Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-004207-17 Uitspraak d.d.: 3 december 2018 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 18 juli 2017 met parketnummer 16-057877-17 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1963] , wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 8 december 2017 en 19 november 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. G.F. Schadd, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 8 juli 2016 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten een of meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [benadeelde] heeft mishandeld door deze [benadeelde] : - in/op zijn gezicht te slaan/stompen - tegen het lichaam te slaan/stompen - tegen het lichaam te schoppen - met een kratje, in ieder geval een voorwerp, tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, te slaan. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 8 juli 2016 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten een of meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [benadeelde] heeft mishandeld door deze [benadeelde] : - in/op zijn gezicht te slaan/stompen - tegen het lichaam te slaan/stompen - tegen het lichaam te schoppen - met een kratje in ieder geval een voorwerp, tegen het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezen verklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van aangever door hem met een kratje tegen het lichaam te slaan. Hij heeft daarmee inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Voor wat betreft de aard en de hoogte van de straf heeft het hof aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin wordt een geldboete genoemd voor eenvoudige mishandeling. Dit oriëntatiepunt ziet op personen die voor het eerst voor een dergelijk feit worden veroordeeld. Blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie van 23 oktober 2018 is verdachte niet eerder met politie of justitie in aanraking gekomen. Gelet op het voorgaande ziet het hof geen aanleiding om aan verdachte een taakstraf op te leggen, zoals door de advocaat-generaal is gevorderd. De raadsman van verdachte heeft aangegeven dat verdachte en zijn partner financieel moeilijk rond kunnen komen, maar dat hij een geldboete boven een taakstraf prefereert. Het hof acht een geheel of deels voorwaardelijke straf, zoals door de advocaat-generaal is gevraagd en ook door de raadsman is verzocht, niet aangewezen. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 617,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.