellende al ruim 2 jaar aan de gang is, stijgt mijn minachting. Hoe kun je nog begrip opbrengen voor iemand die ruim 2 jaar lang je het leven enorm zuur maakt. Ben hem echt zat. En het ergste is dat hij zogenaamd van niks weet en zich van geen kwaad is bewust. Nou ik zal u wel vertellen elke dag hier is een hel” 3Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 3.1 Elkien heeft in eerste aanleg samengevat gevorderd [appellant] te veroordelen tot ontruiming op verbeurte van een dwangsom, op de grond dat hij ernstig tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst door structureel ernstige (geluids)overlast te veroorzaken. 3.2 De kantonrechter heeft in het vonnis van 22 maart 2017, uitvoerbaar bij voorraad, [appellant] veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen 4 weken na betekening van het vonnis op verbeurte van een dwangsom van € 300,- per dag, met een maximum van € 6.000,-, onder veroordeling van [appellant] is de proceskosten. Naar het oordeel van de kantonrechter is genoegzaam komen vast te staan dat [appellant] reeds gedurende geruime tijd ernstige en structurele geluidsoverlast veroorzaakt, dat vooralsnog voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure die tekortkoming voldoende ernstig zal worden geoordeeld om tot ontbinding en ontruiming over te gaan en dat voldoende aannemelijk is dat inmiddels sprake is van een situatie waarin van Elkien niet kan worden gevergd de uitkomst van de bodemprocedure af te wachten. 4De beoordeling van de grieven en de vordering 4.1 [appellant] is in hoger beroep gekomen van het vonnis van 22 maart 2017 onder aanvoering van zeven grieven (genummerd I t/m VII). In de grieven I t/m III keert [appellant] zich vanuit verschillende invalshoeken tegen het oordeel van de kantonrechter dat genoegzaam is komen vast te staan dat hij reeds gedurende geruime tijd ernstige en structurele geluidsoverlast veroorzaakt. Grief IV richt zich tegen de overweging van de kantonrechter dat bij de belangenafweging dient te worden betrokken dat [appellant] bij herhaling is gewaarschuwd een einde te maken aan de overlast, maar dat hij zich daar niets van heeft aangetrokken. Grief V klaagt erover dat de kantonrechter ten onrechte een spoedeisend belang heeft aangenomen. In grief VI voert [appellant] aan dat de kantonrechter ten onrechte artikel 7:280 BW niet heeft toegepast en grief VII tenslotte is gericht tegen de versterking van de veroordeling met dwangsommen en tegen de veroordeling in de proceskosten. 4.2 Bij de beoordeling van de grieven stelt het hof het volgende voorop. 4.2.1 Veroorzaken door [appellant] van overlast en hinder aan omwonenden levert een schending op van zijn contractuele verplichting om zich daarvan te onthouden. Afhankelijk van de aard, ernst en omvang van de overlast, en alle overige omstandigheden van het geval, kan dat in een bodemprocedure grond opleveren voor ontbinding van de huurovereenkomst. Bovendien geldt op grond van artikel 7:213 BW dat de huurder verplicht is zich ten aanzien van het gebruik van de gehuurde zaak als een goed huurder te gedragen. Dit betekent niet alleen dat hij voor de zaak zelf goed moet zorgen, maar ook dat hij jegens de omgeving een zorgplicht heeft. De huurder gedraagt zich niet als goed huurder als hij anderen die zich in de omgeving van het gehuurde bevinden overlast bezorgt op een wijze die onrechtmatig is volgens artikel 6:162 BW. Ook langs die weg kan het veroorzaken van overlast door een huurder tot ontbinding van de huurovereenkomst leiden. 4.2.2 Indien sprake is van het veroorzaken van overlast die naar verwachting in een bodemprocedure zal resulteren in een ontbinding van de huurovereenkomst, kan dat in kort geding grond zijn voor toewijzing van een vordering tot ontruiming. Daarvoor is vereist:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.