← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2017:9754

WAHV 200.186.481 9 november 2017 CJIB 184651830 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 8 februari 2016 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [A] , voor wie als gemachtigde optreedt [B] , wonende te [C] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard. Voorts heeft de kantonrechter het verzoek van de betrokkene tot vergoeding van kosten afgewezen. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Beoordeling

  1. De gemachtigde betwist het oordeel van de kantonrechter dat de officier van justitie van het horen van de betrokkene mocht afzien. Volgens de gemachtigde was voldoende duidelijk dat de betrokkene, indien de beslissing ongunstig voor hem zou uitvallen, wilde worden gehoord. Als de officier van justitie het verzoek tot horen onvoldoende duidelijk vond, had hij navraag moeten doen bij de betrokkene, zeker nu die bij het administratief beroep niet door een professioneel gemachtigde werd bijgestaan.
  2. Het is vaste jurisprudentie van het hof dat de officier van justitie de indiener van een beroepschrift dient te horen, wanneer deze daarom verzoekt (vgl. de artikelen 7:16 en 7:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).
  3. Het hof stelt vast dat de betrokkene bij brief van 8 oktober 2014 beroep heeft ingesteld tegen de opgelegde sanctie. Het beroepschrift eindigt met vermelding van het telefoonnummer van de betrokkene en de volgende zin: “Ik wil e.e.a. eventueel telefonisch toelichten”.
  4. Naar het oordeel van het hof kan de kennelijke bereidheid van de betrokkene om eventueel een telefonische toelichting te geven niet worden gezien als een verzoek om te worden gehoord als bedoeld in artikel 7:17, sub d, van de Awb. De officier van justitie mocht het beroep daarom afdoen zonder de betrokkene te horen. Dat de betrokkene in administratief beroep geen professioneel rechtsbijstandsverlener heeft ingeschakeld, is niet relevant.
  5. Het verweer slaagt niet. Het hof bevestigt daarom de bestreden beslissing.
  6. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen. Beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.