← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2017:7383

WAHV 200.178.197 25 augustus 2017 CJIB 182244164 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 19 juni 2015 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats], voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], kantoorhoudende te [kantoorplaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing gegrond verklaard, die beslissing vernietigd, het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard, de gemeten snelheid gewijzigd in 168 km/h en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Voorts heeft de kantonrechter de officier van justitie veroordeeld in de kosten als bedoeld in artikel 13a van de WAHV, ten behoeve van de betrokkene, tot een bedrag van € 245,-. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten. De gemachtigde van de betrokkene heeft per fax d.d. 8 juni 2015 de gronden van het beroep aangevuld. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Beoordeling

  1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder een administratieve sanctie van € 294,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 32 km/h (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 1 juni 2014 om 03:20 uur op de Rijksweg A2 rechts te 's-Hertogenbosch met het voertuig met het kenteken [kenteken].
  2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat de kantonrechter ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend voor het verschijnen ter zitting en een onjuiste wegingsfactor heeft gehanteerd. Voorts voert de gemachtigde aan dat niet vaststaat dat de gedraging is verricht. De betrokkene erkent de maximumsnelheid te hebben overschreden, maar stelt dat de overschrijding niet zodanig kan zijn geweest als de verbalisant beweert.
  3. Uit de bestreden beslissing blijkt dat de gemachtigde ter zitting is verschenen. Dit betekent dat hiervoor een punt had moeten worden toegekend, overeenkomstig de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht. In zoverre kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand worden gelaten. Voor zover de gemachtigde klaagt over de toepassing van de wegingsfactor 0,25 kan niet geoordeeld worden dat de kantonrechter niet in redelijkheid hiertoe heeft kunnen besluiten.
  4. In WAHV-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
  5. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in: "De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. (het hof leest: met behulp van) de geijkte boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen. Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 175 km per uur. Snelheid volgens kalibratietabel: 168 km per uur. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 162 km per uur. Toegestane snelheid: 130 km per uur. Overschrijding met: 32 km per uur. Meetafstand: 1.900 m. Tussenafstand: 400 m. (…) Ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer:
  6. (…)Verklaring betrokkene: Ik had een beetje haast."
  7. Hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd, geeft het hof geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de constatering van de verbalisant dat de betrokkene heeft gereden met een gecorrigeerde snelheid van 162 km per uur. Aldus stelt het hof vast dat de betrokkene de gedraging heeft verricht, dat wil zeggen dat de betrokkene de maximumsnelheid op autosnelwegen (bord A1) heeft overschreden met 32 km per uur. De overweging van de kantonrechter dat ten onrechte een beschikking is opgelegd ter zake van de gemeten snelheid van 162 km per uur, is dan ook onjuist. Op de gemeten snelheid van 168 km per uur is terecht een correctie toegepast, waarna de beschikking eveneens terecht is opgelegd voor een overschrijding van de maximumsnelheid met 32 km per uur. De beslissing van de kantonrechter om de gemeten snelheid te wijzigen in 168 km per uur heeft evenwel geen rechtens relevante gevolgen voor de inleidende beschikking, omdat de omschrijving van de gedraging en het bedrag van de sanctie niet zijn gewijzigd. De gemeten snelheid maakt geen deel uit van die beschikking. Omdat de gedraging is begaan, is het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond.
  8. Gelet op het bovenstaande, oordeelt het hof dat de beslissing van de kantonrechter moet worden vernietigd, uitsluitend voor zover het de veroordeling in de proceskosten betreft. Dit betekent dat (tevens) aanleiding bestaat voor vergoeding van de proceskosten in hoger beroep. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht die voor vergoeding in aanmerking komen: het indienen van beroepschriften bij de kantonrechter en het hof, alsmede het verschijnen ter zitting van de kantonrechter, derhalve drie punten. Omdat het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is, zal het hof, anders dan de kantonrechter, geen punt toekennen voor het indienen een administratief beroepschrift. De waarde per punt bedraagt € 490,–. Het hof ziet geen aanleiding voor de toepassing van een andere wegingsfactor dan de kantonrechter heeft gedaan (0,25). Dit betekent dat de advocaat-generaal zal worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten van de betrokkene tot een bedrag van € 367,50 (=3 x € 490,– x 0,25). Beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover het de veroordeling in de proceskosten betreft; bevestigt de beslissing van de kantonrechter voor het overige, met verbetering van gronden; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 367,50 te betalen op bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [gemachtigde] te [kantoorplaats]. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Dörholt als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.