GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.190.580 (zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/149809) arrest van 27 februari 2018 in de zaak van 1 [18 bewoners] allen wonende te Weerselo, gemeente Dinkelland, appellanten, in eerste aanleg: eisers, hierna: bewoners, advocaat: mr. M.J.J. van Geel, tegen: de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Dinkelland, zetelende te Denekamp, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: gemeente, advocaat: mr. J. Schutrups. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 20 juni 2017 hier over. Het verdere verloop blijkt uit de aantekeningen van de comparitie van partijen van 14 februari 2018. Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 1.2 De bewoners vorderen na wijziging van eis samengevat dat het hof het vonnis van de rechtbank Overijssel van 14 oktober 2015 vernietigt en opnieuw rechtdoende de gemeente veroordeelt tot betaling van: i. € 107.873,50 inclusief BTW ter zake van de grondprijsdaling per 1 januari 2010 ad € 10,00 per m², te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2010, ii. € 76.719,30 inclusief BTW ter zake van door appellanten 1 t/m 5 en 13 t/m 18 in strijd met de op 18 maart 2008 geldende grondprijs te veel betaalde grondprijs ten bedrage van € 15,00 per m², te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van passeren van de leveringsakte, iii. € 3.990,00 inclusief BTW ter zake van door appellanten 3, 4, 6, 7, 8, 9, 11, 12, 15, 16, 17 en 18 wegens de vertraging in de realisatie van het bestemmingsplan betaalde leges voor de vrijstellingsverzoeken, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 juni 2008, iv. € 2.660,83 aan buitengerechtelijke incassokosten, v. de kosten van de procedure in beide instanties. 2De vaststaande feiten 2.0 Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 1.1 tot en met 1.11 van het bestreden vonnis van 14 oktober 2015, die hieronder zullen worden weergegeven, met enkele aanpassingen en enkele toevoegingen, onder andere in 2.6 en 2.7. 2.1 De bewoners stonden in of omstreeks 2005 ingeschreven als bouwgrondzoekenden voor de kern Weerselo. De gemeente heeft in juli 2005 laten weten dat verwacht werd dat de uitgifte van kavels in het bestemmingsplan het Reestman Noord in september of oktober 2005 zou plaatsvinden. Deze uitgifte is vertraagd. Er zijn verschillende informatiebijeenkomsten gehouden waarbij onder meer aan de orde is gekomen de grondprijs, die in de loop van de tijd was gestegen. 2.2 Ook op 7 januari 2008 heeft een informatiebijeenkomst plaatsgevonden waarbij onder meer wethouder E.J. Krouwel aanwezig was. Daarbij is hem onder meer de vraag gesteld wat er zou gebeuren als niet alle kavels verkocht zouden worden en of de grondprijs dan zou dalen. 2.3 In de eerste helft van 2008 hebben de bewoners een kavel gekocht in het plangebied het Reestman Noordwest. Zij zijn thans allen eigenaar van een perceel aan de Bolksmaten dan wel Grote Maat. De bewoners sub 1 tot en met 5 en sub 12 tot en met 17 hebben een twee-onder-een-kapwoning op hun perceel laten bouwen en de bewoners sub 6 tot en met 11 hebben een vrijstaande woning laten bouwen. Degenen die een bouwkavel hebben gekocht voor een twee-onder-een-kapwoning, hebben € 225,00 per m² voor de grond betaald. Degenen die een bouwkavel hebben gekocht voor een vrijstaande woning, hebben € 250,00 per m² betaald. 2.4 Het gemeentelijk beleid ter bepaling van de uitgifteprijs van bouwkavels is vastgelegd in de nota “Op grond van Dinkellands beleid”, vastgesteld op 3 februari 2005. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd welke methoden er zijn om de grondprijs te bepalen. Als beleidsuitgangspunt is geformuleerd dat de gemeente een marktconform prijsbeleid voert. Jaarlijks wordt de grondprijs voor woningbouw en bedrijfskavels vastgesteld door middel van een grondprijsbrief. Deze grondprijsbrief wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op basis van taxatie-adviezen. Op p. 28 van de beleidsnota is het volgende vermeld: “Op het moment dat de markt dan weer stagneert of terugloopt, moet de prijs ook weer naar beneden bijgesteld worden.” 2.5 Voor 2005 en 2006 zijn geen grondprijsbrieven vastgesteld. Voor 2007 hebben burgemeester en wethouders van de gemeente (hierna: B&W) wel een grondprijsbrief vastgesteld. De grondprijs is bepaald op € 210-250. Deze is onder meer gebaseerd op een taxatierapport van Snelder Zijlstra Bedrijfsmakelaars. In dit taxatierapport staat onder het hoofdstuk “bestemmingsplan”, paragraaf 6.1 Weerselo , onder meer: “Bij de gemeente Dinkelland valt het onderhavige onroerend goed in het inrichtingsplan “ Reestman Noord/West ”, welke als bestemmingsplan nog in de ontwerpfase verkeert en derhalve nog niet is vastgesteld. Bij deze taxatie zijn wij ervan uitgegaan dat de grond bebouwd mag worden met opstallen en de grond met opstallen gebruikt mogen worden als: Woonhuizen en dat de bestemming reeds is gerealiseerd.” In het hoofdstuk “Voorwaarden voor taxatie” staat dat bij deze taxatie rekening is gehouden met de volgende veronderstellingen en omstandigheden: “6. Alle bedragen zijn exclusief omzetbelasting en er wordt vanuit gegaan dat de vrijstelling van Omzetbelasting van toepassing is. De waarde is overigens op basis van “kosten koper” vastgesteld”. 2.6 B&W hebben op 18 december 2007 het besluit “kaveluitgifte “Het Reestman Noordwest” te Weerselo” genomen. Uit dit besluit wordt de volgende passage geciteerd: “ Aanleiding De Provincie heeft de “Verklaring van geen bezwaar ex art 19 lid 2 WRO” voor “het Reestman Noordwest” afgegeven. (…) Onderbouwing grondprijzen Ten behoeve van de vaststelling van de grondprijzen is een onafhankelijke taxatie uitgevoerd. Voorgesteld wordt om de uitgifteprijzen voor twee-onder-één-kappers vast te stellen op € 225,- excl. BTW per m² en voor vrijstaande woningen de uitgifteprijzen vast te stellen op € 250,- excl. BTW per m². (…) Dit is conform de grondprijsbrief 2007. Omdat de gemeente bouwrijpe grond levert en ten behoeve voor de bouwvergunning een extra vrijstellingsprocedure moet worden doorlopen dienen de kopers de extra kosten, € 326,- per aanvraag, voor eigen rekening te nemen. (…) Afhankelijk van het al dan niet indienen van zienswijzen kan na ongeveer een half jaar een onherroepelijk bestemmingsplan van kracht zijn. Vanaf dat moment zijn de extra legeskosten van € 326,- niet meer van toepassing.” 2.7 B&W hebben de bewoners bij brieven van 20/25 juni 2008 gewezen op de mogelijkheid een vrijstelling aan te vragen (productie D van de conclusie van antwoord). 2.8 De grondprijsbrief voor 2008 is vastgesteld bij collegebesluit van 18 maart 2008 en is gebaseerd op het advies van makelaar Snelder Zijlstra Bedrijfsmakelaars om de prijzen niet te veranderen ten opzichte van 2007. De grondprijzen voor woningbouw in Weerselo zijn (derhalve) vastgesteld op € 210-250. Ook in de grondprijsbrief voor 2009 zijn dezelfde bedragen opgenomen. In de Nota voor burgemeester en wethouders (productie 10 van de inleidende dagvaarding) is vermeld: “3. De grondprijzen 2008 te verwerken in de eerstkomende herziening van de grondexploitaties”. 2.9 Bij collegebesluit van 22 december 2009 is de grondprijsbrief voor 2010 vastgesteld. Hierin zijn de grondprijzen voor Weerselo vastgesteld op 200-245. De nieuwe grondprijs gold ook voor hen die na 1 oktober 2009 een koopovereenkomst hadden getekend maar waarvan de akte nog moest worden gepasseerd. In de grondprijsbrief 2011 zijn de prijzen voor het Reestman Noord als volgt vastgesteld: “vrijstaand: 220; twee-onder-één-kap: 200”. Voor 2012 zijn dezelfde grondprijzen vastgesteld. In de grondprijsbrief 2013 zijn de prijzen voor het Reestman Noord voor vrijstaande woningen en voor twee-onder-een-kapwoningen vastgesteld op “200”. 2.10 Bij brief van 1 februari 2010 hebben de “bewoners Reestman Noord” de gemeente laten weten het bijzonder onterecht te vinden om de prijs voor de overgebleven kavels van plan Reestman Noord te verlagen en na te laten dat ook te doen voor de kavels die al aangekocht zijn. Zij vragen de gemeente om voor alle bewoners de grondprijs met terugwerkende data te verlagen en het teveel betaalde te restitueren. De gemeente heeft hier negatief op gereageerd. 2.11 Bij vonnis van 29 maart 2011 heeft de rechtbank Almelo, sector Kanton, in een procedure tussen [de bewoner] en de gemeente uitgesproken dat de gemeente aan [de bewoner] een bedrag van € 4.410,00 dient te voldoen wegens de toezegging dat bij verlaging van de grondprijs het verschil (van in casu € 10,00 per m²) gerestitueerd zou worden. In die kwestie had [de bewoner] in november 2008, voorafgaand aan de koop van een kavel in het Reestman Noord, aan een medewerker van de gemeente (de heer [de ambtenaar] ) gevraagd of de grondprijs niet zou dalen en dat als dat wel zo zou zijn, zij een bepaling in de koopovereenkomst wilden opnemen dat zij het verschil terug zouden ontvangen. [de ambtenaar] liet schriftelijk weten dat de grondprijs niet verlaagd zou worden. [de bewoner] vroeg daarop nogmaals dit in de koopovereenkomst op te laten nemen. [de ambtenaar] liet bij e-mail nogmaals weten dat de grondprijs niet verlaagd zou worden, maar wilde dat niet opnemen in de koopovereenkomst. Wel voegde hij eraan toe dat dat deze mailwisseling dezelfde rechtswaarde zou hebben als een passage in de koopovereenkomst. De kantonrechter heeft in die zaak overwogen: “Nu [de bewoner] zo duidelijk aan [de ambtenaar] hebben laten weten dat een ‘vaststaande’ grondprijs voor het Reestman voor hen relevant is bij het al dan niet kopen van de kavel in ’t Reestman en [de ambtenaar] daarop heeft gereageerd zoals hiervoor weergegeven, zonder enig voorbehoud van welke aard dan ook, hebben [de bewoner] die uitlatingen in onderlinge samenhang bezien als een duidelijke en onvoorwaardelijke toezegging met betrekking tot de grondprijs in plan het Reestman mogen begrijpen.” 2.12 In juli 2011 heeft de gemeente besloten om bewoners van de nieuwbouwlocaties ’t Pierik te Denekamp en Brookhuis te Ootmarsum te compenseren. In een artikel op de gemeentelijke website stond als verklaring van wethouder Steggink : “Er zijn bij concreet 2 grondeigenaren op ’t Pierik en 2 grondeigenaren op Brookhuis toezeggingen gedaan. Hen is een compensatie toegezegd als de grondprijzen zouden worden verlaagd. Bij anderen die in dezelfde periode grond hebben gekocht is het minder duidelijk of er een toezegging is gedaan. Het college vindt dit een zeer onwenselijke situatie die in strijd kan zijn met de beginselen van behoorlijk bestuur. Het mag niet zo zijn dat twee buren op het zelfde moment een kavel hebben gekocht van de gemeente, maar toch een verschillende prijs moeten betalen. Het college wil geen uitzonderingen maken maar iedereen gelijk behandelen. Daarom hebben wij besloten om de kaveleigenaren op ’t Pierik fase II te compenseren. Het gaat dan om grondeigenaren die in de eerste uitgifte van fase II grond hebben gekocht. Voor Brookhuis geldt dat voor de grondeigenaren die de grond in 2010 hebben gekocht”. 2.13 Bij brief van 28 juli 2011 hebben de bewoners de gemeente laten weten dat zij ook menen gecompenseerd te moeten worden. De gemeente heeft dat wederom geweigerd. Op 19 oktober 2011 heeft de advocaat namens de bewoners opnieuw een brief aan de gemeente gestuurd waarin onder meer de gedeeltelijke vernietiging van de koopovereenkomsten wegens dwaling is opgenomen, en een aansprakelijkheidstelling wegens juridische kosten. Bij brief van 5 november 2012 heeft de gemeente aansprakelijkheid van de hand gewezen en geweigerd bedragen te betalen. 2.14 Op verzoek van de bewoners d.d. 14 maart 2013, hebben op 27 augustus 2013 en op 13 december 2013 voorlopige getuigenverhoren plaatsgevonden. 3Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 3.1 De bewoners hebben in eerste aanleg gevorderd dat de rechtbank (de geldvorderingen telkens te vermeerderen met wettelijke rente): I (vorderingen inzake grondprijsdaling) primair: de gemeente veroordeelt tot betaling van de door de bewoners geleden schade als gevolg van de door de gemeente doorgevoerde grondprijsverlaging, ten bedrage van € 411.502,00; subsidiair: de gemeente veroordeelt tot betaling van de door de bewoners geleden schade als gevolg van de door de gemeente doorgevoerde grondprijsverlaging, ten bedrage van € 107.878,50; meer subsidiair: de tussen de bewoners en de gemeente tot stand gekomen koopovereenkomst partieel vernietigt, zodanig dat de door de Bewoners betaalde koopprijs wordt verminderd met een totaalbedrag van € 411.502,00, dan wel € 107.878,50; II (vorderingen onterecht betaalde legeskosten alsmede een te hoge BTW) primair: de gemeente veroordeelt tot betaling van de door de bewoners geleden schade als gevolg van onterecht door de gemeente in rekening gebrachte legeskosten ten bedrage van € 3.987,00 (inclusief BTW), alsmede teveel berekende 13% BTW ten bedrage van € 280.644,00; subsidiair: de tussen de gemeente en de bewoners tot stand gekomen koopovereenkomst vernietigt, zodanig dat de door de Bewoners betaalde koopprijs wordt verminderd met een bedrag van € 3.987,00 (inclusief BTW), alsmede met een bedrag van € 280.644,00; III (vordering te veel betaalde grondprijs conform beleid gemeente) primair: de gemeente veroordeelt tot betaling van de door de bewoners van de twee-onder-een-kapkavels geleden schade, als gevolg van onterecht door de gemeente bij deze Bewoners in rekening gebrachte grondprijzen ten bedrage van € 76.719,30 (inclusief BTW); subsidiair: de tussen de bewoners van een twee-onder-een-kapkavel en de gemeente tot stand gekomen koopovereenkomst partieel vernietigt, zodanig dat de door de Bewoners betaalde koopprijs wordt verminderd met een bedrag van € 76.719,30; IV (vordering inzake buitengerechtelijke incassokosten) de gemeente veroordeelt in de buitengerechtelijke (incasso)kosten ten bedrage van € 5.634,33; V (vordering inzake openbaarmaking) de gemeente veroordeelt tot overlegging van het collegebesluit inzake ‘de compensatie van grondeigenaren op de nieuwbouwplannen ’t Pierik en Brookhuis ’, eventueel onder voorwaarden; VI de gemeente veroordeelt in de kosten voor deze procedure. 3.2 De rechtbank heeft bij vonnis van 14 oktober 2015 de vorderingen van de bewoners afgewezen en hen veroordeeld in de kosten van het geding. 4De beoordeling van de grieven en de vordering 4.1 De bewoners zijn van het onder 3.2 vermelde vonnis in hoger beroep gekomen onder aanvoering van 5 grieven. In hoger beroep ligt ter beoordeling voor de vordering van de bewoners tot restitutie van een deel van de kavelprijzen die zij in 2008/2009 aan de gemeente hebben betaald en van de leges die sommigen van hen hebben moeten betalen voor het verkrijgen van vrijstelling van het geldende bestemmingsplan. 4.2 Het hof behandelt de grieven 1 tot en met 4, die zich richten tegen de rechtsoverwegingen 4.1, 4.5, 4.7.1 en 4.7.2 van het bestreden vonnis, gezamenlijk. De bewoners baseren hun vordering tot restitutie van € 10,00 per m² van de door hen betaalde kavelprijs op een toezegging of garantie van voormalig wethouder E.J. Krouwel en/of gemeente-ambtenaar [de ambtenaar] gedaan tijdens een voorlichtingsavond op 7 januari 2008, respectievelijk in correspondentie met de familie [de bewoner] , eigenaren van een kavel in het Reestman Noord, en in onderhandelingen met de bewoners, dat de kavelprijzen niet zouden dalen. Hun gedragingen dienen in het maatschappelijk verkeer te worden beschouwd als gedragingen van de gemeente en aan de gemeente te worden toegerekend, zo stellen de bewoners. 4.3 Het hof overweegt als volgt. Zonder toereikend(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.