GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.169.287/01 (zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/146631 / HA ZA 13-699) arrest van 14 november 2017 in de zaak van Mr. Wesley Björn Bruins in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Groenrijk Steenwijk B.V., kantoorhoudende te Zwolle, appellant, in eerste aanleg: eiser, verweerder in voorwaardelijke reconventie, hierna: de curator, advocaat: mr. E.A.M. Claassen, kantoorhoudend te Zwolle, tegen Aalsmeerse Bloemenshow B.V., gevestigd te Lelystad, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, eiseres in voorwaardelijke reconventie, hierna: Aalsmeerse Bloemenshow, advocaat: mr. M.H. Boersen, kantoorhoudend te Tiel. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Het hof neemt over de inhoud van het tussenarrest van 30 mei 2017. Ingevolge dat arrest heeft de curator een akte na tussenarrest genomen. 1.2 Vervolgens hebben partijen wederom de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 1.3 De curator vordert in het hoger beroep: "bij arrest, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het door de rechtbank Overijssel op 11 februari 2015 gewezen vonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende (…) in hoger beroep: • Ter zake de verkochte inventaris en automobiel: Primair: I. Geïntimeerde te veroordelen om tegen bewijs van kwijting binnen één week na de betekening van het te dezen te wijzen arrest aan de curator te voldoen de somma van € 66.500,= (zegge: zesenzestigduizend vijfhonderd euro) te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2013 tot en met de dag der algehele voldoening; Subsidiair: II. Geïntimeerde te veroordelen om tegen bewijs van kwijting binnen één week na de betekening van het te dezen te wijzen arrest aan de curator af te geven alle goederen zoals vermeld in het taxatierapport van Troostwijk d.d. 4 oktober 2011 (productie 9 bij dagvaarding) bij gebreke van aanwezigheid te vervangen door de voor de betreffende zaak door Troostwijk in voormeld rapport getaxeerde onderhandse verkoopwaarde; • Ter zake de verkochte voorraden; III. Geïntimeerde te veroordelen om tegen bewijs van kwijting binnen één week na betekening van het te dezen te wijzen arrest aan de curator een vervangende schadevergoeding te betalen van € 310.677,50 (zegge: driehonderdtienduizend zeshonderdzevenenzeventig euro vijftig) te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2013 tot en met de dag der algehele voldoening; • Ter zake de immateriële activa: IV. Geïntimeerde te veroordelen om tegen bewijs van kwijting binnen één week na betekening van het te dezen te wijzen arrest aan de curator een schadevergoeding te betalen van € 20.000,= (…) te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2013 tot en met de dag der algehele voldoening; • Algemeen: V. Geïntimeerde te veroordelen om aan de curator de volgens het gebruikelijke tarief te begroten bijdrage in de proceskosten van beide instanties te betalen waaronder begrepen de kosten van beslaglegging, alsmede de nakosten." 2De vaststaande feiten 2.1 De rechtbank heeft in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.15) van het vonnis van 8 oktober 2014 een aantal feiten vastgesteld, waartegen geen grief is gericht en waarvan ook niet anderszins is gebleken dat deze vaststelling onjuist is. Voor zover het hof deze feiten in hoger beroep van belang acht, en tevens rekening houdend met hetgeen verder is komen vast te staan, gaat het daarmee om het volgende. 2.2 Groenrijk Steenwijk B.V. (hierna: Groenrijk) is op 30 juli 2007 opgericht. De bedrijfsomschrijving van Groenrijk luidt: "Exploitatie van een tuincentrum en de detailhandel in alle artikelen die worden verhandeld in tuincentra of aanverwante bedrijven." 2.3 Groenrijk is vanaf 2010 met haar onderneming van start gegaan. De onderneming was sinds 1 april 2010 gevestigd in een bedrijfspand aan de [a-straat] te [A] (gemeente Steenwijkerwold). Verhuurder van het bedrijfspand was Fafieanie Vastgoed B.V. (hierna: Fafieanie Vastgoed), gevestigd te Lelystad. 2.4 Groenrijk heeft bij de Rabobank De Stellingwerven (hierna: Rabobank) een financiering afgesloten, in verband waarmee, naast het verstrekken van andere zekerheden, bezitloze en stille pandrechten zijn gevestigd op inventariszaken, een auto, voorraden en vorderingen op derden. De exploitatie van de onderneming van Groenrijk kwam moeizaam op gang. In verband met tegenvallende resultaten heeft de Rabobank eind 2010 het kredietplafond verlaagd. Rabobank heeft medio januari 2011 de heer [B] , werkzaam bij Exitus B.V. (hierna: [B] ) aangesteld als bedrijfsadviseur en manager. 2.5 Aalsmeerse Bloemenshow drijft een onderneming die bloemenzaken exploiteert in Lelystad en Emmeloord. 2.6 De (middellijk) bestuurder van Aalsmeerse Bloemenshow, de heer [C] , is tevens (middellijk) bestuurder van Fafieanie Vastgoed. 2.7 Op 25 augustus 2011 bedroeg de huurachterstand van Groenrijk bij Fafieanie Vastgoed € 152.074,77. 2.8 [B] heeft op instigatie van de Rabobank, om tot verkoop van de aan haar verpande zaken te komen, besprekingen gevoerd met Aalsmeerse Bloemenshow omtrent overname van de onderneming van Groenrijk. In verband daarmee heeft Troostwijk Taxaties (taxateur [D] RMT) op 4 oktober 2011 op verzoek van Exitus B.V. een taxatierapport uitgebracht ter zake van de winkel- en bedrijfsinventaris, alsmede een auto (bestelbus) van Groenrijk. Deze zijn getaxeerd op een onderhandse verkoopwaarde van € 222.300,- respectievelijk € 7.000,-. 2.9 In een uitdraai van de administratie van de voorraadlijsten van Groenrijk d.d. 12 oktober 2011 staat de voorraad vermeld voor een inkoopwaarde van € 231.443,46 en een verkoopwaarde van € 485.994,97. 2.10 [B] heeft in een email van 14 oktober 2011 geschreven: "(…)De totale inkoopwaarde voorraad bedraagt (€ 231.443 + 27.304 =) 258.747.-(...)" 2.11 De besprekingen tussen [B] , Groenrijk en Aalsmeerse Bloemenshow hebben geleid tot een aantal overeenkomsten. 2.12 Bij schriftelijke overeenkomst van 9 november 2011 heeft Groenrijk aan Aalsmeerse Bloemenshow verkocht en in eigendom overgedragen de volledige winkelvoorraad zoals aanwezig op de winkellocatie van Groenrijk te Tuk tegen een koopprijs van € 90.000,- exclusief btw. 2.13 Bij een tweede schriftelijke overeenkomst van 9 november 2011 heeft Groenrijk aan Aalsmeerse Bloemenshow verkocht "de winkel- en bedrijfsinventaris en automobiel volgens beschrijving in taxatierapport van [D] RMT van Troostwijk Taxaties d.d. 4 oktober 2011" tegen een koopprijs € 150.000,- exclusief btw. Voorts is in artikel 11 van die overeenkomst opgenomen: "De bestaande huurovereenkomst tussen verkoper en koper ten aanzien de bedrijfslocatie van de verkoper aan de [a-straat] te [A] (kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold, sectie L. nummer [0000] ged.) en zoals vastgelegd in een huurovereenkomst d.d. 31 maart 2010 wordt per 10 november 2011 9.00 uur beëindigd." 2.14 Vervolgens zijn op 11 november en 18 november 2011 twee aanvullende overeenkomsten gesloten tussen Groenrijk en Aalsmeerse Bloemenshow. In de "Aanvullende overeenkomst" d.d. 18 november 2011 is bepaald: "In aanvulling op de "koopovereenkomst winkel- en bedrijfsinventaris en automobiel" en "koopovereenkomst winkelvoorraad"(…) zijn koper en verkoper, met goedkeuring van bank (pandhouder van de verkochte zaken en openbaar pandhouder op de vorderingen tot betaling van de koopsommen) overeengekomen dat de totale overeengekomen koopsom ter zake winkel- en bedrijfsinventaris en automobiel wordt verhoogd tot een bedrag van € 162.800,- zodat koper in totaal € 262.800,- verschuldigd is aan verkoper. Beide partijen (…) verklaren dat artikel 37d van de Wet op de omzetbelasting 1968 van toepassing is en dat derhalve geen omzetbelasting wordt berekend over de koopprijs." 2.15 Het bedrag van € 262.800,- is op 18 november 2011 voldaan op de rekening van Groenrijk bij de Rabobank. De koopsom is in het geheel in mindering gebracht op de schuld van Groenrijk aan Rabobank. 2.16 Bij brief van 22 november 2011 heeft Rabobank aan, onder meer, Groenrijk, voor zover van belang het volgende geschreven: "(…) Onze bank verstrekte aan Groenrijk Steenwijk B.V. een financiering die als volgt kan worden gespecificeerd: a. blijkens onderhandse akte/overeenkomst d.d. 6-6-2008 een lening tot een bedrag van € 340.000,00. b. blijkens onderhandse akte/overeenkomst d.d. 6-6-2008 een lening tot een bedrag van e 180.000,00. c. blijkens onderhandse akte/overeenkomst d.d. 9-11 -2009 een lening tot een bedrag van e 54.000,00. d. blijkens onderhandse akte/overeenkomst d.d. 9-11-2009 een krediet in rekening-courant tot een bedrag van € 400.000,00. De huidige kredietlimiet bedraagt € 250.000,00. (…) De zekerheid voor de bank bestaat onder andere uit; - verpanding van huidige en toekomstige vorderingen op derden, inventaris en voorraden blijkens onderhandse akte d.d. 30-12-2009 - verpanding van huidige en toekomstige vorderingen op de belastingdienst, uit hoofde van te vorderen BTW in verband met investeringen d.d. 8-7-2008 (…) totaal te voldoen € 769.695,08 te vermeerderen met de vooralsnog p.m. gestelde posten Mocht u aan deze sommatie geen of geen tijdig gevolg geven, dan zal tot uitwinning van de zekerheden worden overgegaan. (…) Omdat onze bank - zo nodig - gebruik wil maken van haar pandrecht zeggen wij u voorts de bevoegdheid op het gebruik en/of de vervreemding van de goederen waarop wij pandrecht hebben. Zonder onze expliciete toestemming mag u niets verkopen of verwijderen.(…)" 2.17 Bij vonnis van 17 januari 2012 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad Groenrijk in staat van faillissement verklaard met de aanstelling van mr. Bruins voornoemd als curator. 2.18 De Belastingdienst heeft aan de curator kenbaar gemaakt een vordering op Groenrijk te hebben van € 55.543,-, te vermeerderen met een vordering die ontstaat door toepassing van artikel 29 lid 2 Wet Omzetbelasting. 2.19 Bij aangetekende brief d.d. 4 april 2012 heeft de curator aan Aalsmeerse Bloemenshow, onder meer, het volgende geschreven: "(...)Uit de mij ter beschikking gestelde administratie is gebleken dat op 9 november 2011 door uw onderneming, de Aalsmeerse Bloemenshow BV en Groenrijk Steenwijk BV formele koopovereenkomsten tot stand zijn gekomen met betrekking tot de inventaris en voorraden, ik heb verder geconstateerd dat in casu sprake is geweest van een overdracht going concern, dat wil zeggen zonder onderbreking, met medeneming van één of meerdere werknemers etc. Ik concludeer dat het voormelde samenstel van rechtshandelingen in strijd is met het bepaalde in artikel 42 e.v . van de faillissementswet. Er is sprake van onverplichte rechtshandelingen waardoor schuldeisers zijn benadeeld, ik vernietig dan ook hierbij de hierboven bedoelde rechtshandelingen. (...)" 2.20 Voorafgaande aan de dagvaarding in eerste aanleg heeft de curator onder Aalsmeerse Bloemenshow conservatoir beslag doen leggen op onroerende zaken, gelden die de ING Bank onder zich heeft en eventuele vorderingen op de Belastingdienst. 3Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 3.1 De curator heeft in eerste aanleg, verkort weergegeven, gevorderd Aalsmeerse Bloemenshow te veroordelen om aan de curator * ter zake de verkochte inventaris en automobiel: Primair: I. te voldoen een bedrag van € 66.500,- te vermeerderen met de wettelijke rente; Subsidiair: II. om binnen één week na de betekening van het vonnis aan de curator af te geven alle goederen zoals vermeld in het taxatierapport van Troostwijk d.d. 4 oktober 2011 bij gebreke van aanwezigheid te vervangen door de voor betreffende zaak door Troostwijk in voormeld rapport getaxeerde onderhandse verkoopwaarde; * ter zake de verkochte voorraden: III. binnen één week na betekening van het vonnis aan de curator een vervangende schadevergoeding te betalen van € 310.677,50 te vermeerderen met de wettelijke rente * ter zake de overgedragen immateriële activa: IV binnen één week na betekening van het vonnis aan de curator een schadevergoeding te betalen van € 20.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente; * algemeen: V. Aalsmeerse Bloemenshow te veroordelen in de proceskosten waaronder de beslagkosten. 3.2 De curator heeft aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd, samengevat weergegeven, dat er sprake is overdracht van de door Groenrijk gedreven onderneming aan Aalsmeerse Bloemenshow "going concern". Aalsmeerse Bloemenshow heeft te weinig voor de overname van de onderneming betaald, waardoor de schuldeisers van Groenrijk zijn benadeeld. Aldus is er sprake van paulianeus (artikel 42 Fw.), dan wel onrechtmatig handelen van Aalsmeerse Bloemenshow, aldus de curator. 3.3 Aalsmeerse Bloemenshow heeft weersproken dat er sprake is geweest van benadeling van schuldeisers dan wel dat zij wist of behoorde te weten dat er sprake is was van benadeling van schuldeisers. In (voorwaardelijke) reconventie heeft zij opheffing van de ten laste van haar gelegde beslagen gevorderd. 3.4 De rechtbank heeft in conventie geoordeeld dat de curator onvoldoende heeft onderbouwd dat benadeling van schuldeisers heeft plaatsgevonden, heeft voorts geoordeeld dat van wetenschap van benadeling bij Aalsmeerse Bloemenshow geen sprake kan zijn en heeft op genoemde gronden de vorderingen van de curator afgewezen. In reconventie heeft de rechtbank alle ten laste van Aalsmeerse Bloemenshow gelegde beslagen opgeheven. De curator is in conventie en in reconventie in de proceskosten (waaronder de beslagkosten) veroordeeld. 4De beoordeling van de grieven en de vordering 4.1 De curator heeft primair aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat de tussen Groenrijk en Aalsmeerse Bloemenshow gesloten overeenkomsten van 9 november 2011 (hierna: de overeenkomsten) onverplicht zijn verricht en dat zowel Groenrijk als Aalsmeerse Bloemenshow wisten of behoorden te weten dat daarvan benadeling van schuldeisers het gevolg zou zijn. De curator heeft de vernietiging ingeroepen van de overeenkomsten. Subsidiair heeft de curator op basis van hetzelfde feitencomplex geconcludeerd dat er sprake is van onrechtmatig handelen van Aalsmeerse Bloemenshow. 4.2 Op grond van artikel 42 lid Fw kan de curator kan ten behoeve van de boedel elke rechtshandeling die de schuldenaar vóór de faillietverklaring onverplicht heeft verricht en waarvan deze bij dit verrichten wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn, door een buitengerechtelijke verklaring vernietigen. Daarbij geldt op grond van 42 lid 2 Fw de beperking dat een rechtshandeling anders dan om niet, die hetzij meerzijdig is, hetzij eenzijdig en tot een of meer bepaalde personen gericht, wegens benadeling slechts kan worden vernietigd, indien ook degenen met of jegens wie de schuldenaar de rechtshandeling verrichtte, wisten of behoorden te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn. Van wetenschap van benadeling in de zin van art. 42 Fw is sprake indien ten tijde van de handeling het faillissement en een tekort daarin met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien voor zowel de schuldenaar als degene met of jegens wie de schuldenaar de rechtshandeling verrichtte. Deze maatstaf geldt ook indien die rechtshandeling wordt verricht in het kader van een poging om door een reorganisatie het faillissement af te wenden (HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8493, NJ 2010/273, ABN AMRO/Van Dooren q.q. III, rov. 3.7-3.10 en HR 7 april 2017 ECLI:NL:HR:2017:635). De curator heeft de stelplicht en bewijslast ten aanzien van alle elementen van de faillissementspauliana. 4.3 Volgens vaste rechtspraak moet worden vooropgesteld dat een rechtshandeling onverplicht is in de zin van artikel 42 Fw, indien deze wordt verricht zonder dat daartoe een op de wet of overeenkomst berustende rechtsplicht bestaat. Tussen partijen is niet in geschil dat de overeenkomsten waarvan de curator de nietigheid heeft ingeroepen meerzijdig onverplicht verrichte rechtshandelingen betreffen, anders dan om niet, die door schuldenaar Groenrijk en haar wederpartij Aalsmeerse Bloemenshow voorafgaand aan het faillissement van Groenrijk zijn verricht. 4.4 Nu is vastgesteld dat sprake is van een meerzijdige onverplichte rechtshandelingen anders dan om niet, moet ook de vraag worden beantwoord of: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.