Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005937-15 Uitspraak d.d.: 5 december 2018 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 13 oktober 2015 met parketnummer 18-930092-15 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990, wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 9 maart 2016, 30 november 2017 en 21 november 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek, waarvan zevenhonderdtweeënzestig dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, oplegging van bijzondere voorwaarden en toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 9.281,94, met rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S. Koster, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft verdachte wegens het primair ten laste gelegde veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van vijfduizend tweehonderdachttien euro en vierennegentig cent, te verhogen met de wettelijke rente, en met deels afwijzing en deels niet-ontvankelijkverklaring voor het overige en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot genoemd bedrag. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat: primair:hij op of omstreeks 14 september 2014 te [plaats] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het blokkeren van het nauwe gangetje dat naar de bergruimte leidt en/of het (dreigend) zeggen tegen [slachtoffer] : 'je gaat met me mee, anders gaat er iets gebeuren' en/of 'als je dat niet doet dan gaat je iets ergs overkomen, als je niet met me meegaat naar de bergruimte, dan ga ik je neersteken', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, daarbij zijn hand in zijn broeksband houdend (alsof hij daar een voorwerp had om haar mee neer te steken) en/of het sluiten van de deur van de (zeer kleine) bergruimte (zodat die [slachtoffer] niet wegkon) en/of het feit dat die [slachtoffer] zich in een kleine, volle ruimte bevond, waarvan verdachte de deur dicht had gedaan en de uitgang blokkeerde en/of het naar beneden drukken van die [slachtoffer] (zodat ze in een gebukte houding kwam te staan) en/of het uitschelden van die [slachtoffer] voor 'slet' en/of 'hoer' of soortgelijke bewoordingen en/of het aldus voor die [slachtoffer] een situatie creëren waarin zij zich niet kon en/of durfde te onttrekken aan seksuele handelingen met verdachte, die [slachtoffer] , meermalen, heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het meermalen brengen/duwen van de penis in de mond van die [slachtoffer] en/of het brengen/duwen van de penis in de vagina of anus van die [slachtoffer] en/of het betasten van de borsten en de vagina van die [slachtoffer] en/of het zoenen van die [slachtoffer] op de mond en/of op of rond de borsten en/of in de hals; subsidiair:hij op of omstreeks 14 september 2014 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , het nauwe gangetje dat naar de bergruimte leidt heeft geblokkeerd en/of (dreigend) heeft gezegd tegen [slachtoffer] : “je gaat met me mee, anders gaat er iets gebeuren” en/of “als je dat niet doet dan gaatje iets ergs overkomen, als je niet met me meegaat naar de bergruimte, dan ga ikje neersteken”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, daarbij zijn hand in zijn broeksband houdend (alsof hij daar een voorwerp had om haar mee neer te steken) en/of de deur heeft gesloten van de (zeer kleine) bergruimte (zodat die [slachtoffer] niet weg kon) en/of zich met die [slachtoffer] in een kleine, volle ruimte heeft bevonden, waarvan hij, verdachte, de deur dicht had gedaan en de uitgang blokkeerde en/of die [slachtoffer] naar beneden heeft gedrukt (zodat ze in een gebukte houding kwam te staan) en/of die [slachtoffer] heeft uitgescholden voor `slet’ en/of ‘hoer’ of soortgelijke bewoordingen en/of (meermalen) heeft geprobeerd zijn penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer] te duwen/brengen en/of die [slachtoffer] op de mond en/of op of rond de borsten en/of in de hals heeft gezoend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; meer subsidiair:althans indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen hij op of omstreeks 14 september 2014 te [plaats] , door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het blokkeren van het nauwe gangetje dat naar de bergruimte leidt en/of het ( dreigend) zeggen tegen [slachtoffer] : ‘je gaat met me mee, anders gaat er iets gebeuren’ en/of ‘als je dat niet doet dan gaatje iets ergs overkomen, als je niet met me meegaat naar de bergruimte, dan ga ikje neersteken’, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, daarbij zijn hand in zijn broeksband houdend ( alsof hij daar een voorwerp had om haar mee neer te steken) en/of het sluiten van de deur van de ( zeer kleine) bergruimte ( zodat die [slachtoffer] niet weg kon) en/of het feit dat die [slachtoffer] zich in een kleine, volle ruimte bevond, waarvan verdachte de deur dicht had gedaan en de uitgang blokkeerde en/of het naar beneden drukken van die [slachtoffer] ( zodat ze in een gebukte houding kwam te staan) en/of het uitschelden van die [slachtoffer] voor `slet’ en/of ‘hoer’ of soortgelijke bewoordingen en/of het aldus voor die [slachtoffer] een situatie creëren waarin zij zich niet kon en/of durfde te onttrekken aan seksuele handelingen met verdachte, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de borsten en de vagina van die [slachtoffer] en/of het zoenen van die [slachtoffer] op de mond en/of op of rond de botsten en/of in de hals. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Bewijsoverweging binnendringen In het bijzonder overweegt het hof met betrekking tot de vraag of en hoe is binnengedrongen in het lichaam van aangeefster nog dat aangeefster weliswaar moeite heeft met het benoemen van de precieze locaties van binnendringen, maar dat zij in haar verklaring en de bewegingen die zij ten tijde van het afleggen van haar verklaring heeft gemaakt ter ondersteuning van haar verklaring op voor het hof overtuigende wijze duidelijk heeft gemaakt dat de penetratie via de anus is geweest. Het deskundigenrapport met betrekking tot de inhoud van de verklaring en de wijze waarop die werd afgelegd doet ook geenszins afbreuk aan de betrouwbaarheid van hetgeen aangeefster heeft verklaard. Bovendien is sprake van forensisch technisch bewijs rondom de anus van het slachtoffer: ter plaatse is materiaal aangetroffen dat – kort gezegd – met het DNA van verdachte overeenkomt. Het hof acht daarnaast ook penetratie via de mond van aangeefster bewezen. Aangeefster heeft daarover op overtuigende wijze gedetailleerd verklaard. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: primair:hij op 14 september 2014 te [plaats] door geweld of een andere feitelijkheid en bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het blokkeren van het nauwe gangetje dat naar de bergruimte leidt en het dreigend zeggen tegen [slachtoffer] : 'je gaat met me mee, anders gaat er iets gebeuren' en 'als je dat niet doet dan gaat je iets ergs overkomen, als je niet met me meegaat naar de bergruimte, dan ga ik je neersteken', daarbij zijn hand in zijn broeksband houdend (alsof hij daar een voorwerp had om haar mee neer te steken) en het sluiten van de deur van de bergruimte zodat die [slachtoffer] niet wegkon en het feit dat die [slachtoffer] zich in een kleine, volle ruimte bevond, waarvan verdachte de deur dicht had gedaan en de uitgang blokkeerde en het naar beneden drukken van die [slachtoffer] zodat ze in een gebukte houding kwam te staan en het uitschelden van die [slachtoffer] voor 'slet' en 'hoer' en het aldus voor die [slachtoffer] een situatie creëren waarin zij zich niet kon en durfde te onttrekken aan seksuele handelingen met verdachte, die [slachtoffer] meermalen heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het meermalen duwen van de penis in de mond van die [slachtoffer] en het duwen van de penis in de anus van die [slachtoffer] en het betasten van de borsten en de vagina van die [slachtoffer] en het zoenen van die [slachtoffer] op de mond en op of rond de borsten en in de hals. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het primair bewezen verklaarde levert op: Verkrachting, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich in de vroege ochtend van 14 september 2014 schuldig gemaakt aan het meermalen verkrachten van [slachtoffer] . Verkrachting is een zeer ernstig feit en verdachte heeft hiermee een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Hij heeft [slachtoffer] in een nauwe gang bij de bergruimtes onder haar woning de doorgang geblokkeerd en gedreigd haar te zullen neersteken als zij niet zou doen wat hij, verdachte, wilde. Hierop heeft hij haar meermalen oraal en ook anaal verkracht. Vervolgens heeft verdachte [slachtoffer] gedwongen om vierhonderd euro te pinnen en dat geld aan hem af te staan. Dit feit is weliswaar niet aan verdachte ten laste gelegd maar het maakt wel mede duidelijk dat het slachtoffer zich gedurende enige tijd in zeer penibele omstandigheden heeft bevonden. Het hof houdt er in de zin van ‘de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde feit zich heeft afgespeeld’ in strafverzwarende zin rekening mee. Verdachte heeft zich laten leiden door zijn eigen lusten en de wil van zijn slachtoffer daaraan volstrekt ondergeschikt gemaakt. Alsof dat nog niet voldoende was heeft hij zich geld van het slachtoffer toegeëigend. Verdachte heeft aldus het slachtoffer op een grove wijze schade toegebracht. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten hiervan vaak zeer langdurige en ernstige psychische gevolgen ondervinden. Dat dit ook bij het slachtoffer in de onderhavige zaak aan de orde is, blijkt uit de door haar opgestelde - en door de voorzitter ter zitting in hoger beroep voorgelezen - slachtofferverklaring. Uit deze slachtofferverklaring blijkt onder andere dat het slachtoffer jarenlang op verschillende leefgebieden ernstige hinder heeft ondervonden als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Uit een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 23 oktober 2018 blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van het plegen van soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. Het Landelijk Overleg van Voorzitters van de Strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (hierna: LOVS) heeft in het kader van een consistent landelijk straftoemetingsbeleid oriëntatiepunten aangegeven waarop de strafoplegging in verkrachtingszaken gebaseerd kan worden. Het hof heeft die oriëntatiepunten gebruikt als uitgangspunt. Gezien deze oriëntatiepunten, het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld en gelet op het tijdsverloop zal het hof de straf zoals gevorderd door de advocaat-generaal enigszins matigen. De omstandigheid dat verdachte, die sinds 28 maart 2017 weer op vrije voeten is, inmiddels zonder hulp van derden over werk en een woning beschikt speelt daarbij in enige mate een strafmatigende rol. Het hof is van oordeel dat als uitgangspunt tweeënveertig maanden gevangenisstraf passend en geboden is. Het hof zal verdachte die gevangenisstraf aldus opleggen, dat het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest. Een fors voorwaardelijk deel is naar het oordeel van het hof nodig als stok achter de deur. Het hof ziet in het rapport van de reclassering d.d. 18 mei 2018 aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen met oplegging van na te melden bijzondere voorwaarden. Het hof deelt de zorg van de reclassering over de psychische gesteldheid van verdachte en ten aanzien van de mogelijke terugval in middelengebruik. Het feit dat verdachte zegt zich niets van deze ochtend te kunnen herinneren, vermoedelijk ten gevolge van middelen gebruik, baart zorgen. Teneinde de risico’s op delictgedrag en terugval in middelengebruik zoveel mogelijk te beperken, acht het hof de oplegging van deze voorwaarden noodzakelijk. Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat oplegging van na te melden gevangenisstraf passend en geboden is. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 10.600,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.