GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel handel zaaknummer gerechtshof 200.219.134/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden in de vrijwaringszaak: 46753578) arrest van 18 december 2018 in zaak van 1de maatschapMTS. [appellant] en [appellante] , gevestigd te Rottum,
- [appellant],
- [appellante], beiden wonende te [A] , appellanten, in eerste aanleg: eisers in de vrijwaringszaak, hierna: gezamenlijk [appellanten] c.s., advocaat mr. A.J. Welvering, tegen: LIANDER N.V., gevestigd te Arnhem, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde in de vrijwaringszaak, hierna: Liander, advocaat mr. M. Teekens. 1Het geding in hoger beroep 1.
- Voor het verloop van de procedure tot 31 juli 2018 wordt verwezen naar het arrest van die datum (hierna: het tussenarrest). [appellanten] c.s. is bij dat arrest toegelaten tot bewijs door het horen van de onder rechtsoverweging 4.13 van het tussenarrest genoemde getuigen. Bij brief van 26 november 2018 heeft [appellanten] c.s. meegedeeld af te zien van het op 4 december 2018 geplande getuigenverhoor. 1.
- Vervolgens heeft het hof arrest bepaald. 2De verdere beoordeling van het hoger beroep 2.
- Het hof blijft bij hetgeen in het tussenarrest reeds is overwogen, waaronder dat grieven 1 en 3 (met betrekking tot de bewijsopdracht en de bewijslastverdeling) falen (zie r.o. 4.
- tussenarrest). 2.
- In rechtsoverwegingen 4.
- tot en met 4.
- heeft het hof overwogen dat het bewijs niet is geleverd met het voorliggende bewijsmateriaal (waarop grief 2 ziet). In rechtsoverweging 4.
- is het bewijsaanbod van [appellanten] c.s. om met name genoemde getuigen (alsnog) te doen horen gehonoreerd. Nu [appellanten] c.s. van dit getuigenverhoor alsnog heeft afgezien en geen ander bewijs naar voren heeft gebracht, is hij niet geslaagd in het opgedragen bewijs. Dat betekent dat ook grief 2 faalt. 2.
- Met de vierde grief voert [appellanten] c.s. aan dat Liander in het ongelijk had moeten worden gesteld zodat Liander in de proceskosten veroordeeld moest worden. Zoals uit het voorgaande volgt is dit niet het geval en is [appellanten] c.s. daarom terecht veroordeeld in de proceskosten van Liander zodat grief 4 faalt. 2.
- Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. 2.
- Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [appellanten] c.s. in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Liander zullen worden vastgesteld op: - griffierecht € 716,00 - salaris advocaat € 759,00 (1 punt). 3De beslissing Het hof, recht doende in hoger beroep: 3.
- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 4 april 2017 met zaak-/rolnummer 4673578 CV EXPL 15-13469; 3.
- veroordeelt [appellanten] c.s. in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Liander vastgesteld op € 716,00 voor verschotten en op € 759,00 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief; 3.
- verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad. Dit arrest is gewezen door mr. E.J. van Sandick, mr. P.P.M. Rousseau en mr. R.F. Groos, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de rolraadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 december 2018.