← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2018:1066

WAHV 200.216.916 31 januari 2018 CJIB 196967916 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 18 mei 2017 betreffende [betrokkene] B.V. (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [A] , voor wie als gemachtigde optreedt [B] , wonende te [C] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Beoordeling

  1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,-. Ingevolge het tweede lid van die bepaling kan ook hoger beroep worden ingesteld wanneer het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk is verklaard op de grond dat onverschoonbaar niet, niet volledig of niet tijdig aan de verplichting tot het stellen van zekerheid is voldaan.
  2. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € 53,-. De situatie in het tweede lid van artikel 14 Wahv doet zich hier niet voor. Op grond hiervan dient het hoger beroep van de betrokkene in beginsel niet-ontvankelijk te worden verklaard.
  3. De gemachtigde voert in hoger beroep aan dat de kantonrechter ter terechtzitting een vooringenomen houding heeft aangenomen. Hierdoor voelt de gemachtigde zich gekrenkt in zijn verdediging. Zo zou de kantonrechter geen oor hebben gehad voor zijn standpunt.
  4. Voor zover de betrokkene een beroep wil doen op doorbreking van het appelverbod, overweegt het hof het volgende. Uit hetgeen door de gemachtigde is aangedragen volgt niet dat er sprake is van schending van zo fundamentele beginselen van een behoorlijke rechtspleging dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van het beroep door de kantonrechter geen sprake is geweest. Indien de gemachtigde van mening was dat de gang van zaken bij de kantonrechter hem heeft geschaad in een behoorlijke en eerlijke procesgang, had hij de kantonrechter moeten wraken. Niet gesteld of gebleken is dat de gemachtigde dat ook heeft gedaan. Wel heeft de gemachtigde een klacht ingediend tegen de kantonrechter. De uitkomst van deze klachtenprocedure heeft echter geen invloed op de (uitkomst van de) onderhavige procedure.
  5. Op grond van het vorenstaande dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard. Dit brengt mee dat het hof niet kan toekomen aan de bezwaren van de betrokkene tegen de sanctie. Beslissing Het gerechtshof: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.