GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.216.168 (zaaknummer rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, 5598897) beschikking van 20 september 2017 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Crossborder Logistics B.V., gevestigd te Zevenaar, verzoekster in principaal hoger beroep, verweerster in incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: verweerster, hierna: Crossborder, advocaat: mr. M.C. Waterink, tegen [verweerder] , wonende te [plaatsnaam] , verweerder in principaal hoger beroep, verzoeker in incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: verzoeker, hierna: [verweerder] , advocaat: mr. B.M.T.G. Bakker-van Klaren. 1Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de beschikking van 20 februari 2017 die de kantonrechter (rechtbank Gelderland, locatie Arnhem) heeft gewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:- het beroepschrift met producties, ingekomen bij de griffie van het hof op 19 mei 2017;- het verweerschrift, tevens beroepschrift in incidenteel hoger beroep en wijziging van verzoek van [verweerder] , met producties; - het verweerschrift in incidenteel hoger beroep en uitlating wijziging verzoek van Crossborder; - de op 1 september 2017 ontvangen producties 21 tot en met 24 van Crossborder; - de mondelinge behandeling op 8 september 2017, waarbij Crossborder pleitaantekeningen heeft overgelegd. 2.2 Na afloop van de mondelinge behandeling heeft het hof beschikking bepaald op 20 oktober 2017 of zoveel eerder als mogelijk is. 2.3 Crossborder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en de verzoeken van [verweerder] alsnog af te wijzen, onder veroordeling van [verweerder] tot betaling van de proceskosten in beide instanties en tot terugbetaling van hetgeen waartoe Crossborder door de kantonrechter is veroordeeld, een en ander met wettelijke rente en uitvoerbaar bij voorraad. 2.4 [verweerder] verzoekt in incidenteel hoger beroep om vernietiging van de bestreden beschikking onder 4.1 en 4.5 van het dictum en alsnog voor recht te verklaren dat met ingang van januari 2016 sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en, onder wijziging van zijn verzoek, Crossborder te veroordelen tot: - loondoorbetaling vanaf 28 oktober 2016 van € 2.420,01 bruto per maand; - doorbetaling tijdens ziekte van 23,78 overuren per maand à 130% vanaf 13 oktober 2016 totdat hij door zowel de Arbo arts als de Verzekeringsarts arbeidsgeschikt is bevonden; - € 661,08 bruto achterstallig loon over 2015, te vermeerderen met 50% wettelijke verhoging en wettelijke rente over dit loon en de wettelijke verhoging; een en ander onder veroordeling van Crossborder in de proceskosten van beide instanties. 3De feiten 3.1 In hoger beroep staan de volgende feiten vast. [verweerder] , geboren op [geboortedatum] , heeft in 2014 als oproepkracht bij Crossborder gewerkt als chauffeur. Crossborder heeft hem met ingang van 1 januari 2014 aangemeld bij het Pensioenfonds Vervoer. De door Crossborder verstrekte jaaropgave over 2014 vermeldt een bruto loon van € 100,-. 3.2 Partijen hebben met ingang van 28 april 2015 een arbeidsovereenkomst gesloten voor bepaalde tijd. De op schrift gestelde en door Crossborder ondertekende overeenkomst vermeldt dat de overeenkomst ingaat op 28 april 2015 en eindigt op 30 oktober 2015, dat de cao beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen van toepassing is en dat het loon overeenkomt met loonschaal D trede 4, gebaseerd op de normale arbeidsduur van 40 uur per week. 3.3 Op 28 september 2015 heeft [verweerder] aan zijn manager [manager] , tevens de partner van algemeen directeur [directeur] , per WhatsApp gevraagd of hij al wist of zijn contract, dat over een maand zou aflopen, verlengd wordt. Diezelfde dag nog heeft [manager] geantwoord dat een verlenging volgt, maar of het een half jaar of een jaar wordt hangt af van een bepaalde klant. Op 20 oktober 2015 heeft [verweerder] via WhatsApp aan [manager] gevraagd of al bekend was of zijn contract met een jaar of een half jaar verlengd zou worden, en een dag later heeft hij toegelicht dat hij dat vroeg in verband met zijn hypotheek, omdat hij het huis op zijn naam wil krijgen. Op 27 oktober 2015 heeft [manager] geantwoord: 1 jaar erbij, hopla. Alleen let op pallets! Mvg [manager] . Hierop heeft [verweerder] onmiddellijk gereageerd: Thnx [manager] , doe ik zeker. 3.4 In een WhatsAppbericht van 27 september 2016 heeft [manager] aan [verweerder] meegedeeld dat het contract met een half jaar wordt verlengd. [verweerder] heeft per omgaande terug geappt: Okay thnx. 3.5 Op 13 oktober 2016 heeft [verweerder] zich ziek gemeld. 3.6 [verweerder] heeft op 21 oktober 2016 een brief ontvangen met poststempel 20 oktober 2016 waarin algemeen directeur [directeur] onder het opschrift 'Beëindiging arbeidsovereenkomst Crossborder Logistics BV' onder meer schrijft: Vandaag 12 oktober 2016 te Zevenaar, wil ik te kennen geven dat uw arbeidsovereenkomst met Crossborder Logistics BV niet verlengd wordt. Dit houdt in dat uw laatste werkdag in dienst van Crossborder Logistics BW 27 oktober 2016 zal zijn. Wegens het later communiceren van deze beëindiging dan een maand voor het einde van het contract, wil ik u mededelen dat u recht hebt op een maand extra salaris. Deze zal met de eindafrekening aan u worden overgemaakt. 3.7 Crossborder heeft vanaf 28 oktober 2016 geen loon meer betaald. De gemachtigde van [verweerder] heeft bij brief van 3 november 2016 onder meer meegedeeld dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en dat haar cliënt recht heeft op loondoorbetaling tijdens ziekte. Zij gaat ervan uit dat de 'opzeggingsbrief' die op 20 oktober 2016 is toegezonden op een misverstand berust. Crossborder is bij haar standpunt gebleven. 3.8 Ten tijde van de mondelinge behandeling in hoger beroep was [verweerder] nog steeds arbeidsongeschikt. 4De verzoeken aan de kantonrechter en de beoordeling daarvan 4.1 [verweerder] heeft, samengevat, verzocht voor recht te verklaren dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met ingang van 1 januari 2016, althans 6 november 2016, althans 29 april 2017 en vernietiging van de opzegging ex artikel 7:681 lid 1 BW. Voorts heeft hij verzocht Crossborder te veroordelen tot aanmelding bij de arbodienst en tewerkstelling zodra hij is hersteld, op straffe van een dwangsom, en tot hervatting van loonbetaling, inclusief gemiddelde overuren tijdens ziekte, wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van Crossborder in de proceskosten en de nakosten. 4.2 Crossborder is zonder jurist verschenen. Haar algemeen directeur heeft mondeling verweer gevoerd. Blijkens het proces-verbaal komt dat neer op de stelling dat [manager] niet bevoegd zou zijn arbeidsovereenkomsten namens Crossborder aan te gaan. Voorts zou er volgens [directeur] vanaf 28 april (het hof begrijpt: 2015) driemaal een contract voor een half jaar zijn geweest, en zou zij besloten hebben de overeenkomst daarna niet meer te verlengen. De ook voor Crossborder verschenen externe salarisadministrateur [salarisadministrateur] heeft verklaard dat de onder 3.4 bedoelde mededeling van [manager] Crossborder niet bindt en dat de onder 3.6 vermelde brief door [verweerder] is ontvangen voordat op 30 oktober 2016 zijn contract afliep. 4.3 De kantonrechter, die niet beschikte over de onder 3.3 opgenomen correspondentie, heeft in de bestreden beschikking overwogen dat de eerste arbeidsovereenkomst is aangegaan per 28 april 2015 en eindigde op 30 oktober 2015, waarna deze twee keer stilzwijgend is verlengd met 186 dagen (dus tot 3 mei 2016 en vervolgens 6 november 2016). Crossborder heeft de gestelde onbevoegdheid van [manager] onvoldoende aangetoond. Nu deze op 27 september 2016 heeft meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst met een half jaar werd verlengd en [verweerder] dit aanbod per omgaande heeft aanvaard, bestond er overeenstemming over het verlengen van de arbeidsovereenkomst vanaf 6 november 2016 voor zes maanden. Vanaf 6 november 2016 hebben meer dan drie voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten elkaar opgevolgd, waardoor per die datum sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De verzochte verklaring voor recht is in die zin toewijsbaar. 4.4 De kantonrechter heeft de opzegging vernietigd en de overige verzoeken, die niet zijn weersproken, toegewezen onder matiging en maximering van de dwangsom. 5De beoordeling in hoger beroep 5.1 Het hof heeft Crossborder tijdens de mondelinge behandeling voorgehouden dat het hof de vernietiging van de opzegging door de kantonrechter niet kan vernietigen, waarna Crossborder heeft aangegeven te bedoelen dat het hof op de voet van artikel 7:683 lid 6 BW de datum bepaalt waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. Namens [verweerder] is verklaard dat het petitum in principaal hoger beroep ook in die zin is begrepen. Namens [verweerder] is ter zitting de, aan zijn gewijzigde verzoek tot betaling van overuren tijdens ziekte verbonden, voorwaarde 'tot het moment waarop [verweerder] door de Arbo arts zowel als door de Verzekeringsarts arbeidsgeschikt zal zijn bevonden' ingetrokken. Het hof zal de petita in deze zin lezen. 5.2 In principaal hoger beroep heeft Crossborder acht gronden voor beroep aangevoerd, door haar aangeduid als grieven. Het hof zal die terminologie overnemen. De eerste drie grieven richten zich om verschillende redenen tegen het oordeel van de kantonrechter dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Met grief IV wordt betoogd dat de onder 3.6 bedoelde brief een aanzegging is en geen opzegging, zodat de kantonrechter ten onrechte tot vernietiging van een opzegging is overgegaan. Volgens grief V is ten onrechte uitgegaan van 35,31 uit te betalen overuren per maand tijdens ziekte. Dit moet (zo stelt zij in reactie op grief 2 in incidenteel hoger beroep) 21,79 uur per maand zijn. Met grief VI bepleit Crossborder matiging van de wettelijke verhoging tot nihil en met de grieven VII en VIII komt zij op tegen de toewijzing van buitengerechtelijke kosten en haar veroordeling in de proceskosten. Het hof merkt op dat geen grief is gericht tegen de verwerping van het beroep op onbevoegdheid van [manager] om arbeidsovereenkomsten namens Crossborder te sluiten, zodat het hof ervan moet uitgaan dat [manager] bevoegd heeft gehandeld. 5.3 [verweerder] heeft drie gronden voor incidenteel hoger beroep aangevoerd. Met grief 1 bepleit hij dat de kantonrechter ten onrechte voor recht heeft verklaard dat de arbeidsovereenkomst per 6 november 2016 geldt als voor onbepaalde tijd aangegaan. Dit had per 1 januari 2016 moeten zijn. Met grief 2 onderbouwt [verweerder] de vermindering van zijn verzoek met betrekking tot het aantal uit te betalen overuren tijdens ziekte, en met grief 3 zijn vermeerdering van verzoek betreffende achterstallig loon over
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.